2 Kings

2 Kings 9

Statenvertaling (1637) · tap any highlighted word for context

2 Kings 9 — Scripture text (Statenvertaling (1637))

Toen riep7121 8804 de profeet5030 Elisa477 een259 van4480 de zonen1121 der profeten,5030 en hij zeide559 8799 tot hem: Gord2296 8798 uw lenden,4975 en neem3947 8798 deze2088 oliekruik6378 8081 in uw hand,3027 en ga heen3212 8798 naar Ramoth7433 in .1568 Als gij daar8033 zult gekomen zijn,935 8804 zo zie,7200 8798 waar8033 ,3058 de zoon1121 van ,3092 den zoon1121 van ,5250 is; en ga in,935 8804 en doe hem opstaan6965 8689 uit4480 het midden8432 zijner broederen,251 en breng935 8689 hem853 in een binnenste2315 kamer.2315 En neem3947 8804 de oliekruik,6378 8081 en giet3332 8804 ze uit op5921 zijn hoofd,7218 en zeg:559 8804 Zo3541 zegt559 8804 de HEERE:3068 Ik heb u tot koning4428 gezalfd4886 8804 over413 .3478 Doe6605 daarna de deur1817 open,6605 8804 en vlied,5127 8804 en vertoef2442 8762 niet.3808 Zo ging3212 8799 de jongeling,5288 die jongeling5288 van den profeet,5030 naar Ramoth7433 in .1568 En toen hij inkwam,935 8799 ziet,2009 daar zaten3427 8802 de hoofdmannen8269 van het heir,2428 en hij zeide:559 8799 Ik heb een woord1697 aan413 u, o hoofdman!8269 En 3058 zeide:559 8799 Tot413 wien4310 van4480 ons allen?3605 En hij zeide:559 8799 Tot413 u, o hoofdman!8269 Toen stond hij op,6965 8799 en ging935 8799 in huis;1004 hij goot3332 8799 de olie8081 op413 zijn hoofd,7218 en hij zeide559 8799 tot hem: Zo3541 zegt559 8804 de HEERE,3068 de God430 :3478 Ik heb u gezalfd4886 8804 tot koning4428 over413 het volk5971 des HEEREN,3068 over413 .3478 En gij zult het huis1004 van ,256 uw heer,113 slaan,5221 8689 opdat Ik het bloed1818 van knechten,5650 de profeten,5030 en het bloed1818 van alle3605 knechten5650 des HEEREN,3068 wreke5358 8765 van4480 de hand3027 van .348 En het ganse3605 huis1004 van Achab256 zal omkomen;6 8804 en Ik zal van Achab256 uitroeien,3772 8689 wat mannelijk8366 8688 7023 is, ook den beslotene6113 8803 en verlatene5800 8803 in .3478 Want Ik zal het huis1004 van Achab256 maken5414 8804 als het huis1004 van ,3379 den zoon1121 van ,5028 en als het huis1004 van ,1201 den zoon1121 van .281 Ook zullen de honden3611 Izebel348 eten398 8799 op het stuk2506 [lands] van ,3157 en er zal niemand zijn,369 die [haar] begrave.6912 8802 deed hij6605 de deur1817 open6605 8799 en vlood.5127 8799 En als 3058 uitging3318 8804 tot413 de knechten5650 zijns heren,113 zeide men559 8799 tot hem: Is het al wel?7965 Waarom4069 is deze2088 onzinnige7696 8794 tot413 u gekomen?935 8804 En hij zeide559 8799 tot413 hen: Gij859 kent3045 8804 den man376 en zijn spraak.7879 Maar zij zeiden:559 8799 is leugen;8267 geef5046 het ons nu4994 te kennen.5046 8685 En hij zeide:559 8799 Zo2063 en zo2063 heeft hij tot413 mij gesproken,559 8804 zeggende:559 8800 Zo3541 zegt559 8804 de HEERE:3068 Ik heb u gezalfd4886 8804 tot koning4428 over413 .3478 Toen haastten zij zich,4116 8762 en een iegelijk376 nam3947 8799 zijn kleed,899 en leide7760 8799 het onder8478 hem, op413 den hoogsten1634 trap;4609 en zij bliezen8628 8799 met de bazuin,7782 en zeiden:559 8799 3058 is koning geworden!4427 8804 Alzo maakte7194 ,3058 de zoon1121 van ,3092 den zoon1121 van ,5250 een verbintenis7194 8691 tegen413 .3141 (Joram3141 nu had1961 8804 Ramoth7433 in 1568 bewaard,8104 8802 hij1931 en gans3605 ,3478 uit4480 oorzake6440 van ,2371 den koning4428 van ;758 Maar de koning4428 Joram3088 was wedergekeerd,7725 8799 opdat hij zich te Jizreel3157 helen liet7495 8692 van4480 de slagen,4347 die834 hem de Syriers761 geslagen hadden,5221 8686 als hij streed3898 8736 tegen ,2371 den koning4428 van .758) En 3058 zeide:559 8799 Zo518 het ulieder wil5315 is,3426 laat niemand408 van4480 de stad5892 uittrekken,3318 8799 die ontkome,6412 om [dit] in Jizreel3157 te gaan3212 8800 verkondigen.5046 8687 Toen reed7392 8799 ,3058 en toog3212 8799 naar ;3157 want3588 Joram3141 lag7901 8802 aldaar;8033 en ,274 de koning4428 van ,3063 was afgekomen,3381 8804 om Joram3141 te bezien.7200 8800 De wachter6822 8802 nu stond5975 8802 op5921 den toren4026 te ,3157 en zag7200 8799 den hoop8229 van ,3058 als hij aankwam,935 8800 en zeide:559 8799 Ik859 zie7200 8802 een hoop.8229 zeide559 8799 :3088 Neem3947 8798 een ruiter,7395 en zend7971 8798 [dien] hunlieden tegemoet,7125 8800 en dat hij zegge:559 8799 Is het vrede?7965 En de ruiter7392 8802 te paard5483 toog heen3212 8799 hem tegemoet,7125 8800 en zeide:559 8799 Zo3541 zegt559 8804 de koning:4428 Is het vrede?7965 En 3058 zeide:559 8799 Wat4100 hebt gij met den vrede7965 te doen? Keer om5437 8798 naar413 achter310 mij. En de wachter6822 8802 gaf het te kennen,5046 8686 zeggende:559 8800 De bode4397 is tot5704 hen1992 gekomen,935 8804 maar hij komt7725 niet3808 weder.7725 8804 Toen zond hij7971 8799 een anderen8145 ruiter7392 8802 te paard;5483 en als deze tot413 hen gekomen was,935 8799 zeide hij:559 8799 Zo3541 zegt559 8804 de koning:4428 Is het vrede?7965 En 3058 zeide:559 8799 Wat4100 hebt gij met den vrede7965 te doen? Keer om5437 8798 naar413 achter310 mij. En de wachter6822 8802 gaf dit te kennen,5046 8686 zeggende:559 8800 is tot aan5704 hen413 gekomen,935 8804 maar hij komt niet weder;7725 8804 en het drijven4491 is als het drijven4491 van ,3058 den zoon1121 van ,5250 want3588 hij drijft5090 8799 onzinniglijk.7697 Toen zeide559 8799 :3088 aan.631 8798 En men spande631 zijn wagen7393 aan.631 8799 Zo toog3318 ,3088 de koning4428 van ,3478 uit,3318 8799 en ,274 de koning4428 van ,3063 een ieder376 op zijn wagen;7393 en zij togen uit3318 8799 3058 tegemoet,7125 8800 en vonden4672 8799 hem op het stuk2513 [lands] van ,5022 den .3158 Het geschiedde1961 8799 nu, als Joram3088 3058 zag,7200 8800 dat hij zeide:559 8799 Is het ook vrede,7965 ?3058 hij zeide:559 8799 Wat4100 vrede,7965 zo lang als5704 de hoererijen2183 van uw moeder517 ,348 en haar toverijen3785 zo vele7227 zijn? Toen keerde2015 8799 Joram3088 zijn hand,3027 en vlood,5127 8799 en zeide559 8799 tot413 :274 is bedrog,4820 !274 Maar 3058 spande den boog7198 met volle4390 8765 kracht,3027 en schoot5221 8686 Joram3088 tussen996 zijn armen,2220 dat de pijl2678 door4480 zijn hart3820 uitging;3318 8799 en hij kromde zich3766 8799 in zijn wagen.7393 Toen zeide559 8799 [] tot413 ,920 zijn hoofdman:7991 ,5375 8798 werp7993 8685 hem op dat stuk2513 lands7704 van ,5022 den ;3158 want3588 gedenk,2142 8798 als ik589 en gij859 nevens elkander6776 achter310 zijn vader1 Achab256 reden,7392 8802 dat hem5921 de HEERE3068 dezen2088 last4853 opleide,5375 8804 [zeggende]: Zo518 Ik gisteravond570 niet3808 gezien heb7200 8804 het bloed1818 van ,5022 en het bloed1818 zijner zonen,1121 zegt5002 8803 de HEERE,3068 en Ik u dat niet vergelde7999 8765 op dit2063 stuk2513 [lands], zegt5002 8803 de HEERE.3068 Nu ,6258 neem,5375 8798 werp7993 8685 hem op dat stuk2513 [lands], naar het woord1697 des HEEREN.3068 Als ,274 de koning4428 van ,3063 dat zag,7200 8804 zo vlood hij5127 8799 door den weg1870 van het huis1004 des hofs;1588 doch 3058 vervolgde7291 8799 hem achterna,310 en zeide:559 8799 Slaat5221 8685 hem853 ook1571 op413 den wagen,4818 aan den opgang4608 naar ,1483 die834 bij Jibleam2991 is; en hij vlood5127 8799 naar ,4023 en stierf4191 8799 aldaar.8033 En zijn knechten5650 voerden7392 8686 hem853 naar ,3389 en zij begroeven6912 8799 hem853 in zijn graf,6900 bij5973 zijn vaderen1 in de stad5892 .1732 In het elfde259 6240 jaar8141 8141 nu van ,3141 den zoon1121 van ,256 was Ahazia274 koning geworden4427 8804 over5921 .3063 En 3058 kwam935 8799 te .3157 Izebel348 [dat] hoorde,8085 8804 zo blankette zij7760 8799 6320 haar aangezicht,5869 en versierde3190 8686 haar hoofd,7218 en keek8259 8686 ten1157 venster2474 uit. Toen nu 3058 ter poorte8179 inkwam,935 8804 zeide zij:559 8799 Is het wel,7965 o ,2174 doodslager2026 8802 van zijn heer?113 En hij hief5375 8799 zijn aangezicht6440 op naar413 het venster,2474 en zeide:559 8799 Wie4310 is met854 mij? Wie?4310 zagen8259 8686 op413 hem twee,8147 drie7969 kamerlingen.5631 En hij zeide:559 8799 ze van boven neder.8058 8798 En zij stieten haar van boven neder,8058 8799 zodat van4480 haar bloed1818 aan413 den wand7023 en aan413 de paarden5483 gesprengd werd;5137 8799 en hij vertrad7429 8799 haar. Als hij nu ingekomen was,935 8799 en gegeten398 8799 en gedronken8354 8799 had, zeide hij:559 8799 Ziet6485 nu4994 naar6485 8798 die2063 vervloekte,779 8803 en begraaf6912 8798 ze; want3588 zij1931 is eens konings4428 dochter.1323 En zij gingen heen3212 8799 om haar te begraven;6912 8800 doch zij vonden4672 8804 niet3808 van haar, 3588 518 het bekkeneel,1538 en de voeten,7272 en de palmen3709 harer handen.3027 Toen kwamen zij weder,7725 8799 en gaven het hem te kennen,5046 8686 en hij zeide:559 8799 Dit1931 is het woord1697 des HEEREN,3068 dat834 gesproken heeft1696 8765 door den dienst3027 van knecht5650 ,452 den ,8664 zeggende:559 8800 Op het stuk2506 [lands] van Jizreel3157 zullen de honden3611 het vlees1320 van Izebel348 eten.398 8799 En het dode lichaam5038 van Izebel348 zal zijn1961 8804 gelijk mest1828 op5921 6440 het veld,7704 in het stuk2506 [lands] van ,3157 dat834 men niet3808 zal kunnen zeggen:559 8799 Dit2063 is .348

Every verse in 2 Kings 9

Chapter navigation

0:000:00