1 Kings 13:14
“En hij toog3212 8799 den man376 Gods430 na,310 en vond4672 8799 hem zittende3427 8802 onder8478 een eik;424 en hij zeide559 8799 tot413 hem: Zijt gij859 de man376 Gods,430 die834 uit4480 Juda3063 gekomen zijt?935 8804 En hij zeide:559 8799 Ik589 ben het.”
1 Kings 13:14 — Statenvertaling (1637)
Verse 14 of 34 in 1 Kings chapter 13 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
1 Kings 13 — full chapter (Statenvertaling (1637))
En ziet,2009 een man376 Gods430 kwam935 8804 uit4480 ,3063 door het woord1697 des HEEREN3068 tot413 -el;1008 en Jerobeam3379 stond5975 8802 bij5921 het altaar,4196 om te roken.6999 8687 En hij riep7121 8799 tegen5921 het altaar,4196 door het woord1697 des HEEREN,3068 en zeide:559 8799 ,4196 altaar,4196 zo3541 zegt559 8804 de HEERE:3068 ,2009 een zoon1121 zal aan het huis1004 Davids1732 geboren worden,3205 8737 wiens naam8034 zal zijn ;2977 die zal op5921 u offeren2076 8804 de priesters3548 der hoogten,1116 die op5921 u roken,6999 8688 en men zal mensenbeenderen120 6106 op5921 u verbranden.8313 8799 En hij gaf5414 8804 ten zelfden1931 dage3117 een wonderteken,4159 zeggende:559 8800 Dit2088 is dat wonderteken,4159 waarvan834 de HEERE3068 gesproken heeft;1696 8765 ziet,2009 het altaar4196 zal vaneen gescheurd,7167 8738 en de as,1880 die834 daarop5921 is, afgestort worden.8210 8738 Het geschiedde1961 8799 nu, als de koning4428 het woord1697 van den man376 Gods430 hoorde,8085 8800 hetwelk834 hij tegen5921 het altaar4196 te -el1008 geroepen had,7121 8804 dat Jerobeam3379 zijn hand3027 van4480 op5921 het altaar4196 uitstrekte,7971 8799 zeggende:559 8800 Grijpt8610 8798 hem! Maar zijn hand,3027 die834 hij tegen5921 hem uitgestrekt had,7971 8804 verdorde,3001 8799 dat hij ze niet3808 weder7725 tot413 zich trekken7725 8687 kon.3201 8804 En het altaar4196 werd vaneen gescheurd,7167 8738 en de as1880 van4480 het altaar4196 afgestort,8210 8735 naar dat wonderteken,4159 dat834 de man376 Gods430 gegeven had,5414 8804 door het woord1697 des HEEREN.3068 Toen antwoordde6030 8799 de koning,4428 en zeide559 8799 tot413 den man376 :430 Aanbid2470 8761 toch4994 het aangezicht6440 des HEEREN,3068 uws ,430 ernstelijk, en bid6419 8690 voor1157 mij, dat mijn hand3027 weder tot413 mij kome!7725 8799 bad2470 de man376 Gods430 het aangezicht6440 des HEEREN3068 ernstelijk;2470 8762 en de hand3027 des konings4428 kwam weder7725 8799 tot413 hem, en werd1961 8799 gelijk te voren.7223 En de koning4428 sprak1696 8762 tot413 den man376 :430 Kom935 8798 met854 mij naar huis,1004 en sterk5582 8798 [u], en ik zal u een geschenk4991 geven.5414 8799 Maar de man376 Gods430 zeide559 8799 tot413 den koning:4428 Al518 gaaft gij5414 8799 mij de helft2677 van uw huis,1004 zo zou ik niet3808 met5973 u gaan,935 8799 en ik zou in deze2088 plaats4725 geen3808 brood3899 eten,398 8799 noch3808 water4325 drinken.8354 8799 Want3588 zo3651 heeft mij853 de HEERE3068 geboden6680 8765 door woord,1697 zeggende:559 8800 zult geen3808 brood3899 eten,398 8799 noch3808 water4325 drinken;8354 8799 en gij zult niet3808 wederkeren7725 8799 door den weg,1870 dien834 gij gegaan zijt.1980 8804 En hij ging3212 8799 door een anderen312 weg,1870 en keerde7725 niet3808 weder7725 8804 door den weg,1870 door welken834 hij te413 -el1008 gekomen was.935 8804 Een259 oud2205 profeet5030 nu woonde3427 8802 te -el;1008 en zijn zoon1121 kwam,935 8799 en vertelde5608 8762 hem al3605 het werk,4639 dat834 de man376 Gods430 te dien dage3117 in -el1008 gedaan had,6213 8804 met de woorden,1697 die834 hij tot413 den koning4428 gesproken had;1696 8765 deze vertelden zij5608 8762 ook hun vader.1 En hun vader1 sprak1696 8762 tot413 hen: Wat335 2088 weg1870 is hij getogen?1980 8804 En zijn zonen1121 hadden den weg1870 gezien,7200 8799 welken834 de man376 Gods430 was getogen,1980 8804 die834 uit4480 Juda3063 gekomen was.935 8804 Toen zeide hij559 8799 tot413 zijn zonen:1121 Zadelt2280 8798 mij den ezel.2543 En zij zadelden2280 8799 hem den ezel,2543 en hij reed7392 8799 daarop.5921 En hij toog3212 8799 den man376 Gods430 na,310 en vond4672 8799 hem zittende3427 8802 onder8478 een eik;424 en hij zeide559 8799 tot413 hem: Zijt gij859 de man376 ,430 die834 uit4480 Juda3063 gekomen zijt?935 8804 En hij zeide:559 8799 Ik589 ben het. Toen zeide hij559 8799 tot413 hem: Kom3212 8798 met854 mij naar huis,1004 en eet398 8798 brood.3899 Doch hij zeide:559 8799 Ik kan3201 8799 niet3808 met854 u wederkeren,7725 8800 noch met854 u inkomen;935 8800 ik zal ook geen3808 brood3899 eten,398 8799 noch3808 met854 u water4325 drinken,8354 8799 in deze2088 plaats.4725 Want3588 een woord1697 is tot413 mij [geschied] door het woord1697 des HEEREN:3068 zult aldaar8033 noch3808 brood3899 eten,398 8799 noch3808 water4325 drinken;8354 8799 gij zult niet3808 wederkeren,7725 8799 gaande3212 8800 door den weg,1870 door denwelken834 gij gegaan zijt.1980 8804 En hij zeide559 8799 tot hem: Ik589 ben ook1571 een profeet,5030 gelijk3644 gij, en een engel4397 heeft tot413 mij gesproken1696 8765 door het woord1697 des HEEREN,3068 zeggende:559 8800 hem weder7725 8685 met854 u in413 uw huis,1004 dat hij brood3899 ete398 8799 en water4325 drinke.8354 8799 [] hij loog3584 8765 hem. En hij keerde7725 met854 hem wederom,7725 8799 en at398 8799 brood3899 in zijn huis,1004 en dronk8354 8799 water.4325 En het geschiedde,1961 8799 als zij1992 aan413 de tafel7979 zaten,3427 8802 dat het woord1697 des HEEREN3068 geschiedde1971 8799 tot413 den profeet,5030 die834 hem had doen wederkeren;7725 8689 En hij riep7121 8799 tot413 den man376 ,430 die834 uit4480 Juda3063 gekomen was,935 8804 zeggende:559 8800 Zo3541 zegt559 8804 de HEERE:3068 Daarom3282 dat3588 gij den mond6310 des HEEREN3068 zijt wederspannig geweest,4784 8804 en niet3808 gehouden hebt8104 8804 het gebod,4687 dat834 u de HEERE,3068 uw God,430 geboden had,6680 8765 Maar zijt wedergekeerd,7725 8799 en hebt brood3899 gegeten398 8799 en water4325 gedronken8354 8799 ter plaatse,4725 waarvan834 tot5921 u gesproken had:1696 8765 zult geen408 brood3899 eten398 8799 noch408 water4325 drinken;8354 8799 zo zal uw dood lichaam5038 in413 uw vaderen1 graf6913 niet3808 komen.935 8799 En het geschiedde,1961 8799 nadat310 hij brood3899 gegeten,398 8800 en nadat310 hij gedronken had,8354 8800 dat hij hem den ezel2543 zadelde,2280 8799 [te] [weten] [voor] den profeet,5030 dien834 hij had doen wederkeren.7725 8689 Zo toog hij heen,3212 8799 en een leeuw738 vond4672 8799 hem op den weg,1870 en doodde4191 8686 hem; en zijn dood lichaam5038 lag1961 8799 geworpen7993 8716 op den weg,1870 en de ezel2543 stond5975 8802 daarbij;681 ook stond5975 8802 de leeuw738 bij681 het dode lichaam.5038 En ziet,2009 er gingen5674 lieden582 voorbij,5674 8802 en zagen7200 8799 het dode lichaam5038 geworpen7993 8716 op den weg,1870 en den leeuw,738 staande5975 8802 bij681 het dode lichaam;5038 en zij kwamen935 8799 en zeiden1696 8762 het in de stad,5892 waarin834 de oude2205 profeet5030 woonde.3427 8802 Als de profeet,5030 die834 hem van4480 den weg1870 had doen wederkeren,7725 8689 [dit] hoorde,8085 8799 zo zeide hij:559 8799 Het1931 is de man376 ,430 die834 den mond6310 des HEEREN3068 wederspannig is geweest;4784 8804 daarom heeft de HEERE3068 hem den leeuw738 overgegeven,5414 8799 die hem gebroken,7665 8799 en hem gedood heeft,4191 8686 naar het woord1697 des HEEREN,3068 dat Hij834 tot hem gesproken had.1696 8765 Verder sprak hij1696 8762 tot834 zijn zonen,1121 zeggende:559 8800 Zadelt2280 8798 mij den ezel.2543 En zij zadelden2280 8799 [hem]. Toen toog hij heen,3212 8799 en vond4672 8799 zijn dood lichaam5038 geworpen7993 8716 op den weg,1870 en den ezel,2543 en den leeuw,738 staande5975 8802 bij681 het dode lichaam;5038 de leeuw738 had het dode lichaam5038 niet3808 gegeten,398 8804 en den ezel2543 niet3808 gebroken.7665 8804 Toen nam5375 8799 de profeet5030 het dode lichaam5038 van den man376 Gods430 op, en leide3240 8686 dat op413 den ezel,2543 en voerde het wederom;7725 8686 zo kwam935 8799 de oude2205 profeet5030 in413 de stad5892 om rouw te bedrijven5594 8800 en hem te begraven.6912 8800 En hij leide3240 8686 zijn dood lichaam5038 in zijn graf;6913 en zij maakten over5921 hem een weeklage:5594 8799 ,1945 mijn broeder!251 Het geschiedde1961 8799 nu, nadat310 hij hem853 begraven had,6912 8800 dat hij sprak559 8799 tot413 zijn zonen,1121 zeggende:559 8800 ik zal gestorven zijn,4191 8800 zo begraaft6912 8804 mij853 in dat graf,6913 waarin834 de man376 Gods430 begraven is,6912 8803 [en] legt3240 8685 mijn beenderen6106 bij681 zijn beenderen.6106 Want3588 de zaak1697 zal gewisselijk1961 8800 geschieden,1961 8804 die834 hij door het woord1697 des HEEREN3068 uitgeroepen heeft7121 8804 tegen5921 het altaar,4196 dat834 te -el1008 is, en tegen5921 al3605 de huizen1004 der hoogten,1116 die834 in de steden5892 van 8111 zijn. Na310 deze2088 geschiedenis1697 keerde zich7725 8804 Jerobeam3379 niet3808 van4480 zijn bozen7451 weg;1870 maar maakte6213 8799 wederom7725 8799 priesters3548 der hoogten1116 van4480 de geringsten7098 des volks;5971 wie wilde,2655 diens hand3027 vulde hij,4390 8762 en werd1961 8799 een van de priesters3548 der hoogten.1116 En hij werd1961 8799 in deze2088 zaak1697 het huis1004 van Jerobeam3379 tot zonde,2403 om [hetzelve] te doen afsnijden3582 8687 en te verdelgen8045 8687 van4480 5921 den aardbodem.6440 127