Psalms 78:66

“En Hij sloeg5221 8686 Zijn wederpartijders6862 aan het achterste;268 Hij deed5414 hun eeuwige5769 smaadheid2781 aan.5414 8804”

Psalms 78:66 — Statenvertaling (1637)

Verse 66 of 72 in Psalms chapter 78 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Psalms 78 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Een onderwijzing4905 8688 van .623 O mijn volk!5971 neem238 mijn leer8451 ter oren;238 8685 neigt5186 8685 ulieder oor241 tot de redenen561 mijns monds.6310 Ik zal mijn mond6310 opendoen6605 8799 met spreuken;4912 ik zal verborgenheden2420 overvloediglijk uitstorten,5042 8686 van ouds6924 her; Die wij gehoord hebben8085 8804 en weten3045 8799 ze, en onze vaders1 ons verteld hebben.5608 8765 Wij zullen het niet verbergen3582 8762 voor hun kinderen,1121 voor het navolgende314 geslacht,1755 vertellende5608 8764 de loffelijkheden8416 des HEEREN,3068 en sterkheid,5807 en wonderen,6381 8737 die gedaan heeft.6213 8804 Want heeft een getuigenis5715 opgericht6965 8686 in ,3290 en een wet8451 gesteld7760 8804 in ;3478 die onzen vaderen1 geboden heeft,6680 8765 dat zij ze hun kinderen1121 zouden bekend maken;3045 8687 Opdat het navolgende314 geslacht1755 [die] weten zou,3045 8799 de kinderen,1121 [die] geboren zouden worden;3205 8735 [en] zouden opstaan,6965 8799 en vertellen5608 8762 ze hun kinderen;1121 En dat zij hun hoop3689 op God430 zouden stellen,7760 8799 en Gods410 daden4611 niet vergeten,7911 8799 maar geboden4687 bewaren;5341 8799 En dat zij niet zouden worden gelijk hun vaders,1 een wederhorig5637 8802 en wederspannig4784 8802 geslacht;1755 een geslacht,1755 [dat] zijn hart3820 niet richtte,3559 8689 en welks geest7307 niet getrouw was539 8738 met God.410 (De kinderen1121 van ,669 gewapende5401 8802 boogschutters,7411 8802 7198 keerden om2015 8804 ten dage3117 des strijds.7128) Zij hielden8104 8804 Gods430 verbond1285 niet, en weigerden3985 8765 te wandelen3212 8800 in wet.8451 En zij vergaten7911 8799 daden,5949 en wonderen,6381 8737 die hun had doen zien.7200 8689 Voor5048 hun vaderen1 had 6382 gedaan,6213 8804 in ,776 4714 [in] het veld7704 van .6814 Hij kliefde1234 8804 de zee,3220 en deed er hen doorgaan;5674 8686 en de wateren4325 deed staan5324 8686 als een hoop.5067 En leidde5148 8686 hen des daags3119 met een wolk,6051 en den gansen nacht3915 met een licht216 des vuurs.784 Hij kliefde1234 8762 de rotsstenen6697 in de woestijn,4057 en drenkte8248 8686 hen overvloedig,7227 als [uit] afgronden.8415 Want bracht3318 stromen5140 8802 voort3318 8686 uit de steenrots,5553 en deed de wateren4325 afdalen3381 8686 als rivieren.5104 Nog voeren zij wijders voort3254 8686 tegen te zondigen,2398 8800 verbitterende4784 8687 den Allerhoogste5945 in de dorre wildernis.6723 En zij verzochten5254 8762 God410 in hun hart,3824 begerende7592 8800 spijs400 naar hun lust.5315 En zij spraken1696 8762 tegen God,430 zij zeiden:559 8804 God410 een tafel7979 kunnen3201 8799 toerichten6186 8800 in de woestijn?4057 Ziet, Hij heeft den rotssteen6697 geslagen,5221 8689 dat er wateren4325 uitvloeiden,2100 8799 en beken5158 overvloediglijk uitbraken,7857 8799 zou ook brood3899 kunnen3201 8799 geven?5414 8800 volke5971 vlees7607 toebereiden?3559 8686 Daarom hoorde8085 8804 de HEERE,3068 en werd verbolgen;5674 8691 en een vuur784 werd ontstoken5400 8738 tegen ,3290 en toorn639 ging ook op5927 8804 tegen ;3478 Omdat zij in God430 niet geloofden,539 8689 en op heil3444 niet vertrouwden.982 8804 Daar den wolken7834 van boven4605 gebood,6680 8762 en de deuren1817 des hemels8064 opende;6605 8804 En regende4305 8686 op hen het Man4478 om te eten,398 8800 en gaf5414 8804 hun hemels8064 koren.1715 Een iegelijk376 at398 8804 het brood3899 der ;47 zond7971 8804 hun teerkost6720 tot verzadiging.7648 Hij dreef5265 den oostenwind6921 voort5265 8686 in den hemel,8064 en voerde5090 den zuidenwind8486 aan5090 8762 door sterkte;5797 En regende4305 8686 op hen vlees7607 als stof,6083 en gevleugeld3671 gevogelte5775 als zand2344 der zeeen;3220 En deed het vallen5307 8686 in het midden7130 zijns legers,4264 rondom5439 zijn woningen.4908 Toen aten zij,398 8799 en werden zeer3966 zat;7646 8799 zodat hun hun lust8378 toebracht.935 8686 Zij waren nog niet vervreemd2114 8804 van hun lust;8378 hun spijs400 was nog in hun mond,6310 Als Gods430 toorn639 tegen hen opging,5927 8804 dat van hun vetsten4924 doodde,2026 8799 en de uitgelezenen970 van 3478 nedervelde.3766 8689 Boven dit alles zondigden zij2398 8804 nog, en geloofden539 8689 niet, door wonderen.6381 8737 Dies deed hun dagen3117 vergaan3615 8762 in ijdelheid,1892 en hun jaren8141 in verschrikking.928 Als hen doodde,2026 8804 zo vraagden zij1875 8804 naar , en keerden weder,7725 8804 en zochten7836 God410 vroeg;7836 8765 En gedachten,2142 8799 dat God430 hun Rotssteen6697 was, en God,410 de ,5945 hun .1350 8802 En zij vleiden6601 8762 met hun mond,6310 en logen3576 8762 met hun tong.3956 Want hun hart3820 was niet recht3559 8737 met , en zij waren niet getrouw539 8738 in verbond.1285 Doch , barmhartig7349 zijnde, verzoende3722 8762 de ongerechtigheid,5771 en verdierf7843 8686 hen niet; maar wendde7725 dikwijls7235 8689 toorn639 af,7725 8687 en wekte5782 8686 ganse grimmigheid2534 niet op. En dacht,2142 8799 dat zij vlees1320 waren, een wind,7307 die henengaat1980 8802 en niet wederkeert.7725 8799 Hoe dikwijls4100 verbitterden zij4784 8686 in de woestijn,4057 deden smart6087 8686 aan in de wildernis!3452 Want zij kwamen alweder,7725 8799 en verzochten5254 8762 God,410 en stelden8428 den Heilige6918 Israels3478 een perk.8428 8689 Zij dachten2142 8804 niet aan hand,3027 aan den dag,3117 toen hen van den wederpartijder6862 verloste;6299 8804 Hoe tekenen226 stelde7760 8804 in ,4714 en wonderheden4159 in het veld7704 van ;6814 En hun vloeden2975 in bloed1818 veranderde,2015 8799 en hun stromen,5140 8802 opdat zij niet zouden drinken.8354 8799 Hij zond7971 8762 een vermenging van ongedierte6157 onder hen, dat hen verteerde,398 8799 en vorsen,6854 die hen verdierven.7843 8686 En gaf5414 8799 hun gewas2981 den kruidworm,2625 en hun arbeid3018 den sprinkhaan.697 Hij doodde2026 8799 hun wijnstok1612 door den hagel,1259 en hun wilde vijgebomen8256 door vurigen hagelsteen.2602 Ook gaf Hij5462 hun vee1165 den hagel1259 over,5462 8686 en hun beesten4735 aan de vurige kolen.7565 Hij zond7971 8762 onder hen de hittigheid2740 toorns,639 verbolgenheid,5678 en verstoordheid,2195 en benauwdheid,6869 [met] uitzending4917 der boden4397 van veel kwaads.7451 Hij woog6424 8762 een pad5410 voor toorn;639 onttrok2820 8804 hun ziel5315 niet van den dood;4194 en hun gedierte2416 gaf5462 aan de pestilentie1698 over.5462 8689 En sloeg5221 8686 al het eerstgeborene1060 in ,4714 het beginsel7225 der krachten202 in de tenten168 van .2526 En voerde5265 8686 volk5971 als schapen,6629 en leidde5090 8762 hen, als een kudde,5739 in de woestijn.4057 Ja, Hij leidde5148 8686 hen zeker,983 zodat zij niet vreesden;6342 8804 want de zee3220 had hun vijanden341 8802 overdekt.3680 8765 En bracht935 8686 hen tot de landpale1366 heiligheid,6944 tot dezen berg,2022 [dien] rechterhand3225 verkregen heeft.7069 8804 En verdreef1644 8762 voor hun aangezicht6440 de heidenen,1471 en deed hen vallen5307 8686 in het snoer2256 [hunner] erfenis,5159 en deed de stammen7626 Israels3478 in hun tenten168 wonen.7931 8686 Maar zij verzochten5254 8762 en verbitterden4784 8686 God,430 den ,5945 en onderhielden8104 8804 getuigenissen5713 niet. En zij weken terug,5472 8735 en handelden trouwelooslijk,898 8799 gelijk hun vaders;1 zij zijn omgekeerd,2015 8738 als een bedriegelijke7423 boog.7198 En zij verwekten tot toorn3707 8686 door hun hoogten,1116 en verwekten tot ijver7065 8686 door hun gesneden beelden.6456 God430 hoorde8085 8804 het en werd verbolgen,5674 8691 en versmaadde3988 8799 3478 zeer.3966 Dies verliet Hij5203 8799 den tabernakel4908 te ,7887 de tent,168 [die] tot een woning gesteld had7931 8765 onder de mensen.120 En gaf5414 8799 sterkte5797 in de gevangenis,7628 en heerlijkheid8597 in de hand3027 des wederpartijders.6862 En leverde5462 volk5971 over5462 8686 ten zwaarde,2719 en werd verbolgen5674 8694 tegen erfenis.5159 Het vuur784 verteerde398 8804 hun jongelingen,970 en hun jonge dochters1330 werden niet geprezen.1984 8795 Hun priesters3548 vielen5307 8804 door het zwaard,2719 en hun weduwen490 weenden1058 8799 niet. Toen ontwaakte3364 8799 de ,136 als een slapende,3463 als een held,1368 die juicht7442 8711 van den wijn.3196 En sloeg5221 8686 wederpartijders6862 aan het achterste;268 deed5414 hun eeuwige5769 smaadheid2781 aan.5414 8804 Doch verwierp3988 8799 de tent168 van ,3130 en den stam7626 van Efraim669 verkoos Hij977 8804 niet. Maar verkoos977 8799 den stam7626 van ,3063 den berg2022 ,6726 dien liefhad.157 8804 En bouwde1129 8799 heiligdom4720 als hoogten,7311 8802 als de aarde,776 die gegrond heeft3245 8804 in eeuwigheid.5769 En verkoos977 8799 knecht5650 ,1732 en nam3947 8799 hem van de schaapskooien;4356 6629 Van achter310 de zogende5763 8802 [schapen] deed hem komen,935 8689 om te weiden7462 8800 ,3290 volk,5971 en ,3478 erfenis.5159 Ook heeft hij hen geweid7462 8686 naar de oprechtheid8537 zijns harten,3824 en heeft hen geleid5148 8686 met een zeer verstandig beleid8394 zijner handen.3709

Every verse in Psalms 78

Chapter navigation

0:000:00