Ezekiel 40:33

“Ook haar kamertjes,8372 en haar posten,352 en haar voorhuizen361 naar deze maten;4060 en zij had vensteren2474 ook aan haar voorhuizen,361 rondom5439 henen; de lengte753 was vijftig2572 ellen,520 en de breedte7341 vijf2568 en twintig6242 ellen.520”

Ezekiel 40:33 — Statenvertaling (1637)

Verse 33 of 49 in Ezekiel chapter 40 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Ezekiel 40 — full chapter (Statenvertaling (1637))

In het vijf2568 en twintigste6242 jaar8141 onzer gevankelijke wegvoering,1546 in het begin7218 des jaars,8141 op den tienden6218 der maand,2320 in het veertiende702 6240 jaar,8141 nadat310 de stad5892 geslagen was;5221 8717 even op dienzelfden6106 dag,3117 was de hand3027 des HEEREN3068 op mij, en bracht935 8686 mij derwaarts. In de gezichten4759 Gods430 bracht Hij935 8689 mij in het land776 ,3478 en zette5117 8686 mij op een zeer3966 hogen1364 berg;2022 en aan denzelven was als een gebouw4011 ener stad5892 tegen het zuiden.5045 Als mij daarhenen gebracht had,935 8686 ziet, zo was er een man,376 wiens gedaante4758 was als de gedaante4758 van koper;5178 en in zijn hand3027 was een linnen6593 snoer,6616 en een meetriet;4060 7070 en hij stond5975 8802 in de poort.8179 En die man376 sprak1696 8762 tot mij: Mensenkind!1121 120 zie7200 8798 met uw ogen,5869 en hoor8085 8798 met uw oren,241 en zet7760 8798 uw hart3820 op alles, wat ik u zal doen zien;7200 8688 want, opdat4616 ik u zou doen zien,7200 8687 zijt gij herwaarts gebracht;935 8717 verkondig5046 8685 [daarna] den huize1004 Israels3478 alles, wat gij ziet.7200 8802 En ziet, er was een muur2346 buiten2351 aan het huis,1004 rondom5439 henen, en in des mans376 hand3027 was een meetriet4060 7070 van zes8337 ellen,520 [elke] [el] van een el520 en een handbreed,2948 en hij mat4058 8799 de breedte7341 des gebouws1146 een259 riet,7070 en de hoogte6967 een259 riet.7070 Toen kwam hij935 8799 tot de poort,8179 welke zag6440 den weg1870 naar het oosten,6921 en hij ging5927 bij derzelver trappen4609 op,5927 8799 en mat4058 8799 den dorpel5592 der poort8179 een259 riet7070 de breedte,7341 en den anderen259 dorpel5592 een259 riet7070 de breedte.7341 En [elk] kamertje8372 een259 riet7070 de lengte,753 en een259 riet7070 de breedte;7341 en tussen de kamertjes8372 vijf2568 ellen;520 en den dorpel5592 der poort,8179 bij681 het voorhuis197 der poort8179 van binnen,1004 een259 riet.7070 Ook mat hij4058 8799 het voorhuis197 der poort8179 van binnen,1004 een259 riet.7070 Toen mat hij4058 8799 het [andere] voorhuis197 der poort,8179 acht8083 ellen,520 en haar posten352 twee8147 ellen;520 en het voorhuis197 der poort8179 was van binnen.1004 En de kamertjes8372 der poort,8179 den weg1870 naar het oosten,6921 waren drie7969 van deze,6311 en drie7969 van gene6311 zijde; die drie7969 hadden enerlei259 maat;4060 ook hadden de posten,352 van deze en van gene zijde, enerlei259 maat.4060 Voorts mat hij4058 8799 de wijdte7341 der deur6607 van de poort8179 tien6235 ellen;520 de lengte753 der poort8179 dertien7969 6240 ellen.520 En er was een ruim1366 voor aan6440 de kamertjes,8372 van een259 el520 [van] [deze], en een ruim1366 van een el520 van gene zijde; en [elk] kamertje8372 zes8337 ellen520 van deze, en zes8337 ellen520 van gene zijde. Toen mat hij4058 8799 de poort8179 van het dak1406 van het ene kamertje8372 af tot aan het dak1406 van een ander; de breedte7341 was vijf2568 en twintig6242 ellen;520 deur6607 was tegenover deur.6607 Ook maakte hij6213 8799 posten352 van zestig8346 ellen,520 namelijk tot den post352 des voorhofs,2691 rondom5439 de poort8179 henen. En van het voorste6440 deel der poort8179 des ingangs,2978 tot aan het voorste6440 deel van het voorhuis197 van de binnenpoort,6442 8179 waren vijftig2572 ellen.520 En er waren gesloten331 8801 vensters2474 aan de kamertjes,8372 en aan hun posten352 inwaarts6441 in de poort8179 rondom5439 henen; alzo ook aan de voorhuizen;361 de vensters2474 nu waren rondom5439 henen inwaarts,6441 en aan de posten352 waren palmbomen.8561 Voorts bracht hij935 8686 mij in het buitenste2435 voorhof,2691 en ziet, er waren kameren,3957 en een plaveisel,7531 dat gemaakt was6213 8803 in het voorhof2691 rondom5439 henen, dertig7970 kameren3957 waren er op het plaveisel.7531 Het plaveisel7531 nu was aan de zijde3802 van de poorten,8179 tegenover5980 de lengte753 van de poorten;8179 [dit] was het benedenste8481 plaveisel.7531 En hij mat4058 8799 de breedte,7341 van het voorste6440 deel der benedenste8481 poort8179 af, voor aan6440 het binnenste6442 voorhof,2691 van buiten,2351 honderd3967 ellen,520 oostwaarts6921 en noordwaarts.6828 Aangaande de poort8179 nu, die den weg1870 naar het noorden6828 zag,6440 aan het buitenste2435 voorhof,2691 hij mat4058 8804 derzelver lengte753 en derzelver breedte.7341 En haar kamertjes,8372 drie7969 van deze en drie7969 van gene zijde; en haar posten352 en haar voorhuizen361 waren naar de maat4060 der eerste7223 poort;8179 vijftig2572 ellen520 haar lengte,753 en de breedte7341 van vijf2568 en twintig6242 ellen.520 En haar vensters,2474 en haar voorhuizen,361 en haar palmbomen,8561 waren naar de maat4060 der poort,8179 die den weg1870 naar het oosten6921 zag;6440 en men ging daarin op5927 8799 met zeven7651 trappen,4609 en haar voorhuizen361 waren voor aan6440 dezelve. De poort8179 nu van het binnenste6442 voorhof2691 was tegenover de poort8179 van het noorden6828 en van het oosten;6921 en hij mat4058 8799 van poort8179 tot poort8179 honderd3967 ellen.520 Daarna voerde hij3212 8686 mij den weg1870 naar het zuiden;1864 en ziet, er was een poort8179 den weg1870 naar het zuiden;1864 en hij mat4058 8804 derzelver posten,352 en derzelver voorhuizen,361 naar deze maten.4060 En zij had vensteren,2474 ook aan haar voorhuizen,361 rondom5439 henen, gelijk deze vensteren;2474 de lengte753 was vijftig2572 ellen,520 en de breedte7341 vijf2568 en twintig6242 ellen.520 En haar opgangen5930 waren van zeven7651 trappen,4609 en haar voorhuizen361 waren voor aan6440 dezelve; en zij had palmbomen,8561 een259 van deze, en een259 van gene zijde aan haar posten.352 Ook was er een poort8179 in het binnenste6442 voorhof,2691 den weg1870 naar het zuiden;1864 en hij mat4058 8799 van poort8179 tot poort,8179 den weg1870 naar het zuiden,1864 honderd3967 ellen.520 Voorts bracht hij935 8686 mij door de zuiderpoort1864 8179 tot het binnenvoorhof;6442 2691 en hij mat4058 8799 de zuiderpoort1864 8179 naar deze maten.4060 En haar kamertjes,8372 en haar posten,352 en haar voorhuizen361 waren naar deze maten;4060 en zij had vensteren,2474 ook in haar voorhuizen,361 rondom5439 henen; de lengte753 was vijftig2572 ellen,520 en de breedte7341 vijf2568 en twintig6242 ellen.520 En er waren voorhuizen361 rondom5439 henen; de lengte753 was vijf2568 en twintig6242 ellen,520 en de breedte7341 vijf2568 ellen.520 En haar voorhuizen361 waren aan het buitenste2435 voorhof,2691 ook waren er palmbomen8561 aan haar posten,352 en haar opgangen4608 waren van acht8083 trappen.4609 Daarna bracht hij935 8686 mij tot het binnenste6442 voorhof,2691 den weg1870 naar het oosten;6921 en hij mat4058 8799 de poort,8179 naar deze maten;4060 Ook haar kamertjes,8372 en haar posten,352 en haar voorhuizen361 naar deze maten;4060 en zij had vensteren2474 ook aan haar voorhuizen,361 rondom5439 henen; de lengte753 was vijftig2572 ellen,520 en de breedte7341 vijf2568 en twintig6242 ellen.520 En haar voorhuizen361 waren aan het buitenste2435 voorhof;2691 ook waren er palmbomen8561 aan haar posten,352 van deze en van gene zijde; en haar opgangen4608 waren van acht8083 trappen.4609 Daarna bracht hij935 8686 mij tot de noorderpoort;6828 8179 en hij mat4058 8804 naar deze maten.4060 Haar kamertjes,8372 haar posten352 en haar voorhuizen;361 ook had zij vensteren2474 rondom5439 henen; de lengte753 was vijftig2572 ellen520 en de breedte7341 vijf2568 en twintig6242 ellen.520 En haar posten352 waren aan het buitenste2435 voorhof;2691 ook waren er palmbomen8561 aan haar posten,352 van deze en van gene zijde; en haar opgangen4608 waren van acht8083 trappen.4609 Haar kameren3957 nu en haar deuren6607 waren bij de posten352 der poorten;8179 aldaar wies men1740 8686 het brandoffer.5930 En in het voorhuis197 der poort8179 waren twee8147 tafelen7979 van deze, en twee tafelen7979 van gene zijde, om daarop te slachten7819 8800 het brandoffer,5930 en het zondoffer,2403 en het schuldoffer.817 Ook waren er aan de zijde3802 van buiten2351 des opgangs,5927 8802 aan de deur6607 der noorderpoort,6828 8179 twee8147 tafelen;7979 en aan de andere312 zijde,3802 die aan het voorhuis197 der poort8179 was, twee8147 tafelen.7979 Vier702 tafelen7979 van deze, en vier702 tafelen7979 van gene zijde, aan de zijde3802 der poort,8179 acht8083 tafelen,7979 waarop men slachtte.7819 8799 Maar de vier702 tafelen7979 voor het brandoffer5930 waren van gehouwen1496 stenen,68 de lengte753 een el520 en een halve,2677 en de breedte7341 een el520 en een halve,2677 en de hoogte1363 een259 el;520 op dezelve nu leide men3240 8686 het gereedschap3627 henen, waarmede men het brandoffer5930 en slachtoffer2077 slachtte.7819 8799 De haardstenen8240 nu waren een259 handbreed2948 [dik], ordentelijk geschikt3559 8716 in het huis1004 rondom5439 henen; en op de tafelen7979 was het offervlees.1320 7133 En van buiten2351 de binnenste6442 poort8179 waren de kameren3957 der zangers,7891 8802 in het binnenste6442 voorhof,2691 dat aan de zijde3802 van de noorderpoort6828 8179 was; en het voorste6440 deel derzelve was den weg1870 naar het zuiden;1864 een259 was er aan de zijde3802 van de oostpoort,6921 8179 ziende6440 den weg1870 naar het noorden.6828 En hij sprak1696 8762 tot mij: Deze2090 kamer,3957 welker voorste6440 deel den weg1870 naar het zuiden1864 is, is voor de priesteren,3548 die de wacht4931 des huizes1004 waarnemen.8104 8802 Maar de kamer,3957 welker voorste6440 deel den weg1870 naar het noorden6828 is, is voor de priesteren,3548 die de wacht4931 des altaars4196 waarnemen;8104 8802 dat zijn de kinderen1121 van ,6659 die uit de kinderen1121 van 3878 tot den HEERE3068 naderen,7131 om te dienen.8334 8763 En hij mat4058 8799 het voorhof:2691 de lengte753 honderd3967 ellen,520 en de breedte7341 honderd3967 ellen,520 vierkant;7251 8794 en het altaar4196 was voor aan6440 het huis.1004 Toen bracht hij935 8686 mij tot het voorhuis197 des huizes,1004 en hij mat4058 8799 [elken] post352 van het voorhuis,197 vijf2568 ellen520 van deze, en vijf2568 ellen520 van gene zijde; en de breedte7341 der poort,8179 drie7969 ellen520 van deze, en drie7969 ellen520 van gene zijde. De lengte753 van het voorhuis197 twintig6242 ellen,520 en de breedte7341 elf6249 6240 ellen;520 en het was met trappen,4609 [bij] dewelke men daarin opging;5927 8799 ook waren er pilaren5982 aan de posten,352 een259 van deze, en een259 van gene zijde.

Every verse in Ezekiel 40

Chapter navigation

0:000:00