Exodus
Exodus 9
Statenvertaling (1637) · tap any highlighted word for context
Exodus 9 — Scripture text (Statenvertaling (1637))
Daarna zeide559 8799 de HEERE3068 tot :4872 Ga935 8798 in tot ,6547 en spreek1696 8765 tot hem: Alzo zegt559 8804 de HEERE,3068 de God430 der :5680 volk5971 trekken,7971 8761 dat het diene.5647 8799 Want zo gij hen weigert3986 te laten trekken,7971 8763 en gij hen nog met geweld ophoudt,2388 8688 Zie, de hand3027 des HEEREN3068 zal zijn1961 8802 over uw vee,4735 dat in het veld7704 is, over de paarden,5483 over de ezelen,2543 over de kemelen,1581 over de runderen,1241 en over het klein vee,6629 door een zeer3966 zware3515 pestilentie.1698 En de HEERE3068 zal een afzondering maken6395 8689 tussen het vee4735 der ,3478 en tussen het vee4735 der ,4714 dat er niets1697 sterve4191 8799 van al wat van de kinderen1121 Israels3478 is. En de HEERE3068 bestemde7760 8799 een zekeren tijd,4150 zeggende:559 8800 Morgen4279 zal de HEERE3068 deze zaak1697 in dit land776 doen.6213 8799 En de HEERE3068 deed6213 8799 deze zaak1697 des anderen daags;4283 en al het vee4735 der Egyptenaren4714 stierf;4191 8799 maar van het vee4735 der kinderen1121 Israels3478 stierf4191 8804 niet een.259 En Farao6547 zond7971 8799 er heen, en ziet, van het vee4735 van 3478 was niet tot een259 toe gestorven.4191 8804 het hart3820 van Farao6547 werd verzwaard,3513 8799 en hij liet het volk5971 niet trekken.7971 8765 Toen zeide559 8799 de HEERE3068 tot Mozes4872 en tot :175 gijlieden3947 8798 uw vuisten2651 vol4393 as6368 uit den oven;3536 en Mozes4872 strooie2236 8804 die naar den hemel8064 voor de ogen5869 van .6547 En zij zal tot klein stof80 worden over het ganse ;776 4714 en zij zal aan de mensen,120 en aan het vee929 worden tot zweren,7822 uitbrekende6524 8802 met blaren,76 in het ganse .776 4714 En zij namen3947 8799 as6368 uit den oven,3536 en stonden5975 8799 voor 's6547 aangezicht;6440 en Mozes4872 strooide2236 8799 die naar den hemel;8064 toen werden er zweren,7822 uitbrekende6524 8802 met blaren,76 aan de mensen120 en aan het vee;929 Alzo dat de tovenaars2748 voor6440 Mozes4872 niet staan5975 8800 konden,3201 8804 vanwege6440 de zweren;7822 want aan de tovenaars2748 waren zweren,7822 en aan al de .4714 Doch de HEERE3068 verstokte2388 8762 's6547 hart,3820 dat hij naar hen niet hoorde,8085 8804 gelijk de HEERE3068 tot Mozes4872 gesproken had.1696 8765 Toen zeide559 8799 de HEERE3068 tot :4872 u7925 morgen1242 vroeg op,7925 8685 en stel u3320 8690 voor 's6547 aangezicht,6440 en zeg559 8804 tot hem: Zo zegt559 8804 de HEERE,3068 de God430 der :5680 volk5971 trekken,7971 8761 dat zij dienen.5647 8799 Want ditmaal6471 zal Ik al plagen4046 in uw hart3820 zenden,7971 8802 en over uw knechten,5650 en over uw volk,5971 opdat gij weet,3045 8799 dat er niemand is gelijk Ik, op de ganse aarde.776 Want nu heb Ik hand3027 uitgestrekt,7971 8804 opdat Ik u en uw volk5971 met de pestilentie1698 zou slaan,5221 8686 en dat gij van de aarde776 zoudt verdelgd worden.3582 8735 Maar199 waarlijk, daarom5668 heb Ik u verwekt,5975 8689 opdat Ik kracht3581 [aan] u betoonde,7200 8687 en opdat men Naam8034 vertelle5608 8763 op de ganse aarde.776 Verheft gij uzelven5549 8706 nog tegen volk,5971 dat gij het niet wilt laten trekken?7971 8763 Zie, Ik zal morgen4279 omtrent dezen tijd6256 een zeer3966 zwaren3515 hagel1259 doen regenen,4305 8688 desgelijks3644 in Egypte4714 niet geweest is7760 8804 van4480 dien dag3117 af, dat het gegrond is,3245 8736 tot nu toe. En nu, zend heen,7971 8798 vergader5756 8685 uw vee,4735 en alles wat gij op het veld7704 hebt; alle mens120 en gedierte,929 dat op het veld7704 gevonden zal worden,4672 8735 en niet in huis1004 verzameld zal zijn,622 8735 als deze hagel1259 op hen vallen zal,3381 8804 zo zullen zij sterven.4191 8804 Wie onder 's6547 knechten5650 des HEEREN3068 woord1697 vreesde,3373 die deed zijn knechten5650 en zijn vee4735 in de huizen1004 vlieden;5127 8689 Doch die zijn hart3820 niet zette7760 8804 tot des HEEREN3068 woord,1697 die liet5800 8799 zijn knechten5650 en zijn vee4735 op het veld.7704 Toen zeide559 8799 de HEERE3068 tot :4872 Strek5186 8798 uw hand3027 uit naar den hemel,8064 en er zal hagel1259 zijn in het ganse ;776 4714 over de mensen,120 en over het vee,929 en over al het kruid6212 des velds7704 in .776 4714 Toen strekte5186 8799 Mozes4872 zijn staf4294 naar den hemel;8064 en de HEERE3068 gaf5414 8804 donder6963 en hagel,1259 en het vuur784 schoot1980 8799 naar de aarde;776 en de HEERE3068 liet hagel1259 regenen4305 8686 over .776 4714 En er was hagel,1259 en vuur784 in het midden8432 des hagels1259 vervangen;3947 8693 hij was zeer3966 zwaar;3515 desgelijks is in het ganse Egypteland776 4714 nooit3808 geweest, sedert het tot een volk1471 geweest is. En de hagel1259 sloeg,5221 8686 in het ganse ,776 4714 alles wat op het veld7704 was, van de mensen120 af tot de beesten929 toe; ook sloeg5221 8689 de hagel1259 al het kruid6212 des velds,7704 en verbrak7665 8765 al het geboomte6086 des velds.7704 Alleen in het land776 ,1657 waar de kinderen1121 Israels3478 waren, daar was geen hagel.1259 Toen schikte7971 8799 Farao6547 heen, en hij riep7121 8799 Mozes4872 en ,175 en zeide559 8799 tot hen: Ik heb mij ditmaal6471 verzondigd;2398 8804 de HEERE3068 is rechtvaardig;6662 ik daarentegen en mijn volk5971 zijn goddelozen!7563 Bidt vuriglijk6279 8685 tot den HEERE3068 (want het is genoeg7227), dat geen donder6963 Gods430 noch hagel1259 meer zij; zal ik ulieden trekken laten,7971 8762 en gij zult niet langer3254 8686 blijven.5975 8800 Toen zeide559 8799 Mozes4872 tot hem: Wanneer ik ter stad5892 uitgegaan zal zijn,3318 8800 zo zal ik mijn handen3709 uitbreiden6566 8799 voor den HEERE;3068 de donder6963 zal ophouden,2308 8799 en de hagel1259 zal niet meer zijn; opdat gij weet,3045 8799 dat de aarde776 des HEEREN3068 is! Nochtans u en uw knechten5650 aangaande, weet ik,3045 8804 dat gijlieden voor het aangezicht6440 van den HEERE3068 God430 nog niet vrezen zult.3372 8799 Het vlas6594 nu, en de gerst8184 werd geslagen;5221 8795 want de gerst8184 was in de aar,24 en het vlas6594 was in den halm.1392 Maar de tarwe2406 en de spelt3698 werden niet geslagen;5221 8795 want zij2007 waren bedekt.648 Zo ging3318 8799 Mozes4872 van Farao6547 ter stad5892 uit, en breidde6566 8799 zijn handen3709 tot den HEERE;3068 de donder6963 en de hagel1259 hielden op,2308 8799 en de regen4306 werd niet [meer] uitgegoten5413 8738 op de aarde.776 Toen Farao6547 zag,7200 8799 dat de regen4306 en hagel,1259 en de donder6963 ophielden,2308 8804 zo verzondigde hij zich2398 8800 verder,3254 8686 en hij verzwaarde3513 8686 zijn hart,3820 hij en zijn knechten.5650 Alzo werd 's6547 hart3820 verstokt,2388 8799 dat hij de kinderen1121 Israels3478 niet trekken liet,7971 8765 gelijk als de HEERE3068 gesproken had1696 8765 door3027 .4872