Psalms
Psalms 127
Statenvertaling (1637) · tap any highlighted word for context
Psalms 127 — Scripture text (Statenvertaling (1637))
Een lied7892 ,4609 van .8010 Zo de HEERE3068 het huis1004 niet bouwt,1129 8799 te vergeefs7723 arbeiden5998 8804 deszelfs bouwlieden1129 8802 daaraan; zo de HEERE3068 de stad5892 niet bewaart,8104 8799 te vergeefs7723 waakt8245 8804 de wachter.8104 8802 Het is te vergeefs,7723 dat gijlieden vroeg7925 8688 opstaat,6965 8800 laat309 8764 opblijft,3427 8800 eet398 8802 brood3899 der smarten;6089 het is alzo, dat het beminden3039 [als] [in] den slaap8142 geeft.5414 8799 Ziet, de kinderen1121 zijn een erfdeel5159 des HEEREN;3068 des buiks990 vrucht6529 is een beloning.7939 Gelijk de pijlen2671 zijn in de hand3027 eens helds,1368 zodanig zijn de zonen1121 der jeugd.5271 Welgelukzalig835 is de man,1397 die zijn pijlkoker827 met dezelve gevuld heeft;4390 8765 zij zullen niet beschaamd worden,954 8799 als zij met de vijanden341 8802 spreken zullen1696 8762 in de poort.8179