1 Kings 10:20

“En twaalf8147 6240 leeuwen738 stonden5975 8802 daar8033 op5921 de zes8337 trappen4609 aan4480 2088 beide4480 2088 zijden, desgelijks3651 is in geen3808 3605 koninkrijken4467 gemaakt geweest.6213 8738”

1 Kings 10:20 — Statenvertaling (1637)

Verse 20 of 29 in 1 Kings chapter 10 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

1 Kings 10 — full chapter (Statenvertaling (1637))

En toen de koningin4436 van Scheba7614 het gerucht8088 van Salomo8010 hoorde,8085 8802 aangaande den Naam8034 des HEEREN,3068 kwam zij,935 8799 om hem met raadselen2420 te verzoeken.5254 8763 En zij kwam935 8799 te ,3389 met een zeer3966 zwaar3515 heir,2428 met kemelen,1581 dragende5375 8802 specerijen,1314 en zeer3966 veel7227 gouds,2091 en kostelijk3368 gesteente;68 en zij kwam935 8799 tot413 ,8010 en sprak1696 8762 tot413 hem al3605 wat834 in5973 haar hart3824 was.1961 8804 En Salomo8010 verklaarde5046 8686 haar al3605 haar woorden;1697 geen3808 ding1697 was er1961 8804 verborgen5956 8737 voor4480 den koning,4428 dat834 hij haar niet3808 verklaarde.5046 8689 Als nu de koningin4436 van Scheba7614 zag7200 8799 al3605 de wijsheid2451 van ,8010 en het huis,1004 hetwelk834 hij gebouwd had,1129 8804 En de spijze3978 zijner tafel,7979 en het zitten4186 zijner knechten,5650 en het staan4612 zijner dienaren,8334 8764 en hun kledingen,4403 en zijn schenkers,8248 8688 en zijn opgang,5930 waardoor834 hij henen opging5927 8799 in het huis1004 des HEEREN,3068 zo was1961 8804 in haar geen3808 geest7307 meer.5750 En zij zeide559 8799 tot413 den koning:4428 woord1697 is waarheid571 geweest,1961 8804 dat834 ik in mijn land776 gehoord heb,8085 8804 van5921 uw zaken1697 en van5921 uw wijsheid.2451 Ik heb die woorden1697 niet3808 geloofd,539 8689 totdat5704 834 ik gekomen ben,935 8804 en mijn ogen5869 [dat] gezien hebben;7200 8799 en zie,2009 de helft2677 is mij niet3808 aangezegd;5046 8717 gij hebt met wijsheid2451 en goed2896 overtroffen3254 8689 het413 gerucht,8052 dat834 ik gehoord heb.8085 8804 Welgelukzalig835 zijn uw mannen,582 welgelukzalig835 deze428 uw knechten,5650 die gedurig8548 voor uw aangezicht6440 staan,5975 8802 die uw wijsheid2451 horen!8085 8802 Geloofd1288 8803 zij1961 8799 de HEERE,3068 uw God,430 Die834 behagen in u heeft gehad,2654 8804 om u op5921 den troon3678 van 3478 te zetten!5414 8800 de HEERE3068 3478 in eeuwigheid5769 bemint,160 daarom heeft u tot koning4428 gesteld,7760 8799 om recht4941 en gerechtigheid6666 te doen.6213 8800 En zij gaf5414 8799 den koning4428 honderd3967 en twintig6242 talenten3603 gouds,2091 en zeer3966 veel7235 8687 specerijen,1314 en kostelijk3368 gesteente;68 als deze1931 specerij,1314 die834 de koningin4436 van Scheba7614 den koning4428 Salomo8010 gaf,5414 8804 is er nooit3808 meer5750 in menigte1931 7230 gekomen.935 8804 Verder ook1571 de schepen590 van ,2438 die834 goud2091 uit4480 Ofir211 voerden,5375 8804 brachten935 8689 uit4480 Ofir211 zeer3966 veel7235 8687 almuggimhout484 6086 en kostelijk3368 gesteente.68 En de koning4428 maakte6213 8799 van dit almuggimhout484 6086 steunselen4552 voor het huis1004 des HEEREN,3068 en voor het huis1004 des konings,4428 mitsgaders harpen3658 en luiten5035 voor de zangers.7891 8802 almuggimhout484 6086 was zo3651 niet3808 gekomen935 8804 noch3808 gezien geweest,7200 8738 tot op5704 dezen2088 dag.3117 En de koning4428 Salomo8010 gaf5414 8804 de koningin4436 van Scheba7614 al3605 haar behagen,2656 wat834 zij begeerde;7592 8804 behalve4480 909 dat834 hij haar gaf5414 8804 naar het vermogen3027 van den koning4428 ;8010 zo keerde zij6437 8799 en toog3212 8799 in haar land,776 zij1931 en haar knechten.5650 Het gewicht4948 nu van het goud,2091 dat834 voor Salomo8010 op een259 jaar8141 inkwam935 8804 was1961 8799 zeshonderd8337 3967 zes8337 en zestig8346 talenten3603 gouds;2091 Behalve909 dat van4480 de kramers582 8446 8802 was, en van den handel4536 der kruideniers,7402 8802 en van alle3605 koningen4428 van ,6153 en van de geweldigen6346 van dat land.776 Ook maakte6213 8799 de koning4428 Salomo8010 tweehonderd3967 rondassen6793 van geslagen7820 8803 goud;2091 zeshonderd8337 3967 [sikkelen] gouds2091 liet hij opwegen5927 8686 tot5921 elke259 rondas.6793 Insgelijks driehonderd7969 3967 schilden4043 van geslagen7820 8803 goud;2091 drie7969 pond4488 gouds2091 liet hij opwegen5927 8686 tot5921 elk259 schild;4043 en de koning4428 leide5414 8799 ze in het huis1004 des wouds3293 van .3844 Nog maakte6213 8799 de koning4428 een groten1419 elpenbenen8127 troon,3678 en hij overtoog6823 8762 denzelven met dicht6338 8716 goud.2091 Deze troon3678 had zes8337 trappen,4609 en het hoofd7218 van den troon3678 was van4480 achteren310 rond,5696 en aan4480 2088 beide4480 2088 zijden waren leuningen3027 tot413 de zitplaats4725 7675 8800 toe, en twee8147 leeuwen738 stonden5975 8802 bij681 die leuningen.3027 En twaalf8147 6240 leeuwen738 stonden5975 8802 daar8033 op5921 de zes8337 trappen4609 aan4480 2088 beide4480 2088 zijden, desgelijks3651 is in geen3808 3605 koninkrijken4467 gemaakt geweest.6213 8738 Ook waren alle3605 drinkvaten4945 3627 van den koning4428 Salomo8010 van goud,2091 en alle3605 vaten3627 van het huis1004 des wouds3293 van Libanon3844 waren van gesloten5462 8803 goud;2091 geen369 zilver3701 was er369 aan; [want] het werd in de dagen3117 van Salomo8010 niet3808 voor enig ding3972 geacht.2803 8737 Want3588 de koning4428 had in zee3220 schepen590 van ,8659 met5973 de schepen590 van ;2438 deze schepen590 van Tharsis8659 kwamen in,935 8799 eenmaal259 in drie7969 jaren,8141 brengende5375 8802 goud,2091 en zilver,3701 elpenbeen,8143 en apen,6971 en pauwen.8500 Alzo werd1431 de koning4428 Salomo8010 groter1431 8799 4480 alle3605 koningen4428 der aarde,776 in rijkdom6239 en in wijsheid.2451 En de ganse3605 aarde776 zocht1245 8764 het aangezicht6440 van ,8010 om zijn wijsheid2451 te horen,8085 8800 die834 God430 in zijn hart3820 gegeven had.5414 8804 En zij1992 brachten935 8688 een ieder376 zijn geschenk,4503 zilveren3701 vaten,3627 en gouden2091 vaten,3627 en klederen,8008 en harnas,5402 en specerijen,1314 paarden5483 en muilezelen,6505 elk ding1697 van jaar8141 tot jaar.8141 Daartoe vergaderde622 8799 Salomo8010 wagenen7393 en ruiteren,6571 en hij had1961 8799 duizend505 en vierhonderd702 3967 wagenen,7393 en twaalf8147 6240 duizend505 ruiteren,6571 en leide5148 8686 ze in de wagensteden5892 7393 en bij5973 den koning4428 in .3389 En de koning4428 maakte5414 8799 het zilver3701 in Jeruzalem3389 te zijn als stenen,68 en de cederen730 maakte hij5414 8804 te zijn als de wilde vijgebomen,8256 die834 in de laagte8219 zijn, in menigte.7230 En het uitbrengen4161 der paarden5483 was hetgeen834 Salomo8010 uit4480 Egypte4714 had; en aangaande het linnen garen,4723 de kooplieden5503 8802 des konings4428 namen3947 8799 het linnen garen4723 voor den prijs.4242 En een wagen4818 kwam op,5927 8799 en ging uit3318 8799 van4480 ,4714 voor zeshonderd8337 3967 [sikkelen] zilvers,3701 en een paard5483 voor honderd3967 en vijftig;2572 en alzo3651 voerden ze [die] uit3318 8686 door hun hand3027 voor alle3605 koningen4428 der ,2850 en voor de koningen4428 van .758

Every verse in 1 Kings 10

Chapter navigation

0:000:00