1 Kings 18:16
“Toen ging3212 8799 Obadja5662 Achab256 tegemoet,7125 8800 en zeide5046 het hem aan;5046 8686 en Achab256 ging3212 8799 Elia452 tegemoet.7125 8800”
1 Kings 18:16 — Statenvertaling (1637)
Verse 16 of 46 in 1 Kings chapter 18 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
1 Kings 18 — full chapter (Statenvertaling (1637))
En het gebeurde1961 8799 [na] vele7227 dagen,3117 dat het woord1697 des HEEREN3068 geschiedde1961 8804 tot413 ,452 in het derde7992 jaar,8141 zeggende:559 8800 Ga heen,3212 8798 vertoon u7200 8734 aan413 ;256 want Ik zal regen4306 geven5414 8799 op5921 den aardbodem.6440 127 En Elia452 ging heen,3212 8799 om zich aan413 Achab256 te vertonen.7200 8736 En de honger7458 was sterk2389 in .8111 En Achab256 had,413 ,5662 834 den hofmeester,5921 1004 geroepen;7121 8799 en Obadja5662 was1961 8804 den HEERE3068 zeer3966 vrezende.3373 Want het geschiedde,1961 8799 als Izebel348 de profeten5030 des HEEREN3068 uitroeide,3772 8687 dat Obadja5662 honderd3967 profeten5030 nam,3947 8799 en verborg2244 8686 ze bij vijftig2572 man376 in een spelonk,4631 en onderhield3557 8773 hen met brood3899 en water.4325 En Achab256 had gezegd559 8799 tot413 :5662 door3212 8798 het land,776 tot413 alle3605 waterfonteinen4599 4325 en tot413 alle3605 rivieren;5158 misschien194 zullen wij gras2682 vinden,4672 8799 opdat wij de paarden5483 en de muilezelen6505 in het leven behouden,2421 8762 en niets3808 uitroeien3772 8686 van4480 de beesten.929 En zij deelden2505 8762 het land776 onder zich, dat zij het doortogen;5674 8800 Achab256 ging1980 8804 bijzonder909 op een259 weg,1870 en Obadja5662 ging1980 8804 ook bijzonder909 op een259 weg.1870 Als nu Obadja5662 op den weg1870 was,1961 8799 ziet,2009 zo was hem413 Elia452 tegemoet;7125 8800 en hem kennende,5234 8686 zo viel hij5307 8799 op zijn aangezicht,6440 en zeide:559 8799 gij859 2088 mijn heer113 ?452 Hij zeide:559 8799 Ik589 ben het; ga heen,3212 8798 zeg559 8798 uw heer:113 ,2009 Elia452 is [hier]. Maar hij zeide:559 8799 Wat4100 heb ik gezondigd,2398 8804 dat3588 gij uw knecht5650 geeft5414 8802 in de hand3027 van ,256 dat hij mij dode?4191 8687 [Zo] [waarachtig] [als] de HEERE,3068 uw God,430 leeft,2416 zo518 er een volk1471 of koninkrijk4467 is,3426 waar834 8033 mijn heer113 niet3808 gezonden heeft,7971 8804 om u te zoeken;1245 8763 en als zij zeiden:559 8804 is hier niet;369 zo nam7650 hij dat koninkrijk4467 en dat volk1471 een eed af;7650 8689 dat3588 zij u niet3808 hadden gevonden.4672 8799 En nu6258 zegt559 8802 gij:859 Ga heen,3212 8798 zeg559 8798 uw heer:113 ,2009 Elia452 is [hier]. En het mocht geschieden,1961 8804 wanneer ik589 van4480 854 u zou weggegaan zijn,3212 8799 dat de Geest7307 des HEEREN3068 u wegnam,5375 8799 ik weet3045 8799 niet3808 waarheen;5921 834 en ik kwam,935 8804 om [dat] Achab256 aan te zeggen,5046 8687 en hij vond4672 8799 u niet,3808 zo zou hij mij doden;2026 8804 ik, uw knecht,5650 nu vrees3372 8804 den HEERE3068 van4480 mijn jonkheid5271 af. Is mijn heer113 niet3808 aangezegd,5046 8717 wat834 ik gedaan heb,6213 8804 als Izebel348 de profeten5030 des HEEREN3068 doodde?2026 8800 ik van4480 de profeten5030 des HEEREN3068 honderd3967 man376 heb verborgen,2244 8686 elk vijftig2572 man in een spelonk,4631 en die met brood3899 en water4325 onderhouden heb?3557 8770 En nu6258 zegt559 8802 gij:859 Ga heen,3212 8798 zeg559 8798 uw heer:113 ,2009 Elia452 is [hier], en hij zou mij doodslaan.2026 8804 En Elia452 zeide:559 8799 [Zo] [waarachtig] [als] de HEERE3068 der heirscharen6635 leeft,2416 voor Wiens834 aangezicht6440 ik sta,5975 8804 ik zal voorzeker3588 mij heden3117 aan413 hem vertonen!7200 8735 Toen ging3212 8799 Obadja5662 Achab256 tegemoet,7125 8800 en zeide5046 het hem aan;5046 8686 en Achab256 ging3212 8799 Elia452 tegemoet.7125 8800 En het geschiedde,1961 8799 als Achab256 Elia452 zag,7200 8800 dat Achab256 tot413 hem zeide:559 8799 gij859 die2088 beroerder5916 8802 van ?3478 Toen zeide hij:559 8799 Ik heb 3478 niet3808 beroerd,5916 8804 maar3588 518 gij859 en uws vaders1 huis,1004 daarmede, dat gijlieden de geboden4687 des HEEREN3068 verlaten hebt5800 8800 en de Baals1168 nagevolgd zijt.3212 8799 310 Nu ,6258 zend heen,7971 8798 verzamel6908 8798 tot413 mij het ganse 3478 op413 den berg2022 ,3760 en de vierhonderd702 3967 en vijftig2572 profeten5030 van ,1168 en de vierhonderd702 3967 profeten5030 van het bos,842 die van de tafel7979 van Izebel348 eten.398 8802 Zo zond7971 8799 Achab256 onder alle3605 kinderen1121 ,3478 en verzamelde6908 8799 de profeten5030 op413 den berg2022 .3760 Toen naderde5066 8799 Elia452 tot413 het ganse3605 volk,5971 en zeide:559 8799 Hoe5704 lang5921 hinkt6452 8802 gij859 op5921 twee8147 gedachten?5587 Zo518 de HEERE3068 God430 is, volgt na, en zo518 het Baal1168 is, volgt3212 8798 hem na!310 het volk5971 antwoordde6030 8804 hem853 niet3808 een woord.1697 Toen zeide559 8799 Elia452 tot413 het volk:5971 Ik589 ben alleen909 een profeet5030 des HEEREN3068 overgebleven,3498 8738 en de profeten5030 van Baal1168 zijn vierhonderd702 3967 en vijftig2572 mannen.376 Dat men ons twee8147 varren6499 geve,5414 8799 en dat zij voor zich den enen259 var6499 kiezen,977 8799 en denzelven in stukken delen,5408 8762 en op5921 het hout6086 leggen,7760 8799 maar geen3808 vuur784 daaraan leggen;7760 8799 en ik589 zal den anderen259 var6499 bereiden,6213 8799 en op5921 het hout6086 leggen,5414 8804 en geen3808 vuur784 daaraan leggen.7760 8799 Roept gij7121 8804 daarna den naam8034 van uw god430 aan, en ik589 zal den Naam8034 des HEEREN3068 aanroepen;7121 8799 en de God,430 Die834 door vuur784 antwoorden zal,6030 8799 Die1931 zal God430 zijn.1961 804 En het ganse3605 volk5971 antwoordde6030 8799 en zeide:559 8799 woord1697 is goed.2896 En Elia452 zeide559 8799 tot de profeten5030 van :1168 gijlieden977 8798 voor u den enen259 var,6499 en bereidt gij6213 8798 [hem] eerst,7223 want3588 gij859 zijt velen;7227 en roept7121 8798 den naam8034 uws gods430 aan, en legt7760 8799 geen3808 vuur784 daaraan. En zij namen3947 8799 den var,6499 dien834 hij hun gegeven had,5414 8804 en bereidden6213 8799 [hem], en riepen7121 8799 den naam8034 van Baal1168 aan, van4480 den morgen1242 tot op5704 den middag,6672 zeggende:559 8800 O ,1168 antwoord6030 8798 ons! Maar er was geen369 stem6963 en geen369 antwoorder.6030 8802 En zij sprongen6452 8762 tegen5921 het altaar,4196 dat834 men gemaakt had.6213 8804 En het geschiedde1961 8799 op den middag,6672 dat Elia452 met hen spotte,2048 8762 en zeide:559 8799 Roept7121 8798 met luider1419 stem,6963 want3588 hij1931 is een god;430 omdat3588 hij in gepeins7879 is, of omdat3588 hij wat te doen7873 heeft, of omdat3588 hij een reize1870 heeft; misschien194 slaapt3463 hij1931 en zal wakker worden.3364 8799 En zij riepen7121 8799 met luider1419 stem,6963 en zij sneden zichzelven1413 8704 messen2719 en met priemen,7420 naar hun wijze,4941 totdat5704 zij bloed1818 over5921 zich uitstortten.8210 8800 Het geschiedde1961 8799 nu, als de middag6672 voorbij was,5674 8800 dat zij profeteerden5012 8691 totdat5704 men het spijsoffer4503 zou offeren;5927 8800 maar er was geen369 stem,6963 en geen369 antwoorder,6030 8802 en geen369 opmerking.7182 Toen zeide559 8799 Elia452 tot het ganse3605 volk:5971 Nadert5066 8798 tot413 mij. En al3605 het volk5971 naderde5066 8799 tot413 hem; en hij heelde7495 8762 het altaar4196 des HEEREN,3068 dat verbroken was.2040 8803 En Elia452 nam3947 8799 twaalf8147 6240 stenen,68 naar het getal4557 der stammen7626 van de kinderen1121 ,3290 tot413 welke834 het woord1697 des HEEREN3068 geschied was,1961 8804 zeggende:559 8800 3478 zal uw naam8034 zijn.1961 8799 En hij bouwde1129 8799 met die stenen68 het altaar4196 in den Naam8034 des HEEREN;3068 daarna maakte hij6213 8799 een groeve8585 rondom5439 het altaar,4196 naar de wijdte1004 van twee maten5429 zaads.2233 En hij schikte6186 8799 het hout,6086 en deelde5408 den var6499 in stukken,5408 8762 en leide7760 8799 [hem] op5921 het hout.6086 En hij zeide:559 8799 Vult4390 8798 vier702 kruiken3537 met water,4325 en giet3332 8798 het op5921 het brandoffer5930 en op5921 het hout.6086 En hij zeide:559 8799 het ten tweeden male.8138 8798 En zij deden het ten tweeden male.8138 8799 zeide hij:559 8799 het ten derden male.8027 8761 En zij deden het ten derden male;8027 8762 Dat het water4325 rondom5439 het altaar4196 liep;3212 8799 daartoe vulde hij4390 8765 ook1571 de groeve8585 met water.4325 Het geschiedde1961 8799 nu, als men het spijsoffer4503 offerde,5927 8800 dat de profeet5030 Elia452 naderde,5066 8799 en zeide:559 8799 HEERE,3068 God430 van ,85 Izak3327 en ,3478 dat het heden3117 bekend worde,3045 8735 dat3588 Gij859 God430 in 3478 zijt, en ik589 Uw knecht;5650 en dat ik al3605 deze428 dingen naar Uw woord1697 gedaan heb.6213 8804 Antwoord6030 8798 mij, HEERE,3068 antwoord6030 8798 mij; opdat dit2088 volk5971 erkenne,3045 8799 dat3588 ,859 o HEERE,3068 die God430 zijt, en dat Gij859 hun hart3820 achterwaarts322 omgewend hebt.5437 8689 Toen viel5307 8799 het vuur784 des HEEREN,3068 en verteerde398 8799 dat brandoffer,5930 en dat hout,6086 en die stenen,68 en dat stof,6083 ja, lekte3897 dat water4325 op,3897 8765 hetwelk834 in de groeve8585 was. Als nu het ganse3605 volk5971 dat zag,7200 8799 zo vielen zij5307 8799 op5921 hun aangezichten,6440 en zeiden:559 8799 De HEERE3068 is1931 God,430 de HEERE3068 is1931 God!430 En Elia452 zeide559 8799 tot hen: Grijpt8610 8798 de profeten5030 van ,1168 dat niemand408 376 van4480 hen ontkome.4422 8735 En zij grepen8610 8799 ze; en Elia452 voerde hen af3381 8686 naar413 de beek5158 ,7028 en slachtte7819 8799 hen aldaar.8033 Daarna zeide559 8799 Elia452 tot :256 op,5927 8798 eet398 8798 en drink;8354 8798 want3588 er is een geruis6963 van een overvloedigen1995 regen.1653 Alzo toog5927 Achab256 op,5927 8799 om te eten398 8800 en te drinken;8354 8800 maar Elia452 ging op5927 8804 naar413 de hoogte7218 van ,3760 en breidde zich uit voorwaarts1457 8799 ter aarde;776 daarna leide hij7760 8799 zijn aangezicht6440 tussen996 zijn knieen.1290 En hij zeide559 8799 tot413 zijn jongen:5288 Ga5927 nu4994 op,5927 8798 en zie uit5027 8685 naar1870 de zee.3220 ging hij op,5927 8799 en zag uit,5027 8686 en zeide:559 8799 Er is niets.369 3972 zeide hij:559 8799 Ga weder henen,7725 8798 zevenmaal.7651 6471 En het geschiedde1961 8799 op de zevende maal,7637 dat hij zeide:559 8799 ,2009 een kleine6996 wolk,5645 als eens mans376 hand,3709 gaat op5927 8802 van4480 de zee.3220 En hij zeide:559 8799 Ga op,5927 8798 zeg559 8798 tot413 :256 aan,631 8798 en kom af,3381 8798 dat u de regen1653 niet3808 ophoude.6113 8799 En het geschiedde1961 8799 ondertussen,5704 3541 5704 3541 dat de hemel8064 van wolken5645 en wind7307 zwart werd;6937 8694 en er kwam1961 8799 een grote1419 regen;1653 en Achab256 reed weg,7392 8799 en toog3212 8799 naar .3157 En de hand3027 des HEEREN3068 was1961 8799 over413 ,452 en hij gordde8151 8762 zijn lenden,4975 en liep7323 8799 voor het aangezicht6440 van Achab256 henen, tot5704 daar men te Jizreel3157 komt.935 8800