1 Kings 1:11

“Toen sprak559 8799 Nathan5416 tot413 Bathseba,1339 de moeder517 van Salomo,8010 zeggende:559 8800 Hebt gij niet3808 gehoord,8085 8804 dat3588 Adonia,138 de zoon1121 van Haggith,2294 koning is?4427 8804 En onze heer113 David1732 weet3045 8804 dat niet.3808”

1 Kings 1:11 — Statenvertaling (1637)

Verse 11 of 53 in 1 Kings chapter 1 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

1 Kings 1 — full chapter (Statenvertaling (1637))

De koning4428 1732 nu was oud,2204 8804 wel bedaagd;935 8804 3117 en zij dekten3680 8762 hem met klederen,899 doch hij kreeg3179 gene3808 warmte.3179 8799 Toen zeiden559 8799 zijn knechten5650 tot hem: Laat ze mijn heer113 den koning4428 een jonge5291 dochter,1330 een maagd zoeken,1245 8762 die voor het aangezicht6440 des konings4428 sta,5975 8804 en hem koestere;1961 8799 5532 8802 en zij slape7901 8804 in uw schoot,2436 dat mijn heer113 de koning4428 warm worde.2552 8804 Zo zochten zij1245 8762 een schone3303 jonge dochter5291 in alle3605 landpalen1366 van ;3478 en zij vonden4672 8799 ,49 een ,7767 en brachten935 8686 ze853 tot den koning.4428 En de jonge dochter5291 was bovenmate5704 3966 schoon,3303 en koesterde1961 8799 5532 8802 den koning,4428 en diende8334 8762 hem; doch den koning4428 bekende3045 8804 ze niet.3808 Adonia138 nu, de zoon1121 van ,2294 verhief zich,4984 8693 zeggende:559 8800 Ik589 zal koning zijn;4427 8799 en hij bereidde6213 8799 zich wagenen7393 en ruiteren,6571 en vijftig2572 mannen,376 lopende7323 8801 voor zijn aangezicht.6440 En zijn vader1 had hem niet3808 bedroefd6087 8804 van4480 zijn dagen,3117 zeggende:559 8800 Waarom4069 hebt gij alzo3602 gedaan?6213 8804 En ook1571 was hij1931 zeer3966 schoon2896 van gedaante,8389 en [] had hem853 gebaard3205 8804 na310 .53 En zijn raadslagen1697 waren1961 8799 met5973 ,3097 den zoon1121 van ,6870 en met5973 ,54 den priester;3548 die hielpen,5826 8799 volgende310 .138 Maar ,6659 de priester,3548 en ,1141 de zoon1121 van ,3077 en ,5416 de profeet,5030 en ,8096 en ,7472 en de helden,1368 die834 1732 had, waren1961 8804 met5973 Adonia138 niet.3808 En Adonia138 slachtte2076 8799 schapen6629 en runderen,1241 en gemest vee4806 bij5973 den steen68 ,2120 die834 bij681 de fontein Rogel5883 is; en noodde7121 8799 al3605 zijn broederen,251 de zonen1121 des konings,4428 en alle3605 mannen582 van ,3063 des konings4428 knechten.5650 Maar ,5416 den profeet,5030 en ,1141 en de helden,1368 en ,8010 zijn broeder,251 noodde hij7121 8804 niet.3808 Toen sprak559 8799 5416 tot413 ,1339 de moeder517 van ,8010 zeggende:559 8800 gij niet3808 gehoord,8085 8804 dat3588 ,138 de zoon1121 van ,2294 koning is?4427 8804 En onze heer113 1732 weet3045 8804 dat niet.3808 Nu ,6258 kom,3212 8798 laat mij u toch4994 een raad6098 geven,3289 8799 dat gij uw ziel5315 en de ziel5315 van uw zoon1121 Salomo8010 redt.4422 8761 Ga heen,3212 8798 en treed in935 8798 tot413 den koning4428 ,1732 en zeg559 8804 tot413 hem: Hebt gij niet,3808 mijn heer113 koning,4428 uw dienstmaagd519 gezworen,7650 8738 zeggende:559 8800 ,3588 uw zoon1121 Salomo8010 zal na310 mij koning zijn,4427 8799 en hij1931 zal op5921 mijn troon3678 zitten!3427 8799 Waarom4069 is4427 Adonia138 koning?4427 8804 Zie,2009 als gij daar8033 nog5750 met5973 den koning4428 spreken zult,1696 8764 zo zal ik589 na310 u inkomen,935 8799 en zal uw woorden1697 vervullen.4390 8765 En Bathseba1339 ging in935 8799 tot413 den koning4428 in de binnenkamer;2315 doch de koning4428 was zeer3966 oud,2204 8804 en ,49 de ,7767 diende8334 8764 den koning.4428 En Bathseba1339 neigde het hoofd6915 8799 en boog zich neder7812 8691 voor den koning;4428 en de koning4428 zeide:559 8799 Wat4100 is u? En zij zeide559 8799 tot hem: Mijn heer!113 gij859 hebt uw dienstmaagd519 bij den HEERE,3068 uw God,430 gezworen:7650 8738 Voorzeker3588 ,8010 uw zoon,1121 zal na310 mij koning zijn,4427 8799 en hij1931 zal op5921 mijn troon3678 zitten!3427 8799 En nu6258 zie,2009 Adonia138 is koning;4427 8804 en nu,6258 mijn heer113 koning,4428 gij weet3045 8804 het niet.3808 En hij heeft ossen,7794 en gemest vee,4806 en schapen6629 in menigte7230 geslacht,2076 8799 en genood7121 8799 al3605 de zonen1121 des konings,4428 en ,54 den priester,3548 en ,3097 den krijgsoverste,8269 6635 maar uw knecht5650 Salomo8010 heeft hij niet3808 genood.7121 8804 Maar gij,859 mijn heer113 koning,4428 de ogen5869 van het ganse3605 3478 zijn op5921 u, dat gij hun zoudt te kennen geven,5046 8687 wie4310 op5921 den troon3678 van mijn heer113 den koning4428 na310 hem zitten zal.3427 8799 Anders zal het geschieden,1961 8804 als mijn heer113 de koning4428 met5973 zijn vaderen1 zal ontslapen zijn,7901 8800 dat ik589 en mijn zoon1121 Salomo8010 [als] zondaars2400 zullen zijn.1961 8704 En ziet,2009 zij sprak1696 8764 nog5750 met5973 den koning,4428 als de profeet5030 5416 inkwam.935 8804 En zij gaven5046 den koning4428 te kennen,5046 8686 zeggende:559 8800 ,2009 de profeet5030 5416 is daar; en hij kwam935 8799 voor5921 het aangezicht6440 des konings,4428 en boog zich7812 8691 voor den koning4428 op zijn aangezicht639 ter aarde.776 En 5416 zeide:559 8799 heer113 koning!4428 hebt gij859 gezegd:559 8804 Adonia138 zal na310 mij koning zijn,4427 8799 en hij1931 zal op5921 mijn troon3678 zitten?3427 8799 Want3588 hij is heden3117 afgegaan,3381 8804 en heeft geslacht2076 8799 ossen,7794 en gemest vee,4806 en schapen6629 in menigte,7230 en heeft genood7121 8799 al3605 de zonen1121 des konings,4428 en de oversten8269 des heirs,6635 en ,54 den priester;3548 en zie,2009 zij eten,398 8802 en drinken8354 8802 voor zijn aangezicht,6440 en zeggen:559 8799 De koning4428 Adonia138 leve!2421 8799 Maar mij,589 die uw knecht5650 ben, en ,6659 den priester,3548 en ,1141 den zoon1121 van ,3077 en ,8010 uw knecht,5650 heeft hij niet3808 genood.7121 8804 518 Is deze2088 zaak1697 van4480 mijn heer113 den koning4428 geschied?1961 8738 En hebt gij uw knecht5650 niet3808 bekend gemaakt,3045 8689 wie4310 op5921 den troon3678 van mijn heer113 den koning4428 na310 hem zitten zou?3427 8799 En de koning4428 1732 antwoordde6030 8799 en zeide:559 8799 Roept7121 8798 mij ;1339 en zij kwam935 8799 voor het aangezicht6440 des konings,4428 en stond5975 8799 voor het aangezicht6440 des konings.4428 Toen zwoer7650 8735 de koning,4428 en zeide:559 8799 [Zo] [waarachtig] [als] de HEERE3068 leeft,2416 die834 mijn ziel5315 uit4480 allen3605 nood6869 verlost heeft;6299 8804 Voorzeker,3588 gelijk als834 ik u gezworen heb7650 8738 bij den HEERE,3068 den God430 ,3478 zeggende:559 8800 Voorzeker3588 zal uw zoon1121 Salomo8010 na310 mij koning zijn,4427 8799 en1931 zal op5921 mijn troon3678 in mijn plaats8478 zitten;3427 8799 voorzeker,3588 alzo3651 zal ik te dezen2088 zelfden dage3117 doen.6213 8799 Toen neigde zich6915 8799 Bathseba1339 met het aangezicht639 ter aarde,776 en boog zich neder7812 8691 voor den koning,4428 en zeide:559 8799 heer113 de koning4428 1732 leve2421 8799 in eeuwigheid!5769 En de koning4428 1732 zeide:559 8799 Roep7121 8798 mij ,6659 den priester,3548 en ,5416 den profeet,5030 en ,1141 den zoon1121 van ;3077 en zij kwamen935 8799 voor het aangezicht6440 des konings.4428 En de koning4428 zeide559 8799 tot hen: Neemt3947 8798 met5973 u de knechten5650 uws heren,113 en doet mijn zoon1121 Salomo8010 rijden7392 8689 op5921 de muilezelin,6506 die834 voor mij is; en voert hem853 af3381 8689 naar413 .1521 En dat ,6659 de priester,3548 met ,5416 den profeet,5030 hem853 aldaar8033 tot koning4428 over5921 3478 zalven.4886 8804 zult gij met de bazuin7782 blazen,8628 8804 en zeggen:559 8804 De koning4428 Salomo8010 leve!2421 8799 zult gij achter310 hem optrekken,5927 8804 en hij zal komen,935 8804 en zal op5921 mijn troon3678 zitten,3427 8804 en hij1931 zal koning zijn4427 8799 in mijn plaats;8478 want ik heb geboden,6680 8765 dat hij853 een voorganger5057 zou zijn1961 8800 over5921 3478 en over5921 .3063 Toen antwoordde6030 8799 ,1141 de zoon1121 van ,3077 den koning,4428 en zeide:559 8799 Amen;543 alzo3651 zegge559 8799 de HEERE,3068 de God430 van mijn heer113 den koning!4428 Gelijk als834 de HEERE3068 met5973 mijn heer113 den koning4428 geweest is,1961 8804 alzo3651 zij Hij1961 8799 met5973 ;8010 en make zijn troon3678 groter1431 8762 4480 den troon3678 van mijn heer113 den koning4428 !1732 Toen ging3381 ,6659 de priester,3548 af,3381 8799 met ,5416 den profeet,5030 en ,1141 den zoon1121 van ,3077 en de Krethi3774 en de ,6432 en zij deden Salomo8010 rijden7392 8686 op5921 de muilezelin6506 van den koning4428 ,1732 en geleidden3212 8686 hem853 naar5921 .1521 En ,6659 de priester,3548 nam3947 8799 den oliehoorn7161 8081 uit4480 de tent,168 en zalfde4886 8799 ;8010 en zij bliezen8628 8799 met de bazuin,7782 en al3605 het volk5971 zeide:559 8799 De koning4428 Salomo8010 leve!2421 8799 En al3605 het volk5971 kwam op5927 8799 achter310 hem, en het volk5971 pijpte2490 8764 met pijpen,2485 en verblijdde zich8056 met grote1419 blijdschap,8057 zodat de aarde776 van hun geluid6963 spleet.1234 8735 En Adonia138 hoorde8085 8799 het, en al3605 de genoden,7121 8803 die834 met854 hem waren, die1992 nu geeindigd hadden3615 8765 te eten;398 8800 ook hoorde8085 8799 3097 het geluid6963 der bazuinen,7782 en zeide:559 8799 Waarom4069 is het geroep6963 dier stad,7151 die in roer is?1993 8802 Als hij nog5750 sprak,1696 8764 ziet,2009 zo kwam935 8804 ,3129 de zoon1121 van ,54 den priester;3548 en Adonia138 zeide:559 8799 in,935 8798 want3588 gij859 zijt een kloek2428 man,376 8676 381 en zult het goede2896 boodschappen.1319 8762 En 3129 antwoordde6030 8799 en zeide559 8799 tot :138 Ja, maar61 onze heer,113 de koning4428 ,1732 heeft Salomo8010 tot koning gemaakt.4427 8689 En de koning4428 heeft met854 hem gezonden7971 8799 ,6659 den priester,3548 en ,5416 den profeet,5030 en ,1141 den zoon1121 van ,3077 en de Krethi3774 en de ;6432 en zij hebben hem853 doen rijden7392 8686 op5921 de muilezelin6506 des konings.4428 Daartoe hebben hem853 ,6659 de priester,3548 en ,5416 de profeet,5030 in Gihon1521 tot koning4428 gezalfd,4886 8799 en zijn van4480 daar8033 blijde8056 opgetogen,5927 8799 zodat de stad7151 in roer is;1949 8735 dat1931 is het geroep,6963 dat834 gij gehoord hebt.8085 8804 En ook1571 zit3427 8804 Salomo8010 op5921 den troon3678 des koninkrijks.4410 Zo zijn ook1571 de knechten5650 des konings4428 gekomen,935 8804 om onzen heer,113 den koning4428 ,1732 te zegenen,1288 8763 zeggende:559 8800 Uw God430 make3190 den naam8034 van Salomo8010 beter3190 8686 4480 uw naam,8034 en make1431 zijn troon3678 groter1431 8762 4480 uw troon;3678 en de koning4428 heeft aangebeden7812 8691 op5921 de slaapstede.4904 Ja, ook1571 heeft de koning4428 aldus3602 gezegd:559 8804 Geloofd1288 8803 zij de HEERE,3068 de God430 ,3478 Die834 heden3117 gegeven heeft5414 8804 een, zittende3427 8802 op5921 mijn troon,3678 dat het mijn ogen5869 gezien hebben!7200 8802 Toen verschrikten2729 8799 en stonden op6965 8799 al3605 de genoden,7121 8803 die834 bij Adonia138 waren, en gingen3212 8799 een iegelijk376 zijns weegs.1870 Doch Adonia138 vreesde3372 8804 voor4480 6440 ,8010 en hij stond op,6965 8799 en ging heen,3212 8799 en vatte2388 8686 de hoornen7161 des altaars.4196 En men maakte5046 Salomo8010 bekend,5046 8714 zeggende:559 8800 ,2009 Adonia138 vreest3372 8804 den koning4428 ,8010 want zie,2009 hij heeft de hoornen7161 des altaars4196 gevat,270 8804 zeggende:559 8800 de koning4428 Salomo8010 mij als heden3117 zwere,7650 8735 dat518 hij zijn knecht5650 met het zwaard2719 niet doden zal!4191 8686 En Salomo8010 zeide:559 8799 Indien518 hij een vroom2428 man1121 zal zijn,1961 8799 daar zal niet3808 van4480 zijn haar8185 op de aarde776 vallen;5307 8799 maar indien518 in hem kwaad7451 bevonden zal worden,4672 8735 zo zal hij sterven.4191 8804 En de koning4428 Salomo8010 zond heen,7971 8799 en zij deden hem afgaan3381 8686 van4480 5921 het altaar;4196 en hij kwam,935 8799 en boog zich neder7812 8691 voor den koning4428 .8010 En Salomo8010 zeide559 8799 tot hem: Ga heen3212 8798 naar uw huis.1004

Every verse in 1 Kings 1

Chapter navigation

0:000:00