Isaiah
Isaiah 31
Statenvertaling (1637) · tap any highlighted word for context
Isaiah 31 — Scripture text (Statenvertaling (1637))
Wee1945 dengenen, die in Egypte4714 om hulp5833 aftrekken,3381 8802 en steunen8172 8735 op paarden,5483 en vertrouwen982 8799 op wagenen,7393 omdat er vele7227 zijn, en op ruiters,6571 omdat die zeer3966 machtig zijn;6105 8804 en zien8159 8804 niet op den Heilige6918 ,3478 en zoeken1875 8804 den HEERE3068 niet. Nochtans is ook wijs,2450 en doet het kwaad7451 komen,935 8686 en trekt5493 woorden1697 niet terug;5493 8689 maar zal opmaken6965 8804 tegen het huis1004 der boosdoeners,7489 8688 en tegen de hulp5833 dergenen, die ongerechtigheid205 werken.6466 8802 Want de Egyptenaren4714 zijn mensen,120 en geen God,410 en hun paarden5483 zijn vlees,1320 en geen geest;7307 en de HEERE3068 zal hand3027 uitstrekken,5186 8686 dat de helper5826 8802 struikelen zal,3782 8804 en die geholpen wordt,5826 8803 zal nedervallen,5307 8804 en zij zullen al te zamen3162 te niet komen.3615 8799 Want alzo heeft de HEERE3068 tot mij gezegd:559 8804 als een leeuw,738 en een jonge leeuw3715 over zijn roof2964 brult,1897 8799 wanneer ook een volle menigte4393 der herderen7462 8802 samengeroepen wordt7121 8735 tegen hem, verschrikt hij2865 8735 voor hun stem6963 niet, en vernedert zich6031 8799 niet vanwege hun veelheid;1995 alzo zal de HEERE3068 der heirscharen6635 nederdalen,3381 8799 om te strijden6633 8800 voor den berg2022 Sions6726 en voor haar heuvel.1389 Gelijk vliegende5774 8802 vogelen,6833 alzo zal de HEERE3068 der heirscharen6635 Jeruzalem3389 beschutten,1598 8686 beschuttende1598 8800 zal haar ook verlossen,5337 8689 doorgaande6452 8800 zal haar ook uithelpen.4422 8689 Bekeert u7725 8798 tot [], van de kinderen1121 Israels3478 diep6009 8689 afgeweken zijn.5627 Want te dien dage3117 zullen zij verwerpen,3988 8799 een ieder376 zijn zilveren3701 afgoden457 en zijn gouden2091 afgoden,457 welke u uw handen3027 [tot] zonde2399 gemaakt hadden;6213 8804 En Assur804 zal vallen5307 8804 door het zwaard,2719 niet eens mans,376 en het zwaard,2719 niet eens mensen,120 zal hem verteren;398 8799 en hij zal voor6440 het zwaard2719 vlieden,5127 8804 en zijn jongelingen970 zullen versmelten.4522 En hij zal van vreze4032 doorgaan5674 8799 [naar] zijn rotssteen,5553 en zijn vorsten8269 zullen voor de banier5251 verschrikken,2865 8804 spreekt5002 8803 de HEERE,3068 die te Sion6726 vuur,217 en te Jeruzalem3389 een oven8574 heeft.