Deuteronomy 1:33

“Die voor uw aangezicht6440 op den weg1870 wandelde,1980 8802 om u de plaats4725 uit te zien,8446 8800 waar gij zoudt legeren;2583 8800 des nachts3915 in het vuur,784 opdat Hij u den weg1870 wees,7200 8687 waarin gij zoudt gaan,3212 8799 en des daags3119 in de wolk.6051”

Deuteronomy 1:33 — Statenvertaling (1637)

Verse 33 of 46 in Deuteronomy chapter 1 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Deuteronomy 1 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Dit zijn de woorden,1697 die Mozes4872 tot gans 3478 gesproken heeft,1696 8765 aan deze zijde5676 van de ,3383 in de woestijn,4057 op het vlakke veld6160 tegenover4136 ,5489 tussen Paran6290 en tussen ,8603 en ,3837 en ,2698 en .1774 Elf259 6240 dag3117 [reizen] zijn het van ,2722 [door] den weg1870 van het gebergte2022 ,8165 tot aan -barnea.6947 En het is geschied in het veertigste705 jaar,8141 in de elfde6249 6240 maand,2320 op den eersten259 der maand,2320 dat Mozes4872 sprak1696 8765 tot de kinderen1121 ,3478 naar alles wat hem de HEERE3068 aan hen bevolen had;6680 8765 Nadat310 hij geslagen had5221 8687 ,5511 den koning4428 der ,567 die te Hesbon2809 woonde,3427 8802 en Og,5747 den koning4428 van ,1316 welke woonde3427 8802 in ,6252 te .154 Aan deze zijde5676 van de ,3383 in het land776 van ,4124 hief2974 Mozes4872 aan,2974 8689 deze wet8451 uit te leggen,874 8763 zeggende:559 8800 De HEERE,3068 onze God,430 sprak1696 8765 tot ons aan ,2722 zeggende:559 8800 zijt lang genoeg7227 bij dezen berg2022 gebleven.3427 8800 Keert u,6437 8798 en vertrekt,5265 8798 en gaat935 8798 in het gebergte2022 der ,567 en tot al hun geburen,7934 in het vlakke veld,6160 op het gebergte,2022 en in de laagte,8219 en in het zuiden,5045 en aan de havens2348 der zee;3220 het land776 der ,3669 en den ,3844 tot aan die grote1419 rivier,5104 de rivier5104 .6578 Ziet,7200 8798 Ik heb dat land776 gegeven5414 8804 voor uw aangezicht;6440 gaat daarin,935 8798 en bezit erfelijk3423 8798 het land,776 dat de HEERE3068 aan uw vaderen,1 ,85 Izak3327 en Jakob3290 gezworen heeft,7650 8738 dat het hun en hun zaad2233 na310 hen geven zou.5414 8800 En ik sprak559 8799 ter zelfder tijd6256 tot u, zeggende:559 8800 Ik alleen905 zal u niet kunnen3201 8799 dragen.5375 8800 De HEERE,3068 uw God,430 heeft u vermenigvuldigd,7235 8689 en ziet, gij zijt heden3117 als de sterren3556 des hemels8064 in menigte.7230 De HEERE,3068 uwer vaderen1 God,430 doe tot u, zo als gij [nu] zijt, duizendmaal505 6471 meer,3254 8686 en zegene1288 8762 u, gelijk als tot u gesproken heeft!1696 8765 Hoe349 zoude ik alleen uw moeite,2960 en uw last,4853 en uw twistzaken7379 dragen?5375 8799 Neemt3051 8798 u wijze,2450 en verstandige,995 8737 en ervarene3045 8803 mannen,582 van uw stammen,7626 dat ik hen tot uw hoofden7218 stelle.7760 8799 Toen antwoorddet gij6030 8799 mij, en zeidet:559 8799 woord1697 is goed,2896 dat gij gesproken hebt,1696 8765 om te doen.6213 8800 Zo nam ik3947 8799 de hoofden7218 uwer stammen,7626 wijze2450 en ervarene3045 8803 mannen,582 en stelde5414 8799 hen tot hoofden7218 over u, oversten8269 van duizenden,505 en oversten8269 van honderden,3967 en oversten8269 van vijftigen,2572 en oversten8269 van tienen,6235 en ambtlieden7860 8802 voor uw stammen.7626 En ik gebood6680 8762 uw rechters8199 8802 ter zelfder tijd,6256 zeggende:559 8800 Hoort8085 8800 [de] [verschillen] tussen uw broederen,251 en richt8199 8804 recht6664 tussen den man376 en tussen zijn broeder,251 en tussen deszelfs vreemdeling.1616 Gij zult het aangezicht6440 in het gericht4941 niet kennen;5234 8686 gij zult den kleine,6996 zowel als den grote,1419 horen;8085 8799 gij zult niet vrezen1481 8799 voor iemands376 aangezicht;6440 want het gericht4941 is ;430 doch de zaak,1697 die voor u te zwaar zal zijn,7185 8799 zult gij tot mij doen komen,7126 8686 en ik zal ze horen.8085 8804 Alzo gebood ik6680 8762 u te dier tijd6256 alle zaken,1697 die gij zoudt doen.6213 8799 Toen vertogen wij5265 8799 van ,2722 en doorwandelden3212 8799 die gans grote1419 en vreselijke3372 8737 woestijn,4057 die gij gezien hebt,7200 8804 op den weg1870 van het gebergte2022 der ,567 gelijk de HEERE,3068 onze God,430 ons geboden had;6680 8765 en wij kwamen935 8799 tot -barnea.6947 Toen zeide ik559 8799 tot ulieden: Gij zijt gekomen935 8804 tot het gebergte2022 der ,567 dat de HEERE,3068 onze God,430 ons geven zal.5414 8802 Ziet,7200 8798 de HEERE,3068 uw God,430 heeft dat land776 gegeven5414 8804 voor uw aangezicht;6440 trekt op,5927 8798 bezit het erfelijk,3423 8798 gelijk als de HEERE,3068 uwer vaderen1 God,430 tot u gesproken heeft;1696 8765 vreest3372 8799 niet, en ontzet u2865 8735 niet. Toen naderdet gij7126 8799 allen tot mij, en zeidet:559 8799 ons mannen582 voor ons aangezicht6440 heenzenden,7971 8799 die ons het land776 uitspeuren,2658 8799 en ons bescheid1697 wederbrengen,7725 8686 wat weg1870 wij daarin optrekken zullen,5927 8799 en tot wat steden5892 wij komen zullen.935 8799 Deze zaak1697 nu was goed3190 8799 in mijn ogen;5869 zo nam ik3947 8799 uit u twaalf8147 6240 mannen,582 van elken stam7626 een259 man.376 Die keerden zich,6437 8799 en togen op5927 8799 naar het gebergte,2022 en kwamen935 8799 tot het dal5158 ,812 en verspiedden7270 8762 datzelve. En zij namen3947 8799 van de vrucht6529 des lands776 in hun hand,3027 en brachten3381 8686 ze tot ons af, en zeiden7725 ons bescheid1697 weder,7725 8686 en zeiden:559 8799 land,776 dat de HEERE,3068 onze God,430 ons geven zal,5414 8802 is goed.2896 Doch gij wildet14 8804 niet optrekken;5927 8800 maar gij waart den mond6310 des HEEREN3068 uws ,430 wederspannig.4784 8686 En gij murmureerdet7279 8735 in uw tenten,168 en zeidet:559 8799 de HEERE3068 ons haat,8135 heeft ons uit Egypteland776 4714 uitgevoerd,3318 8689 opdat ons levere5414 8800 in de hand3027 der ,567 om ons te verdelgen.8045 8687 Waarheen zouden wij optrekken?5927 8802 broeders251 hebben ons hart3824 doen smelten,4549 8689 zeggende:559 8800 is een volk,5971 groter1419 en langer7311 8802 wij; de steden5892 zijn groot,1419 en gesterkt1219 8803 tot in den hemel8064 toe; ook hebben wij daar kinderen1121 der Enakieten6062 gezien.7200 8804 Toen zeide ik559 8799 tot u: Verschrikt6206 8799 niet, en vreest3372 8799 niet voor hen. De HEERE,3068 uw God,430 voor uw aangezicht6440 wandelt,1980 8802 zal voor u strijden,3898 8735 naar alles, wat bij u voor uw ogen5869 gedaan heeft6213 8804 in .4714 En in de woestijn,4057 waar gij gezien hebt,7200 8804 dat de HEERE3068 uw God,430 u daarin gedragen heeft,5375 8804 als een man376 zijn zoon1121 draagt,5375 8799 op al den weg,1870 dien gij gewandeld hebt,1980 8804 totdat gij kwaamt935 8800 aan deze plaats.4725 Maar door dit woord1697 geloofdet gij539 8688 niet aan den HEERE,3068 uw God.430 Die voor uw aangezicht6440 op den weg1870 wandelde,1980 8802 om u de plaats4725 uit te zien,8446 8800 waar gij zoudt legeren;2583 8800 des nachts3915 in het vuur,784 opdat u den weg1870 wees,7200 8687 waarin gij zoudt gaan,3212 8799 en des daags3119 in de wolk.6051 Als nu de HEERE3068 de stem6963 uwer woorden1697 hoorde,8085 8799 zo werd zeer toornig,7107 8799 en zwoer,7650 8735 zeggende:559 8800 Zo iemand376 van deze mannen,582 [van] dit kwade7451 geslacht,1755 zal zien7200 8799 dat goede2896 land,776 hetwelk Ik gezworen heb7650 8738 uw vaderen1 te zullen geven!5414 8800 Behalve2108 ,3612 de zoon1121 van ;3312 die zal het zien,7200 8799 en aan hem zal Ik het land776 geven,5414 8799 waarop834 hij getreden heeft,1869 8804 en aan zijn kinderen;1121 omdat hij volhard heeft4390 8765 den HEERE3068 te volgen.310 Ook vertoornde zich599 8694 de HEERE3068 op mij om uwentwil,1558 zeggende:559 8800 zult daar8033 ook niet inkomen.935 8799 Jozua,3091 de zoon1121 van ,5126 die voor uw aangezicht6440 staat,5975 8802 die zal daarin komen;935 8799 sterk2388 8761 denzelven, want hij zal het 3478 doen erven.5157 8686 En uw kinderkens,2945 waarvan gij zeidet:559 8804 zullen tot een roof957 zijn; en uw kinderen,1121 die heden3117 noch goed2896 noch kwaad7451 weten,3045 8804 die zullen daarin komen,935 8799 en dien zal Ik het geven,5414 8799 en die zullen het erfelijk bezitten.3423 8799 Gij daarentegen, keert u,6437 8798 en reist5265 8798 naar de woestijn,4057 den weg1870 van de .5488 3220 Toen antwoorddet gij,6030 8799 en zeidet559 8799 tot mij: Wij hebben tegen den HEERE3068 gezondigd;2398 8804 wij zullen optrekken,5927 8799 en strijden,3898 8738 naar alles, wat de HEERE,3068 onze God,430 ons geboden heeft.6680 8765 gij nu een iegelijk376 zijn krijgsgereedschap3627 4421 aangorddet,2296 8799 en willens waart,1951 8686 om naar het gebergte2022 henen op te trekken,5927 8800 Zo zeide559 8799 de HEERE3068 tot mij: Zeg559 8798 hun: Trekt niet op,5927 8799 en strijdt3898 8735 niet, want Ik ben niet in het midden7130 van u; opdat gij niet voor het aangezicht6440 uwer vijanden341 8802 geslagen wordet.5062 8735 Doch als ik tot u sprak,1696 8762 zo hoordet gij8085 8804 niet, maar waart den mond6310 des HEEREN3068 wederspannig,4784 8686 en handeldet trotselijk,2102 8686 en toogt op5927 8799 naar het gebergte.2022 Toen togen3318 de Amorieten567 uit,3318 8799 die op dat gebergte2022 woonden,3427 8802 u tegemoet,7125 8800 en vervolgden7291 8799 u, gelijk als de bijen1682 doen;6213 8799 en zij verpletterden3807 8686 u in Seir8165 tot Horma2767 toe. Als gij nu wederkwaamt7725 8799 en weendet1058 8799 voor het aangezicht6440 des HEEREN,3068 zo verhoorde8085 8804 de HEERE3068 uw stem6963 niet, en neigde oren238 8689 niet tot u. Alzo bleeft gij3427 8799 in Kades6946 vele7227 dagen,3117 naar de dagen,3117 dat gij er bleeft.3427 8804

Every verse in Deuteronomy 1

Chapter navigation

0:000:00