Revelation

Revelation 7

Statenvertaling (1637) · tap any highlighted word for context

Revelation 7 — Scripture text (Statenvertaling (1637))

En2532 na3326 dezen5023 zag ik1492 5627 vier5064 engelen32 staan2476 5761 op1909 de vier5064 hoeken1137 der aarde,1093 houdende2902 5723 de vier5064 winden417 der aarde,1093 opdat geen3363 wind417 zou waaien4154 5725 op1909 de aarde,1093 noch3383 op1909 de zee,2281 noch3383 tegen1909 enigen3956 boom.1186 En2532 ik zag1492 5627 een anderen243 engel32 opkomen305 5631 5625 305 5723 van575 den opgang395 der zon,2246 hebbende2192 5723 het zegel4973 des levenden2198 5723 ;2316 en2532 hij riep2896 5656 met een grote3173 stem5456 tot de vier5064 engelen,32 welke3739 846 [macht] gegeven was1325 5681 de aarde1093 en2532 de zee2281 te beschadigen,91 5658 Zeggende:3004 5723 Beschadigt91 5661 de aarde1093 niet,3361 noch3383 de zee,2281 noch3383 de bomen,1186 totdat891 3739 wij de dienstknechten1401 onzes2257 Gods2316 zullen verzegeld hebben4972 5725 5625 4972 5661 aan1909 hun846 voorhoofden.3359 En2532 ik hoorde191 5656 het getal706 dergenen, die verzegeld waren:4972 5772 honderd1540 vier5064 en veertig5062 duizend5505 waren verzegeld4972 5772 uit1537 alle3956 geslachten5443 der kinderen5207 .2474 Uit1537 het geslacht5443 van Juda2455 waren twaalf1427 duizend5505 verzegeld;4972 5772 uit1537 het geslacht5443 van Ruben4502 waren twaalf1427 duizend5505 verzegeld;4972 5772 uit1537 het geslacht5443 van waren twaalf1427 duizend5505 verzegeld;4972 5772 Uit1537 het geslacht5443 van Aser768 waren twaalf1427 duizend5505 verzegeld;4972 5772 uit1537 het geslacht5443 van Nafthali3508 waren twaalf1427 duizend5505 verzegeld;4972 5772 uit1537 het geslacht5443 van Manasse3128 waren twaalf1427 duizend5505 verzegeld;4972 5772 Uit1537 het geslacht5443 van 4826 waren twaalf1427 duizend5505 verzegeld;4972 5772 uit1537 het geslacht5443 van 3017 waren twaalf1427 duizend5505 verzegeld;4972 5772 uit1537 het geslacht5443 van Issaschar2466 waren twaalf1427 duizend5505 verzegeld;4972 5772 Uit1537 het geslacht5443 van Zebulon2194 waren twaalf1427 duizend5505 verzegeld;4972 5772 uit1537 het geslacht5443 van Jozef2501 waren twaalf1427 duizend5505 verzegeld;4972 5772 uit1537 het geslacht5443 van 958 waren twaalf1427 duizend5505 verzegeld.4972 5772 Na3326 dezen5023 zag ik,1492 5627 en2532 ziet,2400 5628 een grote4183 schare,3793 die3739 niemand3762 tellen705 5658 846 kon,1410 5711 uit1537 alle3956 natie,1484 en2532 geslachten,5443 en2532 volken,2992 en2532 talen,1100 staande2476 5761 voor1799 den troon,2362 en2532 voor1799 het ,721 bekleed zijnde4016 5772 met lange witte3022 klederen,4749 en2532 5404 [takken] waren in1722 hun846 handen.5495 En2532 zij riepen2896 5723 met grote3173 stem,5456 zeggende:3004 5723 De zaligheid4991 zij onzen2257 God,2316 Die3588 op1909 den troon2362 zit,2521 5740 en2532 het .721 En2532 al3956 de engelen32 stonden2476 5715 rondom2945 den troon,2362 en2532 [rondom] de ouderlingen4245 en2532 de vier5064 dieren;2226 en2532 vielen4098 5627 voor1799 den troon2362 [neder] op1909 hun846 aangezicht,4383 en2532 aanbaden4352 5656 God,2316 Zeggende:3004 5723 Amen.281 De lof,2129 en2532 de heerlijkheid,1391 en2532 de wijsheid,4678 en2532 de dankzegging,2169 en2532 de eer,5092 en2532 de kracht,1411 en2532 de sterkte2479 zij onzen2257 God2316 in1519 alle165 eeuwigheid.165 Amen.281 En2532 een1520 uit1537 de ouderlingen4245 antwoordde,611 5662 zeggende3004 5723 tot mij:3427 , die3588 bekleed zijn4016 5772 met de lange witte3022 klederen,4749 wie5101 zijn1526 5748 zij,3778 en2532 van waar4159 zijn zij gekomen?2064 5627 En2532 ik sprak2046 5758 tot hem:846 ,2962 gij4771 weet het.1492 5758 En2532 hij zeide2036 5627 tot mij:3427 Dezen3778 zijn het,1526 5748 die uit1537 de grote3173 verdrukking2347 komen;2064 5740 en2532 zij hebben hun846 lange klederen4749 gewassen,4150 5656 en2532 hebben hun846 lange klederen4749 wit gemaakt3021 5656 in1722 het bloed129 des .721 Daarom1223 5124 zijn zij1526 5748 voor1799 den troon2362 van God,2316 en2532 dienen3000 5719 Hem846 dag2250 en2532 nacht3571 in1722 Zijn846 tempel;3485 en2532 op1909 den troon2362 zit,2521 5740 zal hen1909 846 overschaduwen.4637 5692 Zij zullen niet3756 meer2089 hongeren,3983 5692 en zullen niet3761 meer2089 dorsten,1372 5692 en de zon2246 zal op1909 hen846 niet3761 3361 vallen,4098 5632 noch3761 enige3956 hitte.2738 Want3754 het ,721 Dat3588 in303 het midden3319 des troons2362 is, zal hen846 weiden,4165 5692 en2532 zal hun846 een zijn3594 5692 tot1909 levende2198 5723 fonteinen4077 der wateren;5204 en2532 God2316 zal alle3956 tranen1144 van575 hun846 ogen3788 afwissen.1813 5692

Every verse in Revelation 7

Chapter navigation

0:000:00