Deuteronomy 16:9

“Zeven7651 weken7620 zult gij u tellen;5608 8799 van dat men [met] de sikkel2770 begint2490 8686 in het staande koren,7054 zult gij de zeven7651 weken7620 beginnen2490 8687 te tellen.5608 8800”

Deuteronomy 16:9 — Statenvertaling (1637)

Verse 9 of 22 in Deuteronomy chapter 16 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Deuteronomy 16 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Neemt waar8104 8800 de maand2320 ,24 dat gij den HEERE,3068 uw God,430 pascha6453 houdt;6213 8804 want in de maand2320 Abib24 heeft u de HEERE,3068 uw God,430 uit Egypteland4714 uitgevoerd,3318 8689 bij nacht.3915 zult gij den HEERE,3068 uw God,430 het pascha6453 slachten,2076 8804 schapen6629 en runderen,1241 in de plaats,4725 die de HEERE3068 verkiezen zal,977 8799 om Naam8034 aldaar te doen wonen.7931 8763 Gij zult niets gedesemds2557 op hetzelve eten;398 8799 zeven7651 dagen3117 zult gij ongezuurde4682 [broden] op hetzelve eten,398 8799 een brood3899 der ellende,6040 (want in der haast2649 zijt gij uit Egypteland776 4714 uitgetogen3318 8804); opdat gij gedenkt2142 8799 aan den dag3117 van uw uittrekken3318 8800 uit ,776 4714 al de dagen3117 uws levens.2416 Er zal bij u in zeven7651 dagen3117 geen zuurdeeg7603 gezien worden7200 8735 in enige uwer landpalen;1366 ook zal van het vlees,1320 dat gij aan den avond6153 van den eersten7223 dag3117 geslacht zult hebben,2076 8799 niets tot den morgen1242 overnachten.3885 8799 Gij zult het pascha6453 niet mogen3201 8799 slachten2076 8800 in een259 uwer poorten,8179 die de HEERE,3068 uw God,430 u geeft.5414 8802 Maar aan de plaats,4725 die de HEERE,3068 uw God,430 verkiezen zal977 8799 om [daar] Naam8034 te doen wonen,7931 8763 aldaar zult gij het pascha6453 slachten2076 8799 aan den avond,6153 als de zon8121 ondergaat,935 8800 ter bestemder tijd4150 van uw uittrekken3318 8800 uit .4714 zult gij het koken1310 8765 en eten398 8804 in de plaats,4725 die de HEERE,3068 uw God,430 verkiezen zal;977 8799 daarna zult gij u des morgens1242 keren,6437 8804 en heengaan1980 8804 naar uw tenten.168 Zes8337 dagen3117 zult gij ongezuurde4682 [broden] eten,398 8799 en aan den zevenden7637 dag3117 is een verbods6116 [dag] den HEERE,3068 uw God;430 [] zult gij geen werk4399 doen.6213 8799 Zeven7651 weken7620 zult gij u tellen;5608 8799 van dat men [met] de sikkel2770 begint2490 8686 in het staande koren,7054 zult gij de zeven7651 weken7620 beginnen2490 8687 te tellen.5608 8800 Daarna zult gij den HEERE,3068 uw God,430 het feest2282 der weken7620 houden;6213 8804 het zal een vrijwillige5071 schatting4530 uwer hand3027 zijn, dat gij geven zult,5414 8799 naardat u de HEERE,3068 uw God,430 zal gezegend hebben.1288 8762 En gij zult vrolijk zijn8055 8804 voor het aangezicht6440 des HEEREN,3068 uws ,430 gij, en uw zoon,1121 en uw dochter,1323 en uw dienstknecht,5650 en uw dienstmaagd,519 en de ,3881 die in uw poorten8179 is, en de vreemdeling,1616 en de wees,3490 en de weduwe,490 die in het midden7130 van u zijn; in de plaats,4725 die de HEERE,3068 uw God,430 zal verkiezen,977 8799 om Naam8034 aldaar te doen wonen.7931 8763 En gij zult gedenken,2142 8804 dat gij een dienstknecht5650 geweest zijt in ;4714 en gij zult deze inzettingen2706 houden8104 8804 en doen.6213 8804 Het feest2282 der loofhutten5521 zult gij u zeven7651 dagen3117 houden,6213 8799 als gij zult hebben ingezameld622 8800 van uw dorsvloer1637 en van uw wijnpers.3342 En gij zult vrolijk zijn8055 8804 op uw feest,2282 gij, en uw zoon,1121 en uw dochter,1323 en uw dienstknecht,5650 en uw dienstmaagd,519 en de ,3881 en de vreemdeling,1616 en de wees,3490 en de weduwe,490 die in uw poorten8179 zijn. Zeven7651 dagen3117 zult gij den HEERE,3068 uw God,430 feest houden,2287 8799 in de plaats,4725 die de HEERE3068 verkiezen zal;977 8799 want de HEERE,3068 uw God,430 zal u zegenen1288 8762 in al uw inkomen,8393 en in al het werk4639 uwer handen;3027 daarom zult gij immers vrolijk zijn.8056 Driemaal7969 6471 in het jaar8141 zal alles, wat mannelijk2138 onder u is, voor het aangezicht6440 des HEEREN,3068 uws ,430 verschijnen,7200 8735 in de plaats,4725 die verkiezen zal:977 8799 op het feest2282 der ongezuurde4682 [broden], en op het feest2282 der weken,7620 en op het feest2282 der loofhutten;5521 maar het zal niet ledig7387 voor het aangezicht6440 des HEEREN3068 verschijnen:7200 8735 Een ieder,376 naar de gave4979 zijner hand,3027 naar den zegen1293 des HEEREN,3068 uws ,430 dien u gegeven heeft.5414 8804 Rechters8199 8802 en ambtlieden7860 8802 zult gij u stellen5414 8799 in al uw poorten,8179 die de HEERE,3068 uw God,430 u geven zal,5414 8802 onder uw stammen;7626 dat zij het volk5971 richten8199 8804 met een gericht4941 der gerechtigheid.6664 Gij zult het gericht4941 niet buigen;5186 8686 gij zult het aangezicht6440 niet kennen;5234 8686 ook zult gij geen geschenk7810 nemen;3947 8799 want het geschenk7810 verblindt5786 8762 de ogen5869 der wijzen,2450 en verkeert5557 8762 de woorden1697 der rechtvaardigen.6662 Gerechtigheid,6664 gerechtigheid6664 zult gij najagen;7291 8799 opdat gij leeft,2421 8799 en erfelijk bezit3423 8804 het land,776 dat u de HEERE,3068 uw God,430 geven zal.5414 8802 Gij zult u geen bos842 planten5193 8799 van enig geboomte,6086 bij681 het altaar4196 des HEEREN,3068 uws ,430 dat gij u maken zult.6213 8799 Ook zult gij u geen opgericht beeld4676 stellen,6965 8686 hetwelk de HEERE,3068 uw God,430 haat.8130 8804

Every verse in Deuteronomy 16

Chapter navigation

0:000:00