Ezekiel

Ezekiel 28

Statenvertaling (1637) · tap any highlighted word for context

Ezekiel 28 — Scripture text (Statenvertaling (1637))

Voorts geschiedde des HEEREN3068 woord1697 tot mij, zeggende:559 8800 Mensenkind!1121 120 zeg559 8798 tot den vorst5057 van :6865 Zo zegt559 8804 de Heere136 HEERE:3069 uw hart3820 zich verheft1361 8804 en zegt:559 8799 Ik ben God,410 ik zit3427 8804 in Godes430 stoel,4186 in het hart3820 der zeeen!3220 daar gij een mens120 en geen God410 zijt, stelt gij5414 8799 nochtans uw hart,3820 als Gods430 hart.3820 Zie, gij zijt wijzer2450 ;1840 zij hebben niets toegeslotens5640 8803 voor u verborgen.6004 8804 Door uw wijsheid2451 en door uw verstand,8394 hebt gij vermogen2428 voor u verkregen;6213 8804 ja, gij hebt goud2091 en zilver3701 verkregen6213 8799 in uw schatten.214 Door de grootheid7230 uwer wijsheid2451 in uw koophandel7404 hebt gij uw vermogen2428 vermeerderd,7235 8689 en uw hart3824 verheft zich1361 8799 vanwege uw vermogen.2428 Daarom zegt559 8804 de Heere136 HEERE3069 alzo: Omdat gij uw hart3820 gesteld hebt5414 8800 als Gods430 hart;3824 Daarom zie, Ik zal vreemden2114 8801 over u brengen,935 8688 de tirannigste6184 der heidenen;1471 die zullen hun zwaarden2719 uittrekken7324 8689 over de schoonheid3308 uwer wijsheid,2451 en zullen uw glans3314 ontheiligen.2490 8765 Ter groeve7845 zullen zij u doen nederdalen;3381 8686 en gij zult sterven4191 8804 den dood4463 eens verslagenen2491 in het hart3820 der zeeen.3220 Zult gij [] enigszins,559 8800 voor het aangezicht6440 uws doodslagers,2026 8802 zeggen:559 8799 Ik ben God?430 daar gij een mens120 zijt en geen God,410 in de hand3027 desgenen, die u verslaat?2490 8764 Gij zult den dood4194 der onbesnedenen6189 sterven;4191 8799 door de hand3027 der vreemden;2114 8801 want Ik heb het gesproken,1696 8765 spreekt5002 8803 de Heere136 HEERE.3069 Wijders geschiedde des HEEREN3068 woord1697 tot mij, zeggende:559 8800 Mensenkind!1121 120 hef5375 een klaaglied7015 op5375 8798 over den koning4428 van ,6865 en zeg559 8804 tot hem: Zo zegt559 8804 de Heere136 HEERE:3069 verzegelaar2856 8802 der som,8508 vol4392 van wijsheid2451 en volmaakt3632 in schoonheid!3308 Gij waart in ,5731 Gods430 hof;1588 alle kostelijk3368 gesteente68 was uw deksel,4540 sardisstenen,124 topazen6357 en diamanten,3095 turkooizen,8658 sardonixstenen7718 en jaspisstenen,3471 saffieren,5601 robijnen,5306 en smaragden,1304 en goud;2091 het werk4399 uwer trommelen8596 en uwer pijpen5345 was bij u; ten dage3117 als gij geschapen werdt,1254 8736 waren zij bereid.3559 8797 Gij waart een gezalfde,4473 overdekkende5526 8802 cherub;3742 en Ik had u [alzo] gezet;5414 8804 gij waart op Gods430 heiligen6944 berg;2022 gij wandeldet1980 8694 in het midden8432 der vurige784 stenen.68 Gij waart volkomen8549 in uw wegen,1870 van den dag3117 af, dat gij geschapen zijt,1254 8736 totdat er ongerechtigheid5766 in u gevonden is.4672 8738 Door de veelheid7230 uws koophandels7404 hebben zij het midden8432 van u met geweld2555 vervuld,4390 8804 en gij hebt gezondigd;2398 8799 daarom zal Ik u ontheiligen2490 8762 van Gods430 berg,2022 en zal u, gij overdekkende5526 8802 cherub!3742 verdoen6 8762 uit het midden8432 der vurige784 stenen!68 Uw hart3820 verheft zich1361 8804 over uw schoonheid;3308 gij hebt uw wijsheid2451 bedorven,7843 8765 vanwege5921 uw glans;3314 Ik heb u op de aarde776 henengeworpen,7993 8689 Ik heb u voor het aangezicht6440 der koningen4428 gesteld,5414 8804 om op u te zien.7200 8800 Vanwege de veelheid7230 uwer ongerechtigheden,5771 door het onrecht5766 uws koophandels,7404 hebt gij uw heiligdommen4720 ontheiligd;2490 8765 daarom heb Ik een vuur784 uit het midden8432 van u doen voortkomen,3318 8686 dat u heeft verteerd,398 8804 en Ik heb u gemaakt5414 8799 tot as665 op de aarde,776 voor de ogen5869 van al degenen, die u zien.7200 8802 Allen, die u kennen3045 8802 onder de volken,5971 zijn over u ontzet;8074 8804 gij zijt een grote schrik1091 geworden, en zult er niet [meer] zijn369 tot5704 in eeuwigheid.5769 Wijders geschiedde des HEEREN3068 woord1697 tot mij, zeggende:559 8800 Mensenkind!1121 120 zet7760 8798 uw aangezicht6440 tegen ,6721 en profeteer5012 8734 tegen haar, En zeg:559 8804 Zo zegt559 8804 de Heere136 HEERE:3069 , Ik [wil] aan u, o !6721 en zal in het midden8432 van u verheerlijkt worden;3513 8738 en zij zullen weten,3045 8804 dat Ik de HEERE3068 ben, als Ik gerichten8201 in haar zal hebben geoefend,6213 8800 en in haar geheiligd zal zijn.6942 8738 Want Ik zal de pestilentie1698 in haar zenden,7971 8765 en bloed1818 op haar straten,2351 en de verslagenen2491 zullen vallen5307 8768 in het midden8432 van haar, door het zwaard,2719 [dat] tegen haar zal zijn van rondom;5439 en zij zullen weten,3045 8804 dat Ik de HEERE3068 ben. En het huis1004 Israels3478 zal geen smartenden3992 8688 doorn5544 noch wee doende3510 8688 distel6975 meer hebben, van allen, die rondom5439 hen zijn, die henlieden beroven;7590 8801 en zij zullen weten,3045 8804 dat Ik de Heere136 HEERE3069 ben. Alzo zegt559 8804 de Heere136 HEERE:3069 Ik het huis1004 Israels3478 zal vergaderd hebben6908 8763 uit de volken,5971 onder dewelke zij verstrooid zijn,6327 8738 en Ik onder hen voor de ogen5869 der heidenen1471 zal geheiligd zijn,6942 8738 zullen zij in hun land127 wonen,3427 8804 dat Ik aan knecht,5650 aan Jakob3290 gegeven heb.5414 8804 En zij zullen daarin zeker983 wonen,3427 8804 en huizen1004 bouwen,1129 8804 en wijngaarden3754 planten;5193 8804 ja, zij zullen zeker983 wonen;3427 8804 als Ik gerichten8201 zal hebben geoefend6213 8800 tegen allen, die henlieden beroofd hebben,7590 8801 van degenen, die rondom5439 hen zijn; en zij zullen weten3045 8804 dat Ik, de HEERE,3068 hunlieder God430 ben.

Every verse in Ezekiel 28

Chapter navigation

0:000:00