Ezekiel 37:7

“Toen profeteerde ik,5012 8738 gelijk mij bevolen was,6680 8795 en er werd een geluid,6963 als ik profeteerde,5012 8736 en ziet een beroering!7494 en de beenderen6106 naderden,7126 8799 [elk] been6106 tot zijn been.6106”

Ezekiel 37:7 — Statenvertaling (1637)

Verse 7 of 28 in Ezekiel chapter 37 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Ezekiel 37 — full chapter (Statenvertaling (1637))

De hand3027 des HEEREN3068 was op mij, en de HEERE3068 voerde mij uit3318 8686 in den geest,7307 en zette mij neder5117 8686 in het midden8432 ener vallei;1237 dezelve nu was vol4392 beenderen.6106 En deed mij bij dezelve voorbijgaan5674 8689 geheel rondom;5439 en ziet, er waren zeer3966 vele7227 op den grond6440 der vallei;1237 en ziet, zij waren zeer3966 dor.3002 En zeide559 8799 tot mij: Mensenkind!1121 120 zullen deze beenderen6106 levend worden?2421 8799 En ik zeide:559 8799 Heere136 HEERE,3069 weet3045 8804 [het]! Toen zeide Hij559 8799 tot mij: Profeteer5012 8734 over deze beenderen,6106 en zeg559 8804 tot dezelve: Gij dorre3002 beenderen!6106 hoort8085 8798 des HEEREN3068 woord.1697 Alzo zegt559 8804 de Heere136 HEERE3069 tot deze beenderen:6106 , Ik zal den geest7307 in u brengen,935 8688 en gij zult levend worden.2421 8804 En Ik zal zenuwen1517 op u leggen,5414 8804 en vlees1320 op u doen opkomen,5927 8689 en een huid5785 over u trekken,7159 8804 en den geest7307 in u geven,5414 8804 en gij zult levend worden;2421 8804 en gij zult weten,3045 8804 dat Ik de HEERE3068 ben. Toen profeteerde ik,5012 8738 gelijk mij bevolen was,6680 8795 en er werd een geluid,6963 als ik profeteerde,5012 8736 en ziet een beroering!7494 en de beenderen6106 naderden,7126 8799 [elk] been6106 tot zijn been.6106 En ik zag,7200 8804 en ziet, en er werden zenuwen1517 op dezelve, en er kwam5927 vlees1320 op;5927 8804 en trok7159 een huid5785 boven4605 over7159 8799 dezelve, maar er was geen geest7307 in hen. En zeide559 8799 tot mij: Profeteer5012 8734 tot den geest;7307 profeteer,5012 8734 mensenkind!1121 120 en zeg559 8804 tot den geest:7307 Zo zegt559 8804 de Heere136 HEERE:3069 geest!7307 kom aan935 8798 van de vier702 winden,7307 en blaas5301 8798 in deze gedoden,2026 8803 opdat zij levend worden.2421 8799 En ik profeteerde,5012 8694 gelijk als mij bevolen had.6680 8765 kwam935 8799 de geest7307 in hen, en zij werden levend2421 8799 en stonden5975 8799 op hun voeten,7272 een gans3966 zeer3966 groot1419 heir.2428 Toen zeide Hij559 8799 tot mij: Mensenkind!1121 120 deze beenderen6106 zijn het ganse huis1004 ;3478 ziet, zij zeggen:559 8802 beenderen6106 zijn verdord,3001 8804 en onze verwachting8615 is verloren,6 8804 wij zijn afgesneden.1504 8738 Daarom, profeteer5012 8734 en zeg559 8804 tot hen: Zo zegt559 8804 de Heere136 HEERE:3069 , Ik zal uw graven6913 openen,6605 8802 en zal ulieden uit uw graven6913 doen opkomen,5927 8689 o volk!5971 en Ik zal u brengen935 8689 in het land127 .3478 En gij zult weten,3045 8804 dat Ik de HEERE3068 ben, als Ik uw graven6913 zal hebben geopend,6605 8800 en als Ik u uit uw graven6913 zal hebben doen opkomen,5927 8687 o volk!5971 En Ik zal Geest7307 in u geven,5414 8804 en gij zult leven,2421 8804 en Ik zal u in uw land127 zetten;3240 8689 en gij zult weten,3045 8804 dat Ik, de HEERE,3068 [dit] gesproken1696 8765 en gedaan heb,6213 8804 spreekt5002 8803 de HEERE.3068 Wijders geschiedde des HEEREN3068 woord1697 tot mij, zeggende:559 8800 Gij nu, mensenkind!1121 120 neem3947 8798 u een259 hout,6086 en schrijf3789 8798 daarop: Voor ,3063 en voor de kinderen1121 ,3478 zijn metgezellen;2270 en neem3947 8798 een ander259 hout,6086 en schrijf3789 8798 daarop: Voor ,3130 het hout6086 van ,669 en van het ganse huis1004 ,3478 zijn metgezellen.2270 Doe gij ze naderen,7126 8761 het een259 tot het ander259 tot een enig259 hout;6086 en zij zullen tot een259 worden in uw hand.3027 En wanneer de kinderen1121 uws volks5971 tot u zullen spreken,559 8799 zeggende:559 8800 gij ons niet te kennen geven,5046 8686 wat u deze dingen zijn? Zo spreek1696 8761 tot hen: Alzo zegt559 8804 de Heere136 HEERE:3069 , Ik zal het hout6086 van ,3130 dat in Efraims669 hand3027 geweest is, en van de stammen7626 ,3478 zijn metgezellen,2270 nemen,3947 8802 en Ik zal dezelve met hem voegen5414 8804 tot het hout6086 van ,3063 en zal ze maken6213 8804 tot een enig259 hout;6086 en zij zullen een259 worden in hand.3027 De houten6086 nu, op dewelke gij zult geschreven hebben,3789 8799 zullen in uw hand3027 zijn voor hunlieder ogen.5869 Spreek1696 8761 tot hen: Zo zegt559 8804 de Heere136 HEERE:3069 , Ik zal de kinderen1121 Israels3478 halen3947 8802 uit het midden996 der heidenen,1471 waarhenen zij getogen zijn,1980 8804 en zal ze vergaderen6908 8765 van rondom,5439 en brengen935 8689 hen in hun land;127 En Ik zal ze maken6213 8804 tot een enig259 volk1471 in het land,776 op de bergen2022 ;3478 en zij zullen allen te zamen een enigen259 Koning4428 tot koning4428 hebben; en zij zullen niet meer5750 tot twee8147 volken1471 zijn, noch voortaan meer in twee8147 koninkrijken4467 verdeeld zijn.2673 8735 En zij zullen zich niet meer verontreinigen2930 8691 met hun drekgoden,1544 en met hun verfoeiselen,8251 en met al hun overtredingen;6588 en Ik zal ze verlossen3467 8689 uit al hun woonplaatsen,4186 in dewelke zij gezondigd hebben,2398 8804 en zal ze reinigen;2891 8765 zo zullen zij tot een volk5971 zijn, en Ik zal hun tot een God430 zijn. En Knecht5650 1732 zal Koning4428 over hen zijn; en zij zullen allen te zamen een259 Herder7462 8802 hebben; en zij zullen in rechten4941 wandelen,3212 8799 en inzettingen2708 bewaren8104 8799 en die doen.6213 8804 En zij zullen wonen3427 8804 in het land,776 dat Ik knecht5650 Jakob3290 gegeven heb,5414 8804 waarin uw vaders1 gewoond hebben;3427 8804 ja, daarin zullen zij wonen,3427 8804 zij en hun kinderen,1121 en hun kindskinderen1121 1121 tot in eeuwigheid,5769 en Knecht5650 1732 zal hunlieder Vorst5387 zijn tot5704 in eeuwigheid.5769 En Ik zal een verbond1285 des vredes7965 met hen maken,3772 8804 het zal een eeuwig5769 verbond1285 met hen zijn; en Ik zal ze inzetten5414 8804 en zal ze vermenigvuldigen,7235 8689 en Ik zal heiligdom4720 in het midden8432 van hen zetten5414 8804 tot in eeuwigheid.5769 En tabernakel4908 zal bij hen zijn, en Ik zal hun tot een God430 zijn, en zij zullen tot een volk5971 zijn. En de heidenen1471 zullen weten,3045 8804 dat Ik de HEERE3068 ben, Die 3478 heilige,6942 8764 als heiligdom4720 in het midden8432 van hen zal zijn tot in eeuwigheid.5769

Every verse in Ezekiel 37

Chapter navigation

0:000:00