1 Samuel 10:16
“Saul7586 nu zeide559 8799 tot413 zijn oom:1730 Hij heeft ons voorzeker5046 8687 te kennen gegeven,5046 8689 dat3588 de ezelinnen860 gevonden waren;4672 8738 maar de zaak1697 des koninkrijks,4410 waarvan834 Samuel8050 gezegd had,559 8804 gaf hij hem niet3808 te kennen.5046 8689”
1 Samuel 10:16 — Statenvertaling (1637)
Verse 16 of 27 in 1 Samuel chapter 10 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
1 Samuel 10 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Toen nam3947 8799 8050 een oliekruik,6378 8081 en goot3332 8799 ze uit op5921 zijn hoofd,7218 en kuste5401 8799 hem, en zeide:559 8799 Is het niet3808 [alzo], dat3588 de HEERE3068 u tot een voorganger5057 over5921 erfdeel5159 gezalfd heeft?4886 8804 Als gij heden3117 van4480 5978 mij gaat,3212 8800 zo zult gij twee8147 mannen582 vinden4672 8804 bij5973 het graf6900 van ,7354 aan de landpale1366 van ,1144 te ;6766 die zullen tot413 u zeggen:559 8804 De ezelinnen860 zijn gevonden,4672 8738 die834 gij zijt1980 8804 gaan zoeken,1245 8763 en zie,2009 uw vader1 heeft de zaken1697 der ezelinnen860 verlaten,5203 8804 en hij is bekommerd1672 8804 voor ulieden, zeggende:559 8800 Wat4100 zal ik om mijn zoon1121 doen?6213 8799 Als gij u van4480 daar8033 en verder1973 aan begeeft,2498 8804 en zult komen935 8804 tot5704 aan -thabor,436 8396 daar8033 zullen u drie7969 mannen582 vinden,4672 8804 opgaande5927 8802 tot413 God430 naar -el;1008 een,259 dragende5375 8802 drie7969 bokjes,1423 en een,259 dragende5375 8802 drie7969 bollen3603 broods,3899 en een,259 dragende5375 8802 een fles5035 wijn.3196 En zij zullen u naar [uw] welstand7965 vragen,7592 8804 en zij zullen u twee8147 broden3899 geven;5414 8804 die zult gij van4480 hun hand3027 nemen.3947 8804 Daarna310 3651 zult gij komen935 8799 op den heuvel1389 ,430 waar834 8033 der Filistijnen6430 bezettingen5333 zijn; en het zal geschieden,1961 8799 als gij aldaar8033 in de stad5892 komt,935 8800 zo zult gij ontmoeten6293 8804 een hoop2256 profeten,5030 van4480 de hoogte1116 afkomende,3381 8802 en voor hun aangezichten6440 luiten,5035 en trommelen,8596 en pijpen,2485 en harpen,3658 en zij1992 zullen profeteren.5012 8693 En de Geest7307 des HEEREN3068 zal vaardig worden6743 8804 over5921 u, en gij zult met5973 hen profeteren;5012 8694 en gij zult in een anderen312 man376 veranderd worden.2015 8738 En het zal geschieden,1961 8804 als3588 u deze428 tekenen226 zullen komen,935 8799 doe gij,6213 8798 wat834 uw hand3027 vinden zal,4672 8799 want3588 God430 zal met5973 u zijn. Gij nu zult voor mijn aangezicht6440 afgaan3381 8804 naar ,1537 en zie,2009 ik595 zal tot413 u afkomen,3381 8802 om brandofferen5930 te offeren,5927 8687 om te offeren2076 8800 offeranden2077 der dankzegging;8002 zeven7651 dagen3117 zult gij [daar] beiden,3176 8686 totdat5704 ik tot413 u kome,935 8800 en u bekend make,3045 8689 wat834 gij doen zult.6213 8799 Het geschiedde1961 8804 nu, toen hij zijn schouder7926 keerde,6437 8687 om van4480 5973 8050 te gaan,3212 8800 veranderde2015 8799 God430 hem het hart3820 [in] een ander;312 en al3605 die428 tekenen226 kwamen935 8799 ten zelven1931 dage.3117 Toen zij daar8033 aan den heuvel1389 kwamen,935 8799 zie,2009 zo [kwam] hem een hoop2256 profeten5030 tegemoet;7125 8800 en de Geest7307 des HEEREN430 werd vaardig6743 8799 over5921 hem, en hij profeteerde5012 8691 in het midden8432 van hen. En het geschiedde,1961 8799 als een iegelijk,3605 die hem van4480 te voren865 8032 gekend had,3045 8802 zag,7200 8799 dat hij, ziet,2009 profeteerde5012 8738 met5973 de profeten,5030 zo zeide559 8799 het volk,5971 een ieder376 tot413 zijn metgezel:7453 Wat4100 is dit,2088 dat den zoon1121 van Kis7027 geschied is?1961 8804 Is 7586 ook1571 onder de profeten?5030 Toen antwoordde6030 8799 een man376 van4480 daar,8033 en zeide:559 8799 Wie4310 is toch hun vader?1 Daarom5921 3651 is het tot een spreekwoord4912 geworden:1961 8804 Is 7586 ook1571 onder de profeten?5030 Toen hij nu voleind had3615 8762 te4480 profeteren,5012 8692 zo kwam hij935 8799 op de hoogte.1116 En Sauls7586 oom1730 zeide559 8799 tot413 hem en tot413 zijn jongen:5288 Waar575 zijt gijlieden heengegaan?1980 8804 nu zeide:559 8799 Om de ezelinnen860 te zoeken;1245 8763 toen wij zagen,7200 8799 dat3588 zij er niet waren,369 zo kwamen wij935 8799 tot413 .8050 Toen zeide559 8799 Sauls7586 oom:1730 Geef5046 mij toch4994 te kennen,5046 8685 wat4100 heeft 8050 ulieden gezegd?559 8804 7586 nu zeide559 8799 tot413 zijn oom:1730 heeft ons voorzeker5046 8687 te kennen gegeven,5046 8689 dat3588 de ezelinnen860 gevonden waren;4672 8738 maar de zaak1697 des koninkrijks,4410 waarvan834 8050 gezegd had,559 8804 gaf hij hem niet3808 te kennen.5046 8689 Doch 8050 riep6817 8686 het volk5971 te zamen tot413 den HEERE,3068 te .4709 En hij zeide559 8799 tot413 de kinderen1121 :3478 Alzo3541 heeft de HEERE,3068 de God430 ,3478 gesproken:559 8804 Ik595 heb 3478 uit4480 Egypte4714 opgebracht,5927 8689 en Ik heb ulieden853 van4480 de hand3027 der Egyptenaren4714 gered,5337 8686 en van4480 de hand3027 van alle3605 koninkrijken,4467 die u853 onderdrukten.3905 8801 Maar gijlieden859 hebt heden3117 uw God430 verworpen,3988 8804 Die834 1931 u uit4480 al3605 uw ellenden7451 en uw noden6869 verlost heeft,3467 8688 en hebt tot gezegd:559 8799 3588 Zet7760 8799 een koning4428 over5921 ons; nu ,6258 stelt u3320 8690 voor het aangezicht6440 des HEEREN,3068 naar uw stammen7626 en naar uw duizenden.505 Toen nu 8050 al3605 de stammen7626 van 3478 had doen naderen,7126 8686 zo is de stam7626 van 1144 geraakt.3920 8735 Toen hij den stam7626 van 1144 deed aankomen7126 8686 naar zijn geslachten,4940 zo werd het geslacht4940 van Matri4309 geraakt;3920 8735 en ,7586 de zoon1121 van ,7027 werd geraakt.3920 8735 En zij zochten1245 8762 hem, maar hij werd niet3808 gevonden.4672 8738 Toen vraagden zij7592 8799 verder5750 den HEERE,3068 of die man376 nog5750 derwaarts1988 komen zou?935 8804 De HEERE3068 zeide:559 8799 ,2009 hij1931 heeft zich tussen413 de vaten3627 verstoken.2244 8737 Zij nu liepen,7323 8799 en namen3947 8799 hem van4480 daar,8033 en hij stelde zich3320 8691 in het midden8432 des volks;5971 en hij was hoger1361 8799 4480 al3605 het volk,5971 van4480 zijn schouder7926 en opwaarts.4605 Toen zeide559 8799 8050 tot413 het ganse3605 volk:5971 gij,7200 8804 dien834 de HEERE3068 verkoren heeft?977 8804 Want3588 gelijk3644 hij, is er niemand369 onder het ganse3605 volk.5971 juichte7321 8686 het ganse3605 volk,5971 en zij zeiden:559 8799 de koning4428 leve!2421 8799 8050 nu sprak1696 8762 tot413 het volk5971 het recht4941 des koninkrijks,4410 en schreef3789 8799 het in een boek,5612 en leide3240 8686 het voor het aangezicht6440 des HEEREN.3068 liet7971 8050 het ganse3605 volk5971 gaan,7971 8762 elk376 naar zijn huis.1004 En 7586 ging1980 8804 ook1571 naar zijn huis1004 te ,1390 en [van] het heir2428 gingen3212 8799 met5973 hem, welker834 hart3820 God430 geroerd had.5060 8804 Doch de kinderen1121 Belials1100 zeiden:559 8804 Wat4100 zou ons deze2088 verlossen?3467 8686 en zij verachtten959 8799 hem, en brachten935 8689 hem geen3808 geschenk.4503 hij was1961 8799 als doof.2790 8688