1 Kings 2:40
“Toen maakte zich6965 Simei8096 op,6965 8799 en zadelde2280 8799 zijn ezel,2543 en toog heen3212 8799 naar Gath1661 tot413 Achis,397 om zijn knechten5650 te zoeken;1245 8763 zo toog3212 Simei8096 heen,3212 8799 en bracht935 8686 zijn knechten5650 van4480 Gath.1661”
1 Kings 2:40 — Statenvertaling (1637)
Verse 40 of 46 in 1 Kings chapter 2 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
1 Kings 2 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Als nu de dagen3117 van 1732 nabij waren,7126 8799 dat hij sterven zou,4191 8800 zo gebood hij6680 8762 zijn zoon1121 ,8010 zeggende:559 8800 Ik595 ga heen1980 8802 in den weg1870 der ganse3605 aarde,776 zo wees sterk,2388 8804 en wees1961 8804 een man.376 En neem waar8104 8804 de wacht4931 des HEEREN,3068 uws ,430 om te wandelen3212 8800 in wegen,1870 om te onderhouden8104 8800 inzettingen,2708 en geboden,4687 en rechten,4941 en getuigenissen,5715 gelijk geschreven is3789 8803 in de wet8451 van ;4872 opdat4616 gij verstandelijk handelt7919 8686 in al3605 wat834 gij doen zult,6213 8799 en al3605 waarheen834 8033 gij u wenden zult;6437 8799 Opdat4616 de HEERE3068 bevestige6965 8686 woord,1697 dat834 over5921 mij gesproken heeft,1696 8765 zeggende:559 8800 Indien518 uw zonen1121 hun weg1870 bewaren,8104 8799 om voor aangezicht6440 trouwelijk,571 met hun ganse3605 hart3824 en met hun ganse3605 ziel5315 te wandelen,3212 8800 zo zal geen3808 man,376 zeide ,559 8800 u afgesneden worden3772 8735 van4480 5921 den troon3678 .3478 Zo weet3045 8804 gij859 ook,1571 wat834 ,3097 de zoon1121 van ,6870 mij gedaan heeft,6213 8804 [en] wat834 hij gedaan heeft6213 8804 aan de twee8147 krijgsoversten8269 6635 van ,3478 ,74 den zoon1121 van ,5369 en ,6021 den zoon1121 van ,3500 dien hij gedood heeft,2026 8799 en heeft krijgsbloed1818 4421 vergoten7760 8799 in vrede;7965 en hij heeft krijgsbloed1818 4421 gedaan5414 8799 aan zijn gordel,2290 die834 aan zijn lendenen4975 was, en aan zijn schoenen,5275 die834 aan zijn voeten7272 waren. Doe6213 8804 naar uw wijsheid,2451 dat gij zijn grauwe haar7872 niet3808 met vrede7965 in het graf7585 laat dalen.3381 8686 Maar aan de zonen1121 van ,1271 den ,1569 zult gij weldadigheid2617 bewijzen,6213 8799 en zij zullen zijn1961 8804 onder degenen, die aan uw tafel7979 eten;398 8802 want3588 alzo3651 naderden zij7126 8804 tot413 mij, als ik vluchtte1272 8800 voor4480 het aangezicht6440 van uw broeder251 .53 En zie,2009 bij5973 u is ,8096 de zoon1121 van ,1617 de zoon van ,1145 uit ,980 die1931 mij vloekte7043 8765 met een geweldige4834 8737 vloek,7045 ten dage3117 als ik ging3212 8800 naar ;4266 doch hij1931 kwam af3381 8804 mij tegemoet7125 8800 aan de ,3383 en ik zwoer7650 8735 hem bij den HEERE,3068 zeggende:559 8800 Zo518 ik hem met het zwaard2719 dode!4191 8686 Maar nu,6258 houd5352 hem niet408 onschuldig,5352 8762 dewijl3588 gij859 een wijs2450 man376 zijt; en gij zult weten,3045 8804 wat834 gij hem doen zult,6213 8799 opdat gij zijn grauwe haar7872 met bloed1818 in het graf7585 doet dalen.3381 8689 En 1732 ontsliep7901 8799 met5973 zijn vaderen,1 en werd begraven6912 8735 in de stad5892 .1732 De dagen3117 nu, die834 1732 geregeerd heeft4427 8804 over5921 ,3478 zijn veertig705 jaren;8141 zeven7651 jaren8141 heeft hij geregeerd4427 8804 in ,2275 en in Jeruzalem3389 heeft hij drie7969 en dertig7970 jaren8141 geregeerd.4427 8804 En Salomo8010 zat3427 8804 op5921 den troon3678 van zijn vader1 ;1732 en zijn koninkrijk4438 werd zeer3966 bevestigd.3559 8735 Toen kwam935 8799 ,138 de zoon1121 van ,2294 tot ,1339 de moeder517 van ;8010 en zij zeide:559 8799 Is uw komst935 8800 vrede?7965 En hij zeide:559 8799 .7965 Daarna zeide hij:559 8799 Ik heb een woord1697 aan413 u. En zij zeide:559 8799 .1696 8761 Hij zeide559 8799 : Gij weet,3045 8804 dat3588 het koninkrijk4410 mijn was,1961 8804 en het ganse3605 3478 zijn aangezicht6440 op5921 mij gezet had,7760 8804 dat ik koning zijn zou;4427 8800 hoewel het koninkrijk4410 omgewend5437 8735 en mijns broeders251 geworden is;1961 8799 want3588 het is van4480 den HEERE3068 hem geworden.1961 8804 En nu6258 begeer7592 8802 ik595 van4480 854 u een enige259 begeerte;7596 wijs7725 mijn aangezicht6440 niet408 af.7725 8686 En zij zeide559 8799 tot413 hem: Spreek.1696 8761 En hij zeide:559 8799 Spreek559 8798 toch4994 tot den koning4428 ,8010 want3588 hij zal uw aangezicht6440 niet3808 afwijzen,7725 8686 dat hij mij ,49 de ,7767 ter vrouwe802 geve.5414 8799 En Bathseba1339 zeide:559 8799 is goed,2896 ik595 zal den413 koning4428 voor5921 u aanspreken.1696 8762 Zo kwam935 8799 Bathseba1339 tot413 den koning4428 ,8010 om hem voor5921 Adonia138 aan te spreken.1696 8763 En de koning4428 stond op,6965 8799 haar tegemoet,7125 8800 en boog zich7812 8691 voor haar; daarna zat hij3427 8799 op5921 zijn troon,3678 en deed een stoel3678 voor de moeder517 des konings4428 zetten;7760 8799 en zij zat3427 8799 aan zijn rechterhand.3225 Toen zeide zij:559 8799 Ik595 begeer7592 8802 van4480 u een enige259 kleine6996 begeerte,7596 wijs7725 mijn aangezicht6440 niet408 af.7725 8686 En de koning4428 zeide559 8799 tot haar: Begeer,7592 8798 mijn moeder,517 want3588 ik zal uw aangezicht6440 niet3808 afwijzen.7725 8686 En zij zeide:559 8799 ,49 de ,7767 aan ,138 uw broeder,251 ter vrouwe802 gegeven worden.5414 8714 Toen antwoordde6030 8799 de koning4428 ,8010 en zeide559 8799 tot zijn moeder:517 En waarom4100 begeert7592 8802 gij589 ,49 de ,7767 voor ?138 Begeer7592 8798 ook voor hem het koninkrijk4410 (want3588 hij1931 is mijn broeder,251 die ouder1419 is 4480 ik ben), ja, voor hem, en voor ,54 den priester,3548 en voor ,3097 den zoon1121 van .6870 En de koning4428 Salomo8010 zwoer7650 8735 bij den HEERE,3068 zeggende:559 8800 Zo3541 doe6213 8799 mij God,430 en zo3541 doe daartoe,3254 8686 voorzeker3588 Adonia138 zal dat2088 woord1697 tegen zijn leven5315 gesproken hebben!1696 8765 En nu,6258 [zo] [waarachtig] [als] de HEERE3068 leeft,2416 Die834 mij bevestigd heeft,3559 8689 en mij heeft doen zitten3427 8686 op5921 den troon3678 van mijn vader1 ,1732 en Die834 mij een huis1004 gemaakt heeft,6213 8804 gelijk als834 gesproken had;1696 8765 voorzeker,3588 Adonia138 zal heden3117 gedood worden!4191 8714 En de koning4428 Salomo8010 zond7971 8799 door de hand3027 van ,1141 den zoon1121 van ;3077 die viel op hem aan,6293 8799 dat hij stierf.4191 8799 En tot ,54 den priester,3548 zeide559 8804 de koning:4428 Ga3212 8798 naar ,6068 op5921 uw akkers;7704 want3588 gij859 zijt een man376 des doods;4194 maar op dezen2088 dag3117 zal ik u niet3808 doden,4191 8686 omdat3588 gij de 727 des Heeren136 HEEREN3069 voor het aangezicht6440 van mijn vader1 1732 gedragen hebt,5375 8804 en omdat3588 gij verdrukt zijt geweest,6031 8694 in alles,3605 waarin834 mijn vader1 verdrukt was.6031 8694 Salomo8010 verdreef1644 8762 ,54 dat4480 hij des HEEREN3068 priester3548 niet4480 ware,1961 8800 om te vervullen4390 8763 het woord1697 des HEEREN,3068 hetwelk834 over5921 het huis1004 van 5941 te Silo7887 gesproken had.1696 8765 Als het gerucht8052 tot5704 3097 kwam935 8804 (want3588 3097 had zich gewend5186 8804 achter310 ,138 hoewel hij zich niet3808 had gewend5186 8804 achter310 53), zo vluchtte5127 8799 3097 tot413 de tent168 des HEEREN,3068 en vatte2388 8686 de hoornen7161 des altaars.4196 En het werd den koning4428 Salomo8010 aangezegd,5046 8714 dat3588 3097 tot413 de tent168 des HEEREN3068 gevloden was,5127 8804 en zie,2009 hij is bij681 het altaar.4196 zond7971 8799 Salomo8010 ,1141 den zoon1121 van ,3077 zeggende:559 8800 Ga heen,3212 8798 val op hem aan.6293 8798 En Benaja1141 kwam935 8799 tot413 de tent168 des HEEREN,3068 en zeide559 8799 tot413 hem: Zo3541 zegt559 8804 de koning:4428 uit.3318 8798 En hij zeide:559 8799 ,3808 maar3588 hier6311 zal ik sterven!4191 8799 En Benaja1141 bracht7725 het antwoord1697 weder7725 8686 aan den koning,4428 zeggende:559 8800 Zo3541 heeft 3097 gesproken,1696 8765 en zo3541 heeft hij mij geantwoord.6030 8804 En de koning4428 zeide559 8799 tot hem: Doe6213 8798 gelijk als834 hij gesproken heeft,1696 8765 en val op hem aan,6293 8798 en begraaf6912 8804 hem, opdat gij wegdoet,5493 8689 van4480 5921 mij en van4480 5921 mijns vaders1 huis,1004 dat bloed,1818 dat834 3097 zonder oorzaak2600 vergoten heeft.8210 8804 Zo zal de HEERE3068 zijn bloed1818 op5921 zijn hoofd7218 doen wederkeren,7725 8689 omdat834 hij op twee8147 mannen,582 rechtvaardiger6662 en beter2896 4480 hij, aangevallen is,6293 8804 en die met het zwaard2719 gedood heeft,2026 8799 daar het mijn vader1 1732 niet3808 wist,3045 8804 ,74 den zoon1121 van ,5369 den krijgsoverste8269 6635 van ,3478 en ,6021 den zoon1121 van ,3500 den krijgsoverste8269 6635 van .3063 Alzo zal hun bloed1818 wederkeren7725 8804 op het hoofd7218 van ,3097 en op het hoofd7218 van zijn zaad2233 in eeuwigheid;5769 maar ,1732 en zijn zaad,2233 en zijn huis,1004 en zijn troon3678 zal vrede7965 hebben1961 8799 van4480 5973 den HEERE3068 tot in5704 eeuwigheid.5769 En ,1141 de zoon1121 van ,3077 ging op,5927 8799 en viel op hem aan,6293 8799 en doodde4191 8686 hem; en hij werd begraven6912 8735 in zijn huis,1004 in de woestijn.4057 En de koning4428 zette5414 8799 ,1141 den zoon1121 van ,3077 in zijn plaats8478 over5921 het heir;6635 en ,6659 den priester,3548 zette5414 8804 de koning4428 in de plaats8478 van .54 Daarna zond7971 8799 de koning,4428 en riep7121 8799 ,8096 en zeide559 8799 tot hem: Bouw1129 8798 u een huis1004 in ,3389 en woon3427 8804 aldaar;8033 en ga3318 van4480 daar8033 niet3808 uit3318 8799 herwaarts575 of derwaarts.575 Want het zal geschieden1961 8804 ten dage3117 van uw uitgaan,3318 8800 als gij over5674 de beek5158 6939 zult gaan,5674 8804 weet3045 8799 voorzeker,3045 8800 dat3588 gij den dood4191 8800 sterven zult;4191 8799 uw bloed1818 zal op uw hoofd7218 zijn.1961 8799 En Simei8096 zeide559 8799 tot den koning:4428 woord1697 is goed;2896 gelijk als834 mijn heer113 de koning4428 gesproken heeft,1696 8765 alzo3651 zal uw knecht5650 doen.6213 8799 En Simei8096 woonde3427 8799 te Jeruzalem3389 vele7227 dagen.3117 Doch het geschiedde1961 8799 met4480 het einde7093 van drie7969 jaren,8141 dat twee8147 knechten5650 van Simei8096 wegliepen1272 8799 tot413 ,397 den zoon1121 van ,4601 den koning4428 van ;1661 en men gaf5046 het Simei8096 te kennen,5046 8686 zeggende:559 8800 ,2009 uw knechten5650 zijn in .1661 Toen maakte zich6965 Simei8096 op,6965 8799 en zadelde2280 8799 zijn ezel,2543 en toog heen3212 8799 naar 1661 tot413 ,397 om zijn knechten5650 te zoeken;1245 8763 zo toog3212 Simei8096 heen,3212 8799 en bracht935 8686 zijn knechten5650 van4480 .1661 En het werd Salomo8010 aangezegd,5046 8714 dat3588 Simei8096 uit4480 Jeruzalem3389 naar 1661 getogen,1980 8804 en wedergekomen was.7725 8799 Toen zond7971 8799 de koning,4428 en riep7121 8799 ,8096 en zeide559 8799 tot413 hem: Heb ik u niet3808 beedigd7650 8689 bij den HEERE,3068 en tegen u betuigd,5749 8686 zeggende:559 8800 dage3117 van uw uitgaan,3318 8800 als gij zult herwaarts575 of derwaarts575 gaan,1980 8804 weet3045 8799 voorzeker,3045 8800 dat3588 gij den dood4191 8800 zult sterven?4191 8799 En gij zeidet559 8799 tot413 mij: Dat woord1697 is goed,2896 [dat] ik gehoord heb.8085 8804 Waarom4069 hebt gij den eed7621 des HEEREN3068 niet3808 gehouden,8104 8804 en het gebod,4687 dat834 ik over5921 u geboden had?6680 8765 Verder zeide559 8799 de koning4428 tot413 :8096 Gij859 weet3045 8804 al3605 de boosheid,7451 die834 uw hart3824 weet,3045 8804 die834 gij aan mijn vader1 1732 gedaan hebt;6213 8804 daarom heeft de HEERE3068 uw boosheid7451 op uw hoofd7218 doen wederkeren.7725 8689 Maar de koning4428 Salomo8010 is gezegend;1288 8803 en de troon3678 van 1732 zal bevestigd3559 8737 zijn1961 8799 voor het aangezicht6440 des HEEREN3068 tot in5704 eeuwigheid.5769 En de koning4428 gebood6680 8762 ,1141 den zoon1121 van ;3077 die ging uit,3318 8799 en viel op hem aan,6293 8799 dat hij stierf.4191 8799 is het koninkrijk4467 bevestigd3559 8738 in de hand3027 van .8010