1 Chronicles 21:2

“En David1732 zeide559 8799 tot413 Joab3097 en tot413 de oversten8269 des volks:5971 Gaat heen,3212 8798 telt5608 8798 Israel3478 van4480 Ber-seba884 tot5704 Dan1835 toe, en brengt935 8685 hen tot413 mij, dat ik hun getal4557 wete.3045 8799”

1 Chronicles 21:2 — Statenvertaling (1637)

Verse 2 of 30 in 1 Chronicles chapter 21 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

1 Chronicles 21 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Toen stond5975 de 7854 op5975 8799 tegen5921 ,3478 en hij porde5496 1732 aan,5496 8686 dat hij 3478 telde.4487 8800 En 1732 zeide559 8799 tot413 3097 en tot413 de oversten8269 des volks:5971 heen,3212 8798 telt5608 8798 3478 van4480 -seba884 tot5704 1835 toe, en brengt935 8685 hen tot413 mij, dat ik hun getal4557 wete.3045 8799 Toen zeide559 8799 :3097 De HEERE3068 doe tot5921 volk,5971 gelijk zij1992 [nu] zijn, honderdmaal3967 6471 meer;3254 8686 zijn zij niet3808 allen,3605 o mijn heer113 koning,4428 mijn heer113 tot knechten?5650 Waarom4100 verzoekt1245 8762 mijn heer113 dit?2063 Waarom4100 zou het 3478 tot schuld819 worden?1961 8799 Doch het woord1697 des konings4428 nam de overhand2388 8804 tegen5921 ;3097 derhalve toog3318 3097 uit,3318 8799 en hij doorwandelde1980 8691 gans3605 ;3478 daarna kwam hij935 8799 weder te .3389 En 3097 gaf5414 8799 413 1732 de som4557 van4480 het getelde4662 volk;5971 en gans3605 3478 was1961 8799 elfhonderd505 505 3967 duizend505 man,376 die het zwaard2719 uittrokken,8025 8802 en Juda3063 vierhonderd702 3967 duizend, en zeventig7657 duizend505 man,376 die het zwaard2719 uittrokken.8025 8802 Doch 3878 en 1144 telde hij6485 8804 onder8432 dezelve niet;3808 want3588 des konings4428 woord1697 was 3097 een gruwel.8581 8738 En5921 deze2088 zaak1697 was kwaad3415 8799 in de ogen5869 ;430 daarom sloeg Hij5221 8686 .3478 Toen zeide559 8799 1732 tot413 God:430 Ik heb zeer3966 gezondigd,2398 8804 dat834 ik deze2088 zaak1697 gedaan heb;6213 8804 maar neem5674 toch4994 nu6258 de misdaad5771 knechts5650 weg,5674 8685 want3588 ik heb zeer3966 zottelijk gehandeld.5528 8738 De HEERE3068 nu sprak1696 8762 tot413 ,1410 den ziener2374 van ,1732 zeggende:559 8800 Ga heen,3212 8798 en spreek1696 8765 tot413 ,1732 zeggende:559 8800 Aldus3541 zegt559 8804 de HEERE:3068 Drie7969 dingen leg5186 Ik589 u voor;5186 8802 5921 kies977 8798 u een259 uit4480 die,2007 dat Ik u doe.6213 8799 En 1410 kwam935 8799 tot413 ,1732 en zeide559 8799 tot hem: Zo3541 zegt559 8804 de HEERE:3068 u uit:6901 8761 Of518 drie7969 jaren8141 honger,7458 of518 drie7969 maanden2320 verteerd te worden5595 8737 voor4480 het aangezicht6440 uwer wederpartij,6862 en dat het zwaard2719 uwer vijanden341 8802 [u] achterhale;5381 8688 of518 drie7969 dagen3117 het zwaard2719 des HEEREN,3068 dat is, de pestilentie1698 in het land,776 en een verdervenden7843 8688 engel4397 des HEEREN3068 in al3605 de landpalen1366 van ?3478 Zo zie7200 nu6258 toe,7200 8798 wat4100 antwoord1697 ik zal wedergeven,7725 8686 mij gezonden heeft.7971 8802 Toen zeide559 8799 1732 tot413 :1410 is6887 zeer3966 bange;6887 8804 laat mij toch4994 in de hand3027 des HEEREN3068 vallen;5307 8799 want3588 barmhartigheden7356 zijn zeer3966 vele,7227 maar laat mij in de hand3027 der mensen120 niet408 vallen.5307 8799 De HEERE3068 gaf5414 8799 pestilentie1698 in ;3478 en er vielen5307 8799 van4480 3478 zeventig7657 duizend505 man.376 En God430 zond7971 8799 een engel4397 naar ,3389 om die te verderven;7843 8687 en als hij haar verdierf,7843 8687 zag7200 8804 het de HEERE,3068 en het berouwde Hem5162 8735 over5921 dat kwaad;7451 en zeide559 8799 tot den verdervenden7843 8688 engel:4397 is genoeg,7227 trek7503 nu6258 uw hand3027 af.7503 8685 De engel4397 des HEEREN3068 nu stond5975 8802 bij5973 den dorsvloer1637 van ,771 den .2983 Als 1732 zijn ogen5869 ophief,5375 8799 zo zag hij7200 8799 den engel4397 des HEEREN,3068 staande5975 8802 tussen996 de aarde776 en tussen996 den hemel,8064 met zijn uitgetrokken8025 8803 zwaard2719 in zijn hand,3027 uitgestrekt5186 8803 over5921 ;3389 toen viel5307 8799 ,1732 en de oudsten,2205 bedekt3680 8794 met zakken,8242 op5921 hun aangezichten.6440 En 1732 zeide559 8799 tot413 God:430 ik589 het niet,3808 die gezegd heb,559 8804 dat men het volk5971 tellen zou?4487 8800 Ja, ik589 zelf1931 ben het, die834 gezondigd2398 8804 en zeer7489 8687 kwalijk gehandeld heb;7489 8689 maar deze428 schapen,6629 wat4100 hebben die gedaan?6213 8804 O HEERE,3068 mijn God,430 dat toch4994 Uw hand3027 tegen mij, en tegen het huis1004 mijns vaders1 zij,1961 8799 maar niet3808 tegen Uw volk5971 ter plage.4046 Toen zeide559 8804 de engel4397 des HEEREN3068 tot413 ,1410 dat hij 1732 zeggen zou,559 8800 dat3588 1732 zou opgaan,5927 8799 om den HEERE3068 een altaar4196 op te richten6965 8687 op den dorsvloer1637 van ,771 den .2983 Zo ging5927 1732 op5927 8799 naar het woord1697 van ,1410 dat834 hij in den Naam8034 des HEEREN3068 gesproken had.1696 8765 Toen zich Ornan771 wendde,7725 8799 zo zag hij7200 8799 den engel;4397 en zijn vier702 zonen,1121 die bij5973 hem waren, verstaken zich;2244 8693 en Ornan771 dorste1758 8804 tarwe.2406 En 1732 kwam935 8799 tot5704 ;771 en Ornan771 zag toe,5027 8686 en zag7200 8799 ;1732 zo ging hij3318 8799 uit4480 den dorsvloer,1637 en boog zich neder7812 8691 voor ,1732 met het aangezicht639 ter aarde.776 En 1732 zeide559 8799 tot413 :771 Geef5414 8798 mij de plaats4725 des dorsvloers,1637 dat ik op dezelve den HEERE3068 een altaar4196 bouwe;1129 8799 geef5414 8798 ze mij voor het volle4392 geld,3701 opdat deze plage4046 opgehouden worde6113 8735 van4480 over5921 het volk.5971 Toen zeide559 8799 Ornan771 tot413 :1732 ze maar henen,3947 8798 en mijn heer113 de koning4428 doe6213 8799 wat goed2896 is in zijn ogen;5869 zie,7200 8798 ik geef5414 8804 deze runderen1241 tot brandofferen,5930 en deze sleden4173 tot hout,6086 en de tarwe2406 tot spijsoffer;4503 ik geef5414 8804 het al.3605 En de koning4428 1732 zeide559 8799 tot :771 ,3808 maar3588 ik zal het zekerlijk7069 8800 kopen7069 8799 voor het volle4392 geld;3701 want3588 ik zal voor den HEERE3068 niet3808 nemen5375 8799 wat834 uw is, dat ik een brandoffer5930 om niet2600 offere.5927 8687 En 1732 gaf5414 8799 aan Ornan771 voor die plaats4725 zeshonderd8337 3967 gouden2091 sikkelen8255 van gewicht.4948 Toen bouwde1129 8799 1732 aldaar8033 den HEERE3068 een altaar,4196 en hij offerde5927 8686 brandofferen5930 en dankofferen.8002 hij den HEERE3068 aanriep,7121 8799 413 zo antwoordde Hij6030 8799 hem door vuur784 uit4480 den hemel,8064 op5921 het brandofferaltaar.4196 5930 En de HEERE3068 zeide559 8799 tot den engel,4397 dat hij zijn zwaard2719 weder7725 in413 zijn schede5084 steken zou.7725 8686 Ter zelfder1931 tijd,6256 toen 1732 zag,7200 8800 dat3588 de HEERE3068 hem geantwoord had6030 8804 op den dorsvloer1637 van ,771 den ,2983 zo offerde hij2076 8799 aldaar;8033 Want de tabernakel4908 des HEEREN,3068 dien834 Mozes4872 in de woestijn4057 gemaakt had,6213 8804 en het altaar4196 des brandoffers,5930 was te dier1931 tijd6256 op de hoogte1116 te .1391 1732 nu kon3201 8804 niet3808 heengaan3212 8800 voor6440 hetzelve, om God430 te zoeken;1875 8800 want3588 hij was verschrikt1204 8738 voor4480 6440 het zwaard2719 van den engel4397 des HEEREN.3068

Every verse in 1 Chronicles 21

Chapter navigation

0:000:00