1 Samuel 14:13

“Toen klom5927 8799 Jonathan3129 op5921 zijn handen3027 en op5921 zijn voeten,7272 en zijn wapendrager5375 8802 3627 hem na;310 en zij vielen5307 8799 voor Jonathans3129 aangezicht,6440 en zijn wapendrager5375 8802 3627 doodde4191 8789 ze achter310 hem.”

1 Samuel 14:13 — Statenvertaling (1637)

Verse 13 of 52 in 1 Samuel chapter 14 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

1 Samuel 14 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Het geschiedde1961 8799 nu op een dag,3117 dat ,3129 de zoon1121 van ,7586 tot413 den jongen,5288 die zijn wapenen3627 droeg,5375 8802 zeide:559 8799 ,3212 8798 en laat ons tot413 de bezetting4673 der Filistijnen6430 overgaan,5674 8799 welke834 aan4480 gene1975 zijde5676 is; doch hij gaf5046 het zijn vader1 niet3808 te kennen.5046 8689 7586 nu zat3427 8802 aan het uiterste7097 van Gibea1390 onder8478 den granatenboom,7416 die834 te Migron4051 was; en het volk,5971 dat834 bij5973 hem was, was omtrent zeshonderd8337 3967 man.376 En ,281 de zoon1121 van ,285 den broeder251 van ,350 den zoon1121 van ,6372 den zoon1121 van ,5941 was priester3548 des HEEREN,3068 te ,7887 dragende5375 8802 den efod;646 doch het volk5971 wist3045 8804 niet,3808 dat3588 3129 heengegaan was.1980 8804 Er was nu tussen996 de doortochten,4569 waar834 3129 zocht1245 8765 door te gaan5674 8800 tot5921 der Filistijnen6430 bezetting,4673 een scherpte8127 van een steenklip5553 aan4480 4480 deze2088 zijde,5676 en een scherpte8127 van een steenklip5553 aan4480 4480 gene2088 zijde;5676 en de naam8034 der ene259 was ,949 en de naam8034 der andere259 .5573 De ene259 tand8127 was gelegen4690 tegen4480 het noorden,6828 tegenover4136 ,4363 en de andere259 tegen4480 het zuiden,5045 tegenover4136 .1387 3083 nu zeide559 8799 tot413 den jongen,5288 die zijn wapenen3627 droeg:5375 8802 ,3212 8798 en laat ons tot413 de bezetting4673 dezer428 onbesnedenen6189 overgaan;5674 8799 misschien194 zal de HEERE3068 voor ons werken;6213 8799 want3588 bij den HEERE3068 is geen369 verhindering,4622 om te verlossen3467 8687 door velen7227 of176 door weinigen.4592 Toen zeide559 8799 zijn wapendrager5375 8802 3627 tot hem: Doe6213 8798 al,3605 wat834 in uw hart3824 is; wend u,5186 8798 zie2009 ik ben met5973 u, naar uw hart.3824 3083 nu zeide:559 8799 ,2009 wij587 zullen overgaan5674 8802 tot413 die mannen,582 en wij zullen ons aan413 hen ontdekken.1540 8738 Indien518 zij aldus3541 tot413 ons zeggen:559 8799 stil,1826 8798 totdat5704 wij aan413 ulieden komen;5060 8687 zo zullen wij blijven staan5975 8804 aan onze plaats,8478 en tot413 hen niet3808 opklimmen.5927 8799 Maar518 zeggen zij559 8799 aldus:3541 Klimt5927 tot5972 ons op;5927 8798 zo zullen wij opklimmen,5927 8804 want3588 de HEERE3068 heeft hen in onze hand3027 gegeven;5414 8804 en dit2088 zal ons een teken226 zijn. Toen zij beiden8147 zich aan413 der Filistijnen6430 bezetting4673 ontdekten,1540 8735 zo zeiden559 8799 de :6430 ,2009 de Hebreen5680 zijn uit4480 de holen2356 uitgegaan,3318 8802 waarin834 8033 zij zich verstoken hadden.2244 8694 Verder antwoordden6030 8799 de mannen582 der bezetting4675 aan 3129 en zijn wapendrager,5375 8802 3627 en zeiden:559 8799 op5927 8798 tot413 ons, en wij zullen het1697 u854 wijs maken.3045 8686 En 3129 zeide559 8799 tot413 zijn wapendrager:5375 8802 3627 op5927 8798 achter310 mij, want3588 de HEERE3068 heeft hen gegeven5414 8804 in de hand3027 van .3478 Toen klom5927 8799 3129 op5921 zijn handen3027 en op5921 zijn voeten,7272 en zijn wapendrager5375 8802 3627 hem na;310 en zij vielen5307 8799 voor Jonathans3129 aangezicht,6440 en zijn wapendrager5375 8802 3627 doodde4191 8789 ze achter310 hem. Deze eerste7223 slag4347 nu, waarmede834 3129 en zijn wapendrager5375 8802 3627 omtrent twintig6242 mannen376 versloegen,5221 8689 geschiedde1961 8799 omtrent in de helft2677 eens bunders,4618 zijnde een juk6776 ossen lands.7704 En er was1961 8799 een beving2731 in het leger,4264 op het veld7704 en onder het ganse3605 volk;5971 de bezetting4673 en de verdervers7843 8688 beefden2729 8804 ook1571 zelven;1992 ja, het land776 werd beroerd,7264 8799 want het was1961 8799 een beving2731 .430 Als nu de wachters6822 8802 van 7586 te -benjamins1390 1144 zagen,7200 8799 dat, ziet,2009 de menigte1995 versmolt,4127 8738 en doorging,3212 8799 en geklopt werd;1986 8800 Toen zeide559 8799 7586 tot het volk,5971 dat834 bij854 hem was: Telt6485 8798 toch,4994 en beziet,7200 8798 wie4310 van4480 5973 ons weggegaan zijn.1980 8804 En zij telden,6485 8799 en ziet,2009 3129 en zijn wapendrager5375 8802 3627 waren daar niet.369 Toen zeide559 8799 7586 tot :281 Breng5066 8685 de 727 Gods430 herwaarts. Want3588 de 727 Gods430 was1961 8804 te dien1931 dage3117 bij de kinderen1121 .3478 En het geschiedde,1961 8799 toen5704 7586 nog tot413 den priester3548 sprak,1696 8765 dat het rumoer,1995 hetwelk834 in der Filistijnen6430 leger4264 was, zeer7227 toenam3212 8799 en vermenigvuldigde;1980 8800 zo zeide559 8799 7586 tot413 den priester:3548 Haal622 uw hand3027 in.622 8798 7586 nu, en al3605 het volk,5971 dat834 bij854 hem was, werd samengeroepen,2199 8735 en zij kwamen935 8799 ten5704 strijde;4421 en ziet,2009 het zwaard2719 des enen376 was1961 8804 tegen den anderen,7453 er was een zeer3966 groot1419 gedruis.4103 Er waren1961 8804 ook Hebreen5680 bij de ,6430 als eertijds,865 8032 die834 met5973 hen in het leger4264 opgetogen waren5927 8804 rondom;5439 dezen1992 nu vervoegden zich1961 8800 ook1571 met5973 de ,3478 die834 bij5973 7586 en 3129 waren. Als alle3605 mannen376 van ,3478 die zich verstoken hadden2244 8693 in het gebergte2022 van ,669 hoorden,8085 8804 dat3588 de Filistijnen6430 vluchtten,5127 8804 zo kleefden1692 8686 zij1992 ook1571 hen achteraan310 in den strijd.4421 Alzo verloste3467 8686 de HEERE3068 3478 te dien1931 dage;3117 en het leger4421 trok over5674 8804 naar -aven.1007 En de mannen376 van 3478 werden mat5065 8738 te dien1931 dage;3117 want 7586 had het volk5971 bezworen,422 8686 zeggende:559 8800 Vervloekt779 8803 zij de man,376 die438 spijze3899 eet398 8799 tot aan5704 den avond,6153 opdat ik mij aan4480 mijn vijanden341 8802 wreke!5358 8738 proefde2938 8804 dat ganse3605 volk5971 geen3808 spijs.3899 En het ganse3605 volk776 kwam935 8804 in een woud;3293 en daar was1961 8799 honig1706 op5921 6440 het veld.7704 Toen het volk5971 in413 het woud3293 kwam,935 8799 ziet,2009 zo was er een honigvloed;1706 1982 maar niemand369 raakte5381 8688 met zijn hand3027 aan413 zijn mond,6310 want3588 het volk5971 vreesde3372 8804 de bezwering.7621 Maar 3129 had het niet3808 gehoord,8085 8804 toen zijn vader1 het volk5971 bezworen had,7650 8687 en hij reikte7971 8799 het einde7097 van den staf4294 uit, die834 in zijn hand3027 was, en hij doopte2881 8799 denzelven853 in een honigraat;3295 1706 als hij nu zijn hand3027 tot413 zijn mond6310 wendde,7725 8686 zo werden zijn ogen5869 verlicht.215 8799 Toen antwoordde6030 8799 een man376 uit4480 het volk,5971 en zeide:559 8799 Uw vader1 heeft het volk5971 zwaarlijk7650 8687 bezworen,7650 8689 zeggende:559 8800 Vervloekt779 8803 zij de man,376 die834 heden3117 brood3899 eet!398 8799 bezwijkt5774 8799 het volk.5971 Toen zeide559 8799 :3129 vader1 heeft het land776 beroerd;5916 8804 zie7200 8798 toch,4994 hoe3588 mijn ogen5869 verlicht zijn,215 8804 omdat3588 ik een weinig4592 van dezen2088 honig1706 gesmaakt heb;2938 8804 3588 veel meer,637 3808 indien3863 het volk5971 heden3117 had mogen vrijelijk398 8800 eten398 8804 van4480 den buit7998 zijner vijanden,341 8802 dien834 het gevonden heeft!4672 8804 Maar3588 nu6258 is die slag4347 niet3808 groot geweest7235 8804 over de .6430 Doch zij sloegen5221 8686 te dien1931 dage3117 de Filistijnen6430 van4480 Michmas4363 tot ;357 en het volk5971 was zeer3966 moede.5774 8799 Toen maakte zich5860 8799 6213 8799 het volk5971 aan413 den buit,7998 en zij namen3947 8799 schapen,6629 en runderen,1241 en kalveren,1121 en zij slachtten7819 8799 ze tegen de aarde;776 en het volk5971 at398 8799 ze met5921 het bloed.1818 En men boodschapte5046 8686 het ,7586 zeggende:559 8800 ,2009 het volk5971 verzondigt zich2398 8802 aan den HEERE,3068 etende398 8800 met5921 het bloed.1818 En hij zeide:559 8799 hebt trouwelooslijk gehandeld;898 8804 wentelt1556 8798 heden3117 een groten1419 steen68 tot413 mij. Verder sprak559 8799 :7586 u6327 8798 onder het volk,5971 en zegt559 8804 tot hen: Brengt5066 8685 tot413 mij een iegelijk376 zijn os,7794 en een iegelijk376 zijn schaap,7716 en slacht7819 8804 het hier,2088 en eet,398 8804 en bezondigt u2398 8799 niet3808 aan den HEERE,3068 die etende398 8800 met413 het bloed.1818 bracht5066 8686 al3605 het volk5971 een iegelijk376 zijn os7794 met zijn hand,3027 des nachts,3915 en slachtte7819 8799 ze aldaar.8033 Toen bouwde1129 8799 7586 den HEERE3068 een altaar;4196 dit853 was het eerste2490 8689 altaar,4196 dat hij den HEERE3068 bouwde.1129 8800 Daarna zeide559 8799 :7586 ons aftrekken3381 8799 de Filistijnen6430 na,310 bij nacht,3915 en laat ons dezelve beroven,962 8799 totdat5704 het morgen1242 licht216 worde, en laat ons niet3808 een man376 onder hen overig laten.7604 8686 nu zeiden:559 8799 Doe6213 8798 al3605 wat goed2896 is in uw ogen;5869 maar de priester3548 zeide:559 8799 ons herwaarts1988 tot413 God430 naderen.7126 8799 Toen vraagde7592 8799 7586 God:430 ik aftrekken3381 8799 de Filistijnen6430 na?310 ze in de hand3027 van 3478 overgeven?5414 8799 antwoordde6030 8804 hem niet3808 te dien1931 dage.3117 Toen zeide559 8799 :7586 Komt5066 8798 herwaarts1988 [uit] alle3605 hoeken6438 des volks,5971 en verneemt,3045 8798 en ziet,7200 8798 waarin4100 deze2063 zonde2403 heden3117 geschied zij.1961 8804 Want3588 [zo] [waarachtig] [als] de HEERE3068 leeft,2416 3478 verlost,3467 8688 al3588 518 ware het3426 in mijn zoon1121 ,3129 3588 zo zal hij den dood4191 8800 sterven;4191 8799 en niemand369 uit4480 het ganse3605 volk5971 antwoordde6030 8802 hem. Verder zeide hij559 8799 tot413 het ganse3605 :3478 Gijlieden859 zult aan de ene259 zijde5676 zijn,1961 8799 en ik589 en mijn zoon1121 3129 zullen aan de andere259 zijde5676 zijn.1961 8799 zeide559 8799 het volk5971 tot413 :7586 ,6213 8798 wat goed2896 is in uw ogen.5869 7586 nu sprak559 8799 tot413 den HEERE,3068 den God430 :3478 Toon3051 8798 den onschuldige.8549 werd 3129 en 7586 geraakt,3920 8735 en het volk5971 ging [vrij] uit.3318 8804 Toen zeide559 8799 :7586 Werpt5307 8685 [het] [] tussen996 mij en tussen996 mijn zoon1121 .3129 werd 3129 geraakt.3920 8735 7586 zeide559 8799 tot413 :3129 mij te kennen,5046 8685 wat4100 gij gedaan hebt.6213 8804 gaf5046 het 3129 hem te kennen,5046 8686 en zeide:559 8799 Ik heb maar2938 8800 een weinig4592 honigs1706 geproefd,2938 8804 met het uiterste7097 des stafs,4294 dien834 ik in mijn hand3027 had; zie2009 [hier] ben ik, moet ik sterven?4191 8799 Toen zeide559 8799 :7586 Zo3541 doe6213 8799 [mij] God,430 en zo3541 doe daartoe,3254 8686 3588 !3129 gij moet den dood4191 8800 sterven.4191 8799 Maar het volk5971 zeide559 8799 tot413 :7586 3129 sterven,4191 8799 die834 deze2063 grote1419 verlossing3444 in 3478 gedaan heeft?6213 8804 zij verre!2486 [zo] [waarachtig] [als] de HEERE3068 leeft,2416 als518 er een4480 haar8185 van zijn hoofd7218 op de aarde776 vallen zal;5307 8799 want3588 hij heeft [dit] heden3117 2088 met5973 God430 gedaan.6213 8804 verloste6299 8799 het volk5971 ,3129 dat hij niet3808 stierf.4191 8804 7586 nu toog op5927 8799 van4480 achter310 de ,6430 en de Filistijnen6430 trokken1980 8804 aan hun plaats.4725 Toen nam3920 8804 7586 het koninkrijk4410 over5921 3478 in; en hij streed3898 8735 rondom5439 tegen al3605 zijn vijanden,341 8802 tegen ,4124 en tegen de kinderen1121 ,5983 en tegen ,123 en tegen de koningen4428 van ,6678 en tegen de ;6430 en overal,3605 waar834 hij zich wendde,6437 8799 oefende hij straf.7561 8686 En hij handelde6213 8799 dapper,2428 en hij sloeg5221 8686 de ,6002 en hij redde5337 8686 3478 uit4480 de hand3027 desgenen, die hem beroofde.8154 8802 De zonen1121 van 7586 nu waren:1961 8799 ,3129 en ,3440 en -sua;4444 en de namen8034 zijner twee8147 dochteren1323 waren [deze]: de naam8034 der eerstgeborene1067 was ,4764 en de naam8034 der kleinste6996 .4324 En de naam8034 van Sauls7586 huisvrouw802 was ,293 een dochter1323 van ;290 en de naam8034 van zijn krijgsoverste8269 6635 was -ner,74 een zoon1121 van ,5369 Sauls7586 oom.1730 En Kis7027 was Sauls7586 vader,1 en ,5369 Abners74 vader,1 was een zoon1121 van .22 En er was1961 8799 een sterke2389 krijg4421 tegen5921 de Filistijnen6430 al3605 de dagen3117 van ;7586 daarom alle3605 helden1368 376 en alle3605 kloeke2428 mannen,1121 die 7586 zag,7200 8804 die vergaderde hij622 8799 tot413 zich.

Every verse in 1 Samuel 14

Chapter navigation

0:000:00