Ezekiel
Ezekiel 9
Statenvertaling (1637) · tap any highlighted word for context
Ezekiel 9 — Scripture text (Statenvertaling (1637))
Daarna riep Hij7121 8799 voor mijn oren241 [met] luider1419 stem,6963 zeggende:559 8800 de opzieners6486 der stad5892 naderen,7126 8804 en elkeen376 met zijn verdervend4892 wapen3627 in zijn hand.3027 En ziet, zes8337 mannen582 kwamen935 8802 van den weg1870 der Hoge5945 poort,8179 die gekeerd is6437 8716 naar het noorden,6828 en elkeen376 met zijn verpletterend4660 wapen3627 in zijn hand;3027 en een259 man376 in het midden8432 van hen was met linnen906 bekleed,3847 8803 en een schrijvers-inktkoker5608 8802 7083 was aan zijn lenden;4975 en zij kwamen in,935 8799 en stonden5975 8799 bij681 het koperen5178 altaar.4196 En de heerlijkheid3519 des Gods430 van 3478 hief zich op5927 8738 van den cherub,3742 waarop was, tot den dorpel4670 van het huis;1004 en riep7121 8799 tot den man,376 die met linnen906 bekleed was,3847 8803 die de schrijvers-inktkoker5608 8802 7083 aan zijn lenden4975 had. En de HEERE3068 zeide559 8799 tot hem: Ga door,5674 8798 door het midden8432 der stad,5892 door het midden8432 van ,3389 en teken8427 8689 een teken8420 op de voorhoofden4696 der lieden,582 die zuchten584 8737 en uitroepen602 8737 over al die gruwelen,8441 die in het midden8432 derzelve gedaan worden.6213 8737 Maar tot die428 [anderen] zeide Hij559 8804 voor mijn oren:241 door,5674 8798 door de stad5892 achter310 hem, en slaat,5221 8685 ulieder oog5869 verschone2347 8799 niet, en spaart2550 8799 niet! Doodt2026 8799 ouden,2205 jongelingen970 en maagden,1330 en kinderkens2945 en vrouwen,802 tot verdervens4889 toe; maar genaakt5066 8799 aan niemand,376 op denwelken het teken8420 is, en begint2490 8686 van heiligdom.4720 En zij begonnen2490 8686 van de oude2205 mannen,582 die voor6440 het huis1004 waren. En zeide559 8799 tot hen: Verontreinigt2930 8761 het huis,1004 en vervult4390 8761 de voorhoven2691 met verslagenen;2491 gaat henen uit.3318 8798 En zij gingen henen uit,3318 8804 en zij sloegen5221 8689 in de stad.5892 Het geschiedde nu, als zij hen geslagen hadden,5221 8687 en ik overgebleven was,7604 8737 dat ik op mijn aangezicht6440 viel,5307 8799 en riep,2199 8799 en zeide:559 8799 ,162 Heere136 HEERE,3069 zult al het overblijfsel7611 van 3478 verderven,7843 8688 met Uw grimmigheid2534 uit te gieten8210 8800 over ?3389 Toen zeide Hij559 8799 tot mij: De ongerechtigheid5771 van het huis1004 van 3478 en van Juda3063 is gans3966 zeer3966 groot,1419 en het land776 is met bloed1818 vervuld,4390 8735 en de stad5892 is vol4390 8804 van afwijking;4297 want zij zeggen:559 8804 De HEERE3068 heeft het land776 verlaten,5800 8804 en de HEERE3068 ziet7200 8802 niet. Daarom ook, wat aangaat, Mijn oog5869 zal niet verschonen,2347 8799 en Ik zal niet sparen;2550 8799 Ik zal hun weg1870 op hun hoofd7218 geven.5414 8804 En ziet, de man,376 die met linnen906 bekleed was,3847 8803 aan wiens lenden4975 de inktkoker7083 was, bracht7725 bescheid1697 weder,7725 8688 zeggende:559 8800 Ik heb gedaan,6213 8804 gelijk als mij geboden hadt.6680 8765