1 Samuel 13:8

“En hij vertoefde3176 8686 8675 3176 8735 zeven7651 dagen,3117 tot den tijd,4150 dien834 Samuel8050 bestemd had. Als Samuel8050 te Gilgal1537 niet3808 opkwam,935 8804 zo verstrooide6327 8686 het volk5971 van4480 5921 hem.”

1 Samuel 13:8 — Statenvertaling (1637)

Verse 8 of 23 in 1 Samuel chapter 13 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

1 Samuel 13 — full chapter (Statenvertaling (1637))

7586 was een jaar1121 8141 in zijn regering geweest,4427 8800 en het tweede8147 jaar8141 regeerde hij4427 8804 over5921 .3478 Toen verkoos977 8799 zich 7586 drie7969 duizend505 [mannen] uit4480 ;3478 en er waren1961 8799 bij5973 7586 twee duizend505 te Michmas4363 en op het gebergte2022 van -el,1008 en duizend505 waren1961 8804 er bij5973 3129 te -benjamins;1390 1144 en het overige3499 des volks5971 liet hij gaan,7971 8765 een iegelijk376 naar zijn tent.168 Doch 3129 sloeg5221 8686 de bezetting5333 der ,6430 die te Geba1387 was, hetwelk834 de Filistijnen6430 hoorden.8085 8799 blies8628 8804 7586 met de bazuin7782 in het ganse3605 land,776 zeggende:559 8800 het de Hebreen5680 horen.8085 8799 Toen hoorde8085 8804 het ganse3605 3478 zeggen:559 8800 7586 heeft de bezetting5333 der Filistijnen6430 geslagen,5221 8689 en ook1571 is 3478 stinkende geworden887 8738 bij de .6430 werd het volk5971 samengeroepen6817 8735 achter310 ,7586 naar .1537 En de Filistijnen6430 werden verzameld622 8738 om te strijden3898 8736 tegen5973 ,3478 dertig7970 duizend505 wagens,7393 en zes8337 duizend505 ruiters,6571 en volk5971 in menigte7230 als het zand,2344 dat834 aan5921 den oever8193 der zee3220 is; en zij togen op,5927 8799 en legerden zich2583 8799 te ,4363 tegen het oosten6926 van -aven.1007 Toen de mannen376 van 3478 zagen,7200 8804 dat3588 zij in nood waren6887 8804 (want3588 het volk5971 was benauwd5065 8738), zo verborg zich2244 8691 het volk5971 in de spelonken,4631 en in de doornbossen,2337 en in de steenklippen,5553 en in de vestingen,6877 en in de putten.953 De Hebreen5680 nu gingen over5674 8804 de Jordaan3383 in het land776 van 1410 en .1568 7586 nog5750 zelf te 1537 was, zo kwam al3605 het volk5971 bevende2729 8804 achter310 hem. En hij vertoefde3176 8686 8675 3176 8735 zeven7651 dagen,3117 tot den tijd,4150 dien834 8050 bestemd had. Als 8050 te 1537 niet3808 opkwam,935 8804 zo verstrooide6327 8686 het volk5971 van4480 5921 hem. Toen zeide559 8799 :7586 Brengt5066 8685 tot413 mij herwaarts een brandoffer,5930 en dankofferen;8002 en hij offerde5927 8686 brandoffer.5930 En het geschiedde,1961 8799 toen hij geeindigd had3615 8763 het brandoffer5930 te offeren,5927 8687 ziet,2009 zo kwam935 8802 ;8050 en 7586 ging uit3318 8799 hem tegemoet,7125 8800 om hem te zegenen.1288 8800 Toen zeide559 8799 :8050 Wat4100 hebt gij gedaan?6213 8804 7586 nu zeide:559 8799 Omdat3588 ik zag,7200 8804 dat3588 zich het volk5971 van4480 5921 mij verstrooide,5310 8804 en gij859 op den bestemden tijd4150 der dagen3117 niet3808 kwaamt,935 8804 en de Filistijnen6430 te Michmas4363 vergaderd waren,622 8737 Zo zeide ik:559 8799 Nu6258 zullen de Filistijnen6430 tot413 mij afkomen3381 8799 te ,1537 en ik heb het aangezicht6440 des HEEREN3068 niet3808 ernstelijk aangebeden,2470 8765 zo dwong ik662 8691 mijzelven, en heb brandoffer5930 geofferd.5927 8686 Toen zeide559 8799 8050 tot413 :7586 hebt zottelijk gedaan;5528 8738 gij hebt het gebod4687 van den HEERE,3068 uw God,430 niet3808 gehouden,8104 8804 dat834 u geboden heeft;6680 8765 want3588 de HEERE3068 zou nu6258 uw rijk4467 over413 3478 bevestigd hebben3559 8689 tot in5704 eeuwigheid.5769 Maar nu6258 zal uw rijk4467 niet3808 bestaan.6965 8799 De HEERE3068 heeft een man376 gezocht1245 8765 naar hart,3824 en de HEERE3068 heeft hem geboden6680 8762 een voorganger5057 te zijn over5921 volk,5971 omdat3588 gij niet3808 gehouden hebt,8104 8804 wat834 u de HEERE3068 geboden had.6680 8765 Toen maakte zich6965 8050 op,6965 8799 en hij ging op5927 8799 van4480 1537 naar -benjamins;1390 1144 en 7586 telde6485 8799 het volk,5971 dat bij5973 hem gevonden werd,4672 8737 omtrent zeshonderd8337 3967 man.376 En 7586 en zijn zoon1121 ,3129 en het volk,5971 dat bij5973 hen gevonden was,4672 8737 bleven3427 8802 te -benjamins;1387 1144 maar de Filistijnen6430 waren te Michmas4363 gelegerd.2583 8804 En de verdervers7843 8688 gingen3318 8799 uit4480 het leger4264 der ,6430 in drie7969 hopen;7218 de ene259 hoop7218 keerde zich6437 8799 op413 den weg1870 naar ,6084 naar413 het land776 ;7777 En een259 hoop7218 keerde zich6437 8799 naar den weg1870 van -horon;1032 en een259 hoop7218 keerde zich6437 8799 naar den weg1870 der landpale,1366 die naar5921 het dal1516 Zeboim6650 naar de woestijn4057 uitziet.8259 8737 En er werd geen3808 smid2796 gevonden4672 8735 in het ganse3605 land776 van ;3478 want3588 de Filistijnen6430 hadden gezegd:559 8804 Opdat6435 de Hebreen5680 geen zwaard2719 noch176 spies2595 maken.6213 8799 Daarom moest gans3605 3478 tot de Filistijnen6430 aftrekken,3381 8799 opdat een iegelijk376 zijn ploegijzer,4282 of zijn spade,855 of zijn bijl,7134 of zijn houweel4281 scherpen liet.3913 8800 Maar zij hadden1961 8804 tandige6310 vijlen6477 tot hun houwelen,4281 en tot hun spaden,855 en tot de drietandige7969 vorken,7053 en tot de bijlen,7134 en tot het stellen5324 8687 der prikkelen.1861 En het geschiedde1961 8804 ten dage3117 des strijds,4421 dat er geen3808 zwaard2719 noch spies2595 gevonden werd4672 8738 in de hand3027 van het ganse3605 volk,5971 dat834 bij 7586 en bij 3129 was; doch bij 7586 en bij ,3129 zijn zoon,1121 werden zij gevonden.4672 8735 En der Filistijnen6430 leger4673 toog3318 8799 naar413 den doortocht4569 van .4363

Every verse in 1 Samuel 13

Chapter navigation

0:000:00