Nehemiah
Nehemiah 4
Statenvertaling (1637) · tap any highlighted word for context
Nehemiah 4 — Scripture text (Statenvertaling (1637))
Maar het geschiedde,1961 8799 als834 5571 gehoord had,8085 8804 dat3588 wij587 den muur2346 bouwden,1129 8802 zo ontstak hij,2734 8799 en werd zeer7235 8687 toornig;3707 8799 en hij bespotte3932 8686 5921 de .3064 En sprak559 8799 in de tegenwoordigheid6440 zijner broederen251 en van het heir2428 van ,8111 en zeide:559 8799 Wat4100 doen6213 8802 deze amechtige537 ?3064 men hen laten geworden?5800 8799 zij offeren?2076 8799 zij het in een dag3117 voleinden?3615 8762 zij de steentjes68 uit4480 de stofhopen6194 6083 levend maken,2421 8762 daar zij1992 verbrand zijn?8313 8803 En ,2900 de ,5984 was bij681 hem, en zeide:559 8799 Al is het,1571 dat834 zij1992 bouwen,1129 8802 zo518 er een vos7776 opkwame,5927 8799 hij zou hun stenen68 muur2346 wel verscheuren.6555 8804 Hoor,8085 8798 o onze God!430 dat3588 wij zeer veracht939 zijn,1961 8804 en keer7725 hun versmaadheid2781 weder7725 8685 op413 hun hoofd,7218 en geef hen over5414 8798 tot een roof961 in een land776 der gevangenis.7633 En dek3680 hun ongerechtigheid5771 niet408 toe;3680 8762 5921 en hun zonde2403 worde niet408 uitgedelgd4229 8735 van4480 voor Uw aangezicht,6440 want3588 zij hebben [U] getergd,3707 8689 [staande] tegenover5048 de bouwlieden.1129 8802 Doch wij bouwden1129 8799 den muur,2346 zodat de ganse3605 muur2346 samengevoegd werd7194 8735 tot5704 zijn helft2677 toe; want het hart3820 des volks5971 was1961 8799 om te werken.6213 8800 En het geschiedde,1961 8799 als ,5571 en ,2900 en de ,6163 en de ,5984 en de Asdodieten796 hoorden,8085 8804 dat3588 de verbetering724 aan de muren2346 van Jeruzalem3389 toenam,5927 8804 dat3588 de scheuren6555 8803 begonnen2490 8689 gestopt te worden,5640 8736 zo ontstaken zij2734 8799 zeer;3966 En zij maakten7194 allen te zamen3162 een verbintenis,7194 8799 dat zij zouden komen935 8800 om tegen Jeruzalem3389 te strijden,3898 8736 en een verbijstering8442 daarin te maken.6213 8800 Maar wij baden6419 8691 tot413 onzen God,430 en zetten5975 8686 wacht4929 tegen5921 hen, dag3119 en nacht,3915 hunnenthalve.4480 6440 Toen zeide559 8799 :3063 De kracht3581 der dragers5449 is vervallen,3782 8804 en des stofs6083 is veel,7235 8687 zodat wij587 aan den muur2346 niet3808 zullen kunnen3201 8799 bouwen.1129 8800 Nu hadden onze vijanden6862 gezegd:559 8799 zullen het niet3808 weten,3045 8799 noch3808 zien,7200 8799 totdat5704 834 wij in413 het midden8432 van8432 hen komen,935 8799 en slaan hen dood;2026 8804 alzo zullen wij het werk4399 doen ophouden.7673 8689 En het geschiedde,1961 8799 als834 de ,3064 die bij681 hen woonden,3427 8802 kwamen,935 8804 dat zij het ons [wel] tienmaal6235 6471 zeiden,559 8799 uit4480 al3605 de plaatsen,4725 [door] dewelke834 gij tot5921 ons wederkeert.7725 8799 Daarom zette ik5975 8686 in4480 de benedenste8482 plaatsen4725 achter4480 310 den muur,2346 [en] op de hoogten,6706 8675 6708 en ik zette5975 8686 het volk5971 naar de geslachten,4940 met5973 hun zwaarden,2719 hun spiesen7420 en hun bogen.7198 En ik zag toe,7200 8799 en maakte mij op,6965 8799 en zeide559 8799 tot413 de edelen,2715 en tot413 de overheden,5461 en tot413 het overige3499 des volks:5971 Vreest3372 8799 niet408 voor4480 hun aangezicht;6440 denkt2142 8798 aan dien groten1419 en vreselijken3372 8737 HEERE,136 en strijdt3898 8734 voor5921 uw broederen,251 uw zonen1121 en uw dochteren,1323 uw vrouwen802 en uw huizen.1004 Daarna geschiedde het,1961 8799 als834 onze vijanden341 8802 hoorden,8085 8804 dat3588 het ons bekend was geworden,3045 8738 en God430 hun raad6098 te niet gemaakt had,6565 8686 zo keerden wij7725 allen3605 weder7725 8799 tot413 den muur,2346 een iegelijk376 tot413 zijn werk.4399 En het geschiedde1961 8799 van4480 dien1931 dag3117 af, dat de helft2677 mijner jongens5288 doende waren6213 8802 aan het werk,4399 en de helft2677 van hen hielden2388 8688 de spiesen,7420 en de schilden,4043 en de bogen,7198 en de pantsiers;8302 en de oversten8269 waren achter310 het ganse3605 huis1004 van .3063 Die aan den muur2346 bouwden,1129 8802 en die den last5447 droegen,5375 8802 [en] die oplaadden,6006 8802 waren6213 een ieder met zijn ene259 hand3027 doende6213 8802 aan het werk,4399 en de andere259 hield2388 8688 het geweer.7973 En de bouwers1129 8802 hadden een iegelijk376 zijn zwaard2719 aan5921 zijn lenden4975 gegord,631 8803 en bouwden;1129 8802 maar die met de bazuin7782 blies,8628 8802 was bij681 mij. En ik zeide559 8799 tot413 de edelen,2715 en tot413 de overheden,5461 en tot413 het overige3499 des volks:5971 werk4399 is groot7235 8687 en wijd;7342 en wij587 zijn op5921 den muur2346 afgezonderd,6504 8737 de een376 ver7350 van4480 den ander;251 Ter plaatse,4725 waar834 gij het geluid6963 der bazuin7782 zult horen,8085 8799 daarheen8033 zult gij u tot413 ons verzamelen;6908 8735 onze God430 zal voor ons strijden.3898 8735 Alzo waren wij857 doende6213 8802 aan het werk;4399 en de helft2677 van hen hielden2388 8688 de spiesen,7420 van4480 het opgaan5927 8800 des dageraads7837 tot5704 het voortkomen3318 8800 der sterren3556 toe. Ook1571 zeide ik559 8804 te dier1931 tijd6256 tot het volk:5971 iegelijk376 vernachte3885 8799 met zijn jongen5288 binnen8432 ,3389 opdat zij ons des nachts3915 ter wacht4929 zijn,1961 8804 en des daags3117 aan het werk.4399 Voorts noch369 ik,589 noch369 mijn broederen,251 noch369 mijn jongelingen,5288 noch369 de mannen582 van de wacht,4929 die834 achter310 mij waren,369 wij587 trokken6584 onze klederen899 niet369 uit;6584 8802 een iegelijk376 [had] zijn geweer7973 [en] water.4325