Ecclesiastes

Ecclesiastes 2

Statenvertaling (1637) · tap any highlighted word for context

Ecclesiastes 2 — Scripture text (Statenvertaling (1637))

Ik zeide559 8804 in mijn hart:3820 Nu, welaan,3212 8798 ik zal u beproeven5254 8762 door vreugde;8057 derhalve zie7200 8798 het goede2896 aan; maar zie, ook dat was ijdelheid.1892 Tot het lachen7814 zeide ik:559 8804 zijt onzinnig,1984 8781 en tot de vreugde:8057 Wat2090 maakt6213 8802 deze? Ik heb in mijn hart3820 nagespeurd,8446 8804 om mijn vlees1320 op te houden4900 8800 in den wijn,3196 (nochtans leidende5090 8802 mijn hart3820 in wijsheid2451) en om de dwaasheid5531 vast te houden,270 8800 totdat ik zou zien7200 8799 wat den kinderen1121 der mensen120 het best2896 ware, dat zij doen zouden6213 8799 onder den hemel,8064 [gedurende] het getal4557 der dagen3117 huns levens.2416 Ik maakte mij grote1431 8689 werken,4639 ik bouwde1129 8804 mij huizen,1004 ik plantte5193 8804 mij wijngaarden.3754 Ik maakte6213 8804 mij hoven1593 en lusthoven,6508 en ik plantte5193 8804 bomen6086 in dezelve, van allerlei vrucht.6529 Ik maakte6213 8804 mij vijvers1295 van wateren,4325 om daarmede te bewateren8248 8687 het woud,3293 dat met bomen6086 groende.6779 8802 Ik kreeg7069 8804 knechten5650 en maagden,8198 en ik had kinderen1121 des huizes;1004 ook had ik een groot7235 8687 bezit4735 van runderen1241 en schapen,6629 meer allen, die voor6440 mij te Jeruzalem3389 geweest waren. Ik vergaderde3664 8804 mij ook zilver3701 en goud,2091 en kleinoden5459 der koningen4428 en der landschappen;4082 ik bestelde6213 8804 mij zangers7891 8802 en zangeressen,7891 8802 en wellustigheden8588 der mensenkinderen,1121 120 snarenspel,7705 ja, allerlei snarenspel.7705 En ik werd groot,1431 8804 en nam toe,3254 8689 meer iemand, die voor6440 mij te Jeruzalem3389 geweest was; ook bleef5975 8804 mijn wijsheid2451 mij bij. En al wat mijn ogen5869 begeerden,7592 8804 dat onttrok ik680 8804 hun niet; ik wederhield4513 8804 mijn hart3820 niet van enige blijdschap,8057 maar mijn hart3820 was verblijd8056 vanwege al mijn arbeid;5999 en dit was mijn deel2506 van al mijn arbeid.5999 Toen wendde ik mij6437 8804 tot al mijn werken,4639 die mijn handen3027 gemaakt hadden,6213 8804 en tot den arbeid,5999 dien ik werkende6213 8800 gearbeid had;5998 8804 ziet, het was al ijdelheid1892 en kwelling7469 des geestes,7307 en daarin was geen voordeel3504 onder de zon.8121 Daarna wendde ik mij,6437 8804 om te zien7200 8800 wijsheid,2451 ook onzinnigheden1947 en dwaasheid;5531 want hoe zou een mens,120 die den koning4428 nakomen zal,935 8799 310 [doen] hetgeen alrede3528 gedaan is?6213 8804 Toen zag ik,7200 8804 dat de wijsheid2451 uitnemendheid3504 heeft3426 boven de dwaasheid,5531 gelijk het licht216 uitnemendheid3504 heeft boven de duisternis.2822 De ogen5869 des wijzen2450 zijn in zijn hoofd,7218 maar de zot3684 wandelt1980 8802 in de duisternis.2822 bemerkte ik3045 8804 ook, dat enerlei259 geval4745 hun allen bejegent.7136 8799 Dies227 zeide ik559 8804 in mijn hart:3820 het den dwaze3684 bejegent,4745 zal het ook1571 mijzelven bejegenen;7136 8799 waarom heb ik toen meer3148 naar wijsheid gestaan?2449 8804 sprak ik1696 8765 in mijn hart,3820 dat ook hetzelve ijdelheid1892 was. Want er zal in eeuwigheid5769 niet meer gedachtenis2146 van een wijze,2450 5973 van een dwaas3684 zijn; aangezien hetgeen nu3528 is, in de toekomende935 8802 dagen3117 altemaal vergeten wordt;7911 8738 en hoe sterft4191 8799 de wijze2450 met den zot?3684 Daarom haatte ik8130 8804 dit leven,2416 want dit werk4639 dacht mij kwaad,7451 dat onder de zon8121 geschiedt;6213 8738 want het is al ijdelheid1892 en kwelling7469 des geestes.7307 Ik haatte8130 8804 ook al mijn arbeid,5999 dien ik bearbeid had6001 onder de zon,8121 dat ik dien zou achterlaten3240 8686 aan een mens,120 die na310 mij wezen zal. Want wie weet,3045 8802 of hij wijs2450 zal zijn, of dwaas?5530 zal hij heersen7980 8799 over al mijn arbeid,5999 dien ik bearbeid heb5998 8804 en dien ik wijselijk beleid heb2449 8804 onder de zon.8121 is ook ijdelheid.1892 Daarom keerde ik mij om,5437 8804 om mijn hart3820 te doen wanhopen2976 8763 over al den arbeid,5999 dien ik bearbeid heb5998 8804 onder de zon.8121 Want er is3426 een mens,120 wiens arbeid5999 in wijsheid,2451 en in wetenschap,1847 en in geschiktheid3788 is; nochtans zal hij dien overgeven5414 8799 tot zijn deel,2506 aan een mens,120 die daaraan niet gearbeid heeft.5998 8804 is ook ijdelheid1892 en een groot7227 kwaad.7451 Wat heeft1933 8802 toch die mens120 van al zijn arbeid,5999 en van de kwellingen7475 zijns harten,3820 dien hij1931 is bearbeidende6001 onder de zon?8121 Want al zijn dagen3117 zijn smarten,4341 en zijn bezigheid6045 is verdriet;3708 zelfs des nachts3915 rust7901 8804 zijn hart3820 niet. Datzelve is ook ijdelheid.1892 Is het [] niet goed2896 voor den mens,120 dat hij ete398 8799 en drinke,8354 8804 en dat hij zijn ziel5315 het goede2896 doe genieten7200 8689 in zijn arbeid?5999 Ik heb ook gezien,7200 8804 dat zulks2090 van de hand3027 Gods430 is. (Want wie zou er van eten,398 8799 of wie zou zich [daartoe] haasten,2363 8799 meer 2351 ik zelf?) Want geeft5414 8804 wijsheid,2451 en wetenschap,1847 en vreugde8057 den mens,120 die goed2896 is voor aangezicht;6440 maar den zondaar2398 8802 geeft Hij5414 8804 bezigheid6045 om te verzamelen622 8800 en te vergaderen,3664 8800 opdat het geve5414 8800 dien, die goed2896 is voor Gods430 aangezicht.6440 is ook ijdelheid1892 en kwelling7469 des geestes.7307

Every verse in Ecclesiastes 2

Chapter navigation

0:000:00