Ezekiel
Ezekiel 26
Statenvertaling (1637) · tap any highlighted word for context
Ezekiel 26 — Scripture text (Statenvertaling (1637))
En het gebeurde in het elfde6249 6240 jaar,8141 op den eersten259 der maand,2320 [dat] des HEEREN3068 woord1697 tot mij geschiedde, zeggende:559 8800 Mensenkind!1121 120 daarom dat Tyrus6865 van Jeruzalem3389 gezegd heeft:559 8804 !1889 zij is verbroken,7665 8738 de poort1817 der volken;5971 zij is tot mij omgewend;5437 8738 ik zal vervuld worden,4390 8735 zij is verwoest!2717 8717 Daarom, alzo zegt559 8804 de Heere136 HEERE:3069 , Ik [wil] aan u, o !6865 en Ik zal vele7227 heidenen1471 tegen u doen opkomen,5927 8689 alsof Ik de zee3220 met haar golven1530 deed opkomen.5927 8687 Die zullen de muren2346 van Tyrus6865 verderven,7843 8765 en haar torens4026 afbreken;2040 8804 ja, Ik zal haar stof6083 van haar wegvagen,5500 8765 en zal haar tot een gladde6706 steenrots5553 maken.5414 8804 Zij zal in het midden8432 der zee3220 zijn [tot] uitspreiding4894 van netten;2764 want Ik heb het gesproken,1696 8765 spreekt5002 8803 de Heere136 HEERE;3069 en zij zal den heidenen1471 ten roof957 worden. En haar dochteren,1323 die in het veld7704 zijn, zullen met het zwaard2719 gedood worden;2026 8735 en zij zullen weten,3045 8804 dat Ik de HEERE3068 ben. Want alzo zegt559 8804 de Heere136 HEERE:3069 , Ik zal ,5019 den koning4428 van ,894 den koning4428 der koningen,4428 van het noorden6828 tegen Tyrus6865 brengen,935 8688 met paarden5483 en met wagenen,7393 en met ruiteren,6571 en [krijgs] vergaderingen,6951 en veel7227 volks.5971 Hij zal uw dochteren1323 op het veld7704 met het zwaard2719 doden,2026 8799 en hij zal sterkten1785 tegen u maken,5414 8804 en een wal5550 tegen u opwerpen,8210 8804 en rondassen6793 tegen u opheffen.6965 8689 En hij zal muurbrekers4239 6904 tegen uw muren2346 stellen,5414 8799 en uw torens4026 met zijn zwaarden2719 afbreken.5422 8799 Vanwege de menigte8229 zijner paarden5483 zal u derzelver stof80 bedekken;3680 8762 uw muren2346 zullen beven7493 8799 vanwege het gedruis6963 der ruiteren,6571 en wielen,1534 en wagenen,7393 als hij door uw poorten8179 zal intrekken,935 8800 gelijk [door] de ingangen3996 ener doorgebrokene1234 8794 stad.5892 Hij zal met de hoeven6541 zijner paarden5483 al uw straten2351 vertreden;7429 8799 uw volk5971 zal hij met het zwaard2719 doden,2026 8799 en elk een van de kolommen4676 uwer sterkten5797 zal ter aarde776 nederstorten.3381 8799 En zij zullen uw vermogen2428 roven,7997 8804 en uw koopmanswaren7404 plunderen,962 8804 en uw muren2346 afbreken,2040 8804 en uw kostelijke2532 huizen1004 omwerpen;5422 8799 en uw stenen,68 en uw hout,6086 en uw stof6083 zullen zij in het midden8432 der wateren4325 werpen.7760 8799 Zo zal Ik het gedeun1995 uwer liederen7892 doen ophouden,7673 8689 en het geklank6963 uwer harpen3658 zal niet meer gehoord worden.8085 8735 Ja, Ik zal u maken5414 8804 tot een gladde6706 steenrots;5553 gij zult zijn [tot] uitspreiding4894 der netten,2764 gij zult niet meer gebouwd worden;1129 8735 want Ik, de HEERE,3068 heb het gesproken,1696 8765 spreekt5002 8803 de Heere136 HEERE.3069 Alzo zegt559 8804 de Heere136 HEERE3069 tot :6865 niet de eilanden339 van het geluid6963 uws vals4658 beven,7493 8799 als de dodelijk verwonde2491 zal kermen,602 8800 wanneer men in het midden8432 van u schrikkelijk2027 zal moorden?2026 8736 En alle vorsten5387 der zee3220 zullen afdalen3381 8804 van hun tronen,3678 en hun mantels4598 van zich doen,5493 8689 en hun gestikte7553 klederen899 uittrekken;6584 8799 met sidderingen2731 zullen zij bekleed worden,3847 8799 op de aarde776 zullen zij nederzitten,3427 8799 en telken ogenblik7281 sidderen,2729 8804 en over u ontzet zijn;8074 8804 En zij zullen een klaaglied7015 over u opheffen,5375 8804 en tot u zeggen:559 8804 zijt gij uit de zeeen3220 vergaan,6 8804 gij welbewoonde,3427 8737 gij beroemde1984 8794 stad,5892 die sterk2389 geweest is ter zee,3220 zij en haar inwoners;3427 8802 die hunlieder schrik2851 gaven5414 8804 aan allen, die in haar woonden!3427 8802 Nu zullen de eilanden339 sidderen2729 8799 ten dage3117 uws vals;4658 ja, de eilanden,339 die in de zee3220 zijn, zullen beroerd worden926 8738 vanwege uw uitgang.3318 8800 Want alzo zegt559 8804 de Heere136 HEERE:3069 Ik u zal stellen5414 8800 [tot] een verwoeste2717 8737 stad,5892 gelijk de steden,5892 die niet bewoond worden;3427 8738 als Ik een afgrond8415 over u zal doen opkomen,5927 8687 en de grote7227 wateren4325 u zullen overdekken.3680 8765 zal Ik u doen nederdalen3381 8689 met degenen die in den kuil953 nederdalen3381 8802 tot het oude5769 volk,5971 en zal u doen nederliggen3427 8689 in de onderste plaatsen8482 der aarde,776 in de woeste2723 plaatsen, [die] van ouds5769 geweest zijn, met degenen, die in den kuil953 nederdalen,3381 8802 opdat gij niet bewoond wordt;3427 8799 en Ik zal het sieraad6643 herstellen5414 8804 in het land776 der levenden.2416 [] u zal Ik tot een groten schrik1091 stellen,5414 8799 en gij zult er niet [meer] zijn; als gij gezocht wordt,1245 8792 zo zult gij niet meer gevonden worden4672 8735 in eeuwigheid,5769 spreekt5002 8803 de Heere136 HEERE.3069