1 Kings 20:43
“En de koning4428 van Israel3478 toog henen,3212 8799 gemelijk5620 en toornig,2198 naar5921 zijn huis,1004 en kwam935 8799 te Samaria.8111”
1 Kings 20:43 — Statenvertaling (1637)
Verse 43 of 43 in 1 Kings chapter 20 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
1 Kings 20 — full chapter (Statenvertaling (1637))
En ,1130 de koning4428 van ,758 vergaderde6908 8804 al3605 zijn macht;2428 en twee8147 en dertig7970 koningen4428 waren met854 hem, en paarden5483 en wagenen;7393 en hij toog op,5927 8799 en belegerde6696 8799 5921 8111 en krijgde3898 8735 tegen haar. En hij zond7971 8799 boden4397 tot413 ,256 den koning4428 van ,3478 in de stad.5892 En hij zeide559 8799 hem aan: Zo3541 zegt559 8804 :1130 Uw zilver3701 en uw goud,2091 dat1931 is mijn, daartoe uw vrouwen802 en uw beste2896 kinderen,1121 die1992 zijn mijn. En de koning4428 van 3478 antwoordde6030 8799 en zeide:559 8799 uw woord,1697 mijn heer113 de koning,4428 ik589 ben uwe, en al3605 wat834 ik heb. Daarna kwamen7725 de boden4397 weder,7725 8799 en zeiden:559 8799 Alzo3541 spreekt559 8804 ,1130 zeggende:559 8800 Ik heb wel3588 tot413 u gezonden,7971 8804 zeggende:559 8800 Uw zilver,3701 en uw goud,2091 en uw vrouwen,802 en uw kinderen1121 zult gij mij geven;5414 8799 Maar3588 518 morgen4279 om dezen tijd6256 zal ik mijn knechten5650 tot413 u zenden,7971 8799 dat zij uw huis1004 en de huizen1004 uwer knechten5650 bezoeken;2664 8765 en het zal geschieden,1961 8804 dat zij al3605 het begeerlijke4261 uwer ogen5869 in hun handen3027 leggen7760 8799 en wegnemen zullen.3947 8804 Toen riep7121 8799 de koning4428 van 3478 alle3605 oudsten2205 des lands,776 en zeide:559 8799 Merkt3045 8798 toch4994 en ziet,7200 8798 dat3588 deze2088 het kwade7451 zoekt;1245 8764 want3588 hij had tot413 mij gezonden,7971 8804 om mijn vrouwen,802 en om mijn kinderen,1121 en om mijn zilver,3701 en om mijn goud,2091 en ik heb het hem4480 niet3808 geweigerd.4513 8804 Doch al3605 de oudsten,2205 en het ganse3605 volk,5971 zeiden559 8799 tot413 hem: Hoor8085 8799 niet,408 en bewillig14 8799 niet.3808 Daarom zeide hij559 8799 tot de boden4397 van :1130 Zegt559 8798 mijn heer113 den koning:4428 ,3605 waarom834 gij in het eerst7223 tot413 uw knecht5650 gezonden hebt,7971 8804 zal ik doen;6213 8799 maar deze2088 zaak1697 kan ik3201 8799 niet3808 doen.6213 8800 Zo gingen3212 8799 de boden4397 heen en brachten7725 hem bescheid1697 weder.7725 8686 En Benhadad1130 zond7971 8799 tot413 hem en zeide:559 8799 De goden430 doen6213 8799 mij zo,3541 en doen3254 zo3541 daartoe,3254 8686 indien518 het stof6083 van 8111 genoeg zal zijn5606 8799 tot handvollen8168 voor al3605 het volk,5971 dat834 mijn voetstappen7272 volgt! Maar de koning4428 van 3478 antwoordde6030 8799 en zeide:559 8799 Spreekt1696 8761 [tot] [hem]: Die zich aangordt,2296 8802 beroeme zich1984 8691 niet,408 als die zich los maakt.6605 8764 En het geschiedde,1961 8799 als hij dit2088 woord1697 hoorde,8085 8800 daar hij1931 was drinkende,8354 8802 hij1931 en de koningen4428 in de tenten,5521 dat hij zeide559 8799 tot413 zijn knechten:5650 aan!7760 8798 En zij leiden aan7760 8799 tegen5921 de stad.5892 En ziet,2009 een259 profeet5030 trad5066 8738 tot413 ,256 den koning4428 van ,3478 en zeide:559 8799 Zo3541 zegt559 8804 de HEERE:3068 gij gezien7200 8804 al3605 deze2088 grote1419 menigte?1995 ,2009 Ik zal ze heden3117 in uw hand3027 geven,5414 8802 opdat gij weet,3045 8804 dat3588 Ik589 de HEERE3068 ben. En Achab256 zeide:559 8799 wie?4310 En hij zeide:559 8799 Zo3541 zegt559 8804 de HEERE:3068 de jongens5288 van de oversten8269 der landschappen.4082 En hij zeide:559 8799 Wie4310 zal den strijd4421 aanbinden?631 8799 En hij zeide:559 8799 .859 Toen telde hij6485 8799 de jongens5288 van de oversten8269 der landschappen,4082 en zij waren1961 8799 tweehonderd8147 3967 twee8147 en dertig;7970 en na310 hen telde hij6485 8804 al3605 het volk,5971 al3605 de kinderen1121 ,3478 zeven7651 duizend.505 En zij togen uit3318 8799 op den middag.6672 Benhadad1130 nu dronk8354 8802 zich dronken7910 in de tenten,5521 hij1931 en de koningen,4428 de twee8147 en dertig7970 koningen,4428 die hem853 hielpen.5826 8802 En de jongens5288 van de oversten8269 der landschappen4082 togen3318 eerst7223 uit.3318 8799 Benhadad1130 zond [enigen] uit,7971 8799 en zij boodschapten5046 8686 hem, zeggende:559 8800 Uit4480 8111 zijn mannen582 uitgetogen.3318 8804 En hij zeide:559 8799 Hetzij518 dat zij tot vrede7965 uitgetogen zijn,3318 8804 grijpt8610 8798 hen levend;2416 hetzij518 ook, dat zij ten strijde4421 uitgetogen zijn,3318 8804 grijpt8610 8798 hen levend.2416 Zo togen3318 8804 deze428 jongens5288 van de oversten8269 der landschappen4082 uit4480 de stad,5892 en het heir,2428 dat834 hen navolgde.310 En een ieder376 sloeg5221 8686 zijn man,376 zodat de Syriers758 vloden,5127 8799 en 3478 jaagde hen na.7291 8799 ,1130 de koning4428 van ,758 ontkwam4422 8735 op5921 een paard,5483 met [enige] ruiteren.6571 En de koning4428 van 3478 toog uit,3318 8799 en sloeg5221 8686 paarden5483 en wagenen,7393 dat hij een groten1419 slag4347 aan de Syriers758 sloeg.5221 8689 Toen trad5066 8799 die profeet5030 tot413 den koning4428 van ,3478 en zeide559 8799 tot hem: Ga heen,3212 8798 sterk u;2388 8690 en bemerk,3045 8798 en zie,7200 8798 wat834 gij doen zult;6213 8799 want3588 met de wederkomst8666 des jaars8141 zal de koning4428 van Syrie758 tegen5921 u optrekken.5927 8802 Want de knechten5650 van den koning4428 van Syrie758 hadden tot413 hem gezegd:559 8804 goden430 zijn berggoden,430 2022 daarom5921 3651 zijn zij sterker geweest2388 8804 4480 wij; maar zeker,199 laat ons tegen854 hen op het effen veld4334 strijden,3898 8735 zo518 wij niet3808 sterker zijn2388 8799 4480 zij! Daarom doe6213 8798 deze2088 zaak:1697 Doe5493 de koningen4428 weg,5493 8685 elkeen376 uit4480 zijn plaats,4725 en stel7760 8798 landvoogden6346 in hun plaats.8478 En gij,859 tel4487 8799 u een heir,2428 als dat heir,2428 dat van4480 de uwen853 gevallen is,5307 8802 en paarden,5483 als die paarden,5483 en wagenen,7393 als die wagenen;7393 en laat ons tegen854 hen op het effen veld4334 strijden,3898 8735 zo518 wij niet3808 sterker zijn2388 8799 4480 zij! En hij hoorde8085 8799 naar hun stem,6963 en deed6213 8799 alzo.3651 Het geschiedde1961 8799 nu met de wederkomst8666 des jaars,8141 dat Benhadad1130 de Syriers758 monsterde;6485 8799 en hij toog op5927 8799 naar ,663 ten krijge4421 tegen5973 .3478 De kinderen1121 Israels3478 werden ook gemonsterd,6485 8719 en waren verzorgd van leeftocht,3557 8791 en trokken3212 8799 hun tegemoet;7125 8800 en de kinderen1121 Israels3478 legerden zich2583 8799 tegenover5048 hen, als twee8147 blote geitenkudden,2835 5795 maar de Syriers758 vervulden4390 8765 het land.776 En de man376 Gods430 trad toe,5066 8799 en sprak559 8799 tot413 den koning4428 van ,3478 en zeide:559 8799 Zo3541 zegt559 8804 de HEERE:3068 Daarom3282 dat834 de Syriers758 gezegd hebben:559 8804 De HEERE3068 is een God430 der bergen,2022 en Hij1931 is niet3808 een God430 der laagten;6010 zo zal Ik al3605 deze2088 grote1419 menigte1995 in uw hand3027 geven,5414 8804 opdat gijlieden weet,3045 8804 dat3588 Ik589 de HEERE3068 ben. En dezen428 waren gelegerd2583 8799 tegenover5227 die,428 zeven7651 dagen;3117 het geschiedde1961 8799 nu op den zevenden7637 dag,3117 dat de strijd4421 aanging;7126 8799 en de kinderen1121 Israels3478 sloegen5221 8686 van de Syriers758 honderd3967 duizend505 voetvolks7273 op een259 dag.3117 En de overgeblevenen3498 8737 vloden5127 8799 naar Afek663 in413 de stad,5892 en de muur2346 viel5307 8799 op5921 zeven7651 en twintig6242 duizend505 mannen,376 die overgebleven waren;3498 8737 ook vlood5127 8804 ,1130 en kwam935 8799 in413 de stad5892 [van] kamer2315 in kamer.2315 Toen zeiden559 8799 de knechten5650 tot413 hem: Zie2009 toch,4994 wij hebben gehoord,8085 8804 dat3588 de koningen4428 van het huis1004 Israels3478 3588 goedertierene2617 koningen4428 zijn;1992 laat ons toch4994 zakken8242 om onze lenden4975 leggen,7760 8799 en koorden2256 om onze hoofden,7218 en uitgaan3318 8799 tot413 den koning4428 van ;3478 mogelijk194 zal hij uw ziel5315 in het leven behouden.2421 8762 Toen gordden zij2296 8799 zakken8242 om hun lenden,4975 en koorden2256 om hun hoofden,7218 en kwamen935 8799 tot413 den koning4428 van ,3478 en zeiden:559 8799 Uw knecht5650 Benhadad1130 zegt:559 8804 toch4994 mijn ziel5315 leven.2421 8799 En hij zeide:559 8799 hij2416 nog? Hij1931 is mijn broeder.251 De mannen582 nu namen naarstiglijk waar,5172 8762 en vatten2480 8686 het haastelijk,4116 8762 of het van4480 hem ware, en zeiden:559 8799 Uw broeder251 Benhadad1130 [leeft]. En hij zeide:559 8799 ,935 8798 brengt3947 8798 hem. Toen kwam3318 8799 Benhadad1130 tot413 hem uit, en hij deed hem op5921 den wagen4818 klimmen.5927 8686 En hij zeide559 8799 tot413 hem: De steden,5892 die834 mijn vader1 van4480 uw vader1 genomen heeft,3947 8804 zal ik wedergeven,7725 8686 en maak7760 8799 u straten2351 in ,1834 gelijk834 mijn vader1 in 8111 gemaakt heeft.7760 8804 En ik,589 [antwoordde] [], zal u met dit verbond1285 laten gaan.7971 8762 Zo maakte hij3772 8799 een verbond1285 met hem, en liet hem gaan.7971 8762 Toen zeide559 8804 een259 man376 uit4480 de zonen1121 der profeten5030 tot413 zijn naaste,7453 door het woord1697 des HEEREN:3068 Sla5221 8685 mij toch.4994 En de man376 weigerde3985 8762 hem te slaan.5221 8687 En hij zeide559 8799 tot hem: Daarom3282 dat834 gij de stem6963 des HEEREN3068 niet3808 gehoorzaam zijt geweest,8085 8804 zie,2009 als gij van4480 mij854 weggegaan zijt,1980 8802 zo zal u een leeuw738 slaan.5221 8689 En als hij van4480 bij681 hem weggegaan was,3212 8799 zo vond4672 8799 hem een leeuw,738 die hem sloeg.5221 8686 Daarna vond hij4672 8799 een anderen312 man,376 en zeide:559 8799 Sla5221 8685 mij toch.4994 En die man376 sloeg5221 8686 hem, slaande5221 8687 en wondende.6481 8800 Toen ging3212 8799 de profeet5030 heen, en stond5975 8799 voor den koning4428 op5921 den weg;1870 en hij verstelde zich2664 8691 met as666 boven5921 zijn ogen.5869 En het geschiedde,1961 8799 als de koning4428 voorbijging,5674 8802 dat hij1931 tot413 den koning4428 riep,6817 8804 en zeide:559 8799 Uw knecht5650 was uitgegaan3318 8804 in het midden7130 des strijds;4421 en zie,2009 een man376 was afgeweken,5493 8804 en bracht935 8686 tot413 mij een man,376 en zeide:559 8799 Bewaar8104 8798 dezen2088 man,376 indien518 hij enigszins6485 8736 gemist wordt,6485 8735 zo zal uw ziel5315 in de plaats8478 zijner ziel5315 zijn,1961 8804 of176 gij zult een 3603 zilvers3701 opwegen.8254 8799 Het geschiedde1961 8799 nu, als uw knecht5650 hier2008 en daar2008 doende was,6213 8802 dat hij1931 er niet was.369 zeide559 8799 de koning4428 van 3478 tot413 hem: Zo3651 is uw oordeel;4941 gij859 hebt zelf het geveld.2782 8804 Toen haastte hij zich,4116 8762 en deed5493 de as666 af5493 8686 van4480 5921 zijn ogen;5869 en de koning4428 van 3478 kende5234 8686 hem,853 dat3588 hij1931 een4480 der profeten5030 was. En hij zeide559 8799 tot413 hem: Zo3541 zegt559 8804 de HEERE:3068 gij den man,376 dien Ik verbannen heb,2764 uit4480 de hand3027 hebt laten gaan,7971 8765 zo zal uw ziel5315 in de plaats8478 van zijn ziel5315 zijn,1961 8804 en uw volk5971 in de plaats8478 van zijn volk.5971 En de koning4428 van 3478 toog henen,3212 8799 gemelijk5620 en toornig,2198 naar5921 zijn huis,1004 en kwam935 8799 te .8111