Judges 16:3
“Maar Simson8123 lag7901 8799 tot5704 middernacht2677 3915 toe; toen stond hij op6965 8799 ter middernacht,2677 3915 en hij greep270 8799 de deuren1817 der stadspoort8179 5892 met de beide8147 posten,4201 en nam ze weg5265 8799 met5973 den grendelboom,1280 en leide7760 8799 ze op5921 zijn schouderen,3802 en droeg ze opwaarts5927 8686 op413 de hoogte7218 des bergs,2022 die in5921 het gezicht6440 van Hebron2275 is.”
Judges 16:3 — Statenvertaling (1637)
Verse 3 of 31 in Judges chapter 16 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Judges 16 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Simson8123 nu ging heen3212 8799 naar ;5804 en hij zag7200 8799 aldaar8033 een vrouw,802 die een hoer was;2181 8802 en hij ging tot413 haar in.935 8799 Toen werd den Gazieten5841 gezegd:559 8800 Simson8123 is hier2008 ingekomen;935 8804 zo gingen zij rondom,5437 8799 en leiden693 hem den ganse3605 nacht3915 lagen693 8799 in de stadspoort;8179 5892 doch zij hielden zich2790 den ganse3605 nacht3915 stil,2790 8691 zeggende:559 8800 aan5704 het morgenlicht,1242 216 zullen wij hem doden.2026 8804 Maar Simson8123 lag7901 8799 tot5704 middernacht2677 3915 toe; toen stond hij op6965 8799 ter middernacht,2677 3915 en hij greep270 8799 de deuren1817 der stadspoort8179 5892 met de beide8147 posten,4201 en nam ze weg5265 8799 met5973 den grendelboom,1280 en leide7760 8799 ze op5921 zijn schouderen,3802 en droeg ze opwaarts5927 8686 op413 de hoogte7218 des bergs,2022 die in5921 het gezicht6440 van 2275 is. En het geschiedde1961 8799 daarna,310 3651 dat hij een vrouw802 lief kreeg,157 8799 aan de beek5158 ,7796 welker naam8034 was .1807 Toen kwamen5927 de vorsten5633 der Filistijnen6430 tot413 haar op,5927 8799 en zeiden559 8799 tot haar: Overreed6601 8761 hem,853 en zie,7200 8798 waarin4100 zijn grote1419 kracht3581 zij, en waarmede4100 wij hem zouden machtig worden,3201 8799 en hem binden,631 8804 om hem te plagen;6031 8763 zo zullen wij587 u geven,5414 8799 een iegelijk,376 duizend505 en honderd3967 zilverlingen.3701 Delila1807 zeide559 8799 tot413 :8123 Verklaar5046 8685 mij toch,4994 waarin4100 uw grote1419 kracht3581 zij, en waarmede4100 gij zoudt kunnen gebonden worden,631 8735 dat men u plage.6031 8763 En Simson8123 zeide559 8799 tot413 haar: Indien518 zij mij bonden631 8799 met zeven7651 verse3892 zelen,3499 die438 niet3808 verdroogd zijn,2717 8795 zo zou ik zwak worden,2470 8804 en wezen1961 8804 als een ander259 mens.120 Toen brachten5927 8686 de vorsten5633 der Filistijnen6430 tot haar op zeven7651 verse3892 zelen,3499 die834 niet3808 verdroogd waren;2717 8795 en zij bond631 8799 hem daarmede. De achterlage693 8802 nu zat3427 8802 bij haar in een kamer.2315 Zo zeide zij559 8799 tot413 hem: De Filistijnen6430 over5921 u, Simson!8123 verbrak hij5423 8762 de zelen,3499 gelijk als834 een snoertje6616 van grof vlas5296 verbroken wordt,5423 8735 als het vuur784 riekt.7306 8687 werd zijn kracht3581 niet3808 bekend.3045 8738 Toen zeide559 8799 Delila1807 tot413 :8123 ,2009 gij hebt met mij gespot,2048 8765 en leugenen3577 tot413 mij gesproken;1696 8762 verklaar5046 8685 mij toch4994 nu,6258 waarmede4100 gij zoudt kunnen gebonden worden?631 8735 En hij zeide559 8799 tot413 haar: Indien518 zij mij vastbonden631 8799 631 8800 met nieuwe2319 touwen,5688 met dewelke834 geen3808 werk4399 gedaan is,6213 8738 zo zou ik zwak worden,2470 8804 en wezen1961 8804 als een ander259 mens.120 Toen nam3947 8799 Delila1807 nieuwe2319 touwen,5688 en bond631 8799 hem daarmede, en zeide559 8799 tot413 hem: De Filistijnen6430 over5921 u, Simson!8123 (De achterlage693 8802 nu was zittende3427 8802 in een kamer.2315) verbrak hij5423 8762 ze van4480 5921 zijn armen2220 als een draad.2339 En Delila1807 zeide559 8799 tot413 :8123 Tot5704 hiertoe2008 hebt gij met mij gespot,2048 8765 en leugenen3577 tot413 mij gesproken;1696 8762 verklaar5046 8685 mij [toch] [nu], waarmede4100 gij zoudt kunnen gebonden worden.631 8735 En hij zeide559 8799 tot413 haar: Indien518 gij de zeven7651 haarlokken4253 mijns hoofds7218 vlochtet707 8799 aan5973 een weversboom.4545 En zij maakte ze vast8628 8799 met een pin,3489 en zeide559 8799 tot413 hem: De Filistijnen6430 over5921 u, Simson!8123 waakte hij op3364 8799 uit4480 zijn slaap,8142 en nam weg5265 8799 de pin3489 der gevlochten708 [haarlokken], en den weversboom.4545 Toen zeide zij559 8799 tot413 hem: Hoe349 zult gij zeggen:559 8799 Ik heb u lief,157 8804 daar uw hart3820 niet369 met854 mij is? Gij hebt nu2088 driemaal7969 6471 met mij gespot,2048 8765 en mij niet3808 verklaard,5046 8689 waarin4100 uw grote1419 kracht3581 zij. En het geschiedde,1961 8799 als3588 zij hem alle3605 dagen3117 met haar woorden1697 perste,6693 8689 en hem moeilijk viel,509 8762 dat zijn ziel5315 verdrietig werd7114 8799 tot stervens toe;4191 8800 Zo verklaarde hij5046 8686 haar zijn ganse3605 hart,3820 en zeide559 8799 tot haar: Er is nooit3808 een scheermes4177 op5921 mijn hoofd7218 gekomen,5927 8804 want3588 ik589 ben een Nazireer5139 Gods430 van4480 mijn moeders517 buik990 af; indien518 ik geschoren wierd,1548 8795 zo zou mijn kracht3581 van4480 mij wijken,5493 8804 en ik zou zwak worden,2470 8804 en wezen1961 8804 als alle3605 de mensen.120 Als nu Delila1807 zag,7200 8799 dat3588 hij haar zijn ganse3605 hart3820 verklaard had,5046 8689 zo zond zij heen,7971 8799 en riep7121 8799 de vorsten5633 der ,6430 zeggende:559 8800 Komt5927 ditmaal6471 op,5927 8798 want3588 hij heeft mij zijn ganse3605 hart3820 verklaard.5046 8689 En de vorsten5633 der Filistijnen6430 kwamen tot413 haar op,5927 8804 en brachten5927 8686 dat geld3701 in hun hand.3027 Toen deed zij hem slapen3462 8762 op5921 haar knieen,1290 en riep7121 8799 een man376 en liet hem de zeven7651 haarlokken4253 zijns hoofds7218 afscheren,1548 8762 en zij begon2490 8686 hem te plagen;6031 8763 en zijn kracht3581 week5493 8799 van4480 5921 hem. En zij zeide:559 8799 De Filistijnen6430 over5921 u, Simson!8123 En hij ontwaakte3364 8799 uit4480 zijn slaap,8142 en zeide:559 8799 Ik zal ditmaal uitgaan,3318 8799 als op andere malen,6471 6471 en mij uitschudden;5287 8735 want3588 hij1931 wist3045 8804 niet,3808 dat3588 de HEERE3068 van4480 5921 hem geweken was.5493 8804 Toen grepen270 8799 hem de ,6430 en groeven5365 zijn ogen5869 uit;5365 8762 en zij voerden3381 hem853 af3381 8686 naar ,5804 en bonden631 8799 hem met twee koperen ketenen,5178 en hij was1961 8799 malende2912 8802 in het gevangenhuis.631 8803 1004 En het haar8181 zijns hoofds7218 begon2490 8686 [weder] te wassen,6779 8763 gelijk834 toen hij geschoren werd.1548 8795 Toen verzamelden zich622 8738 de vorsten5633 der ,6430 om hun god430 Dagon1712 een groot1419 offer2077 te offeren,2076 8800 en tot vrolijkheid;8057 en zij zeiden:559 8799 god430 heeft onze vijand341 8802 Simson8123 in onze hand3027 gegeven.5414 8804 Desgelijks als hem853 het volk5971 zag,7200 8799 loofden zij1984 8762 hun god,430 want3588 zij zeiden:559 8804 god430 heeft in onze hand3027 gegeven5414 8804 onzen vijand,341 8802 en die ons land776 verwoestte,2717 8688 en die834 onzer verslagenen2491 velen maakte!7235 8689 En het geschiedde,1961 8799 als3588 hun hart3820 vrolijk was,2896 dat zij zeiden:559 8799 Roept7121 8798 ,8123 dat hij voor ons spele.7832 8762 En zij riepen7121 8799 Simson8123 uit4480 het gevangenhuis;631 8803 1004 en hij speelde6711 8762 voor hun aangezichten,6440 en zij deden hem853 staan5975 8686 tussen996 de pilaren.5982 Toen zeide559 8799 Simson8123 tot413 den jongen,5288 die hem bij de hand3027 hield:2388 8688 mij853 gaan,3240 8685 dat ik de pilaren5982 betaste,4184 8685 8675 3237 8685 op5921 dewelke834 het huis1004 gevestigd is,3559 8737 dat ik daaraan5921 leune.8172 8735 Het huis1004 nu was vol4390 8804 mannen582 en vrouwen;802 ook waren daar8033 alle3605 vorsten5633 der ;6430 en op5921 het dak1406 waren omtrent drie7969 duizend505 mannen376 en vrouwen,802 die toezagen,7200 8802 als Simson8123 speelde.7832 8800 Toen riep7121 8799 Simson8123 tot413 den HEERE,3068 en zeide:559 8799 ,136 HEERE!3069 gedenk2142 8798 toch4994 mijner, en sterk2388 8761 mij toch4994 alleenlijk389 ditmaal,6471 2088 o God!430 dat ik mij met een259 wrake5359 voor4480 mijn twee8147 ogen5869 aan4480 de Filistijnen6430 wreke.5358 8735 En Simson8123 vatte3943 8799 de twee8147 middelste8432 pilaren,5982 op5921 dewelke834 het huis1004 was gevestigd,3559 8737 en waarop5921 het steunde,5564 8735 den enen259 met zijn rechterhand,3225 en den anderen259 met zijn linkerhand;8040 En Simson8123 zeide:559 8799 ziel5315 sterve4191 8799 met5973 de ;6430 en hij boog zich5186 8799 met kracht,3581 en het huis1004 viel5307 8799 op5921 de vorsten,5633 en op5921 al3605 het volk,5971 dat834 daarin was. En de doden,4191 8801 die834 hij in zijn sterven4194 gedood heeft,4191 8689 waren1961 8799 meer,7227 4480 die834 hij in zijn leven2416 gedood had.4191 8689 Toen kwamen3381 zijn broeders251 af,3381 8799 en het ganse3605 huis1004 zijns vaders,1 en namen5375 hem853 op,5375 8799 en brachten [hem] opwaarts,5927 8799 en begroeven6912 8799 hem853 tussen996 Zora6881 en tussen996 ,847 in het graf6913 van zijn vader1 ;4495 hij1931 nu had 3478 gericht8199 8804 twintig6242 jaren.8141