Job 37:3
“Dat zendt Hij rechtuit3474 8765 8281 8799 onder8478 den gansen3605 hemel,8064 en Zijn licht216 over5921 de einden3671 der aarde.776”
Job 37:3 — Statenvertaling (1637)
Verse 3 of 24 in Job chapter 37 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Job 37 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Ook637 beeft2729 8799 hierover2063 mijn hart,3820 en springt op5425 8799 uit4480 zijn plaats.4725 Hoort8085 8798 met aandacht8085 8800 de beweging7267 stem,6963 en het geluid,1899 [dat] uit4480 mond6310 uitgaat!3318 8799 Dat zendt rechtuit3474 8765 8281 8799 onder8478 den gansen3605 hemel,8064 en licht216 over5921 de einden3671 der aarde.776 Daarna310 brult Hij7580 8799 met de stem;6963 dondert7481 8686 met de stem6963 hoogheid,1347 en vertrekt6117 8762 die dingen niet,3808 als3588 stem6963 zal gehoord worden.8085 8735 God410 dondert7481 8686 met stem6963 zeer wonderlijk;6381 8737 doet6213 8802 grote dingen,1419 en wij begrijpen3045 8799 ze niet.3808 Want518 zegt559 8799 tot de sneeuw:7950 Wees1933 8798 op de aarde;776 en [tot] den plasregen4306 des regens;1653 is er de plasregen4306 sterke5797 regenen.1653 [] zegelt Hij2856 de hand3027 van ieder3605 mens120 toe,2856 8799 opdat kenne3045 8800 al3605 de lieden582 werks.4639 En het gedierte2416 gaat935 8799 in1119 de loerplaatsen,695 en blijft7931 8799 in zijn holen.4585 Uit4480 de binnenkamer2315 komt935 8799 de wervelwind,5492 en van4480 de verstrooiende4215 [winden] de koude.7135 Door4480 [zijn] geblaas5397 geeft5414 8799 God410 de vorst,7140 zodat de brede7341 wateren4325 verstijfd worden.4164 Ook637 vermoeit Hij2959 8686 de dikke wolken5645 [door] klaarheid;7377 verstrooit6327 8686 de wolk6051 lichts.216 Die1931 keert zich2015 8693 naar wijzen raad8458 [door] ommegangen,4524 dat zij doen6467 al3605 wat834 ze gebiedt,6680 8762 op5921 het vlakke6440 der wereld,8398 op de aarde.776 Hetzij518 dat die tot een roede,7626 of518 tot land,776 of518 tot weldadigheid2617 beschikt.4672 8686 Neem238 dit,2063 o ,347 ter ore;238 8685 sta,5975 8798 en aanmerk995 8708 de wonderen6381 8737 .410 Weet gij,3045 8799 wanneer God433 over5921 dezelve orde stelt,7760 8800 en het licht216 wolk6051 laat schijnen?3313 8689 Hebt gij wetenschap3045 8799 van5921 de opwegingen4657 der dikke wolken;5645 de wonderheden4652 , Die volmaakt8549 is in wetenschappen?1843 Hoe834 uw klederen899 warm2525 worden, als de aarde776 stil maakt8252 8687 uit4480 het zuiden?1864 Hebt gij met5973 de hemelen7834 uitgespannen,7554 8686 die vast2389 zijn, als een gegoten3332 8716 spiegel?7209 Onderricht3045 8685 ons, wat4100 wij zeggen zullen;559 8799 [want] wij zullen niets3808 ordentelijk voorstellen6186 8799 kunnen vanwege4480 6440 de duisternis.2822 Zal het verteld worden,5608 8792 als3588 ik [zo] zou spreken?1696 8762 518 Denkt559 8804 iemand376 [dat], gewisselijk,3588 hij zal verslonden worden.1104 8792 En nu6258 ziet men7200 8804 het licht216 niet3808 [als] [het] helder925 is1931 in den hemel,7834 als de wind7307 doorgaat,5674 8804 en dien zuivert;2891 8762 [] van4480 het noorden6828 het goud2091 komt;857 8799 [maar] bij5921 God433 is een vreselijke3372 8737 majesteit!1935 Den ,7706 kunnen wij niet3808 uitvinden;4672 8804 is groot7689 van kracht;3581 doch [door] gericht4941 en grote7230 gerechtigheid6666 verdrukt Hij6031 8762 niet.3808 Daarom3651 vrezen3372 8804 de lieden;582 ziet7200 geen3808 3605 wijzen2450 van harte3820 aan.7200 8799