Jeremiah 50:26

“Komt aan935 8798 tegen haar van het uiterste,7093 opent6605 8798 haar schuren,3965 vertreedt5549 8798 haar als korenhopen,6194 en verbant2763 8685 ze; laat ze geen overblijfsel7611 hebben.”

Jeremiah 50:26 — Statenvertaling (1637)

Verse 26 of 46 in Jeremiah chapter 50 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Jeremiah 50 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Het woord,1697 dat de HEERE3068 gesproken heeft1696 8765 tegen ,894 tegen het land776 der ,3778 door den dienst3027 van den profeet5030 .3414 Verkondigt5046 8685 onder de heidenen,1471 en doet horen,8085 8685 en werpt5375 een banier5251 op,5375 8798 laat horen,8085 8685 verbergt3582 8762 het niet; zegt:559 8798 894 is ingenomen,3920 8738 Bel1078 is beschaamd,3001 8689 Merodach4781 is verpletterd,2865 8804 haar afgoden6091 zijn beschaamd,3001 8689 haar drekgoden1544 zijn verpletterd!2865 8804 Want een volk1471 komt tegen haar op5927 8804 van het noorden;6828 dat zal haar land776 zetten7896 8799 in verwoesting,8047 dat er geen inwoner3427 8802 in zal zijn; van de mensen120 aan tot de beesten929 toe zijn zij weggezworven,5110 8804 doorgegaan!1980 8804 In dezelve dagen3117 en ter zelver tijd,6256 spreekt5002 8803 de HEERE,3068 zullen de kinderen1121 Israels3478 komen,935 8799 zij en de kinderen1121 van Juda3063 te zamen;3162 wandelende1980 8800 en wenende1058 8800 zullen zij henengaan,3212 8799 en den HEERE,3068 hun God,430 zoeken.1245 8762 Zij zullen naar Sion6726 vragen;7592 8799 op den weg1870 herwaarts2008 zullen hun aangezichten6440 zijn; zij zullen komen935 8798 en den HEERE3068 toegevoegd worden,3867 8738 [met] een eeuwig5769 verbond,1285 [dat] niet zal worden vergeten.7911 8735 Mijn volk5971 waren verloren6 8802 schapen,6629 hun herders7462 8802 hadden hen verleid,8582 8689 zij hadden hen gevoerd7725 8790 8675 7726 [naar] de bergen,2022 zij gingen1980 8804 van berg2022 tot heuvel,1389 zij vergaten7911 8804 hun legering.7258 Allen, die hen vonden,4672 8802 aten hen op,398 8804 en hun wederpartijders6862 zeiden:559 8804 zullen geen schuld hebben;816 8799 daarom dat zij gezondigd hebben2398 8804 tegen den HEERE,3068 [in] de woning5116 der gerechtigheid,6664 ja, [tegen] den HEERE,3068 de Verwachting4723 hunner vaderen.1 Vliedt weg5110 8798 uit het midden8432 van ,894 en gaat uit3318 8798 8675 3318 8799 der Chaldeen3778 land;776 en weest als de bokken6260 voor6440 de kudde6629 henen. Want ziet, Ik zal een verzameling6951 van grote1419 volken1471 uit het land776 van het noorden6828 verwekken,5782 8688 en tegen 894 opbrengen;5927 8688 die zullen zich tegen haar rusten;6186 8804 van daar zal zij ingenomen worden;3920 8735 hun pijlen2671 zullen zijn als eens kloeken1368 helds,7919 8688 8676 7921 8688 geen zal ledig7387 wederkeren.7725 8799 En 3778 zal ten roof7998 zijn; allen, die het beroven,7997 8802 zullen verzadigd worden,7646 8799 spreekt5002 8803 de HEERE.3068 Omdat gij u verblijd hebt,8055 8799 omdat gij van vreugde hebt opgesprongen,5937 8799 gij plunderaars8154 8802 erfenis!5159 omdat gij geil geworden zijt6335 8799 als een grazige1877 8676 1758 8801 vaars,5697 [en] hebt gebriest6670 8799 als de sterke47 [paarden]; Zo is uw moeder517 zeer3966 beschaamd;954 8804 die u gebaard heeft,3205 8802 is schaamrood geworden;2659 8804 ziet, zij is geworden de achterste319 der heidenen,1471 een woestijn,4057 dorheid6723 en wildernis.6160 Vanwege de verbolgenheid7110 des HEEREN3068 zal zij niet bewoond worden,3427 8799 maar zij zal geheel een verwoesting8077 worden; al wie aan 894 voorbijgaat,5674 8802 zal zich ontzetten,8074 8799 en fluiten8319 8799 over al haar plagen.4347 Rust u6186 8798 tegen 894 rondom,5439 gij allen, die den boog7198 spant!1869 8802 schiet3034 8798 in haar, en spaart2550 8799 de pijlen2671 niet; want zij heeft tegen den HEERE3068 gezondigd.2398 8804 Juicht7321 8685 over haar rondom,5439 zij heeft haar hand3027 gegeven;5414 8804 haar fondamenten803 zijn gevallen,5307 8804 haar muren2346 zijn afgebroken;2040 8738 want dat is des HEEREN3068 wraak,5360 wreekt u5358 8734 aan haar, doet6213 8798 haar, gelijk als zij gedaan heeft!6213 8804 Roeit uit3772 8798 van 894 den zaaier,2232 8802 en dien, die de sikkel4038 handelt8610 8802 in den oogsttijd;6256 7105 laat hen vanwege6440 het verdrukkende3238 8802 zwaard,2719 zich keren,6437 8799 een iegelijk376 tot zijn volk,5971 en vlieden,5127 8799 een iegelijk376 naar zijn land.776 3478 is een verbijsterd6340 8801 lam,7716 [dat] de leeuwen738 verjaagd hebben;5080 8689 de eerste,7223 [die] hem heeft opgegeten,398 8804 was de koning4428 van ,804 en deze de laatste,314 ,5019 de koning4428 van ,894 heeft hem de beenderen verbrijzeld.6105 8765 Daarom, zo zegt559 8804 de HEERE3068 der heirscharen,6635 de God430 :3478 , Ik zal bezoeking doen6485 8802 over den koning4428 van 894 en over zijn land,776 gelijk als Ik bezoeking gedaan heb6485 8804 over den koning4428 van .804 En Ik zal 3478 weder7725 tot zijn woning5116 brengen,7725 8790 en hij zal weiden7462 8804 [op] den Karmel3760 en [op] den ;1316 en zijn ziel5315 zal op het gebergte2022 van Efraim669 en 1568 verzadigd worden.7646 8799 In die dagen3117 en te dier tijd,6256 spreekt5002 8803 de HEERE,3068 zal Israels3478 ongerechtigheid5771 gezocht worden,1245 8792 maar zij zal er niet zijn, en de zonden2403 van ,3063 maar zullen niet gevonden worden;4672 8735 want Ik zal ze dengenen vergeven,5545 8799 die Ik zal doen overblijven.7604 8686 Tegen het land776 ,4850 trek tegen hetzelve op,5927 8798 en tegen de inwoners3427 8802 van ;6489 verwoest2717 8798 en verban2763 8687 achter310 hen, spreekt5002 8803 de HEERE,3068 en doe6213 8798 naar alles, wat Ik u geboden heb.6680 8765 Er is een krijgsgeschrei6963 4421 in het land,776 en een grote1419 breuk.7667 Hoe is de hamer6360 der ganse aarde776 [zo] afgehouwen1438 8738 en verbroken!7665 8735 is 894 geworden tot een ontzetting8047 onder de heidenen.1471 Ik heb u een strik gesteld,3369 8804 dies zijt gij ook gevangen,3920 8738 o !894 dat gij het niet wist;3045 8804 gij zijt gevonden,4672 8738 en ook gegrepen,8610 8738 omdat gij u tegen den HEERE3068 [in] [strijd] gemengd hebt.1624 8694 De HEERE3068 heeft schatkamer214 opengedaan,6605 8804 en de instrumenten3627 gramschap2195 voortgebracht;3318 8686 want dat is een werk4399 van den ,136 den HEERE3069 der heirscharen,6635 in het land776 der .3778 Komt aan935 8798 tegen haar van het uiterste,7093 opent6605 8798 haar schuren,3965 vertreedt5549 8798 haar als korenhopen,6194 en verbant2763 8685 ze; laat ze geen overblijfsel7611 hebben. Doodt2717 8798 met het zwaard al haar varren,6499 laat ze afgaan3381 8799 ter slachting;2874 wee1945 over hen, want hun dag3117 is gekomen,935 8802 de tijd6256 hunner bezoeking!6486 Er is een stem6963 der gevluchten5127 8801 en ontkomenen6405 uit het land776 van ,894 om in Sion6726 te verkondigen5046 8687 de wraak5360 des HEEREN,3068 onzes ,430 de wraak5360 tempels.1964 Laat [u] horen8085 8685 tegen ,894 gij schutters!7228 gij allen, die den boog7198 spant!1869 8802 legert u2583 8798 tegen haar rondom,5439 laat niemand van hen ontkomen;6413 vergeldt7999 8761 haar naar haar werk,6467 doet6213 8798 haar naar alles, wat zij gedaan heeft;6213 8804 want zij heeft trotselijk gehandeld2102 8804 tegen den HEERE,3068 tegen den Heilige6918 .3478 Daarom zullen haar jongelingen970 vallen5307 8799 op haar straten,7339 en al haar krijgslieden582 4421 te dien dage3117 uitgeroeid worden,1826 8735 spreekt5002 8803 de HEERE.3068 Ziet, Ik [wil] aan u, gij trotse!2087 spreekt5002 8803 de ,136 de HEERE3069 der heirscharen;6635 want uw dag3117 is gekomen,935 8802 de tijd,6256 dat Ik u bezoeken zal.6485 8804 zal de trotse2087 aanstoten3782 8804 en vallen,5307 8804 en er zal niemand zijn, die hem opricht;6965 8688 ja, Ik zal een vuur784 aansteken3341 8689 in zijn steden,5892 dat zal alle plaatsen rondom5439 hem verteren.398 8804 Zo zegt559 8804 de HEERE3068 der heirscharen:6635 De kinderen1121 Israels3478 en de kinderen1121 van Juda3063 zijn te zamen3162 verdrukt geweest;6231 8803 en allen, die hen gevangen hadden,7617 8802 hebben hen vast gehouden;2388 8689 zij hebben hen geweigerd3985 8765 los te laten.7971 8763 [] hun Verlosser1350 8802 is sterk,2389 HEERE3068 der heirscharen6635 is ;8034 zal hun twist7379 zekerlijk7378 8800 twisten,7378 8799 opdat het land776 in rust brenge,7280 8689 maar de inwoners3427 8802 van 894 beroere.7264 8689 Het zwaard2719 zal zijn over de ,3778 spreekt5002 8803 de HEERE;3068 en over de inwoners3427 8802 van ,894 en over haar vorsten,8269 en over haar wijzen.2450 Het zwaard2719 zal zijn over de leugenaars,907 dat zij zot worden;2973 8738 het zwaard2719 zal zijn over haar helden,1368 dat zij versagen;2865 8804 Het zwaard2719 zal zijn over zijn paarden5483 en over zijn wagenen,7393 en over den gansen gemengden hoop,6153 die in het midden8432 van hen is, dat zij tot wijven worden;802 het zwaard2719 zal zijn over haar schatten,214 dat zij geplunderd worden.962 8795 Droogte2721 zal zijn over haar wateren,4325 dat zij uitdrogen;3001 8804 want het is een land776 van gesneden beelden,6456 en zij razen1984 8704 naar de schrikkelijke367 [afgoden]. Daarom zo zullen de wilde dieren der woestijnen6728 met de wilde dieren der eilanden338 [daarin] wonen;3427 8799 ook zullen de jonge1323 struisen3284 daarin wonen;3427 8804 en men zal er geen verblijf meer hebben3427 8799 in eeuwigheid,5331 en zij zal niet bewoond worden7931 8799 van geslacht1755 tot geslacht.1755 Gelijk God430 5467 en Gomorra6017 en haar naburen7934 heeft omgekeerd,4114 spreekt5002 8803 de HEERE,3068 [alzo] zal niemand376 aldaar wonen,3427 8799 en geen mensenkind1121 120 in haar verkeren.1481 8799 Ziet, daar komt935 8802 een volk5971 uit het noorden;6828 en een grote1419 natie,1471 en geweldige7227 koningen4428 zullen van de zijden3411 der aarde776 opgewekt worden.5782 8735 Boog7198 en spies3591 zullen zij voeren;2388 8686 wreed394 zijn zij, en zullen niet barmhartig zijn;7355 8762 hun stem6963 zal bruisen1993 8799 als de zee,3220 en op paarden5483 zullen zij rijden;7392 8799 het is toegerust6186 8803 als een man376 ten oorlog,4421 tegen u, o dochter1323 van !894 De koning4428 van 894 heeft hunlieder gerucht8088 gehoord,8085 8804 en zijn handen3027 zijn slap geworden;7503 8804 benauwdheid6869 heeft hem aangegrepen,2388 8689 weedom2427 als van een barende3205 8802 [vrouw]. Ziet, gelijk een leeuw738 van de verheffing1347 der ,3383 zal hij opkomen5927 8799 tegen de sterke386 woning;5116 want Ik zal hen in een ogenblik7280 8686 daaruit doen lopen;7323 8686 8675 7323 8799 en wie [daartoe] verkoren is,977 8803 [dien] zal Ik tegen haar bestellen;6485 8799 want wie is gelijk, en wie zou dagvaarden?3259 8686 En wie is de herder,7462 8802 die voor aangezicht6440 bestaan zou?5975 8799 Daarom hoort8085 8798 den raadslag6098 des HEEREN,3068 dien over 894 heeft beraadslaagd,3289 8804 en gedachten,4284 die gedacht heeft2803 8804 over het land776 der :3778 Zo de geringsten6810 van de kudde6629 hen niet zullen nedertrekken!5498 8799 Zo hij de woning5116 boven hen niet zal verwoesten!8074 8686 De aarde776 is bevende geworden7493 8735 van het geluid6963 der inneming8610 8738 van ,894 en het gekrijt2201 is gehoord8085 8738 onder de volken.1471

Every verse in Jeremiah 50

Chapter navigation

0:000:00