2 Samuel

2 Samuel 11

Statenvertaling (1637) · tap any highlighted word for context

2 Samuel 11 — Scripture text (Statenvertaling (1637))

En het geschiedde1961 8799 met de wederkomst8666 van het jaar,8141 ter tijde6256 als de koningen4428 8675 4397 uittrekken,3318 8800 dat 1732 ,3097 en zijn knechten5650 met5973 hem, en gans3605 3478 henenzond,7971 8799 dat zij de kinderen1121 Ammons5983 verderven,7843 8686 en5921 Rabba7237 belegeren zouden.6696 8799 1732 bleef3427 8802 te .3389 Zo geschiedde1961 8799 het tegen den avondtijd,6153 6256 dat 1732 van4480 5921 zijn leger4904 opstond,6965 8799 en wandelde1980 8691 op5921 het dak1406 van het koningshuis,4428 1004 en zag7200 8799 van4480 5921 het dak1406 een vrouw,802 zich wassende;7364 8801 deze vrouw802 nu was zeer3966 schoon2896 van aanzien.4758 En 1732 zond henen,7971 8799 en ondervraagde1875 8799 naar deze vrouw;802 en men zeide:559 8799 Is dat2063 niet3808 ,1339 de dochter1323 van ,463 de huisvrouw802 van ,223 den ?2850 Toen zond7971 8799 1732 boden4397 henen, en liet haar halen.3947 8799 En als zij tot hem413 ingekomen was,935 8799 lag hij7901 8799 bij5973 haar, (zij1931 nu had zich van4480 haar onreinigheid2932 gezuiverd6942 8693), daarna keerde zij weder7725 8799 naar413 haar huis.1004 En die vrouw802 werd zwanger;2029 8799 zo zond zij henen,7971 8799 en liet5046 1732 weten,5046 8686 en zeide:559 8799 Ik595 ben zwanger2030 geworden. Toen zond7971 8799 1732 tot413 ,3097 [zeggende]: Zend7971 8798 ,223 den ,2850 tot413 mij. En 3097 zond7971 8799 Uria223 tot413 .1732 Als nu Uria223 tot413 hem kwam,935 8799 zo vraagde7592 8799 1732 naar den welstand7965 van ,3097 en naar den welstand7965 des volks,5971 en naar den welstand7965 des krijgs.4421 Daarna zeide559 8799 1732 tot :223 Ga af3381 8798 naar uw huis,1004 en was7364 8798 uw voeten.7272 En toen Uria223 uit4480 des konings4428 huis1004 uitging,3318 8799 volgde hem een gerecht4864 des konings4428 achterna.310 Maar Uria223 leide zich neder7901 8799 voor de deur6607 van des konings4428 huis,1004 met al3605 de knechten5650 zijns heren;113 en hij ging3381 niet3808 af3381 8804 in413 zijn huis.1004 En zij gaven5046 het 1732 te kennen,5046 8686 zeggende:559 8800 Uria223 is niet3808 afgegaan3381 8804 in413 zijn huis.1004 zeide559 8799 1732 tot413 :223 Komt935 8802 gij859 niet3808 van4480 de reis?1870 Waarom4069 zijt gij niet3808 afgegaan3381 8804 in413 uw huis?1004 En Uria223 zeide559 8799 tot413 :1732 De ,727 en ,3478 en Juda3063 blijven3427 8802 in de tenten;5521 en mijn heer113 ,3097 en de knechten5650 mijns heren113 zijn gelegerd2583 8802 op5921 het open6440 veld,7704 en zou ik589 in413 mijn huis1004 gaan,935 8799 om te eten398 8800 en te drinken,8354 8800 en bij5973 mijn huisvrouw802 te liggen?7901 8800 [Zo] [waarachtig] [als] gij leeft2416 en uw ziel5315 leeft,2416 indien518 ik2088 deze zaak1697 doen zal!6213 8799 Toen zeide559 8799 1732 tot413 :223 Blijf3427 8798 ook1571 heden3117 hier,2088 zo zal ik u morgen4279 afzenden.7971 8762 bleef3427 8799 Uria223 te ,3389 dien1931 dag3117 en den4480 anderen dag.4283 En 1732 nodigde7121 8799 hem, zodat hij voor zijn aangezicht6440 at398 8799 en dronk,8354 8799 en hij maakte hem dronken.7937 8762 ging hij3318 in den avond6153 uit,3318 8799 om zich neder te leggen7901 8800 op zijn leger,4904 met5973 zijns heren113 knechten,5650 maar ging niet3808 af3381 8804 in413 zijn huis.1004 Des morgens1242 nu geschiedde het,1961 8799 dat 1732 een brief5612 schreef3789 8799 aan413 ;3097 en hij zond7971 8799 [dien] door de hand3027 van .223 En hij schreef3789 8799 in dien brief,5612 zeggende:559 8800 Stel3051 8798 Uria223 vooraan6440 tegenover4136 den sterksten2389 strijd,4421 en keer7725 van4480 achter310 hem af,7725 8804 opdat hij geslagen worde5221 8738 en sterve.4191 8804 Zo geschiedde1961 8799 het, als 3097 op413 de stad5892 gelet had,8104 8800 dat hij Uria223 stelde5414 8799 aan413 de plaats,4725 waarvan834 hij wist,3045 8804 dat3588 aldaar8033 strijdbare2428 mannen582 waren. Als nu de mannen582 der stad5892 uittogen3318 8799 en met 3097 streden,3898 8735 vielen5307 8799 er van4480 het volk,5971 van4480 Davids1732 knechten,5650 en ,223 de ,2850 stierf4191 8799 ook.1571 Toen zond7971 8799 3097 heen, en liet5046 1732 den gansen3605 handel1697 van dezen strijd4421 weten.5046 8686 En hij beval6680 8762 den bode,4397 zeggende:559 8800 gij zult geeindigd hebben3615 8763 den gansen3605 handel1697 van dezen strijd4421 tot413 den koning4428 uit te spreken;1696 8763 En het zal geschieden,1961 8804 indien518 de grimmigheid2534 des konings4428 opkomt,5927 8799 en hij tot u zegt:559 8804 Waarom4069 zijt gij zo na5066 aan413 de stad5892 gekomen5066 8738 om te strijden?3898 8736 gij3045 8804 niet,3808 dat834 zij van4480 5921 den muur2346 zouden schieten?3384 8686 Wie3541 sloeg5221 8689 ,40 den zoon1121 van ?3380 Wierp7993 8689 niet3808 een vrouw802 een stuk6400 van een molensteen7393 op5921 hem van4480 5921 den muur,2346 dat hij te Thebez8405 stierf?4191 8799 Waarom4100 zijt gij tot413 den muur2346 genaderd?5066 8738 zult gij zeggen:559 8804 Uw knecht,5650 ,223 de ,2850 is ook1571 dood.4191 8804 En de bode4397 ging heen,3212 8799 en kwam in,935 8799 en gaf5046 1732 te kennen5046 8686 alles,3605 waar834 hem 3097 om uitgezonden had.7971 8804 En de bode4397 zeide559 8799 tot413 :1732 3588 mannen582 zijn ons5921 zeker te machtig geweest,1396 8804 en zijn tot413 ons uitgetogen3318 8799 in het veld;7704 maar wij zijn tegen5921 hen aan geweest1961 8799 tot aan5704 de deur6607 der poort.8179 Toen schoten3384 8686 de schutters3384 8688 van4480 5921 den muur2346 af op413 uw knechten,5650 dat er van4480 des konings4428 knechten5650 dood gebleven zijn;4191 8799 en uw knecht,5650 ,223 de ,2850 is ook1571 dood.4191 8804 Toen zeide559 8799 1732 tot413 den bode:4397 Zo3541 zult gij tot413 3097 zeggen:559 8799 deze2088 zaak1697 niet408 kwaad zijn3415 8799 in uw ogen,5896 want3588 het zwaard2719 verteert398 8799 zowel dezen2090 als genen;2088 versterk2388 8685 uw strijd4421 tegen413 de stad,5892 en verstoor2040 8798 ze; versterk2388 8761 hem alzo. Als nu de huisvrouw802 van Uria223 hoorde,8085 8799 dat3588 haar man376 Uria223 dood was,4191 8804 zo droeg zij leed5594 8799 over5921 haar heer.1167 En als de rouw60 was overgegaan,5674 8799 zond7971 8799 1732 heen, en nam622 8799 haar in413 zijn huis;1004 en zij werd1961 8799 hem ter vrouwe,802 en baarde3205 8799 hem een zoon.1121 deze zaak,1697 die834 1732 gedaan had,6213 8804 was kwaad3415 8799 in de ogen5869 des HEEREN.3068

Every verse in 2 Samuel 11

Chapter navigation

0:000:00