1 Samuel

1 Samuel 26

Statenvertaling (1637) · tap any highlighted word for context

1 Samuel 26 — Scripture text (Statenvertaling (1637))

De Zifieten2130 nu kwamen935 8799 tot413 7586 te ,1390 zeggende:559 8800 zich5641 1732 niet3808 verborgen5641 8693 op den heuvel1389 van ,2444 voor5921 aan6440 de wildernis?3452 Toen maakte zich6965 7586 op,6965 8799 en toog af3381 8799 naar413 de woestijn4057 ,2128 en met854 hem drie7969 duizend505 man,376 uitgelezenen977 8803 van ,3478 om 1732 te zoeken1245 8763 in de woestijn4057 .2128 En 7586 legerde zich2583 8799 op den heuvel1389 van ,2444 die834 voor5921 aan6440 de wildernis3452 is aan5921 den weg,1870 maar 1732 bleef3427 8802 in de woestijn,4057 en zag,7200 8799 dat3588 7586 achter310 hem kwam935 8804 naar de woestijn.4057 Want 1732 had verspieders7270 8764 gezonden,7971 8799 en hij vernam,3045 8799 dat3588 7586 voorzeker413 3559 8737 kwam.935 8804 En 1732 maakte zich op,6965 8799 en kwam935 8799 aan413 de plaats,4725 waar834 8033 7586 zich gelegerd had,2583 8804 en 1732 bezag7200 8799 de plaats,4725 waar834 8033 7586 lag,7901 8804 met ,74 den zoon1121 van ,5369 zijn krijgsoverste.8269 6635 En 7586 lag7901 8802 in den wagenburg,4570 en het volk5971 was rondom5439 hem gelegerd.2583 8802 Toen antwoordde6030 8799 ,1732 en sprak559 8799 tot413 ,288 den ,2850 en tot413 ,52 den zoon1121 van ,6870 den broeder251 van ,3097 zeggende:559 8800 Wie4310 zal met854 mij tot413 7586 in413 het leger4264 afgaan?3381 8799 zeide559 8799 :52 Ik589 zal met5973 u afgaan.3381 8799 Alzo kwamen935 8799 1732 en Abisai52 tot413 het volk5971 des nachts;3915 en ziet,2009 7586 lag7901 8802 te slapen3463 in den wagenburg,4570 en zijn spies2595 stak4600 8803 in de aarde776 aan zijn hoofdeinde,4763 en ,74 en het volk5971 lag7901 8802 rondom5439 hem. Toen zeide559 8799 Abisai52 tot413 :1732 God430 heeft heden3117 uw vijand341 8802 in uw hand3027 besloten;5462 8765 laat mij toch4994 hem nu6258 met de spies2595 op eenmaal259 6471 ter aarde776 slaan,5221 8686 en ik zal het hem niet3808 ten tweeden male doen.8138 8799 1732 daarentegen zeide559 8799 tot413 :52 Verderf7843 8686 hem niet;408 want3588 wie4310 heeft zijn hand3027 aan den gezalfde4899 des HEEREN3068 gelegd,7971 8804 en is onschuldig gebleven?5352 8738 Verder zeide559 8799 :1732 [Zo] [waarachtig] [als] de HEERE3068 leeft,2416 maar3588 518 de HEERE3068 zal hem slaan,5062 8799 of176 zijn dag3117 zal komen,935 8799 dat hij zal sterven,4191 8804 of176 hij zal in een strijd4421 trekken,3381 8799 dat hij omkome.5595 8738 4480 De HEERE3068 late het verre van2486 mij zijn, dat ik mijn hand3027 legge7971 8800 aan den gezalfde4899 des HEEREN!3068 zo neem3947 8798 toch4994 nu6258 de spies,2595 die834 aan zijn hoofdeinde4763 is, en de waterfles,6835 4325 en laat ons gaan.3212 8799 Zo nam3947 8799 1732 de spies2595 en de waterfles6835 4325 van Sauls7586 hoofdeinde,7226 en zij gingen heen;3212 8799 en er was niemand,369 die het zag,7200 8802 en niemand,369 die het merkte,3045 8802 ook niemand,369 die ontwaakte;6974 8688 want3588 zij sliepen3463 allen;3605 want3588 er was een diepe slaap8639 des HEEREN3068 op5921 hen gevallen.5307 8804 Toen 1732 over aan gene zijde5676 gekomen was,5674 8799 zo stond hij5975 8799 op5921 de hoogte7218 des bergs2022 van4480 verre,7350 dat er een grote7227 plaats4725 tussen996 hen was. En 1732 riep7121 8799 tot413 het volk,5971 en tot413 ,74 den zoon1121 van ,5369 zeggende:559 8800 gij niet3808 antwoorden,6030 8799 ?74 antwoordde6030 8799 74 en zeide:559 8799 Wie4310 zijt gij,859 die tot413 den koning4428 roept?7121 8804 Toen zeide559 8799 1732 tot413 :74 gij859 niet3898 een man,376 en wie4310 is u gelijk3644 in ?3478 Waarom4100 hebt gij over413 uw heer,113 den koning,4428 geen3808 wacht gehouden?8104 8804 Want3588 daar is een259 van het volk5971 gekomen,935 8804 om den koning,4428 uw heer,113 te verderven.7843 8687 Deze2088 zaak,1697 die834 gij gedaan hebt,6213 8804 is niet3808 goed;2896 [zo] [waarachtig] [als] de HEERE3068 leeft,2416 3588 gijlieden859 zijt kinderen1121 des doods,4194 die834 over5921 uw heer,113 5921 den gezalfde4899 des HEEREN,3068 geen3808 wacht gehouden hebt!8104 8804 En nu,6258 zie,7200 8798 waar335 de spies2595 des konings4428 is, en de waterfles,6835 4325 die834 aan zijn hoofdeinde4763 was. 7586 nu kende5234 8686 de stem6963 van ,1732 en zeide:559 8799 Is dit2088 uw stem,6963 mijn zoon1121 ?1732 1732 zeide:559 8799 is mijn stem,6963 mijn heer113 koning!4428 Hij zeide559 8799 verder: Waarom4100 2088 vervolgt7291 8802 mijn heer113 zijn knecht5650 alzo achterna,310 want3588 wat4100 heb ik gedaan,6213 8804 en wat4100 kwaad7451 is er in mijn hand?3027 En nu,6258 mijn heer113 de koning4428 hore8085 8799 toch4994 naar de woorden1697 zijns knechts.5650 Indien518 de HEERE3068 u tegen mij aanport,5496 8689 laat het spijsoffer4503 rieken;7306 8686 maar indien518 het mensenkinderen1121 120 zijn, zo zijn zij1992 vervloekt779 8803 voor het aangezicht6440 des HEEREN,3068 dewijl3588 zij mij heden3117 verstoten,1644 8765 dat ik niet4480 mag vastgehecht blijven5596 8692 in het erfdeel5159 des HEEREN,3068 zeggende:559 8800 Ga heen,3212 8798 dien5647 8798 andere312 goden.430 En nu,2658 mijn bloed1818 valle5307 8799 niet408 op de aarde776 van4480 voor5048 het aangezicht6440 des HEEREN;3068 want3588 de koning4428 van 3478 is uitgegaan3318 8804 om een enige259 vlo6550 te zoeken,1245 8763 gelijk als834 men een veldhoen7124 op de bergen2022 najaagt.7291 8799 Toen zeide559 8799 :7586 Ik heb gezondigd;2398 8804 keer weder,7725 8798 mijn zoon1121 ,1732 want3588 ik zal u geen3808 kwaad meer5750 doen,7489 8686 voor8478 dat834 mijn ziel5315 dezen2088 dag3117 dierbaar3365 in uw ogen5869 geweest is;3365 8804 zie,2009 ik heb dwaselijk gedaan,5528 8689 en ik heb zeer3966 grotelijks7235 8687 gedwaald.7686 8799 Toen antwoordde6030 8799 ,1732 en zeide:559 8799 ,2009 de spies2595 des konings;4428 zo laat een259 van4480 de jongelingen5288 overkomen,5674 8799 en halen3947 8799 ze. De HEERE3068 vergelde7725 8686 aan een iegelijk376 zijn gerechtigheid6666 en zijn getrouwheid;530 want834 de HEERE3068 had u heden3117 in [mijn] hand3027 gegeven;5414 8804 maar ik heb mijn hand3027 niet3808 willen14 8804 uitsteken,7971 8800 aan den gezalfde4899 des HEEREN.3068 En zie,2009 gelijk als834 te dezen2088 dage3117 uw ziel5315 in mijn ogen5869 is groot geacht geweest,1431 8804 alzo3651 zij mijn ziel5315 in de ogen5869 des HEEREN3068 groot geacht,1431 8799 en verlosse5337 8686 mij uit4480 allen nood.6869 Toen zeide559 8799 7586 tot413 :1732 Gezegend1288 8803 zijt gij,859 mijn zoon1121 ;1732 gij zult het ja1571 gewisselijk6213 8800 doen,6213 8799 en gij zult ook1571 gewisselijk3201 8800 de overhand hebben.3201 8799 ging3212 8799 1732 op zijn weg,1870 en 7586 keerde weder7725 8804 naar zijn plaats.4725

Every verse in 1 Samuel 26

Chapter navigation

0:000:00