Deuteronomy 25:3

“Met veertig705 [slagen] zal hij hem doen slaan,5221 8686 hij zal er niet toedoen;3254 8686 opdat niet misschien zo hij voortvoere3254 8686 hem daarboven met meer7227 slagen4347 te doen slaan,5221 8687 uw broeder251 dan voor uw ogen5869 verachtelijk gehouden worde.7034 8738”

Deuteronomy 25:3 — Statenvertaling (1637)

Verse 3 of 19 in Deuteronomy chapter 25 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Deuteronomy 25 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Wanneer er tussen lieden582 twist7379 zal zijn, en zij tot het gerecht4941 zullen toetreden,5066 8738 dat zij hen richten,8199 8804 zo zullen zij den rechtvaardige6662 rechtvaardig spreken,6663 8689 en den onrechtvaardige7563 verdoemen.7561 8689 En het zal geschieden, indien de onrechtvaardige7563 slagen5221 8687 verdiend heeft,1121 dat de rechter8199 8802 hem zal doen nedervallen,5307 8689 en hem doen slaan5221 8689 in zijn tegenwoordigheid,6440 naar dat het voor zijn onrechtvaardigheid7564 genoeg1767 zal zijn, in getal.4557 Met veertig705 [slagen] zal hij hem doen slaan,5221 8686 hij zal er niet toedoen;3254 8686 opdat niet misschien zo hij voortvoere3254 8686 hem daarboven met meer7227 slagen4347 te doen slaan,5221 8687 uw broeder251 voor uw ogen5869 verachtelijk gehouden worde.7034 8738 Een os7794 zult gij niet muilbanden,2629 8799 als hij dorst.1778 8800 Wanneer broeders251 samenwonen,3427 8799 3162 en een259 van hen sterft,4191 8804 en geen zoon1121 heeft, zo zal de vrouw802 des verstorvenen4191 8801 aan geen vreemden2114 8801 man376 daarbuiten2351 geworden; haar mans broeder2993 zal tot haar ingaan,935 8799 en nemen3947 8804 haar zich ter vrouwe,802 en doen haar den plicht van eens mans broeder.2992 8762 En het zal geschieden, dat de eerstgeborene,1060 dien zij zal baren,3205 8799 zal staan6965 8799 in den naam8034 zijns broeders,251 des verstorvenen;4191 8801 opdat zijn naam8034 niet uitgedelgd worde4229 8735 uit .3478 Maar indien dezen man376 zijns broeders vrouw2994 niet bevallen zal2654 8799 te nemen,3947 8800 zo zal zijn broeders vrouw2994 opgaan5927 8804 naar de poort8179 tot de oudsten,2205 en zeggen:559 8804 mans broeder2993 weigert3985 8765 zijn broeder251 een naam8034 te verwekken6965 8687 in ;3478 hij wil14 8804 mij den plicht van eens mans broeders niet doen.2992 8763 zullen hem de oudsten2205 zijner stad5892 roepen,7121 8804 en tot hem spreken;1696 8765 blijft hij daarbij staan,5975 8804 en zegt:559 8804 bevalt mij2654 8804 niet haar te nemen;3947 8800 Zo zal zijns broeders vrouw2994 voor de ogen5869 der oudsten2205 tot hem toetreden,5066 8738 en zijn schoen5275 van zijn voet7272 uittrekken,2502 8804 en spuwen3417 8804 in zijn aangezicht,6440 en zal betuigen6030 8804 en zeggen:559 8804 zal dien man376 gedaan worden,6213 8735 die zijns broeders251 huis1004 niet zal bouwen.1129 8799 En zijn naam8034 zal in 3478 genoemd worden:7121 8738 huis1004 desgenen, dien de schoen5275 uitgetogen is.2502 8803 Wanneer mannen,582 de een376 met3162 den ander,251 twisten,5327 8735 en de vrouw802 des enen259 toetreedt,7126 8804 om haar man376 uit de hand3027 desgenen, die hem slaat,5221 8688 te redden,5337 8687 en haar hand3027 uitstrekt,7971 8804 en zijn schamelheid4016 aangrijpt;2388 8689 Zo zult gij haar hand3709 afhouwen,7112 8804 uw oog5869 zal niet verschonen.2347 8799 Gij zult geen tweeerlei68 weegstenen68 in uw zak3599 hebben; een groten1419 en een kleinen.6996 Gij zult in uw huis1004 geen tweeerlei374 efa374 hebben, een grote1419 en een kleine.6996 Gij zult een volkomen8003 en gerechten6664 weegsteen68 hebben; gij zult een volkomene8003 en gerechte6664 efa374 hebben; opdat uw dagen3117 verlengd worden748 8686 in het land,127 dat u de HEERE,3068 uw God,430 geven zal.5414 8802 Want al wie zulks428 doet,6213 8802 is den HEERE,3068 uw God,430 een gruwel;8441 [ja], al wie onrecht5766 doet.6213 8802 Gedenkt,2142 8800 wat u 6002 gedaan heeft6213 8804 op den weg,1870 als gij uit Egypte4714 uittoogt;3318 8800 Hoe hij u op den weg1870 ontmoette,7136 8804 en sloeg onder u in den staart2179 8762 al de zwakken2826 8737 achter310 u, als gij moede5889 en mat3023 waart; en hij vreesde3373 God430 niet. Het zal geschieden, als u de HEERE,3068 uw God,430 rust zal gegeven hebben,5117 8687 van al uw vijanden341 8802 rondom,5439 in het land,776 dat u de HEERE,3068 uw God,430 ten erve5159 geven zal,5414 8802 om hetzelve erfelijk te bezitten,3423 8800 dat gij de gedachtenis2143 van 6002 van onder den hemel8064 zult uitdelgen;4229 8799 vergeet7911 8799 het niet!

Every verse in Deuteronomy 25

Chapter navigation

0:000:00