Job 33:29

“Zie,2005 dit428 alles3605 werkt6466 8799 God410 twee6471 [maal] [of] driemaal7969 met5973 een man;1397”

Job 33:29 — Statenvertaling (1637)

Verse 29 of 33 in Job chapter 33 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Job 33 — full chapter (Statenvertaling (1637))

En gewisselijk,199 o !347 hoor8085 8798 toch4994 mijn redenen,4405 en neem238 al3605 mijn woorden1697 ter ore.238 8685 Zie2009 nu,4994 ik heb mijn mond6310 opengedaan;6605 8804 mijn tong3956 spreekt1696 8765 onder mijn gehemelte.2441 Mijn redenen561 zullen de oprechtigheid3476 mijns harten,3820 en de wetenschap1847 mijner lippen,8193 wat zuiver1305 8803 is, uitspreken.4448 8765 De Geest7307 Gods410 heeft mij gemaakt,6213 8804 en de adem5397 des Almachtigen7706 heeft mij levend gemaakt.2421 8762 Zo518 gij kunt,3201 8799 antwoord7725 8687 mij; schik u6186 8798 voor mijn aangezicht,6440 stel u.3320 8690 Zie,2005 ik589 ben ,410 gelijk6310 gij; uit4480 het leem2563 ben ik589 ook1571 afgesneden.7169 8795 Zie,2009 mijn verschrikking367 zal u niet3808 beroeren,1204 8762 en mijn hand405 zal over5921 u niet3808 zwaar zijn.3513 8799 Zeker,637 gij hebt gezegd559 8804 voor mijn oren,241 en ik heb de stem6963 der woorden4405 gehoord;8085 8799 Ik589 ben rein,2134 zonder1097 overtreding;6588 ik595 ben zuiver,2643 en heb geen3808 misdaad.5771 Zie,2005 vindt4672 8799 oorzaken8569 tegen5921 mij, Hij houdt2803 mij voor2803 8799 vijand.341 8802 Hij legt7760 8799 mijn voeten7272 in den stok;5465 neemt8104 al3605 mijn paden734 waar.8104 8799 Zie,2005 hierin2063 zijt gij niet rechtvaardig,6663 8804 antwoord ik6030 8799 u; want3588 God433 is meerder7235 8799 4480 een mens.582 Waarom4069 hebt gij tegen413 getwist?7378 8804 Want3588 antwoordt6030 8799 niet3808 van al3605 daden.1697 Maar3588 God410 spreekt1696 8762 eens259 of tweemaal;8147 doch men let7789 niet3808 daarop.7789 8799 In den droom,2472 [door] het gezicht2384 des nachts,3915 als een diepe8639 slaap5307 op5921 de lieden582 valt,5307 8800 in de sluimering8572 op5921 het leger;4904 227 openbaart Hij1540 8799 het voor het oor241 der lieden,582 en verzegelt2856 8799 hun kastijding;4561 Opdat den mens120 afwende5493 8687 [van] [zijn] werk,4639 en van4480 den man1397 de hovaardij1466 verberge;3680 8762 Dat zijn ziel5315 van4480 het verderf7845 afhoude;2820 8799 en zijn leven,2416 dat het door het zwaard7973 niet4480 doorga.5674 8800 Ook wordt hij gestraft3198 8717 met smart4341 op5921 zijn leger,4904 en de sterke386 menigte7230 8675 7379 zijner beenderen;6106 Zodat zijn leven2416 het brood3899 zelf verfoeit,2092 8765 en zijn ziel5315 de begeerlijke8378 spijze;3978 Dat zijn vlees1320 verdwijnt3615 8799 uit4480 het gezicht,7210 en zijn beenderen,6106 [die] niet3808 gezien werden,7200 8795 uitsteken;8192 8795 8675 8205 En zijn ziel5315 nadert7126 8799 ten verderve,7845 en zijn leven2416 tot de dingen, die doden.4191 8688 518 Is er3426 bij5921 een ,4397 een ,3887 8688 een259 uit4480 duizend,505 om den mens120 zijn rechten plicht3476 te verkondigen;5046 8687 Zo zal hem genadig zijn,2603 8799 en zeggen:559 8799 Verlos6308 8798 hem, dat hij in het verderf7845 niet4480 nederdale,3381 8800 Ik heb verzoening3724 gevonden.4672 8804 Zijn vlees1320 zal frisser worden7375 8738 4480 het was in de jeugd;5290 hij zal tot de dagen3117 zijner jonkheid5934 wederkeren.7725 8799 Hij zal tot413 God433 ernstiglijk bidden,6279 8799 in hem een welbehagen nemen zal,7521 8799 en zijn aangezicht6440 met gejuich8643 aanzien;7200 8799 want zal den mens582 zijn gerechtigheid6666 wedergeven.7725 8686 Hij zal de mensen582 aanschouwen,7789 8799 5921 en zeggen:559 8799 Ik heb gezondigd,2398 8804 en het recht3477 verkeerd,5753 8689 hetwelk mij niet3808 heeft gebaat;7737 8804 [] [God] heeft mijn ziel5315 verlost,6299 8804 dat zij niet4480 voere5674 8800 in het verderf,7845 zodat mijn leven2416 het licht216 aanziet.7200 8799 Zie,2005 dit428 alles3605 werkt6466 8799 God410 twee6471 [maal] [of] driemaal7969 met5973 een man;1397 Opdat hij zijn ziel5315 afkere7725 8687 van4480 het verderf,7845 en hij verlicht worde215 8736 met het licht216 der levenden.2416 Merk op,7181 8685 o !347 Hoor8085 8798 naar mij; zwijg,2790 8685 en ik595 zal spreken.1696 8762 Zo518 er3426 redenen4405 zijn,3426 antwoord7725 8685 mij; spreek,1696 8761 want3588 ik heb lust2654 8804 u te rechtvaardigen.6663 8763 Zo518 niet,369 hoor8085 8798 naar mij;589 zwijg,2790 8685 en ik zal u wijsheid2451 leren.502 8762

Every verse in Job 33

Chapter navigation

0:000:00