Ezekiel 33:21
“En het geschiedde in het twaalfde8147 6240 jaar8141 onzer gevankelijke wegvoering,1546 in de tiende6224 [maand], op den vijfden2568 der maand,2320 [dat] [er] een tot mij kwam,935 8804 die van Jeruzalem3389 ontkomen was,6412 zeggende:559 8800 De stad5892 is geslagen.5221 8717”
Ezekiel 33:21 — Statenvertaling (1637)
Verse 21 of 33 in Ezekiel chapter 33 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Ezekiel 33 — full chapter (Statenvertaling (1637))
En des HEEREN3068 woord1697 geschiedde tot mij, zeggende:559 8800 Mensenkind!1121 120 spreek1696 8761 tot de kinderen1121 uws volks,5971 en zeg559 8804 tot hen: Wanneer Ik het zwaard2719 over enig land776 breng,935 8686 en het volk5971 des lands776 een259 man376 uit hun einden7097 nemen,3947 8804 en dien voor zich tot een wachter6822 8802 stellen;5414 8804 En hij het zwaard2719 ziet7200 8804 komen935 8802 over het land,776 en blaast8628 8804 met de bazuin,7782 en waarschuwt2094 8689 het volk;5971 En een, die het geluid6963 der bazuin7782 hoort,8085 8804 [wel] hoort,8085 8802 maar zich niet laat waarschuwen;2094 8737 en het zwaard2719 komt,935 8799 en neemt hem weg,3947 8799 diens bloed1818 is op zijn hoofd.7218 Hij hoorde8085 8804 het geluid6963 der bazuin,7782 maar liet zich niet waarschuwen,2094 8737 zijn bloed1818 is op hem; maar hij, die zich laat waarschuwen,2094 8737 behoudt4422 8765 zijn ziel.5315 Wanneer daarentegen de wachter6822 8802 het zwaard2719 ziet7200 8799 komen,935 8802 en blaast8628 8804 niet met de bazuin,7782 zodat het volk5971 niet is gewaarschuwd;2094 8737 en het zwaard2719 komt,935 8799 en neemt3947 een ziel5315 uit hen weg;3947 8799 die is [wel] in zijn ongerechtigheid5771 weggenomen,3947 8738 maar zijn bloed1818 zal Ik van des hand3027 des wachters6822 8802 eisen.1875 8799 Gij nu, o mensenkind!1121 120 Ik heb u tot een wachter6822 8802 gesteld5414 8804 over het huis1004 ;3478 zo zult gij het woord1697 uit mond6310 horen,8085 8804 en hen van waarschuwen.2094 8689 Als Ik tot den goddeloze7563 zeg:559 8800 O goddeloze,7563 gij zult den dood4191 8800 sterven!4191 8799 en gij spreekt1696 8765 niet, om den goddeloze7563 van zijn weg1870 af te manen;2094 8687 die goddeloze7563 zal in zijn ongerechtigheid5771 sterven,4191 8799 maar zijn bloed1818 zal Ik van uw hand3027 eisen.1245 8762 Maar als gij den goddeloze7563 van zijn weg1870 afmaant,2094 8689 dat hij zich van dien bekere,7725 8800 en hij zich van zijn weg1870 niet bekeert,7725 8804 zo zal hij in zijn ongerechtigheid5771 sterven;4191 8799 maar gij hebt uw ziel5315 bevrijd.5337 8689 Daarom, gij mensenkind!1121 120 zeg559 8798 tot het huis1004 :3478 spreekt559 8804 aldus, zeggende:559 8800 onze overtredingen6588 en onze zonden2403 op ons zijn, en wij in dezelve versmachten,4743 8737 hoe zouden wij leven?2421 8799 Zeg559 8798 tot hen: [Zo] [waarachtig] [als] Ik leef,2416 spreekt5002 8803 de Heere136 HEERE,3069 zo Ik lust heb2654 8799 in den dood4194 des goddelozen!7563 maar daarin [heb] [Ik] [lust], dat de goddeloze7563 zich bekere7725 8800 van zijn weg1870 en leve.2421 8804 u,7725 8798 bekeert u7725 8798 van uw boze7451 wegen,1870 want waarom zoudt gij sterven,4191 8799 o huis1004 ?3478 Gij , o mensenkind!1121 120 zeg559 8798 tot de kinderen1121 uws volks:5971 De gerechtigheid6666 des rechtvaardigen6662 zal hem niet redden5337 8686 ten dage3117 zijner overtreding;6588 en aangaande de goddeloosheid7564 des goddelozen,7563 hij zal om dezelve niet vallen,3782 8735 ten dage3117 als hij zich van zijn goddeloosheid7562 bekeert;7725 8800 en de rechtvaardige6662 zal niet kunnen3201 8799 leven2421 8800 door dezelve [zijn] [gerechtigheid], ten dage3117 als hij zondigt.2398 8800 Als Ik tot den rechtvaardige6662 zeg,559 8800 dat hij zekerlijk2421 8800 leven zal,2421 8799 en hij op zijn gerechtigheid6666 vertrouwt,982 8804 en onrecht5766 doet,6213 8804 zo zullen al zijn gerechtigheden6666 niet gedacht worden,2142 8735 maar in zijn onrecht,5766 dat hij doet,6213 8804 daarin zal hij sterven.4191 8799 Als Ik ook tot den goddeloze7563 zeg:559 8800 zult den dood4191 8800 sterven!4191 8799 en hij zich van zijn zonde2403 bekeert,7725 8804 en recht4941 en gerechtigheid6666 doet;6213 8804 Geeft7725 de goddeloze7563 het pand2258 weder,7725 8686 betaalt hij7999 8762 het geroofde,1500 wandelt hij1980 8804 in de inzettingen2708 des levens,2416 zodat hij geen onrecht5766 doet;6213 8800 hij zal zekerlijk2421 8800 leven,2421 8799 hij zal niet sterven.4191 8799 Al zijn zonden,2403 die hij gezondigd heeft,2398 8804 zullen hem niet gedacht worden;2142 8735 hij heeft recht4941 en gerechtigheid6666 gedaan,6213 8804 hij zal zekerlijk2421 8800 leven.2421 8799 Nog zeggen559 8804 de kinderen1121 uws volks:5971 De weg1870 des HEEREN136 is niet recht;8505 8735 daar toch hun eigen weg1870 niet recht is.8505 8735 Als de rechtvaardige6662 afkeert7725 8800 van zijn gerechtigheid,6666 en doet6213 8804 onrecht,5766 zo zal hij daarin sterven.4191 8804 En als de goddeloze7563 zich bekeert7725 8800 van zijn goddeloosheid,7564 en doet6213 8804 recht4941 en gerechtigheid,6666 zo zal hij daarin leven.2421 8799 Nog zegt gij:559 8804 De weg1870 des HEEREN136 is niet recht;8505 8735 Ik zal ulieden richten,8199 8799 een ieder376 naar zijn wegen,1870 o huis1004 !3478 En het geschiedde in het twaalfde8147 6240 jaar8141 onzer gevankelijke wegvoering,1546 in de tiende6224 [maand], op den vijfden2568 der maand,2320 [dat] [er] een tot mij kwam,935 8804 die van Jeruzalem3389 ontkomen was,6412 zeggende:559 8800 De stad5892 is geslagen.5221 8717 Nu was de hand3027 des HEEREN3068 op mij geweest des avonds,6153 eer6440 die ontkomene6412 kwam,935 8800 en had mijn mond6310 opengedaan,6605 8799 totdat hij des morgens1242 tot mij kwam.935 8800 werd mijn mond6310 opengedaan,6605 8735 en ik was niet meer stom.481 8738 Toen geschiedde des HEEREN3068 woord1697 tot mij, zeggende:559 8800 Mensenkind!1121 120 de inwoners3427 8802 van die woeste2723 plaatsen in het land127 Israels3478 spreken,559 8802 zeggende:559 8800 85 was een enig259 [man], en bezat3423 dit land776 erfelijk;3423 8799 maar onzer zijn velen;7227 het land776 is ons gegeven5414 8738 tot een erfelijke bezitting.4181 Daarom zeg559 8798 tot hen: Zo zegt559 8804 de Heere136 HEERE:3069 eet398 8799 [vlees] met het bloed,1818 en heft5375 8799 uw ogen5869 op tot uw drekgoden,1544 en vergiet8210 8799 bloed;1818 en zoudt gij het land776 erfelijk bezitten?3423 8799 Gij staat5975 8804 op ulieder zwaard;2719 gij doet6213 8804 gruwel,8441 en verontreinigt,2930 8765 een ieder376 de huisvrouw802 zijns naasten;7453 en zoudt gij het land776 erfelijk bezitten?3423 8799 Alzo zult gij tot hen zeggen:559 8799 De Heere136 HEERE3069 zegt559 8804 alzo: [Zo] [waarachtig] [als] Ik leef,2416 indien niet, die in die woeste2723 plaatsen zijn, door het zwaard2719 zullen vallen,5307 8799 en [zo] Ik [niet] dien, die in het open6440 veld7704 is, het wild gedierte2416 overgeve,5414 8804 dat het hem vrete,398 8800 en die in de vestingen4679 en in de spelonken4631 zijn, door de pestilentie1698 zullen sterven!4191 8799 Want Ik zal het land776 [tot] een verwoesting4923 en een schrik8077 stellen,5414 8804 en de hovaardij1347 zijner sterkte5797 zal ophouden;7673 8738 en de bergen2022 Israels3478 zullen woest zijn,8074 8804 dat er niemand overga.5674 8802 zullen zij weten,3045 8804 dat Ik de HEERE3068 ben, als Ik het land776 [tot] een verwoesting4923 en een schrik8077 zal gesteld hebben,5414 8800 om al hun gruwelen,8441 die zij gedaan hebben.6213 8804 En gij, o mensenkind!1121 120 de kinderen1121 uws volks5971 spreken1696 8737 steeds van681 u bij de wanden7023 en in de deuren6607 der huizen;1004 en de een2297 spreekt1696 8765 met den ander,259 een iegelijk376 met zijn broeder,251 zeggende:559 8800 Komt935 8798 toch en hoort,8085 8798 wat het woord1697 zij, dat van den HEERE3068 voortkomt.3318 8802 En zij komen935 8799 tot u, gelijk het volk5971 pleegt te komen,3996 en zitten3427 8799 voor uw aangezicht6440 [als] volk,5971 en horen8085 8804 uw woorden,1697 maar zij doen6213 8799 ze niet; want zij maken6213 8802 liefkozingen5690 met hun mond,6310 [maar] hun hart3820 wandelt1980 8802 hun gierigheid1215 na.310 En ziet, gij zijt hun als een lied7892 der minnen,5690 [als] een, die schoon3303 van stem6963 is, of die wel2895 8688 speelt;5059 8763 daarom horen zij8085 8804 uw woorden,1697 maar zij doen6213 8802 ze niet. Maar als dat komt935 8800 (zie, het zal komen!935 8802) zullen zij weten,3045 8804 dat er een profeet5030 in het midden8432 van hen geweest is.