Genesis 50:11
“Als de inwoners3427 8802 des lands,776 de Kanaanieten,3669 dien rouw60 zagen7200 8799 op het plein1637 van het doornbos,329 zo zeiden zij:559 8799 Dit2088 is een zware3515 rouw60 der Egyptenaren;4714 daarom5921 3651 noemde men7121 8804 haar naam8034 Abel-mizraim,67 die834 aan het veer5676 van de Jordaan3383 is.”
Genesis 50:11 — Statenvertaling (1637)
Verse 11 of 26 in Genesis chapter 50 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
1 thread runs through this chapter
Genesis 50 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Toen viel5307 8799 Jozef3130 op5921 zijns vaders1 aangezicht,6440 en hij weende1058 8799 over5921 hem, en kuste5401 8799 hem. En Jozef3130 gebood6680 8762 zijn knechten,5650 den medicijnmeesters,7495 8802 dat zij zijn vader1 balsemen zouden;2590 8800 en de medicijnmeesters7495 8802 balsemden2590 8799 .3478 En veertig705 dagen3117 werden aan hem vervuld;4390 8799 want3588 alzo3651 werden vervuld4390 8799 de dagen3117 dergenen, die gebalsemd werden;2590 8803 en de Egyptenaars4714 beweenden1058 8799 hem853 zeventig7657 dagen.3117 Als nu de dagen3117 zijns bewenens1068 over waren,5674 8799 zo sprak1696 8762 Jozef3130 tot413 het huis1004 van ,6547 zeggende:559 8800 Indien518 ik nu4994 genade2580 gevonden heb4672 8804 in uw ogen,5869 spreekt1696 8761 toch4994 voor de oren241 van ,6547 zeggende:559 8800 Mijn vader1 heeft mij doen zweren,7650 8689 zeggende:559 8800 ,2009 ik595 sterf;4191 8801 in mijn graf,6913 dat834 ik mij in het land776 Kanaan3667 gegraven heb,3738 8804 daar8033 zult gij mij begraven!6912 8799 Nu ,6258 laat mij toch4994 optrekken,5927 8799 dat ik mijn vader1 begrave,6912 8799 zal ik wederkomen.7725 8799 En Farao6547 zeide:559 8799 op5927 8798 en begraaf6912 8798 uw vader,1 gelijk als834 hij u heeft doen zweren.7650 8689 En Jozef3130 toog op,5927 8799 om zijn vader1 te begraven;6912 8800 en met854 hem togen op5927 8799 alle3605 's6547 knechten,5650 de oudsten2205 van zijn huis,1004 en al3605 de oudsten2205 des lands776 van ;4714 Daartoe het ganse3605 huis1004 van ,3130 en zijn broeders,251 en het huis1004 zijns vaders;1 alleen7535 hun kleine kinderen,2945 en hun schapen,6629 en hun runderen1241 lieten zij5800 8804 in het land776 .1657 En met5973 hem togen op,5927 8799 zo1571 wagenen7393 als1571 ruiteren;6571 en het was1961 8799 een zeer3966 zwaar3515 heir.4264 Toen zij nu aan5704 het plein van het doornbos1637 329 kwamen,935 8799 dat834 aan gene zijde5676 van de Jordaan3383 is, hielden zij5594 8799 daar8033 een grote1419 en zeer3966 zware3515 rouwklage;4553 en hij maakte6213 8799 zijn vader1 een rouw60 van zeven7651 dagen.3117 Als de inwoners3427 8802 des lands,776 de ,3669 dien rouw60 zagen7200 8799 op het plein1637 van het doornbos,329 zo zeiden zij:559 8799 Dit2088 is een zware3515 rouw60 der ;4714 daarom5921 3651 noemde men7121 8804 haar naam8034 -mizraim,67 die834 aan het veer5676 van de Jordaan3383 is. En zijn zonen1121 deden6213 8799 hem,3651 gelijk als834 hij hun geboden had;6680 8765 Want zijn zonen1121 voerden5375 8799 hem853 in het land776 ,3667 en begroeven6912 8799 hem853 in de spelonk4631 des akkers7704 van ,4375 welke834 85 met den akker7704 gekocht7069 8804 had tot een erfbegrafenis272 6913 van4480 ,6085 den ,2850 tegenover5921 6440 .4471 Daarna keerde7725 Jozef3130 weder7725 8799 in ,4714 hij1931 en zijn broeders,251 en allen,3605 die met854 hem opgetogen waren,5927 8802 om zijn vader1 te begraven,6912 8800 nadat310 hij zijn vader1 begraven had.6912 8800 Toen Jozefs3130 broeders251 zagen,7200 8799 dat3588 hun vader1 dood was,4191 8804 zo zeiden zij:559 8799 Misschien3863 zal ons Jozef3130 haten,7852 8799 en hij zal ons gewisselijk7725 8687 vergelden7725 8686 al3605 het kwaad,7451 dat834 wij hem853 aangedaan hebben.1580 8804 Daarom ontboden zij6680 8762 aan413 ,3130 zeggende:559 8800 Uw vader1 heeft bevolen6680 8765 voor6440 zijn dood,4194 zeggende:559 8800 Zo3541 zult gij tot Jozef3130 zeggen:559 8799 Ei,577 vergeef5375 8798 toch4994 de overtreding6588 uwer broederen,251 en hun zonde;2403 want3588 zij hebben u kwaad7451 aangedaan;1580 8804 maar nu6258 vergeef5375 8798 toch4994 de overtreding6588 der dienaren5650 van den God430 uws vaders!1 En Jozef3130 weende,1058 8799 als zij tot413 hem spraken.1696 8763 Daarna kwamen3212 8799 ook1571 zijn broeders,251 en vielen5307 voor hem6440 neder,5307 8799 en zeiden:559 8799 ,2009 wij zijn u tot knechten!5650 En Jozef3130 zeide559 8799 tot413 hen: Vreest3372 8799 niet;408 want3588 ben ik589 in de plaats8478 van God?430 Gijlieden859 wel, gij hebt kwaad7451 tegen5921 mij gedacht;2803 8804 [doch] God430 heeft dat ten goede2896 gedacht;2803 8804 opdat4616 deed,6213 8800 gelijk het te dezen2088 dage3117 is, om een groot7227 volk5971 in het leven te behouden.2421 8687 Nu ,6258 vreest3372 8799 niet!408 Ik595 zal u853 en uw kleine kinderen2945 onderhouden.3557 8770 Zo troostte hij5162 8762 hen,853 en sprak1696 8762 naar5921 hun hart.3820 Jozef3130 woonde3427 8799 in ,4714 hij1931 en het huis1004 zijns vaders;1 en Jozef3130 leefde2421 8799 honderd3967 en tien6235 jaren.8141 En Jozef3130 zag7200 8799 van Efraim669 kinderen,1121 van het derde8029 gelid; ook1571 werden de zonen1121 van ,4353 den zoon1121 van ,4519 op5921 Jozefs3130 knieen1290 geboren.3205 8795 En Jozef3130 zeide559 8799 tot413 zijn broederen:251 Ik595 sterf;4191 8801 maar God430 zal u853 gewisselijk6485 8800 bezoeken,6485 8799 en zal u853 doen optrekken5927 8689 uit4480 dit2063 land,776 in413 het land,776 hetwelk834 hij aan ,85 Izak3327 en Jakob3290 gezworen heeft.7650 8738 En Jozef3130 deed de zonen1121 van 3478 zweren,7650 8686 zeggende:559 8800 God430 zal u853 gewisselijk6485 8800 bezoeken,6485 8799 zo zult gij mijn beenderen6106 van4480 hier2088 opvoeren!5927 8689 En Jozef3130 stierf,4191 8799 honderd3967 en tien6235 jaren8141 oud1121 zijnde; en zij balsemden2590 8799 hem,853 en men leide3455 8799 hem in een kist727 in .4714