Joshua

Joshua 22

Statenvertaling (1637) · tap any highlighted word for context

Joshua 22 — Scripture text (Statenvertaling (1637))

Toen227 riep7121 8799 Jozua3091 de ,7206 en de ,1425 en den halven2677 stam4294 van ,4519 En hij zeide559 8799 tot413 hen: Gijlieden859 hebt onderhouden8104 8804 alles,3605 wat834 u854 ,4872 de knecht5650 des HEEREN,3068 geboden heeft;6680 8765 en gij zijt mijner stem6963 gehoorzaam geweest8085 8799 in alles,3605 wat834 ik u854 geboden heb.6680 8765 Gij hebt uw broederen251 niet3808 verlaten5800 8804 nu2088 langen7227 tijd,3117 tot5704 op dezen2088 dag3117 toe; maar gij hebt waargenomen8104 8804 de onderhouding4931 der geboden4687 van den HEERE,3068 uw God.430 En nu,6258 de HEERE,3068 uw God,430 heeft uw broederen251 rust gegeven,5117 8689 gelijk834 hun toegezegd had;1696 8765 keert nu wederom,6437 8798 en gaat3212 8798 gij859 naar uw tenten,168 naar413 het land776 uwer bezitting,272 hetwelk834 u ,4872 de knecht5650 des HEEREN,3068 gegeven heeft5414 8804 op gene zijde5676 van de .3383 Alleenlijk7535 neemt8104 naarstiglijk3966 waar8104 8798 te doen6213 8800 het gebod4687 en de wet,8451 die834 u854 ,4872 de knecht5650 des HEEREN,3068 geboden heeft,6680 8765 dat gij den HEERE,3068 uw God,430 liefhebt,157 8800 en dat gij wandelt3212 8800 in al3605 wegen,1870 en geboden4687 houdt,8104 8800 en aanhangt,1692 8800 en dat gij dient5647 8800 met uw ganse3605 hart3824 en met uw ganse3605 ziel.5315 Alzo zegende1288 8762 hen ,3091 en hij liet hen gaan;7971 8762 en zij gingen3212 8799 naar413 hun tenten.168 Want aan de helft2677 van den stam7626 van Manasse4519 had Mozes4872 [een] [erfdeel] gegeven5414 8804 in ;1316 maar aan [de] [andere] helft2677 van denzelven gaf5414 8804 Jozua3091 [een] [erfdeel] bij5973 hun broederen,251 aan4480 deze zijde5676 van de Jordaan3383 westwaarts.3220 ook1571 als3588 Jozua3091 hen liet trekken7971 8765 naar413 hun tenten,168 zo zegende hij1288 8762 hen. En hij sprak559 8799 tot413 hen, zeggende:559 8800 weder7725 8798 tot413 uw tenten168 met veel7227 rijkdom,5233 en met zeer3966 veel7227 vee,4735 met zilver,3701 en met goud,2091 en met koper,5178 en met ijzer,1270 en met zeer3966 veel7235 8687 klederen;8008 deelt2505 8798 den roof7998 uwer vijanden341 8802 met5973 uw broederen.251 Alzo keerden7725 de kinderen1121 van ,7205 en de kinderen1121 van ,1410 en de halve2677 stam7626 van Manasse4519 wederom,7725 8799 en togen3212 8799 van4480 de kinderen1121 ,3478 van ,7887 dat834 in het land776 Kanaan3667 is, om te gaan3212 8800 naar413 het land776 van ,1568 naar413 het land776 hunner bezitting,272 in hetwelk834 zij bezitters gemaakt waren,270 8738 naar5921 den mond6310 des HEEREN,3068 door den dienst3027 van .4872 Toen zij kwamen935 8799 aan413 de grenzen1552 van de ,3383 die834 in het land776 Kanaan3667 zijn, zo bouwden1129 8799 de kinderen1121 van ,7205 en de kinderen1121 van ,1410 en de halve2677 stam7626 van Manasse4519 aldaar8033 een altaar4196 aan5921 de ,3383 een altaar4196 groot1419 in het aanzien.4758 En de kinderen1121 Israels3478 hoorden8085 8799 zeggen:559 8800 ,2009 de kinderen1121 van ,7205 en de kinderen1121 van ,1410 en de halve2677 stam7626 van Manasse4519 hebben een altaar4196 gebouwd,1129 8804 tegenover518 4136 het land776 ,3667 aan413 de grenzen1552 van de ,3383 aan413 de zijde5676 der kinderen1121 .3478 Als de kinderen1121 Israels3478 [dit] hoorden,8085 8799 zo verzamelde6950 8735 de ganse3605 vergadering5712 der kinderen1121 Israels3478 te ,7887 dat zij tegen5921 hen optogen5927 8800 met een heir.6635 En de kinderen1121 Israels3478 zonden7971 8799 aan413 de kinderen1121 van ,7205 en aan413 de kinderen1121 van ,1410 en aan413 den halven2677 stam7626 van ,4519 in413 het land776 ,1568 ,6372 den zoon1121 van ,499 den priester;3548 En tien6235 vorsten5387 met5973 hem, van ieder vaderlijk1 huis1004 een259 259 vorst,5387 5387 uit al3605 de stammen4294 van ;3478 en zij1992 waren een ieder376 een hoofd7218 van het huis1004 hunner vaderen1 over de duizenden505 van .3478 Toen zij tot413 de kinderen1121 van ,7205 en tot413 de kinderen1121 van ,1410 en tot413 den halven2677 stam7626 van Manasse4519 kwamen,935 8799 in413 het land776 ,1568 zo spraken zij1696 8762 met854 hen, zeggende:559 8800 Alzo3541 spreekt559 8804 de ganse3605 gemeente5712 des HEEREN:3068 Wat4100 overtreding4604 is dit,2088 waarmede834 gijlieden overtreden hebt4603 8804 tegen den God430 van ,3478 heden3117 afkerende7725 8800 van4480 achter310 den HEERE,3068 mits dat gij een altaar4196 voor u gebouwd hebt,1129 8800 om heden3117 tegen den HEERE3068 wederspannig te zijn?4775 8800 Is ons de ongerechtigheid5771 van Peor6465 te weinig,4592 van4480 dewelke834 wij niet3808 gereinigd zijn2891 8694 tot5704 op dezen2088 dag,3117 hoewel de plaag5063 in de vergadering5712 des HEEREN3068 geweest is?1961 8799 Dewijl gij859 u heden3117 van4480 achter310 den HEERE3068 afkeert,7725 8799 het zal geschieden,1961 8804 als gij heden3117 wederspannig zijt4775 8799 tegen den HEERE,3068 zo zal morgen4279 grotelijks vertoornen7107 8799 tegen413 de ganse3605 gemeente5712 van .3478 Maar toch,389 indien518 het land776 uwer bezitting272 onrein2931 is, komt over5674 8798 in413 het land776 van de bezitting272 des HEEREN,3068 waar834 8033 de tabernakel4908 des HEEREN3068 woont,7931 8804 en neemt bezitting270 8734 in het midden8432 van ons; maar zijt niet408 wederspannig4775 8799 tegen den HEERE,3068 en zijt ook niet408 wederspannig4775 8799 tegen ons, een altaar4196 voor u bouwende,1129 8800 behalve1107 het altaar4196 van den HEERE,3068 onzen God.430 Heeft niet3808 ,5912 de zoon1121 van ,2226 overtreding4604 begaan4603 8804 met het verbannene,2764 en kwam1961 8804 er niet een verbolgenheid7110 over5921 de ganse3605 vergadering5712 van ?3478 En die1931 man376 stierf1478 8804 niet3808 alleen259 in zijn ongerechtigheid.5771 Toen antwoordden6030 8799 de kinderen1121 van ,7205 en de kinderen1121 van ,1410 en de halve2677 stam7626 van ,4519 en zij spraken1696 8762 met de hoofden7218 der duizenden505 van :3478 De God410 der goden,430 de HEERE,3068 de God410 der goden,430 de HEERE,3068 Die1931 weet3045 8802 het; 3478 zelf1931 zal het ook weten!3045 8799 518 Is het door wederspannigheid,4777 of518 is het door overtreding4604 tegen den HEERE,3068 zo behoudt3467 8686 ons heden3117 2088 niet;408 Dat wij ons een altaar4196 zouden gebouwd hebben,1129 8800 om ons van4480 achter310 den HEERE3068 af te keren,7725 8800 of518 om brandoffer5930 en spijsoffer4503 daarop5921 te offeren,5927 8687 of518 om dankoffer8002 2077 daarop5921 te doen,6213 8800 zo eise1245 8762 het de HEERE.3068 1931 En zo518 wij dit2063 niet3808 uit4480 zorg1674 vanwege [deze] zaak1697 gedaan hebben,6213 8804 zeggende:559 8800 Morgen4279 mochten uw kinderen1121 tot onze kinderen1121 spreken,559 8799 zeggende:559 8800 Wat4100 hebt gij met den HEERE,3068 den God430 van ,3478 te doen? De HEERE3068 heeft immers de Jordaan3383 tot landpale1366 gezet5414 8804 tussen996 ons en tussen996 ulieden, gij, kinderen1121 van ,7205 en gij, kinderen1121 van !1410 gij hebt geen369 deel2506 aan den HEERE.3068 Zo mochten uw kinderen1121 onze kinderen1121 doen ophouden,7673 8689 dat zij den HEERE3068 niet1115 vreesden.3372 8800 Daarom zeiden wij:559 8799 ons toch4994 voor ons maken,6213 8799 bouwende1129 8800 een altaar,4196 niet3808 ten brandoffer,5930 noch3808 ten offer.2077 Maar3588 dat het1931 een getuige5707 zij tussen996 ons en tussen996 ulieden, en tussen996 onze geslachten1755 na310 ons, opdat wij den dienst5656 des HEEREN3068 voor aangezicht6440 dienen mochten5647 8800 met onze brandofferen,5930 en met onze slachtofferen,2077 en met onze dankofferen;8002 en dat uw kinderen1121 tot onze kinderen1121 morgen4279 niet3808 zeggen:559 8799 hebt geen369 deel2506 aan den HEERE.3068 Daarom zeiden wij:559 8799 het geschiedt,1961 8804 dat3588 zij morgen4279 [alzo] tot413 ons en tot413 onze geslachten1755 zeggen zullen;559 8799 zo zullen wij zeggen:559 8804 Ziet7200 8798 de gedaante8403 van het altaar4196 des HEEREN,3068 hetwelk834 onze vaderen1 gemaakt hebben,6213 8804 niet3808 ten brandoffer,5930 noch3808 ten offer;2077 maar3588 het1931 is een getuige5707 tussen996 ons en tussen996 ulieden. Het zij verre2486 van4480 ons, dat wij zouden wederspannig zijn4775 8800 tegen den HEERE,3068 of dat wij te dezen dage3117 ons van4480 achter310 den HEERE3068 afkeren zouden,7725 8800 bouwende1129 8800 een altaar4196 ten brandoffer,5930 ten spijsoffer,4503 of ten slachtoffer,2077 behalve4480 909 het altaar4196 van den HEERE,3068 onzen God,430 dat834 voor6440 tabernakel4908 is. Toen de priester3548 ,6372 en de oversten5387 der vergadering,5712 en de hoofden7218 der duizenden505 van ,3478 die834 bij854 hem waren, de woorden1697 hoorden,8085 8799 die834 de kinderen1121 van ,7205 en de kinderen1121 van ,1410 en de kinderen1121 van Manasse4519 gesproken hadden,1696 8765 zo was het goed3190 8799 in hun ogen.5869 En ,6372 de zoon1121 van den priester3548 ,499 zeide559 8799 tot413 de kinderen1121 van ,7205 en tot413 de kinderen1121 van ,1410 en tot413 de kinderen1121 van :4519 Heden3117 weten wij,3045 8804 dat3588 de HEERE3068 in het midden8432 van ons is, dewijl834 gij deze2088 overtreding4604 tegen den HEERE3068 niet3808 begaan hebt;4603 8804 toen227 hebt gijlieden de kinderen1121 Israels3478 verlost5337 8689 uit4480 de hand3027 des HEEREN.3068 En ,6372 de zoon1121 van den priester3548 ,499 keerde wederom7725 8799 met de oversten5387 van4480 de kinderen1121 van ,7205 en van4480 de kinderen1121 van ,1410 uit4480 het land776 ,1568 naar413 het land776 ,3667 tot413 de kinderen1121 ;3478 en zij brachten7725 hun854 antwoord1697 weder;7725 8686 Het antwoord1697 nu was goed3190 8799 in de ogen5869 van de kinderen1121 ,3478 en de kinderen1121 Israels3478 loofden1288 8762 God,430 en zeiden559 8804 niet3808 [meer] van tegen5921 hen op te trekken5927 8800 met een heir,6635 om het land776 te verderven,7843 8763 waarin834 de kinderen1121 van Ruben7205 en de kinderen van 1410 woonden.3427 8802 En de kinderen1121 van Ruben7205 en de kinderen1121 van 1410 noemden7121 8799 dat altaar:4196 Dat3588 het1931 een getuige5707 zij tussen996 ons, dat3588 de HEERE3068 God430 is.

Every verse in Joshua 22

Chapter navigation

0:000:00