2 Kings

2 Kings 4

Statenvertaling (1637) · tap any highlighted word for context

2 Kings 4 — Scripture text (Statenvertaling (1637))

Een259 vrouw802 nu uit4480 de vrouwen802 van de zonen1121 der profeten5030 riep6817 8804 tot413 ,477 zeggende:559 8800 Uw knecht,5650 mijn man,376 is gestorven,4191 8804 en gij859 weet,3045 8804 dat3588 uw knecht5650 den HEERE3068 was1961 8804 vrezende;3373 nu is de schuldheer5383 8802 gekomen,935 8804 om mijn beide8147 kinderen3206 voor zich tot knechten5650 te nemen.3947 8800 En Elisa477 zeide559 8799 tot haar: Wat4100 zal ik u doen?6213 8799 mij te kennen,5046 8685 wat4100 gij in het huis1004 hebt.3426 En zij zeide:559 8799 Uw dienstmaagd8198 heeft niet369 met al3605 in het huis,1004 3588 518 een kruik610 met olie.8081 Toen zeide hij:559 8799 Ga,3212 8798 eis7592 8798 voor u vaten3627 van4480 buiten,2351 van4480 al3605 uw naburen7934 ledige7386 vaten;3627 maak4591 er niet3808 weinig4591 8686 te hebben. Kom in,935 8804 en sluit5462 8804 de deur1817 voor1157 u en voor1157 uw zonen1121 toe; daarna giet3332 8804 in5921 al3605 die428 vaten,3627 en zet weg,5265 8686 dat vol4392 is. Zo ging zij3212 8799 van4480 hem, en sloot5462 8799 de deur1817 voor1157 zich en voor1157 haar zonen1121 toe; die1992 brachten5066 8688 haar413 de vaten toe, en zij1931 goot in.3332 8716 En het geschiedde,1961 8799 als die vaten3627 vol waren,4390 8800 dat zij tot413 haar zoon1121 zeide:559 8799 Breng5066 8685 mij413 nog5759 een vat3627 aan; maar hij zeide559 8799 tot413 haar: Er is geen369 vat3627 meer.5750 En de olie8081 stond stil.5975 8799 Toen kwam zij,935 8799 en gaf5046 het den man376 Gods430 te kennen;5046 8686 en hij zeide:559 8799 Ga heen,3212 8798 verkoop4376 8798 de olie,8081 en betaal7999 8761 uw schuldheer;5386 gij859 [met] uw zonen,1121 leef2421 8799 bij het overige.3498 8737 Het geschiedde1961 8799 ook op een dag,3117 als Elisa477 naar413 Sunem7766 doortrok,5674 8799 dat aldaar8033 een grote1419 vrouw802 was, dewelke hem aanhield2388 8686 om brood3899 te eten.398 8800 geschiedde het,1961 8799 zo dikwijls1767 hij doortrok,5674 8800 week hij5493 8799 daarin,8033 om brood3899 te eten.398 8800 En zij zeide559 8799 tot413 haar man:376 Zie2009 nu,4994 ik heb gemerkt,3045 8804 dat3588 deze1931 man376 Gods430 heilig6918 is, die bij5921 ons altoos8548 doortrekt.5674 8802 Laat ons toch4994 een kleine6996 opperkamer5944 van een wand7023 maken,6213 8799 en laat ons daar8033 voor hem zetten7760 8799 een bed,4296 en tafel,7979 en stoel,3678 en kandelaar;4501 zo zal het geschieden,1961 8804 wanneer hij tot413 ons komt,935 8800 dat hij daar8033 inwijke.5493 8799 En het geschiedde1961 8799 op een dag,3117 dat hij daar8033 kwam;935 8799 en hij week5493 8799 in413 die opperkamer,5944 en leide7901 zich daar8033 neder.7901 8799 Toen zeide hij559 8799 tot413 zijn jongen5288 :1522 Roep7121 8798 deze2063 .7767 En als hij ze geroepen had,7121 8799 stond zij5975 8799 voor zijn aangezicht.6440 (Want hij had hem gezegd:559 8799 Zeg559 8798 nu4994 tot413 haar: Zie,2009 gij zijt zorgvuldig2729 voor413 ons geweest,2729 8804 met al3605 deze2063 zorgvuldigheid;2731 wat4100 is er voor u te doen?6213 8800 Is er3426 iets om voor u te spreken1696 8763 tot413 den koning,4428 of176 tot413 den krijgsoverste?8269 6635 En zij had gezegd:559 8799 Ik595 woon3427 8802 in het midden8432 mijns volks.5971 Toen had hij gezegd:559 8799 Wat4100 is er voor haar te doen?6213 8800 En 1522 had gezegd:559 8799 heeft369 toch61 geen369 zoon,1121 en haar man376 is oud.2204 8804 Daarom had hij gezegd:559 8799 Roep7121 8798 haar. En als hij ze geroepen had,7121 8799 stond zij5975 8799 in de deur.6607) En hij zeide:559 8799 Op dezen2088 gezetten tijd,4150 omtrent dezen tijd6256 des levens2416 zult gij589 een zoon1121 omhelzen.2263 8802 En zij zeide:559 8799 ,408 mijn heer,113 gij, man376 ,430 lieg3576 8762 tegen uw dienstmaagd8198 niet.408 En de vrouw802 werd zwanger,2029 8799 en baarde3205 8799 een zoon1121 op dien2088 gezette tijd,4150 omtrent den tijd6256 des levens,2416 dien834 Elisa477 tot413 haar gesproken had.1696 8765 Toen nu het kind3206 groot werd,1431 8799 geschiedde het1961 8799 op een dag,3117 dat het uitging3318 8799 tot413 zijn vader,1 tot413 de maaiers.7114 8802 En het zeide559 8799 tot413 zijn vader:1 hoofd,7218 mijn hoofd!7218 zeide559 8799 tot413 een jongen:5288 Draag5375 8798 hem tot413 zijn moeder.517 En hij droeg5375 8799 hem, en bracht935 8686 hem tot413 zijn moeder.517 En hij zat3427 8799 op5921 haar knieen1290 tot aan5704 den middag6672 toe; toen stierf hij.4191 8799 En zij ging op,5927 8799 en leide7901 8686 hem op5921 het bed4296 van den man376 ;430 daarna sloot zij5462 8799 voor1157 hem toe, en ging uit.3318 8799 En zij riep7121 8799 om413 haar man,376 en zeide:559 8799 Zend7971 8798 mij toch4994 een259 van4480 de jongens,5288 en een259 van de ezelinnen,860 dat ik tot5704 den man376 Gods430 lope,7323 8799 en wederkome.7725 8799 En hij zeide:559 8799 Waarom4069 gaat1980 8802 gij859 heden3117 tot413 hem? Het is geen3808 nieuwe maan,2320 noch3808 sabbat.7676 En zij zeide:559 8799 zal wel7965 zijn. Toen zadelde zij2280 8799 de ezelin,860 en zeide559 8799 tot413 haar jongen:5288 ,5090 8798 en ga voort;3212 8798 houd6113 mij niet408 op6113 8799 voort te rijden,7392 8800 tenzij3588 518 dat ik het u zegge.559 8804 Alzo toog zij heen,3212 8799 en kwam935 8799 tot413 den man376 ,430 tot413 den berg2022 .3760 En het geschiedde,1961 8799 als de man376 Gods430 haar853 van4480 tegenover5048 zag,7200 8800 dat1975 hij tot413 ,1522 zijn jongen,5288 zeide:559 8799 ,2009 daar1975 is de .7767 Nu6258 loop7323 8798 toch4994 haar tegemoet,7125 8800 en zeg559 8798 tot haar: Is het wel7965 met u? Is het wel7965 met uw man?376 Is het wel7965 met uw kind?3206 En zij zeide:559 8799 is wel.7965 Toen zij nu tot413 den man376 Gods430 op413 den berg2022 kwam,935 8799 vatte zij2388 8686 zijn voeten.7272 1522 trad toe,5066 8799 om haar af te stoten.1920 8800 de man376 Gods430 zeide:559 8799 ze geworden;7503 8685 want3588 haar ziel5315 is in haar bitterlijk bedroefd,4843 8804 en de HEERE3068 heeft het voor4480 mij verborgen,5956 8689 en mij niet3808 verkondigd.5046 8689 En zij zeide:559 8799 ik een zoon1121 van4480 mijn heer113 begeerd?7592 8804 ik559 8804 niet:3808 Bedrieg7952 8686 mij853 niet?3808 En hij zeide559 8799 tot :1522 Gord2296 8798 uw lenden,4975 en neem3947 8798 mijn staf4938 in uw hand,3027 en ga henen;3212 8798 zo3588 gij iemand376 vindt,4672 8799 groet1288 8762 hem niet;3808 en zo3588 u iemand376 groet,1288 8762 antwoord6030 8799 hem niet;3808 en leg7760 8804 mijn staf4938 op5921 het aangezicht6440 van den jongen.5288 Doch de moeder517 van den jongen5288 zeide:559 8799 [Zo] [waarachtig] [als] de HEERE3068 leeft2416 en uw ziel5315 leeft,2416 ik zal u niet518 verlaten!5800 8799 stond op,6965 8799 en volgde3212 8799 haar na.310 1522 nu was voor hun aangezicht6440 doorgegaan;5674 8804 en hij leide7760 8799 den staf4938 op5921 het aangezicht6440 van den jongen;5288 doch er was geen369 stem,6963 noch369 opmerking.7182 Zo keerde hij weder7725 8799 hem tegemoet,7125 8800 en bracht hem boodschap,5046 8686 zeggende:559 8800 De jongen5288 is niet3808 ontwaakt.6974 8689 En toen Elisa477 in het huis1004 kwam,935 8799 ziet,2009 zo was de jongen5288 dood,4191 8801 zijnde gelegd7901 8716 op5921 zijn bed.4296 Zo ging hij in,935 8799 en sloot5462 8799 de deur1817 voor1157 hen beiden8147 toe, en bad6419 8691 tot413 den HEERE.3068 En hij klom op,5927 8799 en leide zich neder7901 8799 op5921 het kind,3206 en leggende7760 8799 zijn mond6310 op5921 deszelfs mond,6310 en zijn ogen5869 op5921 zijn ogen,5869 en zijn handen3709 op5921 zijn handen,3709 breidde zich1457 over5921 hem uit.1457 8799 En het vlees1320 des kinds3206 werd warm.2552 8799 Daarna kwam hij weder,7725 8799 en wandelde3212 8799 in het huis1004 eens259 herwaarts,2008 en eens259 derwaarts,2008 en klom5927 8799 [weder] op,5921 en breidde zich over hem uit;1457 8799 en de jongen5288 niesde2237 8779 tot5704 zevenmaal7651 6471 toe; daarna deed6491 de jongen5288 zijn ogen5869 open.6491 8799 En hij riep7121 8799 413 ,1522 en zeide:559 8799 Roep7121 8798 413 deze2063 .7767 En hij riep7121 8799 ze, en zij kwam935 8799 tot413 hem; en hij zeide:559 8799 Neem5375 8798 uw zoon1121 op. Zo kwam zij,935 8799 en viel5307 8799 voor5921 zijn voeten,7272 en boog zich7812 8691 ter aarde,776 en zij nam5375 8799 haar zoon1121 op, en ging uit.3318 8799 Als nu Elisa477 weder7725 te 1537 kwam,7725 8804 zo was er honger7458 in dat land,776 en de zonen1121 der profeten5030 zaten3427 8802 voor zijn aangezicht;6440 en hij zeide559 8799 tot zijn jongen:5288 Zet8239 8798 den groten1419 pot5518 aan, en zied1310 8761 moes5138 voor de zonen1121 der profeten.5030 Toen ging3318 er een259 uit3318 8799 in413 het veld,7704 om moeskruiden219 te lezen,3950 8763 en hij vond4672 8799 een wilden7704 wijnstok,1612 en las3950 8762 daarvan,4480 zijn kleed899 vol4393 wilde7704 kolokwinten,6498 en kwam,935 8799 en sneed6398 8762 ze in413 den moespot;5518 5138 want3588 zij kenden3045 8804 ze niet.3808 Daarna schepten zij3332 8799 voor de mannen582 op om te eten;398 8800 en het geschiedde,1961 8799 als zij aten398 8800 van4480 dat moes,5138 dat zij1992 riepen6817 8804 en zeiden:559 8799 Man376 ,430 de dood4194 is in den pot!5518 En zij konden3201 8804 het niet3808 eten.398 8800 Maar hij zeide:559 8799 Brengt3947 8798 meel;7058 en hij wierp7993 8686 het in413 den pot;5518 en hij zeide:559 8799 Schep3332 8798 voor het volk5971 op, dat zij eten.398 8799 was1961 8804 er niets3808 1697 kwaads7451 in den pot.5518 En er kwam935 8802 een man376 van4480 -salisa,1190 en bracht935 8686 den man376 Gods430 broden3899 der eerstelingen,1061 twintig6242 gerstebroden,3899 8184 en groene aren3759 in haar hulzen;6861 en hij zeide:559 8799 Geef5414 8798 aan het volk,5971 dat zij eten.398 8799 Doch zijn dienaar8334 8764 zeide:559 8799 Wat4100 zou ik dat2088 aan6440 honderd3967 mannen376 voorzetten?5414 8799 En hij zeide:559 8799 Geef5414 8798 aan het volk,5971 dat zij eten;398 8799 want3588 alzo3541 zegt559 8804 de HEERE:3068 zal eten398 8800 en overhouden.3498 8687 Zo zette hij5414 8799 het hun voor,6440 en zij aten,398 8799 en zij hielden over,3498 8686 naar het woord1697 des HEEREN.3068

Every verse in 2 Kings 4

Chapter navigation

0:000:00