Jonah

Jonah 1

Statenvertaling (1637) · tap any highlighted word for context

1 thread runs through this chapter

Jonah 1 — Scripture text (Statenvertaling (1637))

En het woord1697 des HEEREN3068 geschiedde1961 8804 tot413 ,3124 den zoon1121 van ,573 zeggende:559 8800 Maak u op,6965 8798 ga3212 8798 naar413 de grote1419 stad5892 ,5210 en predik7121 8798 tegen5921 haar; want3588 hunlieder boosheid7451 is opgeklommen5927 8804 voor aangezicht.6440 Maar Jona3124 maakte zich op6965 8799 om te vluchten1272 8800 naar ,8659 van4480 het aangezicht6440 des HEEREN;3068 en hij kwam af3381 8799 te ,3305 en vond4672 8799 een schip,591 gaande935 8802 naar ,8659 en hij gaf5414 8799 de vracht7939 daarvan, en ging neder3381 8799 in hetzelve, om met5973 henlieden te gaan935 8800 naar ,8659 van4480 het aangezicht6440 des HEEREN.3068 Maar de HEERE3068 wierp2904 8689 een groten1419 wind7307 op413 de zee;3220 en er werd1961 8799 een grote1419 storm5591 in de zee,3220 zodat het schip591 dacht2803 8765 te breken.7665 8736 Toen vreesden3372 8799 de zeelieden,4419 en riepen2199 8799 een iegelijk376 tot413 zijn god,430 en wierpen2904 8686 de vaten,3627 die834 in het schip591 waren, in413 de zee,3220 om [het] van4480 5921 dezelve te verlichten;7043 8687 maar Jona3124 was nedergegaan3381 8804 aan413 de zijden3411 van het schip,5600 en lag neder,7901 8799 en was met een diepen slaap bevangen.7290 8735 En de opperschipper7227 2259 naderde7126 8799 tot413 hem, en zeide559 8799 tot hem: Wat4100 is u, gij hardslapende?7290 8737 op,6965 8798 roep7121 8798 tot413 uw God,430 misschien194 zal die God430 aan ons gedenken,6245 8691 dat wij niet3808 vergaan.6 8799 Voorts zeiden zij,559 8799 een ieder376 tot413 zijn metgezel:7453 ,3212 8798 en laat ons loten1486 werpen,5307 8686 opdat wij mogen weten,3045 8799 om wiens wil7945 ons dit2063 kwaad7451 [overkomt]. Alzo wierpen zij5307 8686 loten,1486 en het 1486 viel5307 8799 op5921 .3124 Toen zeiden zij559 8799 tot413 hem: Verklaar5046 8685 ons nu,4994 om834 wiens4310 wil ons dit2063 kwaad7451 [overkomt]. Wat4100 is uw werk4399 en van4480 waar370 komt gij?935 8799 Welk4100 is uw land776 en van4480 2088 welk335 volk5971 zijt gij?859 En hij zeide559 8799 tot413 hen: Ik595 ben een ;5680 en ik589 vreze3373 den HEERE,3068 den God430 des hemels,8064 Die834 de zee3220 en het droge3004 gemaakt heeft.6213 8804 Toen vreesden3372 8799 die mannen582 [met] grote1419 vreze,3374 en zeiden559 8799 tot413 hem: Wat4100 hebt gij dit2063 gedaan?6213 8804 Want3588 de mannen582 wisten,3045 8804 dat3588 hij1931 van4480 des HEEREN3068 aangezicht6440 vlood;1272 8802 want3588 hij had het hun te kennen gegeven.5046 8689 Voorts zeiden zij559 8799 tot413 hem: Wat4100 zullen wij u doen,6213 8799 opdat de zee3220 stil worde8367 8799 van4480 5921 ons? Want3588 de zee3220 werd hoe langer hoe1980 8802 onstuimiger.5590 8802 En hij zeide559 8799 tot413 hen: Neemt mij op,5375 8798 en werpt2904 8685 mij in413 de zee,3220 zo zal de zee3220 stil worden8367 8799 van4480 5921 ulieden; want3588 ik589 weet,3045 8802 dat3588 deze2088 grote1419 storm5591 ulieden om mijnentwil7945 over5921 [komt]. Maar de mannen582 roeiden,2864 8799 om [het] [schip] weder te brengen7725 8687 aan413 het droge,3004 doch zij konden3201 8804 niet;3808 want3588 de zee3220 werd hoe langer hoe1980 8802 onstuimiger5590 8802 tegen5921 hen. Toen riepen zij7121 8799 tot413 den HEERE,3068 en zeiden:559 8799 Och577 HEERE!3068 laat ons toch4994 niet408 vergaan6 8799 om dezes2088 mans376 ziel,5315 en leg5414 8799 geen408 onschuldig5355 8675 5355 bloed1818 op5921 ons; want3588 ,859 HEERE!3068 hebt gedaan,6213 8804 gelijk als834 het U heeft behaagd.2654 8804 En zij namen5375 8799 Jona3124 op, en wierpen2904 8686 hem in413 de zee.3220 stond5975 8799 de zee3220 [stil] van haar verbolgenheid.2197 Dies vreesden3372 8799 de mannen582 den HEERE3068 [met] grote1419 vreze;3374 en zij slachtten2076 8799 den HEERE3068 slachtoffer,2077 en beloofden5087 8799 geloften.5088 De HEERE3068 nu beschikte4487 8762 een groten1419 vis,1709 om Jona3124 in te slokken;1104 8800 en Jona3124 was1961 8799 in het ingewand4578 van den vis,1709 drie7969 dagen3117 en drie7969 nachten.3915

Every verse in Jonah 1

Chapter navigation

0:000:00