Job 40:5

“[039:38] Eenmaal259 heb ik gesproken,1696 8765 maar zal niet3808 antwoorden;6030 8799 of tweemaal,8147 maar zal niet3808 voortvaren.3254 8686”

Job 40:5 — Statenvertaling (1637)

Verse 5 of 24 in Job chapter 40 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Job 40 — full chapter (Statenvertaling (1637))

[039:34] En de HEERE3068 antwoordde6030 8799 ,347 en zeide:559 8799 [039:35] Is het twisten7378 8800 met5973 den Almachtige7706 onderrichten?3250 God433 bestraft,3198 8688 die antwoorde6030 8799 daarop. [039:36] antwoordde6030 8799 347 den HEERE,3068 en zeide:559 8799 [039:37] ,2009 ik ben te gering;7043 8804 wat4100 zou ik U antwoorden?7725 8686 Ik leg7760 8804 mijn hand3027 op3926 mijn mond.6310 [039:38] Eenmaal259 heb ik gesproken,1696 8765 maar zal niet3808 antwoorden;6030 8799 of tweemaal,8147 maar zal niet3808 voortvaren.3254 8686 [040:1] En de HEERE3068 antwoordde6030 8799 347 uit4480 een onweder,5591 en zeide:559 8799 [040:2] Gord247 8798 nu4994 als een man1397 uw lenden;2504 Ik zal u vragen,7592 8799 en onderricht3045 8685 . [040:3] gij ook637 oordeel4941 te niet maken?6565 8686 verdoemen,7561 8686 opdat4616 gij rechtvaardig zijt?6663 8799 [040:4]518 gij een arm2220 gelijk God?410 En kunt gij, gelijk3644 , met de stem6963 donderen?7481 8686 [040:5] u5710 8798 nu4994 met voortreffelijkheid1347 en hoogheid,1363 en bekleed u3847 8799 met majesteit1935 en heerlijkheid!1926 [040:6] Strooi6327 de verbolgenheden5678 uws toorns639 uit,6327 8685 en zie7200 8798 allen3605 hoogmoedige,1343 en verneder8213 8685 hem! [040:7] Zie7200 8798 allen3605 hoogmoedige,1343 [en] breng hem ten onder;3665 8685 en verpletter1915 8798 de goddelozen7563 in hun plaats! [040:8] Verberg2934 8798 hen te zamen3162 in het stof;6083 verbind2280 8798 hun aangezichten6440 in het verborgen!2934 8803 [040:9] zal Ik589 ook1571 u loven,3034 8686 omdat588 uw rechterhand3225 u zal verlost hebben.3467 8686 [040:10] Zie2009 nu4994 ,930 welken834 Ik gemaakt heb6213 8804 nevens5973 u; hij eet398 8799 hooi,2682 gelijk een rund.1241 [040:11] Zie2009 toch,4994 zijn kracht3581 is in zijn lenden,4975 en zijn macht202 in den navel8306 zijns buiks.990 [040:12] het hem lust,2654 8799 zijn staart2180 is als3644 een ceder;730 de zenuwen1517 zijner schaamte6344 zijn doorvlochten.8276 8792 [040:13] beenderen6106 zijn [als] vast650 koper;5154 zijn gebeenten1634 zijn als ijzeren1270 handbomen.4300 [040:14] Hij1931 is een hoofdstuk7225 der wegen1870 ;410 die hem gemaakt heeft,6213 8802 heeft [hem] zijn zwaard2719 aangehecht.5066 8686 [040:15] Omdat3588 de bergen2022 hem voeder944 voortbrengen,5375 8799 daarom spelen7832 8762 al3605 de dieren2416 des velds7704 aldaar.8033 [040:16] Onder8478 schaduwachtige bomen6628 ligt hij neder,7901 8799 in een schuilplaats5643 des riets7070 en des slijks.1207 [040:17] De schaduwachtige bomen6628 bedekken5526 8799 hem, elkeen met zijn schaduw;6752 de beekwilgen6155 5158 omringen5437 8799 hem. [040:18] ,2005 hij doet6231 de rivier5104 geweld aan,6231 8799 [en] verhaast zich2648 8799 niet;3808 hij vertrouwt,982 8799 dat3588 hij de Jordaan3383 in413 zijn mond6310 zou kunnen intrekken.1518 8799 [040:19] men hem voor zijn ogen5869 kunnen vangen?3947 8799 men [hem] met strikken4170 den neus639 doorboren kunnen?5344 8799

Every verse in Job 40

Chapter navigation

0:000:00