Ezekiel 22:21

“Ja, Ik zal u bijeenbrengen,3664 8765 en zal op u blazen5301 8804 in het vuur784 Mijner verbolgenheid,5678 dat gij in het midden8432 van haar zult gesmolten worden.5413 8738”

Ezekiel 22:21 — Statenvertaling (1637)

Verse 21 of 31 in Ezekiel chapter 22 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Ezekiel 22 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Voorts geschiedde des HEEREN3068 woord1697 tot mij, zeggende:559 8800 Gij nu, mensenkind,1121 120 zoudt gij der bloedstad1818 5892 recht geven?8199 8799 gij haar recht geven?8199 8799 Ja, maak haar bekend3045 8689 al haar gruwelen.8441 En zeg:559 8804 zegt559 8804 de Heere136 HEERE:3069 O stad,5892 die in haar midden8432 bloed1818 vergiet,8210 8802 opdat haar tijd6256 kome,935 8800 en drekgoden1544 tegen zichzelve maakt,6213 8804 om zich te verontreinigen!2930 8800 Door uw bloed,1818 dat gij vergoten hebt,8210 8804 zijt gij schuldig geworden,816 8804 en met uw drekgoden,1544 die gij gemaakt hebt,6213 8804 hebt gij u verontreinigd,2930 8804 en hebt uw dagen3117 doen naderen,7126 8686 en zijt tot uw jaren8141 gekomen;935 8799 daarom heb Ik u den heidenen1471 overgegeven5414 8804 [tot] een smaad,2781 en allen landen776 [tot] een spot.7048 Die nabij7138 en verre7350 van u zijn, zullen u bespotten,7046 8691 gij onreine2931 van naam8034 en vol7227 van onrust!4103 Ziet, de vorsten5387 Israels3478 zijn in u geweest, een ieder376 naar zijn kracht,2220 om bloed1818 te vergieten.8210 8800 Vader1 en moeder517 hebben zij in u licht geacht;7043 8689 met den vreemdeling1616 hebben zij in het midden8432 van u door verdrukking6233 gehandeld;6213 8804 zij hebben in u den wees3490 en de weduwe490 verdrukt.3238 8689 Mijn heilige dingen6944 hebt gij veracht,959 8804 en sabbatten7676 hebt gij ontheiligd.2490 8765 Achterklappers582 7400 zijn in u geweest om bloed1818 te vergieten,8210 8800 en in u hebben zij op de bergen2022 gegeten,398 8804 zij hebben schandelijkheid2154 in het midden8432 van u gedaan.6213 8804 Men heeft de schaamte6172 des vaders1 in u ontdekt;1540 8765 die onrein2931 was door afzondering,5079 hebben zij in u verkracht.6031 8765 Daartoe heeft de een376 gruwel8441 gedaan6213 8804 met zijns naasten7453 huisvrouw,802 en een ander376 heeft zijns zoons vrouw3618 met schandelijkheid2154 verontreinigd;2930 8765 nog een ander376 heeft in u zijn zuster,269 zijns vaders1 dochter;1323 verkracht.6031 8765 Zij hebben geschenken7810 in u genomen,3947 8804 om bloed1818 te vergieten;8210 8800 woeker5392 en overwinst8636 hebt gij genomen,3947 8804 en gij hebt gierigheid gepleegd1214 8762 aan uw naaste7453 door verdrukking;6233 maar gij hebt vergeten,7911 8804 spreekt5002 8803 de Heere136 HEERE.3069 Ziet , Ik heb hand3709 geslagen,5221 8689 om uw gierigheid,1215 die gij bedreven hebt,6213 8804 en om uw bloed,1818 die in het midden8432 van u geweest zijn. Zal uw hart3820 bestaan?5975 8799 zullen uw handen3027 sterk zijn,2388 8799 in de dagen,3117 als Ik met u handelen zal?6213 8802 Ik, de HEERE,3068 heb het gesproken,1696 8765 en zal het doen.6213 8804 En Ik zal u verstrooien6327 8689 onder de heidenen,1471 en u verspreiden2219 8765 in de landen,776 en uw ontreinigheid2932 uit u verteren.8552 8689 Zo zult gij in u ontheiligd zijn2490 8738 8676 5157 8765 voor de ogen5869 der heidenen;1471 en gij zult weten,3045 8804 dat Ik de HEERE3068 ben. Wijders geschiedde des HEEREN3068 woord1697 tot mij, zeggende:559 8800 Mensenkind,1121 120 die van het huis1004 Israels3478 zijn tot schuim5509 geworden; zij zijn allen koper,5178 of tin,913 of ijzer,1270 of lood,5777 in het midden8432 des ovens;3564 zilverschuim5509 3701 zijn zij geworden. Daarom, alzo zegt559 8804 de Heere136 HEERE:3069 gijlieden allen tot schuim5509 geworden zijt, daarom ziet, Ik zal u in het midden8432 van Jeruzalem3389 vergaderen.6908 8802 [] zilver,3701 of koper,5178 of ijzer,1270 of lood,5777 of tin913 in het midden8432 eens ovens3564 vergaderd wordt,6910 om het vuur784 daarover op te blazen,5301 8800 opdat men het smelte;5413 8687 alzo zal Ik ulieden vergaderen6908 8799 in toorn,639 en in grimmigheid2534 daar laten,3240 8689 en smelten.5413 8689 Ja, Ik zal u bijeenbrengen,3664 8765 en zal op u blazen5301 8804 in het vuur784 verbolgenheid,5678 dat gij in het midden8432 van haar zult gesmolten worden.5413 8738 Gelijk het zilver3701 in het midden8432 des ovens3564 gesmolten wordt,2046 alzo zult gijlieden in het midden8432 van haar gesmolten worden;5413 8714 en gij zult weten,3045 8804 dat Ik, de HEERE,3068 grimmigheid2534 over u uitgegoten heb.8210 8804 Voorts geschiedde des HEEREN3068 woord1697 tot mij, zeggende:559 8800 Mensenkind,1121 120 zeg559 8798 tot haar; Gij zijt een land,776 dat niet gereinigd is,2891 8794 [dat] zijn plasregen1656 niet [heeft] [gehad] ten dage3117 der gramschap.2195 De verbintenis7195 harer profeten5030 is in het midden8432 van haar als een brullende7580 8802 leeuw,738 die een roof2964 rooft;2963 8802 zij eten398 8804 de zielen5315 op, den schat2633 en het kostelijke3366 nemen zij weg;3947 8799 haar weduwen490 vermenigvuldigen zij7235 8689 in het midden8432 van haar. Haar priesters3548 doen wet8451 geweld aan,2554 8804 en zij ontheiligen2490 8762 heilige dingen;6944 tussen het heilige6944 en het onheilige2455 maken zij geen onderscheid,914 8689 en [het] [verschil] tussen het onreine2931 en reine2889 geven zij niet te kennen;3045 8689 daartoe verbergen zij5956 8689 hun ogen5869 van sabbatten;7676 ja, Ik word in het midden8432 van hen ontheiligd.2490 8735 Haar vorsten8269 zijn in het midden7130 van haar als wolven,2061 die een roof2964 roven,2963 8802 om bloed1818 te vergieten,8210 8800 [en] om zielen5315 te verderven;6 8763 opdat zij gierigheid1215 zouden plegen.1214 8800 Haar profeten5030 nu pleisteren2902 8804 hen met loze8602 kalk; ziende2374 ijdelheid7723 en hun leugen3577 voorzeggende,7080 8802 zeggende:559 8802 zegt559 8804 de Heere136 HEERE!3069 en de HEERE3068 heeft niet gesproken.1696 8765 Het volk5971 des lands776 pleegt6231 8804 enkel verdrukking,6233 en bedrijft1497 8804 enkel roverij,1498 ook onderdrukken zij3238 8689 den ellendige6041 en nooddruftige,34 en den vreemdeling1616 verdrukken zij6231 8804 zonder recht.4941 Ik zocht1245 8762 nu een man376 uit hen, die den muur1447 mocht toemuren,1443 8802 en voor aangezicht6440 in de bresse6556 staan5975 8802 voor het land,776 opdat Ik het niet mocht verderven;7843 8763 maar Ik vond4672 8804 niemand. Daarom heb Ik gramschap2195 over hen uitgegoten;8210 8799 door het vuur784 verbolgenheid5678 heb Ik hen verteerd;3615 8765 hun weg1870 heb Ik op hun hoofd7218 gegeven,5414 8804 spreekt5002 8803 de Heere136 HEERE.3069

Every verse in Ezekiel 22

Chapter navigation

0:000:00