Psalms 27:12
“Geef mij niet over5414 8799 in de begeerte5315 mijner tegenpartijders;6862 want valse8267 getuigen5707 zijn tegen mij opgestaan,6965 8804 mitsgaders die wrevel2555 uitblaast.3307”
Psalms 27:12 — Statenvertaling (1637)
Verse 12 of 14 in Psalms chapter 27 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Psalms 27 — full chapter (Statenvertaling (1637))
[] [psalm] van .1732 De HEERE3068 is mijn Licht216 en mijn ,3468 voor wien zou ik vrezen?3372 8799 De HEERE3068 is mijns levens2416 kracht,4581 voor wien zou ik vervaard zijn?6342 8799 Als de bozen,7489 8688 mijn tegenpartijen,6862 en mijn vijanden341 8802 tegen mij, tot mij naderden,7126 8800 om mijn vlees1320 te eten,398 8800 stieten zij zelven aan,3782 8804 en vielen.5307 8804 Ofschoon mij een leger4264 belegerde,2583 8799 mijn hart3820 zou niet vrezen;3372 8799 ofschoon een oorlog4421 tegen mij opstond,6965 8799 zo vertrouw ik982 8802 hierop. Een259 ding heb ik van den HEERE3068 begeerd,7592 8804 dat zal ik zoeken:1245 8762 dat ik al de dagen3117 mijns levens2416 mocht wonen3427 8800 in het huis1004 des HEEREN,3068 om de liefelijkheid5278 des HEEREN3068 te aanschouwen,2372 8800 en te onderzoeken1239 8763 in tempel.1964 Want versteekt6845 8799 mij in hut,5520 ten dage3117 des kwaads;7451 verbergt5641 8686 mij in het verborgene5643 tent;168 verhoogt7311 8787 mij op een rotssteen.6697 Ook nu zal mijn hoofd7218 verhoogd worden7311 8799 boven mijn vijanden,341 8802 die rondom5439 mij zijn, en ik zal in tent168 offeranden2077 des geklanks8643 offeren;2076 8799 ik zal zingen,7891 8799 ja, psalmzingen2167 8762 den HEERE.3068 Hoor,8085 8798 HEERE!3068 mijn stem,6963 [als] ik roep;7121 8799 en wees mij genadig,2603 8798 en antwoord6030 8798 mij. Mijn hart3820 zegt559 8804 tot U: [] [zegt]: Zoek1245 8761 aangezicht;6440 ik zoek1245 8762 Uw aangezicht,6440 o HEERE!3068 Verberg5641 8686 Uw aangezicht6440 niet voor mij, keer5186 Uw knecht5650 niet af5186 8686 in toorn;639 zijt mijn Hulp5833 geweest, begeef5203 8799 mij niet, en verlaat5800 8799 mij niet, o God430 mijns heils!3468 Want mijn vader1 en mijn moeder517 hebben mij verlaten,5800 8804 maar de HEERE3068 zal mij aannemen.622 8799 HEERE!3068 leer3384 8685 mij Uw weg,1870 en leid5148 8798 mij in het rechte4334 pad,734 om mijner verspieders8324 8802 wil. Geef mij niet over5414 8799 in de begeerte5315 mijner tegenpartijders;6862 want valse8267 getuigen5707 zijn tegen mij opgestaan,6965 8804 mitsgaders die wrevel2555 uitblaast.3307 Zo ik niet3884 had geloofd,539 8689 dat ik het goede2898 des HEEREN3068 zou zien7200 8800 in het land776 der levenden,2416 [ik] [ware] [vergaan]. Wacht6960 8761 op den HEERE,3068 zijt sterk,2388 8798 en zal uw hart3820 versterken,553 8686 ja, wacht6960 8761 op den HEERE.3068