Jeremiah 15:6
“Gij hebt Mij verlaten,5203 8804 spreekt5002 8803 de HEERE;3068 gij zijt achterwaarts268 gegaan;3212 8799 daarom zal Ik Mijn hand3027 tegen u uitstrekken5186 8686 en u verderven;7843 8686 Ik ben des berouwens5162 8736 moede geworden.3811 8738”
Jeremiah 15:6 — Statenvertaling (1637)
Verse 6 of 21 in Jeremiah chapter 15 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Jeremiah 15 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Maar de HEERE3068 zeide559 8799 tot mij: Al stond5975 8799 Mozes4872 en 8050 voor aangezicht,6440 zo zou [toch] ziel5315 tot dit volk5971 niet wezen; drijf ze weg7971 8761 van aangezicht,6440 en laat ze uitgaan.3318 8799 En het zal geschieden, wanneer zij tot u zullen zeggen:559 8799 zullen wij uitgaan?3318 8799 dat gij tot hen zult zeggen:559 8804 Zo zegt559 8804 de HEERE:3068 ten dood,4194 ten dode;4194 en wie tot het zwaard,2719 ten zwaarde,2719 en wie tot den honger,7458 ten honger;7458 en wie ter gevangenis,7628 ter gevangenis!7628 Want Ik zal bezoeking over hen doen6485 8804 [met] vier702 geslachten,4940 spreekt5002 8803 de HEERE:3068 met het zwaard,2719 om te doden;2026 8800 en met de honden,3611 om te slepen;5498 8800 en met het gevogelte5775 des hemels,8064 en met het gedierte929 der aarde,776 om op te eten398 8800 en te verderven.7843 8687 En Ik zal hen overgeven5414 8804 tot een beroering2189 8675 2113 aan alle koninkrijken4467 der aarde,776 vanwege1558 ,4519 zoon1121 van ,3169 koning4428 van ,3063 om hetgeen hij te Jeruzalem3389 gedaan heeft.6213 8804 Want wie zou u verschonen,2550 8799 o ?3389 of wie zou medelijden met u hebben,5110 8799 of wie zou aftreden,5493 8799 om u naar vrede7965 te vragen?7592 8800 Gij hebt verlaten,5203 8804 spreekt5002 8803 de HEERE;3068 gij zijt achterwaarts268 gegaan;3212 8799 daarom zal Ik hand3027 tegen u uitstrekken5186 8686 en u verderven;7843 8686 Ik ben des berouwens5162 8736 moede geworden.3811 8738 En Ik zal hen wannen2219 8799 met een wan,4214 in de poorten8179 des lands;776 Ik heb volk5971 van kinderen beroofd7921 8765 [en] verdaan;6 8765 zij zijn van hun wegen1870 niet wedergekeerd.7725 8804 Hun weduwen490 zijn meerder geworden6105 8804 zand2344 der zeeen;3220 Ik heb hun over de moeder517 doen komen935 8689 een jongeling,970 een verwoester7703 8802 op den middag;6672 Ik heb [hem] haastelijk6597 hen doen overvallen,5307 8689 de stad5892 met verschrikkingen.928 Zij, die zeven7651 baarde,3205 8802 is zwak geworden;535 8797 zij heeft haar ziel5315 uitgeblazen,5301 8804 haar zon8121 is ondergegaan,935 8804 als het nog5750 dag3119 8676 3117 was; zij is beschaamd954 8804 en schaamrood geworden;2659 8804 en hunlieder overblijfsel7611 zal Ik aan het zwaard2719 overgeven,5414 8799 voor het aangezicht6440 hunner vijanden,341 8802 spreekt5002 8803 de HEERE.3068 Wee188 mij, mijn moeder,517 dat gij mij gebaard hebt,3205 8804 een man376 van twist,7379 en een man376 van krakeel4066 den gansen lande!776 Ik heb [hun] niet op woeker gegeven,5383 8804 ook hebben zij mij niet op woeker gegeven,5383 8804 [nog] vloekt7043 8764 mij een ieder van hen. De HEERE3068 zeide:559 8804 Zo518 niet3808 uw overblijfsel8281 8765 8675 8293 ten goede2896 zal zijn! zo518 Ik niet, in de tijd6256 des kwaads7451 en in tijd6256 der benauwdheid,6869 bij den vijand341 8802 voor u tussenkome!6293 8689 Zal ook [enig] ijzer1270 het ijzer1270 van het noorden6828 of koper5178 verbreken?7489 8799 Ik zal uw vermogen2428 en uw schatten214 tot een roof957 geven,5414 8799 zonder prijs;4242 en dat om al uw zonden,2403 en in al uw landpalen.1366 En Ik zal [u] overvoeren5674 8689 met uw vijanden,341 8802 in een land,776 [dat] gij niet kent;3045 8804 want een vuur784 is aangestoken6919 8804 in toorn,639 het zal over u branden.3344 8714 O HEERE!3068 weet3045 8804 [het], gedenk2142 8798 mijner, en bezoek6485 8798 mij, en wreek5358 8734 mij van mijn vervolgers;7291 8802 neem3947 mij niet weg3947 8799 in Uw lankmoedigheid639 750 [over] [hen]; weet,3045 8798 dat ik om versmaadheid2781 drage.5375 8800 [] Uw woorden1697 gevonden zijn,4672 8738 zo heb ik ze opgegeten,398 8799 en Uw woord1697 is mij geweest tot vreugde8342 en tot blijdschap8057 mijns harten;3824 want ik ben naar Uw Naam8034 genoemd,7121 8738 o HEERE,3068 God430 der heirscharen!6635 Ik heb in den raad5475 der bespotters7832 8764 niet gezeten,3427 8804 noch ben van vreugde opgesprongen;5937 8799 vanwege6440 Uw hand3027 heb ik alleen910 gezeten,3427 8804 want hebt mij [met] gramschap2195 vervuld.4390 8765 Waarom is mijn pijn3511 steeds durende,5331 en mijn plage4347 smartelijk?605 8803 weigert3985 8765 geheeld te worden;7495 8736 zoudt mij ganselijk zijn als een leugenachtige,391 [als] wateren,4325 [die] niet bestendig zijn?539 8738 Daarom zegt559 8804 de HEERE3068 alzo: Zo gij zult wederkeren,7725 8799 zo zal Ik u doen wederkeren;7725 8686 gij zult voor aangezicht6440 staan;5975 8799 en zo gij het kostelijke3368 van het snode2151 8802 uittrekt,3318 8686 zult gij als mond6310 zijn; laat hen tot u wederkeren,7725 8799 maar gij zult tot hen niet wederkeren.7725 8799 Want Ik heb u tegen dit volk5971 gesteld5414 8804 tot een koperen5178 vasten1219 8803 muur;2346 zij zullen wel tegen u strijden,3898 8738 maar u niet overmogen;3201 8799 want Ik ben met u, om u te behouden3467 8687 en om u uit te rukken,5337 8687 spreekt5002 8803 de HEERE.3068 Ja, Ik zal u rukken5337 8689 uit de hand3027 der bozen,7451 en Ik zal u verlossen6299 8804 uit de handpalm3709 der tirannen.6184