Psalms
Psalms 106
Statenvertaling (1637) · tap any highlighted word for context
Psalms 106 — Scripture text (Statenvertaling (1637))
Hallelujah!1984 8761 3050 Looft3034 8685 den HEERE,3068 want is goed,2896 want goedertierenheid2617 is in der eeuwigheid.5769 Wie zal de mogendheden1369 des HEEREN3068 uitspreken,4448 8762 al lof8416 verkondigen?8085 8686 Welgelukzalig835 zijn zij, die het recht4941 onderhouden,8104 8802 die te aller tijd6256 gerechtigheid6666 doet.6213 8802 Gedenk2142 8798 mijner, o HEERE!3068 naar het welbehagen7522 [tot] Uw volk,5971 bezoek6485 8798 mij met Uw heil;3444 Opdat ik aanschouwe7200 8800 het goede2896 uitverkorenen;972 opdat ik mij verblijde8055 8800 met de blijdschap8057 volks;1471 opdat ik mij beroeme1984 8692 met Uw erfdeel.5159 Wij hebben gezondigd,2398 8804 mitsgaders onze vaderen,1 wij hebben verkeerdelijk gedaan;5753 8689 wij hebben goddelooslijk gehandeld.7561 8689 Onze vaders1 in Egypte4714 hebben niet gelet7919 8689 op Uw wonderen;6381 8737 zij zijn der menigte7230 goedertierenheid2617 niet gedachtig geweest;2142 8804 maar zij waren wederspannig4784 8686 aan de zee,3220 bij de .5488 3220 Doch verloste3467 8686 hen om Naams8034 wil, opdat mogendheid1369 bekend maakte.3045 8687 En schold1605 8799 de ,5488 3220 zodat zij verdroogde,2717 8799 en deed hen wandelen3212 8686 door de afgronden,8415 als [door] een woestijn.4057 En verloste3467 8686 hen uit de hand3027 des haters,8130 8802 en bevrijdde1350 8799 hen van de hand3027 des vijands.341 8802 En de wateren4325 overdekten3680 8762 hun wederpartijders;6862 niet een259 van hen bleef over.3498 8738 Toen geloofden zij539 8686 aan woorden;1697 zij zongen7891 8799 lof.8416 [] zij vergaten7911 8804 haast4116 8765 werken,4639 zij verbeidden2442 8765 naar raad6098 niet. Maar zij werden belust183 8691 met lust8378 in de woestijn,4057 en zij verzochten5254 8762 God410 in de wildernis.3452 Toen gaf Hij5414 8799 hun hun begeerte;7596 maar zond7971 8762 aan hun zielen5315 een magerheid.7332 En zij benijdden7065 8762 Mozes4872 in het leger,4264 [en] ,175 den heilige6918 des HEEREN.3068 De aarde776 deed zich open,6605 8799 en verslond1104 8799 ,1885 en overdekte3680 8762 de vergadering5712 van .48 En een vuur784 brandde1197 8799 onder hun vergadering,5712 een vlam3852 stak3857 de goddelozen7563 aan brand.3857 8762 Zij maakten6213 8799 een kalf5695 bij ,2722 en zij bogen zich7812 8691 voor een gegoten beeld.4541 En zij veranderden4171 8686 hun Eer3519 in de gedaante8403 van een os,7794 die gras6212 eet.398 8802 Zij vergaten7911 8804 God,410 hun ,3467 8688 grote dingen1419 gedaan had6213 8802 in ;4714 Wonderdaden6381 8737 in het land776 van ;2526 vreselijke dingen3372 8737 aan de .5488 3220 Dies zeide,559 8799 dat hen verdelgen zou,8045 8687 ten ware3884 ,4872 uitverkorene,972 in de scheure6556 voor aangezicht6440 gestaan had,5975 8804 om grimmigheid2534 af te keren,7725 8687 dat hen niet verdierf.7843 8687 Zij versmaadden3988 8799 ook het gewenste2532 land;776 zij geloofden539 8689 woord1697 niet. Maar zij murmureerden7279 8735 in hun tenten;168 naar de stem6963 des HEEREN3068 hoorden zij8085 8804 niet. Dies hief Hij5375 8799 tegen hen hand3027 op, [zwerende], dat hen nedervellen zou5307 8687 in de woestijn;4057 En dat hun zaad2233 zou nedervellen5307 8687 onder de heidenen,1471 en hen verstrooien zou2219 8763 door de landen.776 Ook hebben zij zich gekoppeld6775 8735 aan -peor,1187 en zij hebben de offeranden2077 der doden4191 8801 gegeten.398 8799 En zij hebben [den] [] tot toorn verwekt3707 8686 met hun daden,4611 zodat de plaag4046 een inbreuk onder hen deed.6555 8799 Toen stond5975 Pinehas6372 op,5975 8799 en hij oefende gericht,6419 8762 en de plaag4046 werd opgehouden.6113 8735 En het is hem gerekend2803 8735 tot gerechtigheid,6666 van geslacht1755 tot geslacht1755 tot5704 in eeuwigheid.5769 Zij maakten [] ook zeer toornig7107 8686 aan het twistwater,4325 4808 8677 4809 en het ging3415 Mozes4872 kwalijk3415 8799 om hunnentwil. Want zij verbitterden4784 8689 zijn geest,7307 zodat hij [wat] onbedachtelijk voortbracht981 8762 met zijn lippen.8193 Zij hebben die volken5971 niet verdelgd,8045 8689 die de HEERE3068 hun gezegd had;559 8804 Maar zij vermengden zich6148 8691 met de heidenen,1471 en leerden3925 8799 derzelver werken.4639 En zij dienden5647 8799 hun afgoden,6091 en zij werden hun tot een strik.4170 Daarenboven hebben zij hun zonen1121 en hun dochteren1323 den duivelen7700 geofferd.2076 8799 En zij hebben onschuldig5355 bloed1818 vergoten,8210 8799 het bloed1818 hunner zonen1121 en hunner dochteren,1323 die zij den afgoden6091 van Kanaan3667 hebben opgeofferd;2076 8765 zodat het land776 door deze bloedschulden1818 is ontheiligd geworden.2610 8799 En zij ontreinigden zich2930 8799 door hun werken,4639 en zij hebben gehoereerd2181 8799 door hun daden.4611 Dies is de toorn639 des HEEREN3068 ontstoken2734 8799 tegen volk,5971 en heeft een gruwel gehad8581 8762 aan erfdeel.5159 En gaf5414 8799 hen in de hand3027 der heidenen,1471 en hun haters8130 8802 heersten4910 8799 over hen. En hun vijanden341 8802 hebben hen verdrukt,3905 8799 en zij zijn vernederd geworden3665 8735 onder hun hand.3027 Hij heeft hen menigmaal7227 6471 gered;5337 8686 maar zij verbitterden4784 8686 [] door hun raad,6098 en werden uitgeteerd4355 8799 door hun ongerechtigheid.5771 Nochtans zag Hij7200 8799 hun benauwdheid6862 aan, als hun geschrei7440 hoorde.8085 8800 En dacht2142 8799 tot hun beste aan verbond,1285 en het berouwde5162 8735 naar de veelheid7230 goedertierenheden.2617 Dies gaf Hij5414 8799 hun barmhartigheid7356 voor het aangezicht6440 van allen, die hen gevangen hadden.7617 8802 Verlos3467 8685 ons, HEERE,3068 onze God!430 en verzamel6908 8761 ons uit de heidenen,1471 opdat wij den Naam8034 heiligheid6944 loven,3034 8687 ons beroemende7623 8692 in Uw lof.8416 Geloofd1288 8803 zij de HEERE,3068 de God430 ,3478 van eeuwigheid5769 en tot in eeuwigheid;5769 en al het volk5971 zegge:559 8804 Amen,543 !1984 8761 3050