1 Samuel 1:12

“Het geschiedde nu,1961 8804 als3588 zij evenzeer bleef7235 8689 biddende6419 8692 voor het aangezicht6440 des HEEREN,3068 zo gaf8104 Eli5941 acht op8104 8802 haar mond.6310”

1 Samuel 1:12 — Statenvertaling (1637)

Verse 12 of 28 in 1 Samuel chapter 1 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

1 Samuel 1 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Daar was1961 8799 een259 man376 van4480 -zofim,7436 van4480 het gebergte2022 van ,669 wiens naam8034 was ,511 een zoon1121 van ,3395 den zoon1121 van ,453 den zoon1121 van ,8459 den zoon1121 van ,6689 een .673 En hij had twee8147 vrouwen;802 de naam8034 van de ene259 was ,2584 en de naam8034 van de andere8145 was .6444 Peninna6444 nu had1961 8799 kinderen,3206 maar Hanna2584 had geen369 kinderen.3206 Deze1931 man376 nu ging opwaarts5927 8804 uit4480 zijn stad5892 van4480 jaar3117 tot jaar3117 om te aanbidden,7812 8692 en om te offeren2076 8800 den HEERE3068 der heirscharen6635 te ;7887 en aldaar8033 waren priesters3548 des HEEREN,3068 ,2652 en ,6372 de twee8147 zonen1121 van .5941 En het geschiedde1961 8799 op dien dag,3117 als Elkana511 offerde,2076 8799 zo gaf hij5414 8804 aan ,6444 zijn huisvrouw,802 en aan al3605 haar zonen1121 en haar dochteren,1323 delen.4490 Maar aan Hanna2584 gaf hij5414 8799 een259 aanzienlijk639 deel,4490 want3588 hij had157 Hanna2584 lief;157 8804 doch de HEERE3068 had haar baarmoeder7358 toegesloten.5462 8804 En haar tegenpartijdige6869 tergde3707 8765 haar ook1571 met terging,3708 om5668 haar te vergrimmen,7481 8687 omdat3588 de HEERE3068 haar1157 baarmoeder7358 toegesloten had.5462 8804 En alzo3651 deed hij6213 8799 jaar8141 op jaar;8141 van dat1767 zij opging5927 8800 tot het huis1004 des HEEREN,3068 zo3651 tergde zij3707 8686 haar alzo; daarom weende zij1058 8799 en at398 8799 niet.3808 Toen zeide559 8799 ,511 haar man:376 ,2584 waarom4100 weent gij,1058 8799 en waarom4100 eet gij398 8799 niet,3808 en waarom4100 is uw hart3824 kwalijk gesteld?3415 8799 ik u niet3808 beter2896 4480 tien6235 zonen?1121 Toen stond6965 Hanna2584 op,6965 8799 nadat310 [hij] gegeten,398 8800 en nadat310 [hij] gedronken had8354 8800 te .7887 En ,5941 de priester,3548 zat3427 8802 op5921 een stoel3678 bij5921 een post4201 van den tempel1964 des HEEREN.3068 Zij1931 viel bitterlijk4751 bedroefd zijnde,5315 zo bad zij6419 8691 tot5921 den HEERE,3068 en zij weende1058 8799 zeer.1058 8800 En zij beloofde5087 8799 een gelofte,5088 en zeide:559 8799 HEERE3068 der heirscharen,6635 zo518 eenmaal7200 8800 de ellende6040 dienstmaagd519 aanziet,7200 8799 en mijner gedenkt,2142 8804 en Uw dienstmaagd519 niet3808 vergeet,7911 8799 maar geeft5414 8804 aan Uw dienstmaagd519 een mannelijk582 zaad,2233 zo zal ik dat den HEERE3068 geven5414 8804 al3605 de dagen3117 zijns levens,2416 en er zal geen3808 scheermes4177 op5921 zijn hoofd7218 komen.5927 8799 Het geschiedde nu,1961 8804 als3588 zij evenzeer bleef7235 8689 biddende6419 8692 voor het aangezicht6440 des HEEREN,3068 zo gaf8104 5941 acht op8104 8802 haar mond.6310 Want Hanna2584 1931 sprak1696 8764 in5921 haar hart;3820 alleenlijk7535 roerden zich5128 8801 haar lippen,8193 maar haar stem6963 werd niet3808 gehoord;8085 8735 daarom hield2803 5941 haar voor2803 8799 dronken.7910 En 5941 zeide559 8799 tot413 haar: Hoe5704 lang4970 zult gij u dronken aanstellen?7937 8691 Doe5493 8685 uw wijn3196 van4480 5921 u. Doch Hanna2584 antwoordde6030 8799 en zeide:559 8799 ,3808 mijn heer!113 ik595 ben een vrouw,802 bezwaard7186 van geest;7307 ik heb noch3808 wijn,3196 noch sterken drank7941 gedronken;8354 8804 maar ik heb mijn ziel5315 uitgegoten8210 8799 voor het aangezicht6440 des HEEREN.3068 Acht5414 8799 toch uw dienstmaagd519 niet408 voor6440 een dochter1323 ;1100 want3588 ik heb tot5704 nu toe2008 gesproken1696 8765 uit de veelheid7230 van mijn gedachten7879 en van mijn verdriet.3708 Toen antwoordde6030 8799 5941 en zeide:559 8799 Ga heen3212 8798 in vrede,7965 en de God430 Israels3478 zal uw bede7596 geven,5414 8799 die834 gij van4480 5973 gebeden hebt.7592 8804 En zij zeide:559 8799 uw dienstmaagd8198 genade2580 vinden4672 8799 in uw ogen!5869 ging3212 8799 die vrouw802 haars weegs;1870 en zij at,398 8799 en haar aangezicht6440 was1961 8804 haar [zodanig] niet3808 meer.5750 En zij stonden7925 des morgens1242 vroeg op,7925 8686 en zij aanbaden7812 8691 voor het aangezicht6440 des HEEREN,3068 en zij keerden weder,7725 8799 en kwamen935 8799 tot413 hun huis1004 te .7414 En Elkana511 bekende3045 8799 zijn huisvrouw802 ,2584 en de HEERE3068 gedacht2142 8799 aan haar. En het geschiedde,1961 8799 na verloop8622 van dagen,3117 dat Hanna2584 bevrucht werd,2029 8799 en baarde3205 8799 een zoon,1121 en zij noemde7121 8799 zijn naam8034 :8050 ,3588 [zeide] [zij], ik heb hem van4480 den HEERE3068 gebeden.7592 8804 En die man,376 Elkana511 toog op5927 8799 met zijn ganse3605 huis,1004 om den HEERE3068 te offeren2076 8800 het jaarlijkse3117 offer,2077 en zijn gelofte.5088 Doch Hanna2584 toog5927 niet3808 op;5927 8804 maar3588 zij zeide559 8804 tot haar man:376 Als5704 de jongen5288 gespeend is,1580 8735 zal ik hem brengen,935 8689 dat hij voor het aangezicht6440 des HEEREN3068 verschijne,7200 8738 en blijve3427 8804 daar8033 tot in5704 eeuwigheid.5769 En ,511 haar man,376 zeide559 8799 tot haar: Doe,6213 8798 wat goed2869 is in uw ogen;5896 blijf,3427 8798 totdat5704 gij hem853 zult gespeend hebben;1580 8800 389 de HEERE3068 bevestige6965 8686 naar woord!1697 bleef3427 8799 de vrouw,802 en zoogde3243 8686 haar zoon,1121 totdat5704 zij hem853 speende.1580 8800 Daarna, als834 zij hem gespeend had,1580 8804 bracht zij5927 hem met5973 zich opwaarts,5927 8686 met drie7969 varren,6499 en een259 efa374 meels,7058 en een fles5035 met wijn;3196 en zij bracht935 8686 hem in het huis1004 des HEEREN3068 te ;7887 en het jongsken5288 was [zeer] jong.5288 En zij slachtten7819 8799 een var;6499 alzo brachten zij935 8686 het kind5288 tot413 .5941 En zij zeide:559 8799 ,994 mijn heer!113 [zo] [waarachtig] [als] uw ziel5315 leeft,2416 mijn heer!113 Ik589 ben die vrouw,802 die hier2088 bij5973 u stond,5324 8737 om413 den HEERE3068 te bidden.6419 8692 Ik bad6419 8694 om413 dit2088 kind,5288 en de HEERE3068 heeft mij mijn bede7596 gegeven,5414 8799 die834 ik van4480 5973 gebeden heb.7592 8804 Daarom heb ik595 hem ook1571 den HEERE3068 overgegeven7592 8689 al3605 de dagen,3117 die834 hij1931 wezen zal;1961 8804 hij is van den HEERE3068 gebeden.7592 8803 En hij bad7812 aldaar8033 den HEERE3068 aan.7812 8691

Every verse in 1 Samuel 1

Chapter navigation

0:000:00