Job 41:33
“[041:24] Op5921 de aarde6083 is niets369 met hem te vergelijken,4915 die gemaakt is6213 8803 om zonder1097 schrik2844 te wezen.”
Job 41:33 — Statenvertaling (1637)
Verse 33 of 34 in Job chapter 41 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Job 41 — full chapter (Statenvertaling (1637))
[040:20] gij den 3882 met den angel2443 trekken,4900 8799 of zijn tong3956 met een koord,2256 [dat] gij laat nederzinken?8257 8686 [040:21] gij hem een bieze100 in den neus639 leggen,7760 8799 of met een doorn2336 zijn kaak3895 doorboren?5344 8799 [040:22] hij aan413 u veel smekingen8469 maken?7235 8686 518 hij zachtjes7390 tot413 u spreken?1696 8762 [040:23] hij een verbond1285 met5973 u maken?3772 8799 gij hem aannemen3947 8799 tot een eeuwigen5769 slaaf?5650 [040:24] gij met hem spelen7832 8762 gelijk [met] een vogeltje,6833 of zult gij hem binden7194 8799 voor uw jonge dochters?5291 [040:25] de metgezellen2271 over5921 hem een maaltijd bereiden?3739 8799 zij hem delen2673 8799 onder996 de kooplieden?3669 [040:26] gij zijn huis5785 met haken7905 vullen,4390 8762 of met een visserskrauwel1709 6767 zijn hoofd?7218 [040:27] Leg7760 8798 uw hand3709 op5921 hem, gedenk2142 8798 des strijds,4421 doe3254 het niet408 meer.3254 8686 [040:28] ,2005 zijn hoop8431 zal feilen;3576 8738 zal hij ook1571 voor413 zijn gezicht4758 nedergeslagen worden?2904 8714 [041:1] Niemand3808 is [zo] koen,393 dat3588 hij hem opwekken zou;5782 8799 8675 5782 8686 wie4310 is hij,1931 die zich voor aangezicht6440 stellen zou?3320 8691 [041:2] Wie4310 heeft voorgekomen,6923 8689 dat Ik [hem] zou vergelden?7999 8762 onder8478 den gansen3605 hemel8064 is, is het1931 . [041:3] Ik zal zijn leden907 niet3808 verzwijgen,2790 8686 noch het verhaal1697 [zijner] sterkte,1369 noch de bevalligheid2433 zijner gestaltenis.6187 [041:4] Wie4310 zou het opperste6440 zijns kleeds3830 ontdekken?1540 8765 Wie4310 zou met zijn dubbelen3718 breidel7448 [hem] aankomen?935 8799 [041:5] Wie4310 zou de deuren1817 zijns aangezichts6440 opendoen?6605 8765 Rondom5439 zijn tanden8127 is verschrikking.367 [041:6] uitnemend1346 zijn zijn sterke650 schilden,4043 elkeen gesloten5462 8803 [als] met een nauwdrukkend6862 zegel.2368 [041:7] een259 is [zo] na5066 8799 aan het andere,259 dat de wind7307 daar niet3808 kan tussen996 komen.935 8799 [041:8] kleven1692 8792 aan elkander,376 251 zij vatten zich samen,3920 8691 dat zij zich niet3808 scheiden.6504 8691 [041:9] een zijner niezingen5846 doet een licht216 schijnen;1984 8686 en zijn ogen5869 zijn als de oogleden6079 des dageraads.7837 [041:10] Uit4480 zijn mond6310 gaan1980 8799 fakkelen,3940 vurige784 vonken3590 raken er uit.4422 8691 [041:11] Uit4480 zijn neusgaten5156 komt3318 rook6227 voort,3318 8799 als [uit] een ziedenden5301 8803 pot1731 en ruimen ketel.100 [041:12] adem5315 zou kolen1513 doen vlammen,3857 8762 en een vlam3851 komt3318 uit4480 zijn mond6310 voort.3318 8799 [041:13] In zijn hals6677 herbergt3885 8799 de sterkte;5797 voor6440 hem springt1750 zelfs de droefheid1670 van vreugde op.1750 8799 [041:14] De stukken4651 van zijn vlees1320 kleven samen;1692 8804 elkeen is vast3332 8803 in5921 hem, het wordt niet1077 bewogen.4131 8735 [041:15] hart3820 is vast3332 8803 gelijk3644 een steen;68 ja, vast3332 8803 gelijk een deel6400 van den ondersten8482 [molensteen]. [041:16] Van4480 zijn verheffen7613 schromen1481 8799 de sterken;352 om4480 [zijner] doorbrekingen7667 wille ontzondigen zij zich.2398 8691 [041:17] Raakt5381 8688 hem iemand met het zwaard,2719 dat zal niet1097 bestaan,6965 8799 spies,2595 schicht4551 noch pantsier.8302 [041:18] acht2803 8799 het ijzer1270 voor stro,8401 en het staal5154 voor verrot7539 hout.6086 [041:19] De pijl1121 7198 zal hem niet3808 doen vlieden,1272 8686 de slingerstenen68 7050 worden hem in stoppelen7179 veranderd.2015 8738 [041:20] De werpstenen8455 worden [van] [hem] geacht2803 8738 als stoppelen,7179 en hij belacht7832 8799 de drilling7494 der lans.3591 [041:21] Onder8478 hem zijn scherpe2303 scherven;2789 hij spreidt zich7502 8799 op het puntachtige,2742 [als] op5921 slijk.2916 [041:22] doet de diepte4688 zieden7570 8686 gelijk een pot;5518 hij stelt7760 8799 de zee3220 als een apothekerskokerij.4841 [041:23] Achter310 zich verlicht215 8686 hij het pad;5410 men zou den afgrond8415 voor grijzigheid7872 houden.2803 8799 [041:24] Op5921 de aarde6083 is niets369 met hem te vergelijken,4915 die gemaakt is6213 8803 om zonder1097 schrik2844 te wezen. [041:25] aanziet7200 8799 alles,3605 wat hoog1364 is, hij1931 is een koning4428 over5921 alle3605 jonge1121 hoogmoedige7830 dieren.