1 Samuel 7:8

“En de kinderen1121 Israels3478 zeiden559 8799 tot413 Samuel:8050 Zwijg2790 8686 niet408 van4480 onzentwege, dat gij niet4480 zoudt roepen2199 8800 tot413 den HEERE,3068 onzen God,430 opdat Hij ons verlosse3467 8686 uit4480 de hand3027 der Filistijnen.6430”

1 Samuel 7:8 — Statenvertaling (1637)

Verse 8 of 17 in 1 Samuel chapter 7 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

1 Samuel 7 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Toen kwamen935 8799 de mannen582 van -jearim,7157 en haalden5927 de 727 des HEEREN3068 op,5927 8686 en zij brachten935 8686 ze853 in413 het huis1004 van ,41 op den heuvel;1389 en zij heiligden6942 8765 zijn zoon1121 ,499 dat hij de 727 des HEEREN3068 bewaarde.8104 8800 En het geschiedde,1961 van4480 dien dag3117 af, dat de 727 [des] [] te -jearim7157 bleef,3427 8800 en de dagen3117 7235 8799 werden1961 8799 twintig6242 jaren;8141 en het ganse3605 huis1004 van 3478 klaagde5091 8735 den HEERE3068 achterna.310 Toen sprak559 8799 8050 tot413 het ganse3605 huis1004 van ,3478 zeggende:559 8800 Indien518 gijlieden859 u met uw ganse3605 hart3824 tot413 den HEERE3068 bekeert,7725 8802 zo doet5493 de vreemde5236 goden430 uit4480 het midden8432 van u weg,5493 8685 ook de ;6252 en richt3559 8685 uw hart3824 tot413 den HEERE,3068 en dient5647 8798 alleen,909 zo zal u853 uit4480 de hand3027 der Filistijnen6430 rukken.5337 8686 De kinderen1121 Israels3478 nu deden5493 de Baals1168 en de Astharoths6252 weg,5493 8686 en zij dienden5647 8799 den HEERE3068 alleen. Verder zeide559 8799 :8050 Vergadert6908 8798 het ganse3605 3478 naar ,4708 en ik zal413 den HEERE3068 voor1157 u bidden.6419 8691 En zij werden vergaderd6908 8735 te ,4709 en zij schepten7579 8799 water,4325 en goten het uit8210 8799 voor het aangezicht6440 des HEEREN;3068 en zij vastten6684 8799 te dien1931 dage,3117 en zeiden559 8799 aldaar:8033 hebben tegen den HEERE3068 gezondigd.2398 8804 richtte8199 8799 8050 de kinderen1121 Israels3478 te .4708 Toen de Filistijnen6430 hoorden,8085 8799 dat3588 de kinderen1121 Israels3478 zich vergaderd hadden6908 8694 te ,4708 zo kwamen5927 de oversten5633 der Filistijnen6430 op5927 8799 tegen413 .3478 de kinderen1121 Israels3478 [dat] hoorden,8085 8799 zo vreesden zij3372 8799 voor4480 het aangezicht6440 der .6430 En de kinderen1121 Israels3478 zeiden559 8799 tot413 :8050 Zwijg2790 8686 niet408 van4480 onzentwege, dat gij niet4480 zoudt roepen2199 8800 tot413 den HEERE,3068 onzen God,430 opdat ons verlosse3467 8686 uit4480 de hand3027 der .6430 Toen nam3947 8799 8050 een259 melklam,2461 2924 en hij offerde5927 8686 het geheel3632 den HEERE3068 ten brandoffer;5930 en 8050 riep2199 8799 tot413 den HEERE3068 voor1157 ;3478 en de HEERE3068 verhoorde6030 8799 hem. En het geschiedde,1961 8799 toen 8050 dat brandoffer5930 offerde,5927 8688 zo kwamen5066 8738 de Filistijnen6430 aan ten strijde4421 tegen ;3478 en de HEERE3068 donderde7481 8686 te dien1931 dage3117 met een groten1419 donder6963 over5921 de ,6430 en verschrikte2000 8799 hen, zodat zij verslagen werden5062 8735 voor het aangezicht6440 van .3478 En de mannen582 van 3478 togen uit3318 8799 van4480 ,4709 en vervolgden7291 8799 de ,6430 en zij sloegen5221 8686 hen tot5704 onder4480 8478 -kar.1033 8050 nu nam3947 8799 een259 steen,68 en stelde7760 8799 [dien] tussen996 Mizpa4709 en tussen996 ,8129 en hij noemde7121 8799 diens naam8034 -haezer;72 en hij zeide:559 8799 Tot5704 hiertoe2008 heeft de HEERE3068 ons geholpen.5826 8804 Alzo werden de Filistijnen6430 vernederd,3665 8735 en kwamen935 8800 niet3808 meer5750 3254 8804 in de landpalen1366 van ;3478 want de hand3027 des HEEREN3068 was1961 8799 tegen de Filistijnen6430 al3605 de dagen3117 van .8050 En de steden,5892 welke834 de Filistijnen6430 van4480 3478 genomen hadden3947 8804 kwamen weder7725 8799 aan ,3478 van4480 6138 tot5704 1661 toe; ook rukte5337 8689 3478 derzelver landpale1366 uit4480 de hand3027 der ;6430 en er was1961 8799 vrede7965 tussen996 3478 en tussen996 de .567 8050 nu richtte8199 8799 3478 al3605 de dagen3117 zijns levens.2416 En hij toog1980 8804 van1767 jaar8141 tot jaar,8141 en ging rondom5437 8804 naar -el,1008 en ,1537 en ;4709 en hij richtte8199 8804 3478 in al3605 die428 plaatsen.4725 Doch hij keerde weder8666 naar ;7414 want3588 daar8033 was zijn huis,1004 en daar richtte hij8199 8804 ;3478 en hij bouwde1129 8799 aldaar8033 den HEERE3068 een altaar.4196

Every verse in 1 Samuel 7

Chapter navigation

0:000:00