Job 34:7
“Wat4310 man1397 is er, gelijk Job?347 Hij drinkt8354 de bespotting3933 in8354 8799 als water;4325”
Job 34:7 — Statenvertaling (1637)
Verse 7 of 37 in Job chapter 34 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Job 34 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Verder antwoordde6030 8799 ,453 en zeide:559 8799 Hoort,8085 8798 gij wijzen,2450 mijn woorden,4405 en gij verstandigen,3045 8802 neigt de oren238 8685 naar mij. Want3588 het oor241 proeft974 8799 de woorden,4405 gelijk het gehemelte2441 de spijze398 8800 smaakt.2938 8799 Laat ons kiezen977 8799 voor ons, wat recht4941 is; laat ons kennen3045 8799 onder ons wat4100 goed2896 is. Want3588 347 heeft gezegd:559 8804 Ik ben rechtvaardig,6663 8804 en God410 heeft mijn recht4941 weggenomen.5493 8689 Ik moet liegen3576 8762 in5921 mijn recht;4941 mijn pijl2671 is smartelijk605 8803 zonder1097 overtreding.6588 Wat4310 man1397 is er, gelijk ?347 drinkt8354 de bespotting3933 in8354 8799 als water;4325 En gaat over weg732 8804 in gezelschap2274 met5973 de werkers6466 8802 der ongerechtigheid,205 en wandelt3212 8800 met5973 goddeloze7562 lieden.582 Want3588 hij heeft gezegd:559 8804 baat5532 8799 een man1397 niet,3808 als hij welbehagen heeft7521 8800 aan5973 God.430 Daarom,3651 gij, lieden582 van verstand,3824 hoort8085 8798 naar mij: Verre zij2486 God410 van4480 goddeloosheid,7562 en de Almachtige7706 van4480 onrecht!5766 Want3588 [naar] het werk6467 des mensen120 vergeldt Hij7999 8762 hem, en naar eens ieders376 weg734 doet het hem vinden.4672 8686 Ook637 waarlijk,551 God410 handelt7561 niet3808 goddelooslijk,7561 8686 en de Almachtige7706 verkeert5791 8762 het recht4941 niet.3808 Wie4310 heeft gesteld6485 8804 over5921 de aarde,776 en wie4310 heeft de ganse3605 wereld8398 geschikt?7760 8804 Indien518 hart3820 tegen413 hem zette,7760 8799 geest7307 en adem5397 zou tot5921 vergaderen;622 8799 Alle3605 vlees1320 zou tegelijk3162 den geest geven,1478 8799 en de mens120 zou tot5921 stof6083 wederkeren.7725 8799 Zo518 er verstand998 [bij] [u] is, hoor8085 8798 dit;2063 neig de oren238 8685 tot de stem6963 mijner woorden.4405 Zou ook,637 het recht4941 haat,8130 8802 [den] [gewonde] verbinden,2280 8799 518 en zoudt gij den zeer3524 Rechtvaardige6662 verdoemen?7561 8686 Zou men tot een koning4428 zeggen:559 8800 ;1100 tot413 de prinsen:5081 goddelozen!7563 [] [] [tot] [], Die834 het aangezicht6440 der vorsten8269 niet3808 aanneemt,5375 8804 en den rijke7771 voor6440 den arme1800 niet3808 kent?5234 8765 Want3588 zij zijn allen3605 handen3027 werk.4639 In een ogenblik7281 sterven zij;4191 8799 zelfs ter middernacht2676 3915 wordt een volk5971 geschud,1607 8792 dat het doorga;5674 8799 en de machtige47 wordt weggenomen5493 8686 zonder3808 hand.3027 Want3588 ogen5869 zijn op5921 ieders376 wegen,1870 en ziet7200 8799 al3605 zijn treden.6806 Er is geen369 duisternis,2822 en er is geen369 schaduw des doods,6757 dat aldaar8033 de werkers6466 8802 der ongerechtigheid205 zich verbergen mochten.5641 8736 Gewisselijk,3588 legt7760 8799 den mens376 niet3808 te veel op,5921 dat hij tegen413 God410 in het gericht4941 zou mogen treden.1980 8800 Hij vermorzelt7489 8799 de geweldigen,3524 dat men het niet3808 doorzoeken2714 kan, en stelt5975 8686 anderen312 in hun plaats.8478 Daarom3651 [dat] hun werken4566 kent,5234 8686 zo keert Hij2015 hen des nachts3915 om,2015 8804 en zij worden verbrijzeld.1792 8691 Hij klopt5606 8804 hen samen als8478 goddelozen,7563 in een plaats,4725 [waar] aanschouwers zijn;7200 8802 Daarom5921 3651 dat834 zij van4480 achter310 afgeweken zijn,5493 8804 en geen3605 3808 wegen1870 verstaan hebben;7919 8689 Opdat op5921 hem het geroep6818 des armen1800 brenge,935 8687 en het geroep6818 der ellendigen6041 verhore.8085 8799 Als Hij1931 stilt,8252 8686 wie4310 zal beroeren?7561 8686 het aangezicht6440 verbergt,5641 8686 wie4310 zal aanschouwen,7789 8799 zowel voor5921 een volk,1471 als voor een mens120 alleen?3162 Opdat de huichelachtige2611 mens120 niet4480 [meer] regere,4427 8800 [en] geen4480 strikken4170 des volks5971 zijn.4170 Zekerlijk3588 heeft hij tot413 God410 gezegd:559 8736 Ik heb [Uw] [straf] verdragen,5375 8804 ik zal het niet3808 verderven.2254 8799 Behalve1107 [wat] ik zie,2372 8799 leer3384 8685 Gij589 mij;518 heb ik onrecht5766 gewrocht,6466 8804 ik zal het niet3808 meer doen.3254 8686 Zal het van4480 5973 u zijn, hoe iets vergelden zal,7999 8762 dewijl3588 gij [] versmaadt?3988 8804 3588 gij589 verkiezen,977 8799 en niet3808 ik?589 Wat4100 weet gij3045 8804 ? Spreek.1696 8761 De lieden582 van verstand3824 zullen met mij zeggen,559 8799 en een wijs2450 man1397 zal naar mij horen:8085 8802 [] 347 niet3808 met wetenschap1847 gesproken heeft,1696 8762 en zijn woorden1697 niet3808 met kloek verstand geweest zijn.7919 8687 Mijn ,15 8676 1 laat 347 beproefd worden974 8735 tot5704 het einde5331 toe, om5921 [zijner] antwoorden8666 wil onder de ongerechtige205 lieden.582 Want3588 tot5921 zijn zonde2403 zou hij nog overtreding6588 bijvoegen;3254 8686 hij zou onder996 ons in de handen klappen,5606 8799 en hij zou zijn redenen561 vermenigvuldigen7235 8686 tegen God.410