Psalms 12:1
“Een psalm4210 van David,1732 voor den opperzangmeester,5329 8764 op de Scheminith.8067 [012:2] Behoud,3467 8685 o HEERE;3068 want de goedertierene2623 ontbreekt,1584 8804 want de getrouwen539 8803 zijn weinig geworden6461 8804 onder de mensenkinderen.1121 120”
Psalms 12:1 — Statenvertaling (1637)
Verse 1 of 8 in Psalms chapter 12 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Psalms 12 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Een psalm4210 van ,1732 voor den opperzangmeester,5329 8764 op de .8067 [012:2] ,3467 8685 o HEERE;3068 want de goedertierene2623 ontbreekt,1584 8804 want de getrouwen539 8803 zijn weinig geworden6461 8804 onder de mensenkinderen.1121 120 [012:3] spreken1696 8762 valsheid,7723 een ieder376 met zijn naaste,7453 [met] vleiende2513 lippen;8193 zij spreken1696 8762 met een dubbel3820 hart.3820 [012:4] De HEERE3068 snijde af3772 8686 alle vleiende2513 lippen,8193 de grootsprekende1696 8764 1419 tong;3956 [012:5] daar zeggen:559 8804 zullen de overhand hebben1396 8686 met onze tong;3956 onze lippen8193 zijn onze! Wie is heer113 over ons? [012:6] Om de verwoesting7701 der ellendigen,6041 om het kermen603 der nooddruftigen,34 zal Ik nu opstaan,6965 8799 zegt559 8799 de HEERE;3068 Ik zal in behoudenis3468 zetten,7896 8799 dien hij aanblaast.6315 8686 [012:7] De redenen565 des HEEREN3068 zijn reine2889 redenen,565 zilver,3701 gelouterd6884 8803 in een aarden776 smeltkroes,5948 gezuiverd2212 8794 zevenmaal.7659 [012:8] , HEERE,3068 zult hen bewaren;8104 8799 zult hen behoeden5341 8799 voor dit2098 geslacht,1755 tot in eeuwigheid.5769 [012:9] De goddelozen7563 draven1980 8691 rondom,5439 wanneer de snoodsten2149 van des mensenkinderen1121 120 verhoogd worden.7311 8800