1 Kings 12:11
“Indien nu6258 mijn vader1 een zwaar3515 juk5923 op5921 u heeft doen laden,6006 8689 zo zal ik589 boven5921 uw juk5923 nog daartoe doen;3254 8686 mijn vader1 heeft u853 met geselen7752 gekastijd,3256 8765 maar ik859 zal u853 met schorpioenen6137 kastijden.3256 8762”
1 Kings 12:11 — Statenvertaling (1637)
Verse 11 of 33 in 1 Kings chapter 12 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
1 Kings 12 — full chapter (Statenvertaling (1637))
En Rehabeam7346 toog3212 8799 naar ,7927 want3588 het ganse3605 3478 was te Sichem7927 gekomen,935 8804 om hem853 koning te maken.4427 8687 Het geschiedde1961 8799 nu, als ,3379 de zoon1121 van ,5028 [dit] hoorde,8085 8800 daar hij1931 nog5750 in Egypte4714 was (want834 hij was van4480 het aangezicht6440 van den koning4428 Salomo8010 gevloden;1272 8804 en Jerobeam3379 woonde3427 8799 in Egypte4714), Dat zij henen zonden,7971 8799 en lieten hem roepen;7121 8799 en Jerobeam3379 en de ganse3605 gemeente6951 van 3478 kwamen935 8799 en spraken1696 8762 tot413 ,7346 zeggende:559 8800 Uw vader1 heeft ons juk5923 hard gemaakt;7185 8689 gij859 nu,6258 maak7043 uws vaders1 harden7186 dienst,4480 5656 en zijn4480 zwaar3515 juk,5923 dat834 hij ons5921 opgelegd heeft,5414 8804 lichter,7043 8685 en wij zullen u dienen.5647 8799 En hij zeide559 8799 tot413 hen: Gaat heen3212 8798 tot aan5704 den derden7969 dag,3117 komt weder7725 8798 tot413 mij. En het volk5971 ging heen.3212 8799 En de koning4428 Rehabeam7346 hield raad3289 8735 met de oudsten,2205 die834 gestaan hadden1961 8804 5975 8802 voor het aangezicht6440 van zijn vader1 ,8010 als hij leefde,1961 8800 2416 zeggende:559 8800 Hoe349 raadt3289 8737 gijlieden,859 dat men dit2088 volk5971 antwoorden zal?7725 8687 1697 En zij spraken1696 8762 tot413 hem, zeggende:559 8800 Indien518 gij heden3117 knecht5650 van dit2088 volk5971 wezen zult,1961 8799 en hen dienen,5647 8804 en hun antwoorden,6030 8804 en tot413 hen goede2896 woorden1697 spreken zult,1696 8765 zo zullen zij te allen3605 dage3117 uw knechten5650 zijn.1961 8804 Maar hij verliet5800 8799 den raad6098 der oudsten,2205 dien834 zij hem geraden hadden;3289 8804 en hij hield raad3289 8735 met de jongelingen,3206 die834 met854 hem opgewassen waren,1431 8804 die voor zijn aangezicht6440 stonden.5975 8802 En hij zeide559 8799 tot413 hen: Wat4100 raadt3289 gijlieden,859 8737 dat wij dit2088 volk5971 antwoorden zullen,7725 8686 1697 die834 tot413 mij gesproken hebben,1696 8765 zeggende:559 8800 Maak7043 het4480 juk,5923 dat834 uw vader1 ons5921 opgelegd heeft,5414 8804 lichter.7043 8685 En de jongelingen,3206 die834 met854 hem opgewassen waren,1431 8804 spraken1696 8762 tot413 hem, zeggende:559 8800 Alzo3541 zult gij zeggen559 8799 tot dat2088 volk,5971 die834 tot413 u gesproken hebben,1696 8765 zeggende:559 8800 Uw vader1 heeft ons juk5923 zwaar gemaakt,3513 8689 maar maak7043 gij859 het over4480 5921 ons lichter;7043 8685 alzo3541 zult gij tot413 hen spreken:1696 8762 kleinste6995 [vinger] zal dikker zijn5666 8804 4480 mijns vaders1 lenden.4975 Indien nu6258 mijn vader1 een zwaar3515 juk5923 op5921 u heeft doen laden,6006 8689 zo zal ik589 boven5921 uw juk5923 nog daartoe doen;3254 8686 mijn vader1 heeft u853 met geselen7752 gekastijd,3256 8765 maar ik859 zal u853 met schorpioenen6137 kastijden.3256 8762 Zo kwam935 8799 Jerobeam3379 en het ganse3605 volk5971 tot413 Rehabeam7346 op den derden7992 dag,3117 gelijk als834 de koning4428 gesproken had,1696 8765 zeggende:559 8800 weder7725 8798 tot413 mij op den derden7992 dag.3117 En de koning4428 antwoordde6030 8799 het volk5971 hardelijk;7186 want hij verliet5800 8799 den raad6908 der oudsten,2205 dien834 zij hem geraden hadden.3289 8804 En hij sprak1696 8762 tot413 hen naar den raad6098 der jongelingen,3206 zeggende:559 8800 vader1 heeft uw juk5923 zwaar gemaakt,3513 8689 maar ik589 zal boven5921 uw juk5923 nog daartoe doen;3254 8686 mijn vader1 heeft u853 met geselen7752 gekastijd,3256 8765 maar ik595 zal u853 met schorpioenen6137 kastijden.3256 8762 Alzo hoorde8085 8804 de koning4428 naar413 het volk5971 niet;3808 want3588 deze omwending5438 was1961 8804 van4480 den HEERE,3068 opdat4616 woord1697 bevestigde,6965 8687 hetwelk834 de HEERE3068 door den dienst3027 van ,281 den ,7888 gesproken had1696 8765 tot413 ,3379 den zoon1121 van .5028 Toen gans3605 3478 zag,7200 8799 dat3588 de koning4428 naar413 hen niet3808 hoorde,8085 8804 zo gaf7725 het volk5971 den koning4428 weder7725 8686 antwoord,1697 zeggende:559 8800 Wat4100 deel2506 hebben wij aan ?1732 Ja, geen3808 erve5159 [hebben] [wij] aan den zoon1121 van ;3448 naar uw tenten,168 o !3478 Voorzie7200 8798 nu6258 uw huis,1004 o !1732 Zo ging3212 8799 3478 naar zijn tenten.168 Doch aangaande de kinderen1121 van ,3478 die in de steden5892 van Juda3063 woonden,3427 8802 over5921 die regeerde4427 8799 Rehabeam7346 ook. Toen zond7971 8799 de koning4428 Rehabeam7346 ,151 die834 over5921 de schatting4522 was; en het ganse3605 3478 stenigde7275 8799 hem met stenen,68 dat hij stierf;4191 8799 maar de koning4428 Rehabeam7346 verkloekte zich553 8694 om op een wagen4818 te klimmen,5927 8800 dat hij naar Jeruzalem3389 vluchtte.5127 8800 Alzo vielen6586 de Israelieten3478 van het huis1004 Davids1732 af,6586 8799 tot op5704 dezen2088 dag.3117 En het geschiedde,1961 8799 als gans3605 3478 hoorde,8085 8800 dat3588 Jerobeam3379 wedergekomen was,7725 8804 dat zij henen zonden,7971 8799 en hem853 in413 de vergadering5712 riepen,7121 8799 en hem853 over5921 gans3605 3478 koning maakten;4427 8686 niemand3808 volgde1961 8804 310 het huis1004 ,1732 2108 de stam7626 van Juda3063 alleen. Toen nu Rehabeam7346 te Jeruzalem3389 gekomen was,935 8799 vergaderde hij6950 8686 het ganse3605 huis1004 van Juda3063 en den stam7626 van ,1144 honderd3967 en tachtig8084 duizend505 uitgelezenen,977 8803 geoefend6213 8802 ten oorlog,4421 om tegen5973 het huis1004 Israels3478 te strijden,3898 8736 opdat hij het koninkrijk4410 weder7725 aan ,7346 den zoon1121 van ,8010 bracht.7725 8687 Doch het woord1697 van God430 geschiedde1961 8799 tot413 ,8098 den man376 ,430 zeggende:559 8800 Zeg559 8798 tot413 ,7346 den zoon1121 van ,8010 den koning4428 van ,3063 en tot413 het ganse3605 huis1004 van Juda3063 en ,1144 en overige3499 des volks,5971 zeggende:559 8800 Zo3541 zegt559 8804 de HEERE:3068 zult niet3808 optrekken,5927 8799 noch3808 strijden3898 8735 tegen5973 uw broederen,251 de kinderen1121 ;3478 een ieder376 kere weder7725 8798 tot zijn huis,1004 want3588 deze2088 zaak1697 is van4480 geschied.1961 8738 En zij hoorden8085 8799 het woord1697 des HEEREN,3068 en keerden weder,7725 8799 om weg te trekken3212 8800 naar het woord1697 des HEEREN.3068 Jerobeam3379 nu bouwde1129 8799 Sichem7927 op het gebergte2022 van ,669 en woonde3427 8799 daarin, en toog3318 8799 van4480 daar8033 uit, en bouwde1129 8799 .6439 En Jerobeam3379 zeide559 8799 in zijn hart:3820 Nu6258 zal het koninkrijk4467 weder7725 tot het huis1004 van 1732 keren.7725 8799 Zo518 dit2088 volk5971 opgaan zal5927 8799 om offeranden2077 te doen6213 8800 in het huis1004 des HEEREN3068 te ,3389 zo zal het hart3820 dezes2088 volks5971 tot413 hun heer,113 tot413 ,7346 den koning4428 van ,3063 wederkeren;7725 8804 ja, zij zullen mij doden,2026 8804 en tot413 ,7346 den koning4428 van ,3063 wederkeren.7725 8804 Daarom hield3289 de koning4428 een raad,3289 8735 en maakte6213 8799 twee8147 gouden2091 kalveren;5695 en hij zeide559 8799 tot413 hen: Het is ulieden te veel7227 om4480 op te gaan5927 8800 naar ;3389 zie2009 uw goden,430 o ,3478 die834 u uit4480 Egypteland776 4714 opgebracht hebben.5927 8689 En hij zette7760 8799 het ene259 te -el,1008 en het andere259 stelde hij5414 8804 te .1835 En deze2088 zaak1697 werd1961 8799 tot zonde;2403 want het volk5971 ging heen3212 8799 voor6440 het ene,259 tot5704 1835 toe. Hij maakte6213 8799 ook een huis1004 der hoogten;1116 en maakte6213 8799 priesteren3548 van4480 de geringsten7098 des volks,5971 die834 niet3808 waren1961 8804 uit4480 de zonen1121 van .3878 En Jerobeam3379 maakte6213 8799 een feest2282 in de achtste8066 maand,2320 op den vijftienden2568 6240 dag3117 der maand,2320 gelijk het feest,2282 dat834 in Juda3063 was, en offerde5927 8686 op5921 het altaar;4196 van gelijken3651 deed hij6213 8804 te -el,1008 offerende2076 8763 den kalveren,5695 die834 hij gemaakt had;6213 8804 hij stelde5975 8689 ook te -el1008 priesteren3548 der hoogten,1116 die834 hij gemaakt had.6213 8804 En hij offerde5927 8686 op5921 het altaar,4196 dat834 hij te -el1008 gemaakt had,6213 8804 op den vijftienden2568 6240 dag3117 der achtste8066 maand,2320 der maand,2320 dewelke834 hij uit4480 zijn hart3820 verdacht had;908 8804 zo maakte hij6213 8799 den kinderen1121 Israels3478 een feest,2282 en offerde5927 8686 op5921 dat altaar,4196 rokende.6999 8687