1 Kings 5:9
“Mijn knechten5650 zullen het afbrengen3381 8686 van4480 den Libanon3844 aan de zee;3220 en ik589 zal het op vlotten1702 over de zee3220 doen voeren,7760 8799 tot5704 die plaats,4725 die834 gij aan413 mij ontbieden zult,7971 8799 en zal het aldaar8033 los maken,5310 8765 en gij859 zult het wegnemen;5375 8799 gij859 zult ook mijn wil2656 doen,6213 8799 dat gij mijn huis1004 spijze3899 geeft.5414 8800”
1 Kings 5:9 — Statenvertaling (1637)
Verse 9 of 18 in 1 Kings chapter 5 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
1 Kings 5 — full chapter (Statenvertaling (1637))
En ,2438 de koning4428 van ,6865 zond7971 8799 zijn knechten5650 tot413 Salomo8010 (want3588 hij had gehoord,8085 8804 dat3588 zij Salomo853 tot koning4428 gezalfd hadden4886 8804 in zijns vaders1 plaats8478), dewijl3588 2438 1732 altijd3605 3117 bemind had.157 8802 1961 8804 Daarna zond7971 8799 Salomo8010 tot413 ,2438 zeggende:559 8800 Gij859 weet,3045 8804 dat3588 mijn vader1 1732 den Naam8034 des HEEREN,3068 zijns ,430 geen3808 huis1004 kon3201 8804 bouwen,1129 8800 vanwege4480 6440 de oorlogen,4421 waarmede834 zij hem omsingelden,5437 8804 totdat5704 de HEERE3068 hen853 onder8478 zijn voetzolen3709 7272 gaf.5414 8800 Maar nu6258 heeft de HEERE,3068 mijn God,430 mij van4480 rondom5439 rust gegeven;5117 8689 er is geen369 tegenpartijder,7854 en geen369 bejegening6294 van kwaad.7451 En zie,2009 ik denk559 8802 voor den Naam8034 van den HEERE,3068 mijn God,430 een huis1004 te bouwen;1129 8800 gelijk als834 de HEERE3068 gesproken heeft1696 8765 tot413 mijn vader1 ,1732 zeggende:559 8800 Uw zoon,1121 dien834 Ik in uw plaats8478 op5921 uw troon3678 zetten zal,5414 8799 die1931 zal Naam8034 dat huis1004 bouwen.1129 8799 Zo gebied6680 8761 nu,6258 dat men mij cederen730 uit4480 den Libanon3844 houwe,3772 8799 en mijn knechten5650 zullen met5973 uw knechten5650 zijn,1961 8799 en het loon7939 uwer knechten5650 zal ik u geven,5414 8799 naar al3605 wat834 gij zeggen zult;559 8799 want3588 gij859 weet,3045 8804 dat3588 onder ons niemand is,376 die weet3045 8802 hout6086 te houwen,3772 8800 gelijk de .6722 En het geschiedde,1961 8799 als 2438 de woorden1697 van Salomo8010 gehoord had,8085 8800 dat hij zich zeer3966 verblijdde,8055 8799 en zeide:559 8799 Gezegend1288 8803 zij de HEERE3068 heden,3117 Die834 1732 een wijzen2450 zoon1121 gegeven heeft5414 8804 over5921 dit2088 grote7227 volk!5971 En 2438 zond7971 8799 tot413 ,8010 zeggende:559 8800 Ik heb gehoord,8085 8804 waarom834 gij tot413 mij gezonden hebt;7971 8804 ik589 zal al3605 uw wil2656 doen6213 8799 met het cederenhout,6086 730 en met het dennenhout.6086 1265 Mijn knechten5650 zullen het afbrengen3381 8686 van4480 den Libanon3844 aan de zee;3220 en ik589 zal het op vlotten1702 over de zee3220 doen voeren,7760 8799 tot5704 die plaats,4725 die834 gij aan413 mij ontbieden zult,7971 8799 en zal het aldaar8033 los maken,5310 8765 en gij859 zult het wegnemen;5375 8799 gij859 zult ook mijn wil2656 doen,6213 8799 dat gij mijn huis1004 spijze3899 geeft.5414 8800 Alzo gaf1961 8799 5414 8802 2438 aan Salomo8010 cederenhout730 6086 en dennenhout,1265 6086 [naar] al3605 zijn wil.2656 En Salomo8010 gaf5414 8804 2438 twintig6242 duizend505 kor3734 tarwe,2406 tot spijze4361 van zijn huis,1004 en twintig6242 kor3734 gestoten3795 olie;8081 zulks3541 gaf5414 8799 Salomo8010 aan 2438 jaar8141 op jaar.8141 De HEERE3068 gaf5414 8804 Salomo8010 wijsheid,2451 gelijk als834 tot hem gesproken had;1696 8765 en er was1961 8799 vrede7965 tussen996 2438 en tussen996 ,8010 en zij beiden8147 maakten3772 8799 een verbond.1285 En de koning4428 Salomo8010 deed een uitschot4522 opkomen5927 8686 uit4480 gans3605 ;3478 en het uitschot4522 was1961 8799 dertig7970 duizend505 man.376 En hij zond7971 8799 hen naar den ,3844 tien6235 duizend505 des maands2320 bij beurten;2487 een maand2320 waren zij1961 8799 op den ;3844 twee8147 maanden2320 elk in zijn huis;1004 en Adoniram141 was over5921 dit uitschot.4522 Daartoe had1961 8799 Salomo8010 zeventig7657 duizend,505 die last5449 droegen,5375 8802 en tachtig8084 duizend505 houwers2672 8802 op het gebergte.2022 Behalve909 de oversten8269 van 's8010 bestelden,5324 8737 die834 over5921 dat werk4399 waren, drie7969 duizend505 en driehonderd,7969 3967 die heerschappij hadden7287 8802 over het volk,5971 hetwelk dat werk4399 deed.6213 8802 Als de koning4428 het nu gebood,6680 8762 zo voerden zij5265 grote1419 stenen68 toe,5265 8686 kostelijke3368 stenen,68 gehouwen1496 stenen,68 om den grond3245 van dat huis1004 te leggen.3245 8763 En de bouwlieden1129 8802 van ,8010 en de bouwlieden1129 8802 van ,2438 en de Giblieten1382 behieuwen6458 8799 ze, en bereidden3559 8686 het hout6086 toe, en de stenen,68 om dat huis1004 te bouwen.1129 8800