Isaiah
Isaiah 11
Statenvertaling (1637) · tap any highlighted word for context
Isaiah 11 — Scripture text (Statenvertaling (1637))
Want er zal een Rijsje2415 voortkomen3318 8804 uit den afgehouwen tronk1503 van ,3448 en een Scheut5342 uit zijn wortelen8328 zal voortbrengen.6509 8799 En op zal de Geest7307 des HEEREN3068 rusten,5117 8804 de Geest7307 der wijsheid2451 en des verstands,998 de Geest7307 des raads6098 en der sterkte,1369 de Geest7307 der kennis1847 en der vreze3374 des HEEREN.3068 En rieken zal zijn7306 8687 in de vreze3374 des HEEREN;3068 en zal naar het gezicht4758 ogen5869 niet richten;8199 8799 zal ook naar het gehoor4926 oren241 niet bestraffen.3198 8686 Maar zal de armen1800 met gerechtigheid6664 richten,8199 8804 en de zachtmoedigen6035 des lands776 met rechtmatigheid4334 bestraffen;3198 8689 doch zal de aarde776 slaan5221 8689 met de roede7626 monds,6310 en met den adem7307 lippen8193 zal den goddeloze7563 doden.4191 8686 Want gerechtigheid6664 zal de gordel232 lendenen4975 zijn; ook zal de waarheid530 de gordel232 lendenen2504 zijn. En de 2061 zal met het lam3532 verkeren,1481 8804 en de luipaard5246 bij den geitenbok1423 nederliggen;7257 8799 en het kalf,5695 en de jonge leeuw,3715 en het mestvee4806 te zamen,3162 en een klein6996 jongske5288 zal ze drijven.5090 8802 De koe6510 en de berin1677 zullen te zamen3162 weiden,7462 8799 haar jongen3206 zullen [te] [zamen] nederliggen,7257 8799 en de leeuw738 zal stro8401 eten,398 8799 gelijk de os.1241 En een zoogkind3243 8802 zal zich vermaken8173 8773 over het hol2352 van een adder;6620 en een gespeend kind1580 8803 zal zijn hand3027 uitsteken1911 8804 in de kuil3975 van den basilisk.6848 Men zal nergens leed doen7489 8686 noch verderven7843 8686 op den gansen berg2022 heiligheid;6944 want de aarde776 zal vol4390 8804 van kennis1844 des HEEREN3068 zijn, gelijk de wateren4325 [den] [bodem] der zee3220 bedekken.3680 8764 Want het zal geschieden ten zelven dage,3117 dat de heidenen1471 naar den Wortel8328 van ,3448 staan zal5975 8802 tot een banier5251 der volken,5971 zullen vragen,1875 8799 en rust4496 zal heerlijk3519 zijn. Want het zal geschieden te dien dage,3117 dat de Heere136 ten anderen male hand3027 aanleggen zal3254 8686 om weder8145 te verwerven7069 8800 het overblijfsel7605 volks,5971 hetwelk overgebleven zal zijn7604 8735 van ,804 en van ,4714 en van ,6624 en van ,3568 en van ,5867 en van ,8152 en van ,2574 en van de eilanden339 der zee.3220 En zal een banier5251 oprichten5375 8804 onder de heidenen,1471 en zal de verdrevenen1760 8737 van 3478 verzamelen,622 8804 en de verstrooiden5310 8803 uit Juda3063 vergaderen,6908 8762 van de vier702 eilanden3671 des aardrijks.776 En de nijd7068 van Efraim669 zal wegwijken,5493 8804 en de tegenpartijders6887 8802 van Juda3063 zullen uitgeroeid worden;3772 8735 Efraim669 zal Juda3063 niet benijden,7065 8762 en Juda3063 zal Efraim669 niet benauwen.6887 8799 Maar zij zullen den Filistijnen6430 op den schouder3802 vliegen5774 8804 tegen het westen,3220 [en] zij zullen te zamen3162 die van1121 het oosten6924 beroven;962 8799 [aan] 123 en 4124 zullen zij hun handen3027 slaan,4916 en de kinderen1121 Ammons5983 zullen hun gehoorzaam zijn.4928 Ook zal de HEERE3068 den inham3956 der zee3220 van Egypte4714 verbannen,2763 8689 en zal hand3027 bewegen5130 8689 tegen de rivier,5104 door de sterkte5868 winds;7307 en zal dezelve slaan5221 8689 in de zeven7651 stromen,5158 en zal maken, dat men met schoenen5275 daardoor zal gaan.1869 8689 En er zal een gebaande weg4546 zijn voor het overblijfsel7605 volks,5971 dat834 overgebleven zal zijn7604 8735 van ,804 gelijk als 3478 geschiedde ten dage,3117 toen het uit Egypteland776 4714 optoog.5927 8800